Onderwerp  : Sint Pietersbandenkerk van Welle.

Leerling : Pieter Leyman.

Klas : 4LB1 – SMI – AALST – maart 2004.

 

Inhoudstafel

 

1. Welle: 1.1 De parochiepatroon
                1.2 Het bouwwerk
                1.3 De altaren
                1.4 Het tabernakel
                1.5 De godslamp
                1.6 De zijaltaren
                1.7 De altaarbenodigdheden
                1.8 De ornamenten (gewaden) voor de eredienst
                1.9 De heilige vaten
                1.10 Het doopwater en het Chrisma
                1.11 De preekstoel en de zitstoelen
                1.12 De glasschilderkunst
                1.13 Het torenuurwerk
                1.14 De sacristie

2. Het oude kerkgebouw te Welle

3. Restanten uit het oude kerkgebouw: 3.1 De klok
                                                                  3.2 Het hoofdaltaar
                                                                  3.3 Koperen doopvontdeksel
                                                                  3.4 Twee oude sacristiekasten
                                                                  3.5 Het oude orgeltje

4. De bouw van de nieuwe kerk: 4.1 Inleiding
                                                       4.2 Giften voor de nieuwe kerk

5. Het kerkgebouw

6. Monumentale uitrusting: 6.1 Muurschilderingen
                                                6.2 Glasramen
                                                6.3 Klokken
                                                6.4 Torenuurwerk
                                                6.5 Verwarming
                                                6.6 Doopkappel en doopvont
                                                6.7 Sacristie

7. Het meubilair: 7.1 Inleiding
                              7.2 Hoofdaltaar
                              7.3 Zijaltaar van O.L. Vrouw
                              7.4 Zijaltaar Sint-Pieter
                              7.5 Biechtstoelen
                              7.6 Preekstoel
                              7.7 Communiebank
                              7.8 Weekaltaar, dienstaltaar, twee credenstafels en twee lezenaars
                              7.9 Koorgestoelte
                              7.10 Priesterstoelen
                              7.11 Doksaal en Orgel

8. Beelden en schilderijen: 8.1 Beelden in hout
                                              8.2 Beelden in gips
                                              8.3 Schilderijen

 

 

 

9. Liturgische voorwerpen en cultusobjecten: 9.1 Kelken
                                                                              9.2 Cibories
                                                                              9.3 Pixis
                                                                              9.4 Stralenremonstrans
                                                                              9.5 Oliestel
                                                                              9.6 Ampullen en schaal

                                                                              9.7 Wierookvat
                                                                              9.8 Altaarlessenaar
                                                                              9.9 Flambouwen (fakkels)
                                                                              9.10 Kandelaars

                                                                              9.11 Processiekruis
                                                                              9.12 Kruisen
                                                                              9.13 Zilveren doopschelpje
                                                                              9.14 Gong
                                                                              9.15 Zilveren kroon en scepter
                                                                              9.16 Relieken
                                                                              9.17 Relieken te Welle bewaard

10. Besluit

11. Index foto’s

12. Bron vermelding 

 

 

 

 

De Parochiekerk

Om zich enig idee te kunnen vormen van het voorkomen van onze eigen kerk, van het hoe en waarom van zovele kerkgebonden zaken, is het nuttig even te snuffelen in de "decanale verslagen", waarmee de Deken op geregelde tijdstippen verslag uitbracht bij zijn bisschop over de gang van zaken in de parochies van zijn dekenij.

1. Welle 

1.1 De parochiepatroon
Welle heeft "Sint-Pietersbanden" als parochie patroon. Sint-Pieter is één van de oude patroonheiligen in Vlaanderen, alhoewel "St.-Pieter" alleen volgens ingewijden nog ouder zou zijn dan Sint-Pieter in de boeien. In het Land van Aalst zijn er 27 parochies die als .. patroonheilige O.-L.-Vrouw hebben, 31 heten St.-Maarten en St.-Amandus heeft zijn naam verleend aan 20 parochies o.m. aan Denderhoutem, Denderleeuw, Heldergem, Herlinckhove (Ninove), Iddergem, enz...; 17 dragen de naam van St.-Pieter waaronder Welle..."Sanctus Petrus ad vincula". In het Latijn zit in deze vorm een zekere beweging: Petrus vereren wij omdat hij zover gaat dat hij in de gevangenis belandt. Wij vereren hier de H. Petrus, de gevangene omwille van zijn geloof in de Verrezen Heer.

1.2 Het bouwwerk
Over de oude kerk zelf hebben we weinig gegevens, behalve een "lichtdruk" en enkele details, gekend uit geschriften. De daken waren een voortdurende zorg, maar ook de vloer, die veel te lijden had van de begraafplaatsen in de kerk. Het strooien dak van de kerkbeuk te Welle werd hersteld in 1627, terwijl de pastoor dacht aan de vernieuwing van het zijkoor in 1629. In dat zelfde zijkoor werden dan in 1634 grotere vensters gestoken. Ondanks een degelijke dakbekleding vermeld in 1642, 1655, 1688 en 1715, was de muur langs de noordzijde volledig in verval in 1766. In 1771 werd er een nieuwe vloer gelegd, wat er op wijst, dat er reeds vroeger een betegeling aanwezig was. De tiendenheffer droeg in 1769 1200 gulden bij om de kerk langs de noordkant te vergroten in 1769. De deken besloot in 1796 zijn verslag met de vermelding dat de kerk in goede staat was.

