Tatiana Van Vaerenbergh 
Karlien Roelandt
4 economie a 1
25 februari 2004
Wij hebben gekozen voor de Abdijkerk. Deze Romaans-gotische kerk is gelegen op het kerkplein
te Ninove.
Deze is gebouwd in zandsteen uit Zandbergen, zoals ook
de Koepoort in Ninove. Vroeger werd deze kerk de Sint-Cornelius -en
Sint-Cyprianusabdij genoemd daarna de abdijkerk en nu is het de parochiekerk
Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart. De werken werden in 1635 aangevat en na lange
onderbrekigen voltooid in 1723. Na de opheffing van de abdij in 1796 werd ze
vanaf 1813 als parochiekerk gebruikt. De oude parochiekerk werd in 1816-1828
gesloopt. De toren werd pas in 1826-1844 opgetrokken, naar een ontwerp van L. Roelandt.
De bouw
Nadat de abdijkerk door een brand in 1603 verwoest werd, begonnen ze met
haar heropbouw in 1635.
De abt Jan David zou in 1628 het plan van de nieuwe bouw uit Rome
meebrengen waar hij in 1626 als econoom van de orde van Prémontré naartoe was
gegaan. Jan David stierf het jaar na de aanvang van de werken. Zijn opvolgers
zetten de heropbouw verder.
In 1660 sloot de abt Nevius een contract met meester Egidius van
Waesberghe voor de voortzetting van het gebouw. Er werd echter weinig of niks
gedaan aan het einde van de 17e eeuw.
Geen enkel omvangrijk werk kon uitgevoerd worden als gevolg van de
plunderingen en hoevebranden gesticht door de troepen van Lodewijk XIV, en door
de zware oorlogsbelasting en belasting opgeëist door de Spaanse overheersers.
Minder troebele tijden deden de hoop herleven. De abt Ferdinand de Moor
zag het einde van de bouw van het koor tegemoet; hij schreef in zijn dagboek:
“op het feest van de Heilige Bewaarengel, verjaardag van mijn inwijdiging 1661,
na talrijke beraadslagingen heb ik het vaste besluit genomen, nu de vrede
eindelijk bereikt is, de bouw van het koor van onze nieuwe kerk, begonnen door
drie van mijn voorgangers, verder te zetten en beëindigen. Om dit werk te
vergemakkelijken heb ik eraan gedacht de uitzet van de novicen en mijn
vergoeding voor wijn en drank hieraan te besteden, in de hoop dat deze
inspanningen mijn opvolgers ertoe zullen aanzetten in de toekomst de bouw van
de kerk te beëindigen”. Tenslotte is het Ferdinand van der Haegen, die er in
slaagt de bouw te voltooien, krachtdadig zette hij zich aan het werk vanaf
1713; hij kocht een bos en liet er de bomen omhakken om het nodige hout voor de
werken te bekomen. In 1715 liet hij grote hoeveelheden zand komen en liet
overal steenovens bouwen rondom de abdij. Prins de Ligne gaf 50 grote dennen
uit het bos van Belœil bestemd voor de bouwsteigers. In januari 1716 werd met
twee smeden een contract gesloten voor het ijzerwerk.
De abt was praktisch aangelegd; hij interesseerde zich niet enkel voor
de materialen maar ook voor het financiële aspect. Hij bezuinigde in de abdij
zelf, spaarde zijn persoonlijke inkomsten, beheerde met spaarzaamheid de
pachtgelden en met instemming van de kanunniken leende hij kapitalen, die
meestal van godvruchtige personen zonder erfgenamen voortkwamen. Hij betaalde
8% intrest en bij het overlijden van de rentehouder moest het kapitaal ten deel
vallen van de abdij. In februari 1723
werd het laatste contract van die aard gesloten. Op 27 april 1727 werd
de kerk door de aartsbisschop van Mechelen ingewijd. De toren is slechts in
1844 klaargekomen. We vinden te Ninove de traditionele Brabantse basiliek in
kruisvorm met 3 beuken en een verlengd koor. Aan weerszijden van het koor is de
middenbeuk met twee vierkante kapellen vervolledigd. Deze uitbreiding liet het
plaatsen van een groter aantal altaren toe. Het rococomeubilair behoort tot de
homogeenste en fraaiste van België.
Het plan van Ninove diende als voorbeeld voor de kerk van Grimbergen
maar daar is de aanblik grootser.
Een 17e eeuwse overblijfsel is o.m. de St.-Corneliuspoort.
De buitenkant
A. Het wapenschild op de westgevel
A
B
C D B. Heilige Cornelius C. O.-L.-Vrouw met kind

