St.
Stefanuskapel
Mien De Vriendt 4WET1 26/02/04
Tine Van den Eede
4WET1
Nele Van den Eede 4ECA1

Inleiding:
Het landelijke en nog rustig gehucht Steven wordt in een
adem vernoemd met haar kapel, hoewel ze historisch verbonden is met het gehucht
Gevergem. De kapel lag centraal tussen verschillende grote hoeven waaronder
Dekkershof en de Abbeelhoeve.Deze kapel, de H. Stefanus kapel of in de volksmond
Stevenskapel genoemd, is toegewijd aan Sint-stefanus. Dit is de patroonheilige
voor weduwen, wezen en hulpelozen. Zoals te zien is op de afbeelding heeft hij
enkele stenen vast, hiermee wil men wijzen op het feit dat hij gestenigd is
door Paulus.
Volgens de overlevering zou de kapel van Gevergem aanvankelijk de
parochiekerk geweest zijn van zeven omliggende dorpen, wat echter op geen
enkele historische grond berust.
Historische achtergrond:
Om het verre ontstaan van stevenskapel terug te vinden moeten we
terugkeren tot de 5e eeuw. Zo zouden er zeven boerderijen geweest
zijn, waarvan de bewoners naar deze hoevekapel kwamen bidden. Vanaf iedere
hoeve leidde een weg naar de kapel. Het wegennet vandaag convergeert er nog
steeds naar toe. Men vermoedt dat 1000 jaar geleden de plaats van de huidige
kapel een villa - of hofkerkje van de benedictijnenabdij van Lobbes was. Ook de
ommuurde begraafplaats die hier vroeger was doet een verre oorsprong vermoeden.
Er doet een legende de ronde dat in 1302 een woeste ruiter door de
duisternis zijn weg kwijtraakte die vluchtig een kruisteken sloeg toen hij langs
de kapel passeerde. Deze ruiter bleek Willem van Saeftinghe te zijn die tijdens
de gulden sporenslag naam maakte door zijn lekenbroeders in de cisterciënzerabdij
ter Doest van de ondergang te redden.
Oude kapel:
Onder de naam oude kapel brengt men de geschiedenis
van de kapel onder van de 14e eeuw tot begin van de 20e
eeuw.Vanaf de beginjaren van de 20e eeuw spreekt men van de nieuwe
kapel. In de 16e en 17e eeuw deed de kerk dienst als
verschillende mogelijkheden van onderdak. Zo was ze in 1592 voornamelijk een
noodkerk (toen was ze nog bedekt met stro) In 1664 werd een nieuwe kapel in
baksteen gebouwd en het jaar daarna met leien gedekt. Rond dit gebouwtje was
een ommuurd kerkhof. De kapel was voorzien van een dakruiter en had minstens
drie vensters met rondboog langs de zuidkant.
Tijdens de Franse periode van Napoleon werd de kapel te koop aangeboden als
staatseigendom. De aankondiging luidde als volgt : Canton van Lebbeke, commune van moorsele. Eene kapelle, genaemd
Stephane-kapelle, inhoudende 6 roeden, paelende oost en zuyd de straete,
geprezen 13 francs in revenu, en in kapitael, daer onder gerekend 200 francs
voor 10 bomen : 520 francs. Tussen
1885 en 1889 werden herstellingswerken uitgevoerd, onder meer aan het torentje. In 1889 witte Franciscus De Wit de kapel en voerde
herstellingen uit voor de som van 50fr. In 1938 werd dit nog eens gedaan voor
de som van 8000 fr. Voor de kapel stonden vier linden en erachter een olm.
In 1912 werd de kapel volledig afgebroken. Op dezelfde plaats werd met nieuwe
materialen de huidige stevenkapel opgetrokken. Bij de afbraak werden
verscheidene middeleeuwse overblijfselen gevonden waarvan enkele oude
waardevolle voorwerpen bewaard zijn gebleven in de nieuwe neogotische kapel. Zo
zijn er bijvoorbeeld een beeld van de H. Stefaan in notelarenhout uit de 16e
eeuw, een eikenhouten altaar in
Lodewijk XV stijl, een schilderij, een klokje van 46 kg uit 1456 met de
inscriptie: maria is minnen naem
ghemaeckt int jaer MCCCCLXXVI en een stuk van een grafsteen vroeger aan de
ingang in de vloer, nu in de muur van het portaal te vinden.
Nieuwe kapel:
Zoals reeds gezegd spreekt men vanaf 1912 over de
nieuwe kapel. In 1903 antwoordde het bisdom van Gent aan ondernemer Moortgat
dat vooreerst een beraming moest worden opgesteld voor de vergroting van de
kapel. Waarschijnlijk dateert het eerste plan tot vergroting van de kapel uit
deze tijd. De oude kapel werd gereduceerd tot een zijbeuk van het nieuwe
kerkje. 2 kolommen zouden de noordelijke zijmuur vervangen. Het westelijke gedeelte
van de oude bidplaats werd doopkapel, terwijl oostelijk de sacristie voorzien
was. In het tweede plan vormde de oude kapel de voorste travee van het schip en
de zijbeuken van het nieuwe kerkje. Langs de zuidkant werden het koor, de
sacristie en de doopkapel aangebouwd. Het was naar het zuiden georiënteerd. Maar
in 1906 was er nog niets van het plan te zien. De inwoners van de wijk stelden
voor dat ze de verbouwing zelf zouden ondernemen, maar dit voorstel werd
verworpen. Het bisdom vond dat er te weinig inwoners naar de kapel gingen om er
geld aan te besteden.
Voor de 19e eeuw werden er geen eucharistievieringen gehouden
in de kapel door priesters. Vanaf 1885 zou men al pogingen hebben gedaan om
minstens een mis op zon - en hoogdagen te verkrijgen. Aangezien de Stevenisten
toch niet naar de kerk gingen in de St- Martinuskerk hadden ze een aanvraag
ingediend bij het bisdom om een eigen parochie te stichten. Meerdere
verzoekschriften zijn verstuurd naar schepenen en bisschoppen maar nooit
ontving men enige reactie. Om een zondagse mis te bekomen werden er 100 jaar
terug heel wat acties ondernomen en dat er op ’ t Steven een serieus
meningsverschil was bewijzen de talrijke brieven, door inwoners van Steven naar
wereldlijke en geestelijke prominenten, waar zelfs politieke partijen aan mee
deden. En of het menens was, de gelovigen van ’ t Steven weigerden om de
St-Martinuskerk te betreden. Ze kwamen ’s zondags voor de gesloten kapeldeur
bidden. Hieronder een verzoekschrift aan de bisschop gericht. Deze brief werd
met meer dan 1600 handtekeningen van inwoners uit de omgeving van Steven
ondertekend.