1.3 De altaren
Op verscheidene parochies kende men de titelheilige van het hoofdaltaar niet. In vijftien kerken was het toegewijd aan het H. Kruis, o.m. Denderhoutem, Erembodegem en Ninove. In Denderleeuw was het Sint-Salvator of de Heilige Verlosser en in Welle was een altaar toegewijd aan de Naam Jezus. Men kende de patroonheilige Sint-Pieter op verscheidene plaatsen maar niet in Welle. In Iddergem was het reeds Sint-Amand en in Haaltert Sint-Gorik.

1.4 Het tabernakel
In iedere parochiekerk moesten enkele geconsacreerde Hosties bewaard worden voor de bediening van de zware zieken. De bewaarplaats diende waardig te zijn en degelijk afgesloten. Deze kast, die zich vóór de godsdienstoorlogen (ca. 1565- 1585) in de muur bevond, of in een afzonderlijk gebouwtje (sacramentstoren), kreeg nu een plaats op het altaar. De sleutel moest verguld zijn (en is dat nog steeds te Welle) en het tabernakel moest van binnen bekleed zijn. Gedurende de 18-de eeuw werden op heel wat parochies nieuwe tabernakels geplaatst. Soms was het een draaibaar tabernakel, zodat het ook kon dienst doen bij de uitstelling van het Allerheiligste ter gelegenheid van het lof. Het gebeurde dat de deur van het tabernakel versierd werd met een halfverheven beeldhouwwerk, dat bij voorbeeld het offer van Isaak door Abraham voorstelde of het laatste avondmaal.

1.5 De godslamp
Het provinciaal concilie van 1607 schreef voor dat dag en nacht licht moest branden voor het Allerheiligste in het tabernakel, op zijn minst onder de goddelijke diensten. Onmisbaar was een lamp en de nodige olie, maar daar hing natuurlijk ook een prijskaartje aan. Meestal was men beducht voor de kosten. Op enkele plaatsen brandde daarom tot omstreeks 1630 slechts één kaars tijdens de goddelijke diensten. Zo was het ook in Welle (1631). Een (gods-)lamp werd toch aangekocht voor1636. In 1739 brandde de godslamp wel overdag, maar niet 's nachts, "om de aandacht van de dieven er niet op te vestigen"...of soms ook bij gebrek aan olie, of als gevolg van de armoede van de kerk. In Welle was er in 1774 een geldinzameling voor de aankoop van godslampolie.

1.6 De zijaltaren
Pas sinds het tweede Vaticaans Concilie is het opnieuw in gebruik, dat priesters samen aan één altaar het H. Misoffer mogen opdragen; voordien stond elk aan "zijn altaar". Met de groei van het aantal priesters was er dus ook een noodzakelijke toename van het aantal altaren. Ook de gilden of ambachten zorgden voor de groei van "de eigen kapelletjes". In Welle waren er drie. Rond het midden van de 17e eeuw waren de altaren op de meeste parochies gewijd, maar vele werden in de loop van de opeenvolgende krijgsverrichtingen door de Hollandse of de Franse soldaten geprofaneerd. Zo geschiedde het in 1674 te Welle. Te Welle werd boven de oude marmeren tombe een nieuw altaarportiek geplaatst in 1735; het werd geschilderd en verguld in 1736; in 1752 werden de zijaltaren in verschillende kleuren geschilderd. In 1781 kwam er een nieuw altaar ter ere van Sint-Pieter (200 gulden), terwijl in 1790 alle altaren werden gemarmerd.

1.7 De altaarbenodigdheden
Slechts wat strikt nodig was vinden we gedurende de 17e en zelfs 18e eeuw in de kerken terug en dan soms nog in gebrekkige mate: altaardwalen, licht en de nodige kandelaars, een altaarkruis en een altaarvoorhangsel (antependium). Zilveren kandelaars kregen een bijzondere vermelding: te Bottelare waren er twee zilveren tafelkandelaars "geiont bij juffer. Stof" (1718). In 1724 schonk de dochter van de heer van Overham er twee aan Erembodegem. In 1741 had Welle er vier in zijn bezit.
In het begin van de 17e eeuw stond er nog geen kruis op het altaar. Het hoofdaltaar was over het a!gemeen versierd met een schilderij, een tafereel uit het leven van Jezus of van de patroonheilige. Het altaarvoorhangsel of antependium werd aangewend in de verschillende liturgische kleuren (wit, rood, groen, paars). Ook het zwart voor de begrafenis deed zijn intrede. Dit sierstuk kreeg steeds meer aandacht en was soms vervaardigd uit damast (met bloemen of figuren doorweven stof). Soms was het gemaakt uit zijde met gouddraad bewerkt of uit zilverlaken, soms zelfs uit goudlaken. Ook waren er geborduurde en zelfs uit hout gesneden. De meeste parochies waren ervan voorzien. Welle had er zeven: 3 witte, 1 zwart voor het hoogaltaar, en 1 voor het zijaltaar (1715). In 1720 heeft onze parochie vijf nieuwe antependia aangeschaft.

1.8 De ornamenten (gewaden) voor de eredienst
De albe (wit kleed), de stool en de kazuifel en voor de assistenten de dalmatiek of tuniek waren noodzakelijk om de H. Mis op te dragen. Voor de toediening van de sacramenten droeg de priester een superplie en een stool. Voor lof en processie kwam daar bij een koorkap en een schoudervelum..
Naargelang de groeiende welstand kregen ook al deze elementen meer aandacht. Zo kwamen de meeste parochies op het einde van de eerste helft van de 18e eeuw in het bezit van "fraaie" kerkgewaden. Welle had in 1742 ook kostbare gewaden in zijn bezit. In 1724 had Welle een "nieuw (schouder)velum" voor het Allerheiligste aangekocht voor 30 gulden. Later worden er nog gewaden vermeld "met gouden bloemen". Uit de gegevens blijkt ook, dat de meeste parochies voor de pastoor en voor de koster over minstens één superplie (koorhemd) beschikten.