D. Heilige Cyprianus

De Binnenkant
Het interieur is volledig uitgevoerd in barokstijl. Het protestantisme
drukt zich uit in: de voorstelling van Heiligen, beelden van Onze-Lieve-Vrouw,
biechtstoelen, communiebank, vele altaren en uitbundige versieringen.
Theodoor Verhaeghen ontwierp in 1736 de lambrisering. Hij beeldhouwde de
reliëfs en de schilderijomlijstingen. Elk reliëf wordt bekroond met een vaas.
De zuidzijde beeldt het leven uit van de Heilige Cornelius, de noordzijde het
leven van de Heilige Cyprianus.
Doordat er schilderijen van schilders van over heel Vlaanderen hangen,
is er geen eenheid in de doeken, kwaliteit, compositie en kleurkeuze
verschillen. Een sterk perspectief, krachtige compositie en aangrijpende
figuren zijn prachtig in de reliëfs.
De altaren van de dwarsbeuk vertonen beide dezelfde opbouw: groots van
opzet en zware houten gemarmerde zuilen bekroond met een driehoekige punt. Het zuidelijke altaar is gewijd aan de
Heilige Norbertus. Het noordelijke
altaar is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw.
Oorspronkelijk was de communiebank de afsluiting tussen het schip en de
dwarsbeuk. Het is een werk van J.B. Van der Haeghen. De vroegere koorafsluiting
staat nu in de Sint-Niklaaskerk te Brussel.
Vermoedelijk bestelde abt David het koorgestoelte,
dat dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw. Het vertoont al enkele
barokke kenmerken maar het is toch nog renaissancestijl.
Het hoogaltaar van J.B. Van
der Haeghen werd gemarmerd door J. Tourner. Hier verenigen alle elementen die
voor de kerk van Ninove een bijzondere betekenis hebben: een sarcofaag, het
dubbelportret van de Heiligen Cornelius en Cyprianus, de ten hemel opneming van
Maria, het geloof en de hoop.
Uit geldnood werd de oorspronkelijke preekstoel van J. Bergé na de Franse Revolutie verkocht en staat nu
in de Sint-Pieterskerk te Leuven. De preekstoel is een laat-renaissance werk,
afkomstig uit de voormalige parochiekerk.
Het driedelig tochtportaal is
sterk geritmeerd door Corinthische zuilen. Het doksaal volgt dit ritme en wordt
bekroond met grote vazen. Het prachtige orgel werd in 1728 en 1729 gebouwd door
J.B. De Forceville. Het beeldhouwwerk is opnieuw van J.B. Van Der Haeghen.
De zuidelijke biechtstoel is van T. Verhaeghen
(1736-1738), het beeldhouwwerk staat in functie van de biecht: gerechtigheid,
boete en barmhartigheid. De noordelijke
tegenhanger (1739) is stroever,
minder zwierig. Dit is het werk van Jaak De Koninck uit Brussel, bijgestaan
door J. Roosens uit Ninove. Hoop, geloof en liefde zijn hier de onderwerpen met
Maria als voorspreekster.
Het zuidelijke altaar Het noordelijke altaar Koorgestoelte

Hoogaltaar Preekstoel in Sint-Pieterskerk
te Leuven

tochtportaal, doksaal en orgelkast zuidelijke biechtstoel noordelijke biechtstoel

Deze kerk is dus zeker de moeite waard om te bezoeken
op het kerkplein te Ninove.