Jens Danckaert
Pieter Vleurinck
Bert Slagmulder                                                                                                               4LatB2

 

De Grote Kapel – Mere.

 

Ligging:

 

Aan het kruispunt van de Ommegangstraat en de Kruiskouterstraat staat de meest merkwaardige kapel van Mere: de Grote Kapel, ook wel ‘Dikke Kapel’ genoemd. Ze is gelegen op het hoogste en meest centrale punt van het dorp. Achter de kapel staat een groot Kalvariekruis met een bidbankje erbij. Rond deze kapel staan twaalf lindebomen.

 

Beschrijving:

 

De Dikke Kapel is een vrij grote barokke kapel. Ze werd gebouwd volgens een heel eenvoudig grondplan. Het gevelkruis is vervaardigd uit blauwe hardsteen.

De toegangsdeur is van hout, tweedelig, geschilderd in het groen en voorzien van een mooi frieswerk. In de zijgevels zitten twee raampjes in een spitsboog. Het dak is belegd met leien.

De muren zijn binnenin volledig met planken behangen die wit en roze geverfd zijn. Op de achterwand hangt een wijwatervat van arduin. Op de vloer liggen zwarte tegels.

Aangezien de kapel soms gebruikt wordt voor het opdragen van missen, staan er kerkstoelen geplaatsts in de kapel. Het altaar is gemaakt in neogotische stijl en aangepast aan de grootte van de kapel. Er staan bijna overal houten kandelaars verspreid en geschilderd in wit en blauw, zoals het altaar. Achter het koortje staat een Kalvariekruis op een voetstuk. Er is ook nog een gipsen Christusbeeld die de kruisiging herdenkt.

 

Historiek:

 

Er zijn weinig archiefstukken bewaard, zodat het monument zelf, de literatuur en later de archivalische bronnen informatie zullen moeten bieden over de verschillende problemen van deze kapel. Naar men denkt is deze kapel opgericht door het volk zelf en niet door een rijk persoon, zoals de meeste kapellen wel gesticht zijn. In dat geval moet die gezien worden in het kader van de belangrijke Mariaverering te Mere in die tijd.  Vrij eigenaardig zou zijn dat plots in het midden van de 17e eeuw een zo grote kapel wordt gebouwd, bestond al lang het vermoeden dat op dezelfde plaats reeds vroeger een kapelletje stond. Uit een toponymisch onderzoek bleek dat in 1571 het toponiem “aen de capelle” gangbaar was. Later toen de barokke kapel gebouwd werd, bleef deze de enige belangrijke kapel van het dorp. Daarom kan dit toponiem alleen maar deze plaats aanduiden.

 

 

 

 

 

Aangezien de meerdere herstellingswerken en restauraties, die de kapel ondergaan heeft, kan de gebeitelde inscriptie een vergissing inhouden. Laten we aannemen dat er in de datering een vergissing is gebeurd, komt men onmiddellijk tot het probleem van de authenticiteit van de huidige kapel. Men kan dus de vraag stellen hoezeer de huidige kapel nog overeenkomt met de kapel van de 17e eeuw. We zouden hier meerdere bronnen kunne raadplegen maar aangezien die allemaal verdwenen zijn is dit niet mogelijk. De enige manier waaraan je het 17e eeuwse karakter kan herkennen is de stijl, hoewel deze in dit geval wel heel zwak terugkomt.

 

Zoals eerder vernoemd heeft de kapel meerdere restauraties ondergaan. Een stuk in het Gentse Rijksarchief licht ons hierover in. In 1743 zou de kapel, die op dat moment zeer bouwvallig geworden was, gerestaureerd zijn door toedoen van de vice-pastoor. Wat op dat ogenblik precies gebeurd is, weet niemand met zekerheid. Men kan wel een aantal handelingen afleiden uit de rekening die de pastoor opgemaakt heeft. Hieruit vallen verschillende dingen op te maken. Zo wordt duidelijk gemaakt dat de onkosten voor het herstel en onderhoud van de kapel moeten gedragen worden door de plaatselijke bevolking, via vrijwillige giften. Bij de restauratie werd niet alleen de buitenkant gerestaureerd maar ook het interieur. Er werd een nieuw altaar geplaatst, dat gezien de prijs niet klein of eenvoudig zal geweest zijn.

Wanneer de neogotische kapellen gebouwd werden zal de Dikke kapel ook wel een ernstige restauratie ondergaan zijn. We mogen dit toch met zekerheid zeggen, hoewel geen enkele bron dit vermeldt, voortgaand op de beschrijving van de kapel. Er zijn hier dan ook neogotische elementen aanwezig zoals het houten altaar, vensters met spitsbogen enz.