1.9 De heilige vaten
De kom van de kelk moest minstens van zilver zijn en de binnenkant verguld. We mogen aannemen, dat de tinnen kelken vanaf de jaren 1620 in onbruik zijn geraakt, omdat zij niet meer vermeld worden in de dekanale verslagen. In de 18e eeuw evenwel waren ze weer volop in gebruik. Deze zilveren kelken werden ook begeerd door de dieven. Naast de kelk had men ook de pixis en de ciborie. Enkele kerken werden van hun pixis beroofd.In Welle (1622,1688) deed de ciborie ook dienst als monstrans; op verscheidene plaatsen was de ciborie van koper maar verguld, onder andere in Welle (1715). In 1720 was er een nieuwe van zilver. De monstrans, gebruikt bij processie en lof, was voorradig in Welle. Eén in verguld koper in 1622 en 1688, één met vergulde zilveren stralen in 1715 en een mooie, nieuwe en kostbare was er in 1719. Van kanonborden, ampullen, wierookvat en schelpje, van wijwateremmer en kwast is er voor Welle geen sprake maar wellicht waren deze voor werpen ook hier voorradig.

1.10 Het doopwater en het Chrisma
Grote aandacht ging er ook naar de doopkapel, de doopvont en de H. Oliën. Waarschijnlijk was er een zekere vrees voor misbruik. De deken keek nauwlettend toe of de doopvont in orde was en op slot. Later was hij bezorgd of de doopkapel vei lig afgebakend was en of de H. Oliën goed beveiligd en netjes bewaard werden. Te Welle werd de doopvont goed bevonden in 1655 en vanaf 1688 waren de doopvont en de doopkapel goed afgesloten. Ook moest er een stortplaatsje zijn om het gebruikte doopwater uit te gieten. Kijkend naar het oude doopvontdeksel merken we nu nog steeds de scharnieren en het oog voor het slot. In de nieuwe kerk is er ook het ijzeren hek dat kan gesloten worden en eveneens het uitgietputje.

1.11 De preekstoel en de zitstoelen
De preekstoel kwam algemeen in gebruik na het concilie van Trente. Het was meestal een versierde kuip op voet met een klankbord erboven. De meeste kerken lieten er een maken in het begin van de 17 e eeuw. Over Wel1e wordt in alle talen gezwegen. Tot voor de beeldenstorm zijn er weinig of geen stoelen of zitplaatsen in de kerken. Het gebruik van banken kwam stilaan in tot stand.

1.12 De glasschilderkunst
Van de glasschilderkunst is ons zeer weinig bekend en wellicht waren geschilderde brandglasramen weinig of niet te vinden in onze parochiekerken.

1.13 Het torenuurwerk
Denderleeuw werd het torenuurwerk in 1677 lor de Fransen geroofd; in 1680 werd er voor 250 gulden een nieuw aangekocht.Van Welle is er en sprake, alhoewel er op de oude lichtfoto' van 1875 een uurwerk te onderkennen valt. In 1779 werd er toch enige aandacht besteed aan de toren en werd er een vergulde koperen bol op geplaatst.

1.14 De sacristie
Aan iedere kerk diende een afzonderlijke ruimte te zijn waar de priester zich klaarmaakte voor het uitoefenen van de eredienst. Daar werden ook de liturgische gewaden bewaard en zelfs de kist met het kerkarchief en het kerkgeld, zoals toen werd aanbevolen. Te Welle was de sacristie in orde ( 1688) en voorzien van een kast (1718). Het nodige tot het toedienen der sacramenten bevond zich d aar achter slot maar had te lijden van vocht (1759). De meeste kerken beschikten over een 'komme", of kist, meestal van eikenhout, met drie sloten, waarvan één sleutel in het bezit van de past oor was, één bij een kerkmeester en een derde bij d e burgemeester, de griffier, de meier of bij één van de schepenen. In de kist werden de docum enten bewaard (o.m. de rekeningen) en het geld van de kerk en de armendis, althans wanneer de voorschriften van de synode werden nageleefd en de uitspraak van de Raad van Vlaanderen van 1714 werd nagekomen..

2. Het oude kerkgebouw te Welle (zie foto’s 1,2)

De oude kerk was gebouwd in de 15e eeuw. Door het verloop van de jaren was er slijtage gekomen op muren en daken. In 1627 werd het dak van de kerkbeuk hersteld. In 1629 werd het zijkoor vernieuwd, waar in 1634 grotere vensters werden geplaatst. Het herstel van het dak wordt vermeld in 1642, 1655, 1688 en 1715. In 1668 werd er een koor aangebouwd. In 1771 is er sprake van een nieuwe vloer. Omdat de muur langs de noordzijde volledig in verval was, werd in 1776 de kerk langs beide zijden met een uitsprong vergroot. Dit betekende echter slecht te zijn voor de toestand van het hele kerkgebouw. De bruikbare oppervlakte voor de gelovigen was slechts 210 m², voor een bevolking van 1318 zielen. (de huidige kerk heeft een oppervlakte van ongeveer 1.000 m²). De pastoor schreef wellicht iets overdrijvend dat één op drie van de gelovigen de diensten in weer en wind op het kerkhof moest volgen. De oude kerk werd dan in 1875 afgebroken. Maar eerst vroeg de kerkraad toch nog om er een foto van te maken en deze te bewaren in de kerkarchieven.

