SINT- MAARTENINSTITUUT Naam: Sarie Meersman Nr: 22
TECH. INST. SINT-MAARTEN Klas: 5 EMTa Datum: 02/03/’04
9300 AALST Vak: Geschiedenis
Opgave: categorie B : beschrijving en
geschiedenis van een kerk.
De Sint-Martenskerk te Westrem:
Het kerkgebouw vanWestrem, dat
sinds 28 december 1936 als monument geklasseerd staat in het Koninklijk
Besluit, staat op een duidelijke verhevenheid in het dorp en wordt omringd door
een klein kerkhof. De kerk is een van de beeldbepalende elementen in onze
kleine gemeente. Wie het centrum binnenkomt, merkt van ver het prachtige kerkje
op. Reden te meer om hier even nader in te gaan op de bouwgeschiedenis en de
beschrijving van dit bedehuis.
De bouwgeschiedenis:
Sinds 1145, de eerste vermelding van de parochiekerk van Westrem, heeft het klein kerkje tal
van uitbreidingen gekend.
Als eerste is er het optrekken van de toren op het
einde van de 13e eeuw. De tweede stap van de vergroting behelsde de
bouw van een zuidelijke kapel tijdens de 15e eeuw. Deze werd tegen
de toren opgetrokken, zodat de torenvoet opengebroken werd om een toegang te
verkrijgen.
Vooral tijdens de 16e eeuw onderging de
kerk tal van veranderingen. De westgevel werd voorzien van een groot spitsbogig
venster met traceerwerk, de toren werd in deze eeuw verhoogd en de kerk werd
naar het oosten uitgebreid met een ruim vijfzijdig koor. De zuidoosthoek die op
die manier met de transeptarm ontstond, werd opgevuld door een kleine
sacristie.
De godsdiensttroebelen op het einde van de 16e
eeuw brachten heel wat schade toe aan het gebouw. Het schip van de kerk en de
enige transeptarm brandden in 1595 uit waardoor de verdere uitbreiding van het
kerkje vertraagd werden. Met als gevolg wordt de noordelijke transeptarm pas in
de 17e eeuw bijgebouwd.
In 1644 werd het koor voorzien van een
kruisribgewelf en werden de beide transeptarmen voorzien van hun stenen
kruisribgewelf.
In de 18e eeuw concentreert men zich
vooral op de beuk: het vlakke plafond draagt immers de datum: MDCCLII (1752);
de ankers in de westgevel vormen samen 1788. Mogelijk wijst deze datum op een
wijziging van de gevel, daar de geveltop uit een ander metselverband bestaat
dan het eronder liggende deel.
De hoofdingang in Lodewijk XVI-stijl behoort
stilistisch ook tot de 18e eeuw.
De kerk is snel aan een grondige restauratie toe. In
1889 wordt de restauratieaanvraag gunstig beantwoord. Hoogstwaarschijnlijk zal
dit slechts een gedeeltelijke restauratie geweest zijn, want in 1905 wordt er
al een nieuwe aanvraag aanvaard. In 1971 onderging het gebouw nogmaals een grondige
restauratie. Maar tijdens deze restauraties werd, op aandringen van de
Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, aan het plafond in
stucwerk niet geraakt.
Beschrijving:
*De
plattegrond van de kerk van Westrem heeft de vorm van een Latijns kruis. Van oost
naar west bestaat hij achtereenvolgens uit de beuk, de toren aan beide zijden
geflankeerd door transeptarmen van ongelijke grootte, en het vijfzijdig koor.
In de zuidoosthoek van koor en transeptarm bevindt zich een rechthoekige
sacristie.
*De beuk is geheel in Ledische
zandsteen opgetrokken. De westgevel vertoont echter twee metselverbanden: plint
en gevelvlak in grote zandstenen blokken waartussen brede voegen; geveltop in
zandsteen waartussen zeer dunne voegen. Ook is er een verschil in kleur: de
stenen van de geveltop zijn donkerder dan die van de gevel zelf.
Onderaan in het midden bevindt zich de ingang met
een Lodewijk XVI-omlijsting in blauwe hardsteen. Onmiddellijk hierboven wordt
de gevel opengewerkt door een breed, spitsbogig venster zonder monelen.
De ankers in de geveltop vormen het jaar 1788.
De zuidgevel in Ledische zandsteen bevat drie
rondbogig afgedekte vensters. De omlijstende stenen van het middelste
venstertje vertonen een duidelijk scherpere steensnede dan die van de twee
andere vensteropeningen. Recht onder
het middelste venstertje zijn sporen zichtbaar van een rondbogig afgedekte
smalle deuropening (1m90 x 1m10). Thans
is die tot op volle muurdikte dichtgemetseld met Ledische zandsteen.
De noordgevel biedt ons een analoog beeld als de
zuidelijke langsmuur. Ook hier zijn de drie rondbogige venstertjes te zien,
waarvan de omlijsting van het middelste een scherpere steensnede heeft.
