Amylum (sinds 1873) 131 Jaar

 

De firma Amylum bestaat nu 131 jaar. Het begon op 23 juni 1873, toen Amylum werd opgericht als Callebaut, Frères en Lejeune.

 

Na de uitvinding van glucose uit zetmeel door Ziedesundlierhof in 1838 ontstond de fabricage van glucose rond 1860 op industriële schaal. In de periode 1864 tot1883 werden in Aalst een vijftal glucosefabrieken opgericht zodat Aalst de bakermat werd van de glucosefabricage in België. Glucose werd op dat ogenblik voornamelijk geproduceerd voor toepassingen in de brouwerijsector, ter vervanging van suiker. De Aalsterse gebroeders Callebaut, gekende hophandelaars en leveranciers van suiker hadden nauwe betrekking met de brouwwereld en aanhoren dagelijks de klachten over hoge invoerrechten op suikerriet en de hoge accijnsrechten op suikerbieten. De brouwerijen waren dan ook meer dan geïnteresseerd in glucose, een alternatieve goedkope suiker die geen smaakafwijkingen veroorzaakt.

 

In België zijn er rond die tijd bijna 3000 brouwerijen actief waarvan meer dan 500 in Oost-Vlaanderen. De afzetmogelijkheden voor glucose waren dus aanzienlijk deze producten verband houd.

 

Phileman Callebaut, 24 jaar, zorgde samen met Edward Callebaut, 21 jaar, Voor de commerciële en financiële verrichtingen. De inkoop van grondstoffen werd verzorgd door Joseph Lejeune uit lede, 35 jaar, en de jongere broer Felix Callebaut, 19 Jaar.De jonge firma huurde aan de oude Dender aan de achterkant van het begijnhof enkele oude gebouwen waar hun elementaire apparatuur werd ondergebracht.. Callebaut, Frères en Lejeune hebben als doel het uitbaten van een fabriek van glucose, karamel en alles wat met deze producten verband hield.

  

De grondstof maïs werd met binnenschepen in zakken van 100 Kg aangevoerd vanuit Antwerpen. Deze maïs werd geweekt in oude wijnkuipen en de geproduceerde glucosebrokken, die men “macé” noemt, werden met paardenkarren naar de brouwerijen vervoerd. De pellen van de maïs werden niet gedroogd doch als dasdanig aan de boeren uit de streek verkocht. Na enige jaren werd hiervoor een oplossing gevonden en werd de draf gedroogd in de mast van de ovens. Zijnde in de mouterij De Wolf-Cosijns.

De maïskiemen werden in zakken geschept en met zak en al geperst, de olie ging naar de olieraffinaderijen en de geperste kiemen naar de veevoeding.

 

Alles was primitief doch efficiënt.

 

De gebouwen werden gekocht en de nieuwe gebouwen werden er naast gebouwd. In 1883 verliet Joseph Lejeune de firma en deed de jongste broer Prosper Callebaut, op dat ogenblik 23 jaar, zijn intreden in de firma. Het vroegtijdig overlijden van zowel Philemon als Felix Callebaut hadden ertoe geleid dat Prosper in feite de grondlegger is geworden van de verdere ontwikkeling van het bedrijf. De firma werd herdoopt in Callebaut Frères en verhuisde naar een nieuw gebouw op de hoek van de kwijnstraat en de intussen gekanaliseerde Dender aan de Vanwanbekekaai. Prosper Callebaut drukt ook zijn stempel op het sociale leven in Aalst. Volgens Louis-Paul Boon in zijn boek over Daens was hij de eerste in België die zijn gepensioneerde liet komen om het pensioen van 1 frank per dag in ontvangst te nemen.

 

 

 

In 1908 komt de oudste zoon van Prosper Callebaut, Luc Callebaut, vader van Pierre Callebaut in de firma. Na zijn opleiding kreeg hij de opdracht een bedrijf op te richten in Nederland.

Zeelandia in het sas van Gent werd opgericht in 1911. In 1914 werd de firma Callebaut-Frères ontbonden en werd de firma “Ancienne-Firme Callebaut-Frères” opgericht.

Deze operatie ging gepaard met de intrede van de tweede zoon Marcel Callebaut.

 

10 Jaar later in 1924 werd de firma omgedoopt in SA PRODUMA. De afkorting van Produit du maïs en deed de jongste zoon van Prosper, Jean Callebaut, de vader van Robert Callebaut zijn intreden. De taken werden als volgt verdeeld: Marcel Callebaut zorgt voor Aalst, Luc en Jean zogen voor Zeelandia in het sas van Gent. In 1926 werd besloten tot een fusie met La Glucose Of Lic-Frères te Brussel en werd de glucoserie Réunnie opgericht.

De maling die 50 ton bedraagt werd opgevoerd naar 140 ton per dag. Deze geweldige malingverhoging leidde tot de oprichting van Tunnel Relinneries Limited maar het surplus aan Aalsters zetmaal werd verwerkt. In 1927 neemt het Amerikaanse CPC een belang van 60% en Zeelandia. Na de oorlog zal Zeelandia praktisch volledig in de handen komen van Amerika.

 

In 1940 werd de fabriek in Aalst ernstig beschadigd door bombardementen.

In 1943 werd er verplicht gewerkt voor de Duitse bezetter. Dit gebeurt onder supervisie van Duetsche Maïzenwerken.

 

De jaren 50 werden gekenmerkt door enkele belangrijke gebeurtenissen die het bedrijf de internationale toer zullen doen opgaan. Enerzijds komt een nieuwe generatie aan het hoofd van het bedrijf te staan, nl. Pierre en Robert Callebaut, anderzijds betreden we het tijdperk van de EEG. Tenslotte is er de intrede van de State USA die de participatie van de Familie Blick overneemt. Het bedrijf groeide verder en kocht stilaan alle terreinen op het eiland Chipka. Tussen de oude en de gekanaliseerde Dender.

Glucose Réunnie werd omgedoopt in Amylum en naast maïsverwerking werd gestart met tarwe verwerking. Een samenwerking werd opgestart met AVBOB Nederland. Pogingen werden ondernomen in de richting van merkartikelen. Deze experimenten met merkartikelen waren geen succes en werden bijgevolg afgestoten. Een nieuwe stroop, de isoglucose, werd ontwikkeld. Dit product is een regelrechte suikervervanger. Na een hevige strijd met de suikerlobbig in Europa werd dit product in het Europese suiker Régime ingebracht met begrip van productiebeperkingen. Amylum beschikte veruit over het grootste Europese quotum dat 1 van de hoekstenen werd van zijn verdere ontwikkeling. Tate & Lyle werd de derde aandeelhouder in 1976. Het neemt Staly over in 1988 en werd aldus de grootste aandeelhouder. Pierre Callebaut blijft echter instaan voor de leiding van het bedrijf.

 

 

Eind jaren 80 begint de internationale expansie met de overname van ZBB-Fucour aan de saam. Daarna volgen de overnames in Spanje en Griekenland, The Joint Venture in Italië, de verschillende overnames in het Oostblok, Turkije, Marokko en tenslotte is er het Amylum France project dat startte met de overname van Orsant. Amylum is uitgegroeid tot een internationaal bedrijf met een 15-tal vestigingen. De groep verwerkt meer dan 3.000.000 ton grondstoffen per jaar en heeft een omzet van 1.000.000.000 euro. De volledige overname van Tate & Lyle in het jaar 2000 betekende de start van een nieuwe episode in de geschiedenis van het bedrijf.

 

 

Bronvermelding:

http://www.tateandlyle.com/TateAndLyle/default.htm

Video Historie van Amylum n.a.v. 130ste verjaardag