3. Restanten uit het oude kerkgebouw

Bij de geschiedschrijvers lezen we: "De meubels en versiersels der oude kerk, waaronder de twee zijaltaren, twee eiken zittingen, eene schilderij, eene grote hoeveelheid grafstenen, enz. werden den 6 october 1874 openbaarlijk verkocht". Toch zijn de volgende voorwerpen ons gelukkig nagelaten:

3.1 De klok
In de nieuwe klokkentoren zijn er twee "klokkenstoelen" wat zou laten veronderstellen, dat er ooit twee klokken geweest zijn en er tijdens de oorlog één zou zijn verdwenen. Dit schijnt niet te stroken met de werkelijkheid. In de oude kerk schijnen er ooit meerdere te hebben geklonken, maar de huidige is de énige, die de verhuis van oud naar nieuw heeft meegemaakt. Op de klok staat:
ME FUNDIT BAS TIEN JAMES ANNO DOMINI 1832
Charitate parochianorum de Welle excurso
me susceperunt Joannes Benedictus Baeyens, bur- gemagister,
et Catharina Judoca Van der Meeren,
sub pastore D. Schouppe.
In vertaling luidt het opschrift: Bastien James heeft me gegoten in het jaar des Heren 1832. Ontsproten uit de liefdadigheid van de parochianen van Welle, hebben me in ontvangst genomen

Jan-Baptist Baeyens, burgemeester (als peter) en (als meter) Catharina Judoca Van der Meeren, onder het pastoorschap van D. Schouppe.
De klok heeft een doorsnede van 106 cm en heeft ongeveer dezelfde hoogte. Zij weegt 650 kg en heeft een melodieuze "fa" -klank. Klokken dienen vooral om de gelovigen op te roepen tot de eredienst en ook werd het "Angelus" ermee driemaal daags geluid. Gedurende de godsdiensttroebelen waren bijna alle klokken verdwenen. Het klokkenbestand voor 1650 is ons onbekend. In 1688 is er sprake van twee en dan schijnt er één gewijd in 1736 en in 1742, ook eentje in 1752.Uit het archief van de abdij van Affligem vernemen we, dat deze als grote tiendenheffer in 1738 het pond heeft bijgedragen voor het gieten van een nieuwe klok. Of er ondertussen gebarsten en hergoten klokken zijn geweest is ons onbekend maar, zoals op de meeste parochies, was ook in Welle in 1774 het aantal klokken tot drie gestegen. De klokken van Welle werden in 1764 gegoten door Georges Dumery (of du Mery) van Brugge.Tussen 1757 en 1784 goot deze klokkengieter 370 klokken. In 1845 werd het onderhoud van de kerkklok (met uitzondering van de vervanging van de koorden)toevertrouwd aan de heer De Pauw, hor logemaker te Denderhoutem. Hiervoor zal deze jaarlijks 10 frank ontvangen.

3.2 Het hoofdaltaar (zie foto 3 voor zijkant altaar) 
De witmarmeren tombe -met de relieken van Rogatius, Servius en Pacificus- is overgebleven uit de oude kerk en geeft ons een paar gegevens uit het verleden. In het centrale medaillon, vinden we, omgeven door sierlijke bloemenslingers, de toonbroden op het offeraltaar. Rechts op deze tombe is er een klein wapenschild met drie neerhangende bijlen en als spreuk "Ex Labore requies" of "Rust na arbeid" Dit zou wel eens het wapenschild kunnen zijn van proost Rupertus Beydaels, die deze functie in de abdij van Affiigem uitoefende van 1682 tot 16859. In 1735 is er een nieuwe bovenbouw op het hoogaltaar geplaatst, in 1736 is deze verguld en in verschillende kleuren gezet

3.3 Koperen doopvontdeksel
Dit deksel heeft zijn scharnieren bewaard en is er zo getuige van, hoe vroeger het doopwater beschermd werd tegen misbruik en vervuiling.

3.4 Twee oude sacristiekasten
De oude klassieke legkast met ruime laden en een zeer groot bovenblad voor het plooien der gewaden was te groot voor de nieuwe sacristie en werd ingekort. Pas gerenoveerd is het een pareltje voor de liefhebber van antiek. Een tweede merkwaardige kast is de "driesloten kast". Deze kast was hoogstwaarschijnlijk de archief - en documentenkast uit de oude kerk. De akten en andere merkwaardige en waardevolle documenten werden in de sacristie bewaard en de beveiligde kast kon slechts worden geopend in aanwezigheid van de pastoor, de voorzitter van de kerkraad en de heer van de plaats of zijn afgevaardigde. Voorval: terwijl de kerkraad steeds samen komt in de pastorie zien we, dat die samenkomst in januari 1885 uitzonderlijk plaatsvindt in de sacristie. Deze bijeenkomst moest beslissen over het aanvaarden van een betwist testament, waarvan de kopie wellicht in de archiefkast was opgeborgen.

3.5 Het oude orgeltje
In 1879 staat geschreven: "De kerkraad, wetende dat het orgeltje van de oude kerk in geen geval overeenkomt met de schone nieuwe kerk, denkt dat het ogenblik aangebroken is haar wens te ver wezenlijken om een nieuw orgel te doen plaatsen dat overeenkomt in stijl en grootte met dit schoon gebouw." Het oude orgel werd verkocht aan de pastoor van Elene in 1888 voor 380 fr.