Restauratie:
In 1999 blijkt dat er herstellingen moeten gebeuren
aan het dak en dat er diverse binnen - en buitenwerken dienen uitgevoerd te
worden. De kerkfabriek heeft te weinig geld in kas om de restauratie te
bekostigen. Ze komen immers 2 miljoen te kort. Het St. Stefanuscomité probeert
zo veel mogelijk geld in te zamelen bij de inwoners van Moorsel. Alle
medewerkers helpen de inboedel tijdelijk te verhuizen naar de noodkapel in de
chirolokalen. Het haantje bovenop de kerktoren is vervangen door een nieuw daar
er een van de omwonende mensen het haantje gebruikte als schietroos. Oude
beelden werden herschilderd en andere dingen werden nieuw aangekocht zoals de
doopvond, tabernakel, een tochtportaal, … Aangezien het klokje uit 1426 dateert
bleef deze onveranderd. Dit komt doordat de buurtbewoners een list bedachten
toen de Duitsers tijdens de tweede wereldoorlog het klokje wilden weghalen voor
hersmelting.
Heropening :

Op tweede kerstdag werd met de zegening van het altaarkruis en een mis
de Stevenkapel door vicaris-generaal van het bisdom Gent heropend. De
Stevenisten en sympathisanten daagden massaal op. Op weinig plaatsen zal de
kapel er zo netjes en verzorgd bijliggen.

Besluit:
Waarschijnlijk gingen de spanningen tussen Steven en het dorp minstens
gedeeltelijk terug tot de eeuwenoude tweeledigheid van Moorsel. Onvermijdelijk
geraakte het streven naar een parochie verwikkeld met de dorpspolitiek, wat de
zaak zeer bemoeilijkte. De grote hinderpaal was niet het bisdom maar de
plaatselijke overheid zowel op kerkelijk als op burgerlijk vlak. Door de
opstand tegen het kerkelijke gezag had men het ook verkorven op het bisdom.
Materiele belangen hebben ongetwijfeld langs beide zijden een rol gespeeld. Het
is wel jammer, dat een dergelijk bewonderswaardig initiatief door een samenloop
van omstandigheden zo moest ontsporen. Uiteindelijk werd er toch een redelijk
resultaat bereikt.
Bronvermelding:
- krantenknipsels uit - het Nieuwsblad
-
de Streekkrant
-
3 maandelijks tijdschrift van de heemkundige kring “De Faluintjes”
-
Moorsel, een kijkboek
-
Geschiedkundige verhandeling met inventarisatie van zijn straten en
gebouwen, Moorsel
-
“Verzorg ons erfgoed”, inventaris van waardevolle gebouwen, landschappen
en archeologische sites in de Faluintjes