In 1923 kwam de kapel in het bezit van de kerkfabriek van Mere door een schenking van juffrouw Mabilde. Dit is belangrijk voor het verdere onderhoud van de kapel omdat vanaf dan de kerkfabriek verantwoordelijk werd gesteld voor het onderhoud ervan. We vinden daar ook sporen van terug: deuren met eenzelfde profilering en rond ’50-’60 hadden ze zelfs hetzelfde kruis op de gevelpunt staan..

Na de tweede wereldoorlog onderging de kapel een laatste metamorfose. Waarschijnlijk hadden de perikelen van twee wereldoorlogen en de verwaarlozing gedurende de eerste helft van de eeuw, de kapel op de rand van de afgrond gebracht. Dit blijkt uit een oproep van een pastoor in een parochieblad van 1949, er werd gevraagd om ernstige herstellingswerken uit te voeren. De voorgevel dreigde voorover te vallen, kornissen waren verdwenen, plakwerk was op de grond gevallen, enz. Er werd toen een aannemer aangesproken die de werken op zich zou nemen en het volk zou van dan af hun Dikke Kapel eerbiedigen.

Tegelijk met deze herstellingen werd ook het Kalvariekruis, dat sinds 1920 aan de achtermuur van de kapel hing, weer op zijn oorspronkelijke plaats gezet, een voetstukje met een bidbankje ervoor.

 

 

Functie:

 

We beginnen bij de oprichting van de kapel en de vraag waartoe ze moest dienen. De grote verspreiding van de begangkenis in de 16e eeuw zorgde soms voor een ware toeloop en dus had men nood aan een grotere bedevaartplaats. Grote bedevaarten brengen altijd grote financiële middelen mee zodat deze bouw mogelijk werd. Aangezien Mere zich uitstrekte over een nogal grote oppervlakte en de kerk en dorpskern aan de rand van het dorp lagen was het vanzelfsprekend dat er in het midden een grotere bidplaats werd gebouwd, die gemakkelijker te bereiken was voor de verder afgelegen dorpsbewoners. Deze kapel had dus vanaf haar stichtingsdatum een bedevaartsfunctie. En deze behield ze tot in de 19e eeuw. Als er zich een miraculeuze genezing voordeed werd deze onmiddellijk gesitueerd rond de Dikke Kapel.

Men kon zich ook de vraag stellen aan welk voorwerp de Grote Kapel haar succes te danken had. In de meeste gevallen is het een miraculeus beeld die op die plaats vereerd werd. Hoewel geen enkele bron het over zo een beeld of relikwie heeft. Misschien is het vanzelfsprekend dat een begankenis automatisch gekoppeld werd aan een verering van zo een beeld in de kerk. Men kon dus aannemen dat er in de kapel zelf ook zo een beeld stond. De veronderstelling dat dit beeld vroeger in de kapel zou gestaan hebben en de toeloop naar de kapel doen ontstaan hebben, wordt tegengesproken door de beschrijving van Mr van Vaernewijck. Naast bedevaartskapel en genezingsoord in de echte volksdevotie, was de kapel later, vanaf het ontstaan van de rozenkransommegang, ook ommegangkapel. Ze werd opgenomen in de reeks van druk bezochte kapellen.

Sinds mensenheugnis heeft de kapel altijd een speciale functie bekleed in die ommegang. Nu is het nog zo, gewoonlijk houdt de groep halt aan deze kapel en zingt een Marialied. Daarna zegent de priester er met de relikwie van Onze-Lieve-Vrouw en offeren de mensen een kleine financiële bijdrage. Als er geen priester meegaat, gebeurt dit uiteraard niet; men stopt dan zelfs niet aan de kapel om een lied te zingen. Wanneer mensen alleen de ommegang liepen, gebeurde het vroeger wel eens dat ze voor het Kalvariekruis, achter de kapel op het bankje gingen knielen en er vijf onzevaders en vijf weesgegroetjes baden ter ere van de vijf bloedige wonden van Christus, bij zijn kruisiging.

Tenslotte heeft de kapel van 1950 af nog een nieuwe functie bijgekregen. Sinds de kapel hersteld is, draagt men er in de zomermaanden, maar vooral in mei, soms een mis op. Dit gebeurd dan telkens de eerste zaterdagmorgen van de maand mei.

 

Mariabeeld:

 

In de kapel bidt men tot Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans. Of dit te maken heeft met het feit dat deze kapel de voornaamste is van een rozenkransommegang, is niet zeker. Het is best mogelijk dat dit beeld, zoals de andere, zonder de minste samenhang met het herdachte rozenkransmysterie, in de kapel terecht kwam..