4. De bouw van de nieuwe kerk

4.1 Inleiding
Op 26 mei 1866 wordt E.H. Carolus Anthonus, onderpastoor te Lede, hier te Welle met veel luis ter als pastoor aangesteld. Als pastoor zal hij er ook in 1888 sterven. In het Liber Memorialis lezen we : "In het jaar onzes Heren 1869, op 17 augustus, koopt de kerkfabriek van Welle grond met toestemming van de regering, om daar een nieuwe kerk te bouwen." (G. Anthonus) Drie jaar na zijn aanstelling roept de pastoor een bijzondere kerkraad bijeen met als doel in over weging te nemen:

1. dat de kerk door het toenemen van de bevolking  van de Gemeente Welle en door het alhier bijwonen van de kerkelijke diensten door een gedeelte van de bevolking van de wijken Terjoden onder Erembodegem en Leeuwbrugge onder Denderleeuw (voor wie ~de kerk van Welle de dichtsbijzijnde kerk is) de huidige kerk te klein is geworden om alle gelovigen te herbergen.
2. dat de oude kerk door haar ouderdom, slechtbouw en vochtigheid dringende herstellingswerken vereist.
3. dat, indien de kerkraad -met behulp van de gemeente, staat, provincie- zou beslissen om een kerk te bouwen, dit niet kan op dezelfde plaats waar de oude kerk momenteel staat. Vooreerst omdat het kerkhof te klein zou worden en de straat naast het kerkhof bovendien nog verbreed zou moeten worden.
4. dat de heer Ferdinand De Meester de Bettenbrouck, grondeigenaar te Brussel, bereid is om een partij grond gelegen op het Kerkveld te Welle (sectie B nr 298) met als oppervlakte 29 aren en 60 centiaren (palende aan het kerkhof, de pastorij, de heer Heirmann en de voetweg) te verkopen aan de kerkraad tegen de prijs van 4.330 frank boven alle kosten(zowel die kosten die nodig zijn voor het bekomen van het gebruik, als diegene voor de verkoopakte en het bekomen van de machtiging) welke allen ten laste zijn van de Kerk. Overwegende dat deze partij land door haar gunstige ligging zeer goed geschikt is voor de bouw van de nieuwe Kerk en de vergroting van het kerkhof
5. dat gezien het proces-verbaal van de schatting dat door twee bevoegde schatters werd opgemaakt waaruit blijkt dat de bedoelde partij land een hedendaagse waarde heeft van 4.330 frank zon der de lasten
6. dat gezien er uit het proces-verbaal van het onderzoek naar commodo & incommodo door de burgemeester opgemaakt, blijkt dat er tegen de koop geen opmerkingen en/of tegenkantingen werden genoteerd.
7. dat gezien het certificaat dat aan de pastoor werd toegezonden op 15 januari jl. door de hypotheekbewaarder van Oudenaarde waaruit blijkt dat de bedoelde partij land met geen hypothecaire inschrijving is bezwaard.
8. dat de kerkfabriek om de aankoop van de grond te financieren over voldoende geldmiddelen beschikt door haar obligaties te verkopen en door gebruik te maken van haar kasgeld.
Daarom vraagt de Kerkraad aan de Bestendige Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen de machtiging om de bovenvermelde grond aan te kopen tegen de vooropgestelde prijs. Dit verzoek werd eveneens ter advies aan de Gemeenteraad voorgelegd.

Getekend: Ch. Anthonis, pastoor, P. Fr. Pauwels, Jan Langelet, Augustinus De Sadeleer, Jan Baptist Hendrickx en Dominicus De Cuyper, burgemeester.

"In het jaar onzes Heren 1872, 26 maart, met toelating van het bestuur en van zijne doorluchtigheid Mgr de bisschop, zijn verkocht onroerende goederen van de kerk voor de prijs van 47.510,00 fr. (ongeveer 15 dagwanden)" schrijft de pastoor in zijn gedachtenis boek. Officieel wordt deze som afgezwakt, wellicht om wat zwart geld voorradig te hebben en naar eigen inzicht ook eens iets te kunnen doen.
Modest De Noyette, bouwkundige te Gentbrugge wordt gevraagd een plan en een raming op te maken.

In de archieven lezen we: "de nieuwe kerk, in "schoonen Gothischen stijl", wordt geschat op 98.700 fr. De oude kerk heeft nog een waarde van 3000 fr. De verkoopswaarde van de kerkeigendommen werd geschat op 60.000 fr." In feite werd één vierde van de kerkeigendommen (ongeveer 15 dagwand) verkocht voor de prijs van 41.134 fr. De bijdrage van de gemeente was 20.566 fr en Staat en Provincie nog eens 34.000 fr.
Over de juiste omvang van deze bijdragen is er een jarenlange discussie.

Het Koninklijk Besluit van 28 augustus 1871 verleent de toelating om de Kerk volgens plan te bouwen. De heer Modest Van Heddegem, een aannemer uit Zottegem, heeft de aanbesteding gehaald voor de som van 91.950 fr. Iets eigenaardig in de meerwerken is dat de funderingswerken moeten dieper gaan omdat zij de vaste grond onder de graven niet bereiken: dus waar nu de kerk staat was er vroeger zeker een stukje van het kerkhof. Omdat de nieuwe kerk zo waardevol geacht werd, is deze dadelijk verzekerd "tegen brand en beschadigingsgevaar". De waarde van het te verzekeren gebouw werd op 100.000 fr geschat.

