Michaël Van den Berge                            4LatB2                                       Nr.14
Philippe Van Laethem                              4LatB2                                       Nr.20
Joachim Scheerlinck                                 4LatB2                                       Nr.11

 

 

Mouterij De Wolf-Cosijns

 

Het bedrijf dat we gekozen hebben is de mouterij De Wolf-Cosijns. De mouterij is sinds 2002 gesloten, maar aangezien ze midden in Aalst ligt hebben we de mouterij als onderwerp gekozen. We zijn er allemaal al heel dikwijls voorbij gekomen, daar langs de Dender,  zonder eigenlijk goed te weten wat er gebeurde in dat gebouw.

 

 

De mouterij De Wolf-Cosijns in de Gentsestraat is het oudste en vrijwel bekendste bedrijf van Aalst. De Wolf-Cosijns werd opgericht op het Keizersplein (toen nog Peirdekouter genoemd) in Aalst toen graan- en hophandelaar Jean-Louis De Wolf in 1790 de toelating kreeg om hier zijn handelszaak te vestigen. Met haar stichting in 1790 is het meteen ook de oudste mouterij van België. De Wolf-Cosijns is dus zowat uniek in Aalst en dat is ook de reden waarom we besloten hebben dit bedrijf te bespreken.

 

 

De fabriek werd genoemd naar Henry-August De Wolf , koopman in hop en granen. Hij was de zoon van Romain-Joseph De Wolf en Maria Meganck en hij was gehuwd met Marie-Catherine Cosijns.

In 1851 werd een nieuw hopmagazijn opgetrokken en een stevige droogoven gebouwd. Na het vroegtijdig overlijden van haar echtgenoot zette Marie-Catherine de handel verder, samen met haar twee zonen. De oudste zoon Romain bleef ongehuwd. De jongste zoon echter, Philmon genaamd, zorgde voor een talrijk nageslacht in de periode van 1858 tot 1880: Albert, Marie, Florence, Edgard, Oscar, Cécile, Rose, Désiré, Vgictor , Frédéric, Eugène, Charles en Alfred.

In 1896 noemden Philemon De Wolf en Albert Dewolf zich “alleen eigenaars van vermelde firma te Aalst, te Antwerpen en te Rotterdam”. Op 1 oktober kregen Désiré en Frédéric volmacht om de firma te leiden.

In 1885 verwierf de firma reeds de 1ste prijs op de wereldtentoonstelling voor haar verwerkte buitenlandse granen.

Op 1 augustus 1897 wordt de “Société en nom collectif Veuve De Wolf-Cosijns & Fils”opgericht. De vennoten van het bedrijf waren Philemon, Albert, Marie, Victor, Frédéric en Eugène De Wolf. Deze verruiming bracht ook een financiële inbreng mee, waardoor de Engelse hopmarkt werd veroverd en de firma nog een steviger plaats op de wereldmarkt innam.

Tijdens de crisisjaren werd Duitse en Amerikaanse hop in hun handel opgenomen om toch de winsten te vergroten. De firma was stevig geworteld in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland, wat vergemakkelijkt werd door de spoorwegen en de stoombootlijnen. Nog steeds stond men klaar om verder nieuwe markten te veroveren.

Philemon werd provinciaal raadslid en tweemaal voorzitter van de Kamer van Koophandel. Zijn zonen bouwden de firma verder uit tot een internationaal bedrijf. Désiré werd raadslid en schepen van de stad Aalst, en was als schepen van openbare werken verantwoordelijk voor de infrastructuurwerken ter bevordering van de industrie (dempen oude Denderarmen, rechttrekken van Dender, aanleg van de Denderkaaien, bruggen… ) en voor de aanleg van het stadspark. De Désiré De Wolfstraat werd naar hem vernoemd en begint aan het Burgemeesterplein en eindigt aan de Erembodegemstraat.

Frédéric (Fritz) leende zijn naam aan de Fritz De Wolfkaai (zie foto). Deze begint aan de Sint-Annabrug en eindigt aan de Gheeraerdtslaan.

 

 

De gerst werd vanuit Frankrijk ingevoerd en werd tot voor enkele jaren via de scheepvaart aan de opslagruimte, gelegen aan de Fritz De Wolfkaai, afgeleverd. Daar werd ze gezuiverd, gesorteerd en gekalibreerd. De firma had voor de aanvoer van het graan een eigen schip, de 'Iwein van Aelst'. Vandaar werd het geselecteerde graan, eerst met paard en kar, daarna op vrachtwagens van het magazijn naar de mouterij in de Gentsestraat gebracht, waar de korrels verder bewerkt werden (zie foto).

 

 

 

Op 1 juni 1926 wordt de maatschappij de “S.A Firme De Wolf- Cosijns” gesticht. Het doel van deze firma was handel te drijven in alle vormen van hop, granen, zaden van alle aard, mout, dierenvoeding en meststoffen. De verkoop en verhandeling van alle producten waren nodig voor de eigen exploitatie.

 

Aalst, dat is ook de stad van Daens natuurlijk. Uiteraard heeft De Wolf-Cosijns een link met de priester-arbeider of beter gezegd met zijn vijanden. Désiré De Wolf was de leider van de bokken, de knokploeg van de textielbaronnen. Later is hij schepen van Openbare Werken geworden. De familie De Wolf-Cosijns is altijd een sterk conservatieve katholieke familie geweest die Frans sprak. Ze hadden stijl en een zekere statigheid.