Onderaan zien we alweer een laag, rondbogig afgedekte deuropening die eveneens
is dichtgemetseld maar echter niet tot volle muurdikte.
In tegenstelling tot zijn tegenhanger, bezit de
noordmuur een lage plint met profilering. Beide langsmuren hebben bovenaan een
iets uitspringende, onversierde kroonlijst.
*De
toren
is tot boven toe vierkantig opgetrokken in blokken Ledische zandsteen. Bovenaan
is hij verhoogd door een strook zandsteen in hetzelfde metselverband als de top
van de westgevel van de beuk.
De eerste verdieping is van de klokkenkamer
gescheiden door ene horizontale kordonlijst die rondom de toren doorloopt. In
de zuidwand is een klein rechthoekige lichtopening aanwezig. Op de westelijke
torenwand zijn er nog sporen zichtbaar van een vroege dakmoet. Deze liggen iets
hoger dan het huidige dak en lopen parallel met de hellingen ervan.
Elk vlak van de klokkenkamer bevat een spitsbogig
galmgat met middenstaaf en vierpastraceerwerk in de vensterkop.
De toren is bovenaan afgewerkt met een zware,
geprofileerde kroonlijst, waarboven de slanke achtkantige schaliën spits
staat.
*De zuidelijke transeptarm
is geheel
in Ledische zandsteen opgetrokken boven een zware plint. De ruimte wordt
verlicht door twee spitsbogige vensters.
*De noordelijke transeptarm
is in
baksteen gebouwd op een plint van Ledische zandsteen. Op de hoeken zijn
zandstenen hoekkettingen aangebracht. In de westmuur zit een rondbogig
afgedekte deur met zandstenen boogomlijsting waarboven zich een rechthoekig
nisje bevindt.
*Het vijfzijdige koor is eveneens in Ledische
zandsteen opgebouwd. Het bevat vier drieledige spitsboogvensters met
visblaastraceerwerk in de vensterkop. De oostzijde van het koor is blind
gehouden.
*Het
bijgebouw (de sacristie) bevindt zich in de zuidoosthoek van koor en transeptarm.
Ook dit gebouw is in Ledische zandsteen opgetrokken. Twee rechthoekige
venstertjes verlichten de ruimte. Het lessenaarsdak van de sacristie loopt met
een lichte knik door in de oosthelling van het transeptdak.
Binnenaanzicht:
*De binnenruimte van de beuk
is afgedekt
met een vlakke zoldering met rococoversiering in pleisterwerk. Hierop komt het
jaartal MDCCLII voor.
De doorgang van de beuk naar de toren is op dubbele
wijze gerealiseerd. De muur van de beuk is door middel van een rondbogige
arcade geopend. Deze rust op imposten in de vorm van pleisteren voluten. De
torenvoet echter is opengewerkt door een gedrukte spitsboog die tegen de
rondboog van de beuk is gebouwd.
* De toren: De doorgang naar beide
transeptarmen en naar het koor bestaan uit spitsbogige arcaden, waarvan de
spitsbogen scherper zijn dan die naar de beuk.
De viering is overwelfd door een kruisribgewelf
waarvan de zware ribben rusten op kraagsteentjes in de vorm van een omgekeerde
klok. Een doorgang naar de zolder van de beuk in de eerste verdieping van de
toren, is afgedekt met een gedrukte spitsboog.
* Beide transeptarmen
zijn
afgedekt met een stenen kruisribgewelf met eenzelfde ribprofiel. In de
zuidelijke arm is het zuidelijke gewelfvlak doorbroken door de boog van het
grote spitsbogig venster. De muren zijn op verschillende plaatsen gescheurd.
Deze feiten, als ook de afwezigheid van steunberen tegen de buitenkant laten
veronderstellen dat deze transeptarm oorspronkelijk afgedekt was met een houten
tongewelf.
De zuidoosthoek van de noordelijke transeptarm
vertoont een verzwaring in de vorm van een dikke pilaster. Vermoedelijk is dit
een overblijfsel van een steunbeer tegen de toren.
* Het polygonale koor
is afgedekt met een kruisribgewelf, waarvan de ribben hetzelfde profiel
hebben als die in de transeptarmen. Op de sluitsteen leest men de datum 1644.
De beide westelijke hoeken van het koor zijn afgeschuind. In de eerste
zuidelijke travee bevindt zich de doorgang naar de sacristie.
Besluit:
We hebben hier te maken
met een eenvoudig zaalkerkje, dat in de 12e eeuw gebouwd werd, met
ten oosten ervan een klein, rechtgesloten koortje. Het was volledig opgetrokken
in grote blokken Ledische zandsteen in regelmatig verband en had ogenschijnlijk
niet de minste versiering. De beukruimte werd verlicht door twee maal drie
vensters in de langsmuren en minimaal een venster in de westgevel. Men had de
mogelijkheid om beide zijden van het kerkhof te bereiken langs de twee
lijkdeurtjes, symmetrisch tegenover elkaar geplaatst in de zijmuren.
Bron: Het persoonlijk archief van Mr Jozef Meersman