Achter het hoofdaltaar vinden we de "Lapis primarius 1872" of "de eerste steen 1872"
De blauwe steen (arduinsteen) die aangebracht is in de zijgevel van de kerk, langs het Torenstraatje bevat volgend gedenkschrift:
Anno MDCCCLXXII
C-J. Anthonus Pastore
D. De Cuyper Burgimagistro
J-B De Mets praeside .
M.De Noyette Architecto
In het jaar 1872 ten tijde van pastoor C-L Anthonis, van Burgemeester D. De Cuyper, van voorzitter (van de kerkraad) J-B De Mets en van architect M. De N oyette. In 1891 staan de muren van de kerk (binnen) nog steeds in grauwe mortel en de kerkraad neemt het besluit ze te laten "witten" De werkwijze van wit ten volgens Ed. Brassieve wordt in alle kerken gevolgd en overal goed onthaald. De kerk gaat zelf de kosten dragen, die 1.500 fr zullen bedragen.

4.2 Giften voor de nieuwe kerk
In het Liber Memorials lezen we:
"Ter gelegenheid van het bouwen der nieuwe kerk hebben de parochianen van Welle milddadig bijgedragen om dezelfde rijkelijk te versieren. Behalve de verder vermelde schenkers voor het nieuwe meubilair, hebben in geld bijgedragen de volgende parochianen: Mijnheer Jan De Mets - Baeyens: 2000 fr.; Mijnheer Frans De Cuyper - Vanderpoorten: 1000 fr.; Dame wed. 'T Kint-Van De Pene: 1000 fr.; Den Eerw.
Heer Charles Anthonus, Pastor: 1000 fr.; Jufv. Wed. Hendriekx: 500 fr.; Jufv. Wed. De Sadeleer: 550 fr.; Mijnheer Martens (Lange zijde: tegen 't huis De Mets): 600 fr.; Kinderen Langelet (dorp): 200 fr.; Melanie Vander Heijden: 175 francs; Den Eerw. Heer De Roubaix, onderpastoor: 100 fr.; Wed. De Cooman:: 100 fr.; JufV. begijntje Vander Maeren: 100 fr.; De Heer Const.Verhegge, koster: 100 fr Verders door de parochianen kleindere sommen zoo dat de opbrengst van alle de giften beloopen tot twee en twintig duizend, drij honderd en twee en twintig francs (22 322 fr.). Quod attestor c.Anthonus, pastoor."

5. Het kerkgebouw (zie foto’s 4,5,6,7)

Het kerkgebouw is opgetrokken in baksteen met gebruik van een arduinen plint en witte natuursteen voor de afwerking van de verschillende onderdelen. Het gebouw is met natuurleien afgewerkt.Opvallend is de sterke hoogte werking en ritmering door aanwenden van smalle steunberen.
Typologisch gaat het hier om een driebeukige kruisbasiliek met westertoren. Het schip met twee z ij beuken telt vier traveeën of bouwvakken. De t ranseptarmen of kruisbeukarmen vertonen één travee en een rechte sluiting. Het koor evenwel twee rechte traveeën en een driezijdige sluit ing aan de oostzijde. In het verlengde van de zijbeuken zijn twee zijkoortjes toegevoegd. Aan weerszijden van het koor is respectievelijk een sacristie en een bij sacristie toegevoegd. Deels ingebouwde, drieledige westertoren, gesteund door dubbele, viervoudig versneden steunberen. De schouderboogpoort is versierd met een wimberg of frontaal op slanke zuiltjes. Daarboven gekoppelde lancetvensters, waarboven een rozet.
Achtkantige lantaarn, versierd met wimbergen met telkens twee gekoppelde rondboogvormige galmgaten met een wijzerplaat in een spitsboog. Achtkantige scherpe spits. De middenbeuk is afgedekt met een zadeldak en voorzien van rozetvormige bovenlichten. De zijbeuken onder zadeldaken zijn voorzien van spitsboogvensters tussen steunberen. De transeptarmen hebben in de sluiting drielichtvensters, bekroond met een rozet. De zijkoortjes hebben lichtgleuven in de vlakke sluiting. De hoeken zijn gestut door middel van dubbele steunberen. De sacristieën zijn afgedekt met schilddaken met telkens twee schouderboogvormige vensters. De kerk is overwelfd met kruisribgewelven op bundelpijlers met sokkels en knopkapitelen. De binnenmuren zijn lichtgeel beschilderd, met purper, rood en groen voor de afwerking en de versieringen

6. Monumentale uitrusting

6.1 Muurschilderingen (zie foto 8)
Naast de gewone muurversieringen in zeer mooie neogotische stijl hebben we twee echte muur schilderingen. Deze zijn te bewonderen in het koor, boven het koorgestoelte. De muurschilderingen zijn ontworpen en geschilderd door Jules Van Wansele uit Ninove. Zijn voorstellen werden langs Broeder Leopold van Sint- Lucas te Gent ter goedkeuring voorgelegd aan de toenmalige vicaris-generaal van het bisdom Gent. Dat alles vernemen we van zijn nu 83-jarige zoon Alfons Van Wansele van Kapellen, die als kind nog heeft geholpen. Zij zijn geschilderd in 1927, ten tijde van pastoor Odilon Coppens. Uit dezelfde bron vernemen we, dat er bij de bouw van de kerk een mens van de toren zou zijn gevallen, die in alle stilte zou zijn begraven in de zijbeuk van de kerk. Geen enkele andere bron maakt hiervan melding.

6.2 Glasramen (zie foto 9)
De drie koorvensters, versierd met afbeeldingen van heiligen en de twee gekleurde vensters met gestileerde motieven geven een bijzondere sfeer in het koor van de kerk.