 

In 1973 bestond de Raad van beheer van het bedrijf nog volledig uit leden van de familie De Wolf. Zo behield de mouterij haar typische karakter van familiebedrijf tot in 1987. In dit jaar trok de familie De Wolf zich terug uit het familiebedrijf. Toen werd Interbrew opgericht en dit bedrijf nam onder andere De Wolf-Cosijns over.

De basisafzetmarkten van Interbrew zijn België, Canada, Frankrijk, Nederland en Hongarije. Overal geldt het sleutelwoord :”quality”. Deze bekendheid heeft Interbrew voor een groot deel te danken aan De Wolf-Cosijns, dat ervoor gezorgd heeft dat het bedrijf geleidelijk bekendheid verwierf in heel Europa door haar kwaliteitsproducten. Interbrew had op jaarbasis 150.000 ton mout te verwerken. De helft hiervan werd geleverd door De Wolf-Cosijns.

 

Ondanks het wereldwijde succes van Interbrew liet de firma in 2002 de fabriek in Aalst sluiten om te verhuizen naar landen met lagere lonen. De Wolf-Cosijns was volgens Interbrew verlieslatend. Op het moment van de sluiting waren 42 arbeiders en 23 bedienden tewerkgesteld.

 

Er kwam heel wat protest tegen de sluiting van de biercultuur in Aalst aangezien met de sluiting van De Wolf-Cosijns heel wat bierbrouwers hun specifieke moutsoorten, die ze bij De Wolf-Cosijns gingen halen, verloren. De Wolf-Cosijns was immers de specialist van de variëteiten. Door jarenlang onderzoek en ervaring had De Wolf de reputatie verworven elke variëteit van mout te kunnen maken, op welk moment ook, à la tête du client. Als kleine streekbrouwer kon je naar De Wolf stappen en zeggen: ’ik wil die kwaliteit, zo lang geëest, zo lang gekiemd. Ik wil dat mijn bier die kleur heeft en die smaak.’ De Wolf-Cosijns leverde zonder enig probleem wat men vroeg.
Nu De Wolf verdwijnt, is dat dan ook een serieuze opdoffer voor de kleine brouwers. Neem nu Rodenbach, een van de klanten van De Wolf-Cosijns. Dat bier is een mengeling van verschillende mouten. De Wolf had die in zijn vingers en was door zijn jarenlange ervaring meer geworden dan een leverancier. Als die brouwers hun mout ergens anders moeten kopen, dan verandert de smaak. Alle zes trappistenbrouwers van België waren klant! De paters van Orval, bijvoorbeeld, kwamen een paar keer per jaar naar Aalst om de fabriek te inspecteren. België heeft zijn reputatie als het bierland bij uitstek vooral te danken aan de enorme verscheidenheid in biersoorten en zo zouden er weer een aantal soorten verloren gaan.

 

Interbrew sluit zijn mouterij om economische redenen.. Het is goed dat een bedrijf kijkt naar zijn winst. Maar Interbrew is nu niet bepaald een bedrijf in moeilijkheden. Maakte De Wolf op het einde echt verlies?  Interbrew had al meer dan zes jaar geen frank meer in de fabriek geïnvesteerd. Men heeft de mouterij laten uitdoven en ondanks een protestmars in Aalst en een milieuvergunning tot 2011 sloot Interbrew de mouterij, na een 212-jarig, bestaan in mei 2002.

 

Men wil nu appartementen en lofts maken van de oude fabriek. Een fabriek midden in de stad is immers niet meer van deze tijd. Er waren klachten over geluids- en geurhinder. De vraag is echter of de hedendaagse technologie dit niet had kunnen vermijden.

 

Het graanmagazijn van De Wolf-Cosyns , gelegen in industriezone, staat nu te koop.
De bewaarde gevel met neogotische en neorenaissance-invloeden is een ontwerp van de toenmalige stadsbouwmeester Julius Goethals, die voor een groot deel het gezicht van de zich uitbreidende stad mee bepaalde (restauratie van Belfort, St-Martinuskerk, H. Geestkapel en Borse van Amsterdam; bouw Capucijnenklooster, Nieuw hospitaal, Meuleschettekapel,, neogotische oud-hospitaalvleugel, kerk en pastorij van Mijlbeke, burgerwoningen (D. Martensstraat), arbeiderswoningen (wijk Guldenboomplein) evenals vele opdrachten buiten Aalst.
De in het oog springende voorgevel van het graanmagazijn aan de destijds drukke kaai van de toen pas gekanaliseerde Dender illustreert zowel de industriële expansiedrift van Aalst als de groei van het hopbedrijf.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vermoedelijk zal het gebouw wel beschermd worden door de overheid. De Wolf-Cosyns is immers een pareltje van industriële archeologie, een deel van de geschiedenis van Aalst.

 

 

 

Bronvermelding:

 

-         Bibliotheek Aalst

-         Heemkundige kring Erpe-Mere

 

U kan het werk ook online bekijken op  http://home2.scarlet.be/jvande27/werk%20geschiedenis.htm