Middenvenster bekroond met" ciborie en hostie":
Bij een eerste aanblik blijken de heiligenbeelden een willekeurige plaats te hebben gevonden in de opbouw van de glasramen, doch bij nader toezien liet de kunstenaar zich eerder leiden door de patroonheilige van de schenkers van deze prachtige gotische glasramen. Het centrale venster is geschonken door de familie Domien De Cuyper en zijn echtgenote Joanna Vandersmissen in het jaar 1900. Deze vermelding staat onderaan. Juist daarboven staat de geketende Petrus, die door de engel uit de gevangenis wordt bevrijd met de tekst "Ecce, Angelus Domini asistit" (De engel Gods heeft mij terzijde gestaan); Boven deze centrale figuur vinden we geheel onverwacht, voor een kerk van Sint-Pietersban den, de H. Dominicus, vergezeld van hond met kwast in de muil. De enige reden van deze aanwezigheid is hier het patroonschap van de schenker, burgemeester De Cuyper. Rechts van Dominicus staat de H. Joanna, met kroon van de koningin, de patroonheilige van Joanna Vander smissen de echtgenote van de burgemeester. (De minder bekende heilige is Joanna Van Valois, gestorven in 1505 en de stichteres van de orde van O.-L.-Vrouw-Boodschap of Annunciaten. Haar echtgenoot Lodewijk van Orleans besteeg in 1498 de Franse troon, vandaar de kroon).
Het bovenste luik, juist onder de ciborie en de hos tie, omvat links het H. Hart van Jezus en rechts het heilig hart van Maria. In die jaren kende de devotie tot de Heilige Harten een bijzonder grote bloei.

Venster bekroond met het "Lam Gods"
Het Lam Gods was ook een zeer geliefd christelijk motief van verering. Daaronder vinden we de H. Anna, de moeder van Maria en Rechts de H. Jozef, de vader van Jezus. Daaronder staat opnieuw de patroonheilige van de schenkers afgebeeld: Irena M(a)ertens en Benedictus t' Kint: Dus de H. Irena en de H. Benedictus. Dan volgen nog twee patroonheiligen die bij de familie erg in trek waren namelijk de H. Emmanuel en de H. Delphina, vermoedelijk de patroonheiligen van de ouders. Geheel onderaan staat de maker ver meld: Jos. Casier, Gent 1900. Vermoedelijk is het deze begoede Gentenaar, die in de schoolstrijd van het einde van de vorige eeuw de kloosterschool van Welle op zijn naam heeft laten zetten en aldus de officiële onteigening heeft weten te voorkomen.

Venster bekroond met "Pelicaan"
Onderaan staan opnieuw de schenkers vermeld: Gentilius en Constantia Liefmans, de pastoor en zijn zuster, Anno Domini 1900, met in het midden hun patroonheiligen: Gentilius en Constantia. Daaronder vermoedelijk de voornamen van hun ouders Rosalia en Carolus (Borromeüs) en boven aan de voorloper van Jezus: St.-Jan Baptist. Tenslotte wordt de grote weldoener van Welle niet vergeten, namelijk de kloostergemeenschap wiens patroonheilige de H. Vincentius is.

De twee gekleurde gestileerde ramen in het koor Langs de kant van het kerkhof prachtig gestileer de lotusbloem of waterlelie als zinnenbeeld van overvloed. Geschonken door JB. Wellekens en Catharina Van Haver, A.D. 1901. Langs de kant van het Torenstraatje: hetzelfde raam als hierboven geschonken door onderpastoor Leo D'Hondt 1901

Roosvensters in de zijkapellen
Tiara met sleutels "De sleutels van het Rijk der hemelen" met bloemmotieven aan het zijaltaar van de H. Petrus. De "M" van Maria met kroon en tevens versierd met gestileerde lelies aan het Maria zijaltaar.

Over de glasramen lezen we in de archieven: "De drie geschilderde vynsters in de choor zijn geplaatst den 20ste november 1900, gemaakt door de Heer Joseph Casier (école St.Luc). Deze hebben 2574,46 fr. gekost. (Gentil Liefmans,pastoor) ."
"Den 20e April 1901 zijn geplaatst in de choor 2 vensters in grisaille, gemaakt in de werkhuizen van den Heer Joseph Casier te Gent. De kosten bedroegen 331,11 fr. per raam. De twee roosvensters boven de altaar van O.L.Vrouw en boven den altaar van onzen patroon zijn een geschenk van Madame weduwe Dominique De Cuyper en kosten tesamen, alles inbegrepen,de som van 181,86 frs."

Glasramen vernieuwd in 1970
De glasramen van de zijvensters (kruisbeuk) werden vernieuwd door de heer Gustaaf Casteleyn- Belpon uit Roeselare in Duits nieuw antiek glas aan 1 440 fr de vierkante meter. De vernieuwing was beëindigd in mei 1970 voor een totaal bedrag van 47.191 fr.
De kerkfabriek gaf ook opdracht de venster van het schip van de kerk te laten vernieuwen en een koperdraadnet aan te brengen voor de vensters van het portaal. Deze koperen afsluiting werd uiteindelijk niet geplaatst omwille van de kostprijs. De 10 kleine zijramen kostten te samen 42 643 fr. Dit bedrag werd bijeengebracht via giften van de parochianen.

6.3 Klokken (zie foto 10)
De oude klok van Welle, werd hoger beschreven. Op 10 januari 1996 werd een nieuwe klok, de tweede in de toren, opgehangen. Deze klok is 70 cm breed en ook 70 cm hoog en weegt 235 kilo gram. Ze vertoont een kroonlijst met druivenranken en opschrift: + A ETE REFONDUE 1782. Verder de gekruisigde Jezus met engeltjes in het midden, vrouw met kind links onder het kruis en een gemijterde en van staf voorziene bisschop rechts. Iets lager is de naam Regnaud vermeld.

Zij is aan de kerkfabriek voor 99 jaar in bruikleen gegeven door de kerkfabriek van Sint-Paulus te Gent, zonder enige vergoeding. Ze is afkomstig van de afgebrande Verrijzeniskerk te Gent. Daar er een tweede klokkenstoel of klokkenboom ter beschikking was, werd de plaatsing gerealiseerd met een minimum van kosten. Ingezetenen van Welle beweren, dat er nooit een tweede klok in onze toren heeft gehangen. De techniekers van de firma beweren nochtans, dat de klokkenstoel ooit heeft gediend voor twee klokken. Wellicht is deze stoel afkomstig uit de oude kerk op het dorpsplein.

6.4 Torenuurwerk
In 1934 werd door de gemeente op de kerktoren een nieuw uurwerk, met automatische opwin dingen geplaatst. Het werd gemaakt door M. Vanhabost uit Komen. Begin 1972 werd de bediening van de klokken geautomatiseerd. Tevens werd een nieuw elektrisch en automatisch torenuurwerk geplaatst met de noodzakelijke aandrijving van de wijzerplaten. De wijzerplaten en de wijzers werden vernieuwd in rood koper en de uurcijfers met torengoud verguld. Ontwerper: ir. M. Geirnaert, Gent. Aannemer: PVBA Clock-O-Matic, Herent (Leuven)

6.5 Verwarming
Het kerkgebouw is uitgerust met een nieuwe soort verwarming. Stralingsverwarming met als energiebron gas. De efficiëntie is optimaal, het verbruik minimaal. De beide sacristieën en het doksaal zijn elektrisch verwarmd.

6.6 Doopkappel en doopvont
De doopkapel achteraan in de kerk is afgesloten met een gesmeed ijzeren hek, ongeveer 4 meter lang, met toegang in het midden. Het geeft ook toegang tot een kleine bergplaats en tot een lucht koker, die verbinding geeft met het gewelf (kunst smid onbekend). De doopvont is een massief marmeren kuip met koperen deksel met kruis op bol eveneens in koper. De onderste rand werd achteraf bijgewerkt.

6.7 Sacristie
a) langs het kerkhof
Bevat een oude hangkast voor misdienaarsklederen, versterkte muurkoffer of brandkast, bruin geschilderd, een oude kast met legplanken afkomstig uit de oude kerk, twee kleine bergkastjes, boven op die legkast, een prikbord boven de lambrizering. Het herstel is gerealiseerd door Firma De Gendt van Lede. De lambrizering bedekt de muren tot op gezichtshoogte behalve achter de oude kast.

b) langs het Torenstraatje
Volledig nieuw uitgewerkt met ingebouwde kas ten in fineereik. De muren zijn bezet met witte kunstplaten. Dit alles is gemaakt door Antoine Wijnant van Welle.

7. Het meubilair

7.1 Inleiding
Het meubilair is volledig neogotisch, behalve het hoofdaltaar, met neogotische beelden van o.a. Mattias Zens Over de giften voor de meubelen lezen we: "De Eerwaarde Heer JB.De Feyter heeft gegeven den predikstoel ter waarde van 5000 fr. De Zusters Isabella Wellekens den autaar van O.-L.- Vrouw ter waarde van 2500 fr., bovendien nog 500 fr. in speciën. De Burgemeester Dom. De Cuyper en zijne Dame den autaar van St.-Pieter, uitgenomen het beeld, 2200 fr. De communiebank gegeven door Florent 'T Kint en zijne zuster Rosalie ter waarde van 2200 fr. Eenen biegstoel gegeven door Jufvrouw begijntje De Cuyper ter waarde van 1000 fr. Eenen biegstoel gegeven door Eerw. Heer Van Damme, gewezen pastor van Welle thans pas- tor te Cruyshoutem ook 1000 fr. De zittingen in de Choor zijn gemaakt door Dumon van Brugge en kosten te gader 3400 fr."

7.2 Hoofdaltaar (zie foto 12)
Deze barokke marmeren graftombe bevat de relieken van de H. Rogatius, Servius en Pacificus. Het is afkomstig uit de vorige kerk (zie hoger). Op de voorkant van de tombe staan de toonbroden afgebeeld. Dit beeld komt uit het Oude Testament en stelt twaalf koeken voor die verdeeld zijn over twee stapels van zes en zijn neergelegd op een " gouden" draagtafel. Ze moesten elke sabbat vernieuwd worden. Boven op de twee stapels is er wierook gestrooid (of staan er wierookpotten). Merkwaardig is, dat er voor "toonbroden" twee hebreeuwse woorden bestaan namelijk "broden van het aangezicht" en "broden van de sta pel". De eerste betekenis zal waarschijnlijk de oorspronkelijk zijn en zal verwijzen naar de maaltijd die voor de Godheid bestemd was, vandaar brood waarop het gelaat van de Godheid neerziet of "Brood voor het altaar van de Godheid". Of ook waren zij symbool van de dankbaarheid van het volk voor het altijddurende gewas. Deze toonbroden werden dus wekelijks vernieuwd en de oude waren bestemd voor de priesters. In Marcus 2, 23-28 horen we een verruimende verklaring van Jezus over deze materie: "Eens ging Hij op een sabbat door de korenvelden en zijn leerlingen begonnen om hun honger te stillen, aren te plukken. De Farizeeën zeiden tot Hem:" Waarom doen Uw leerlingen iets wat op de sabbat niet geoorloofd is"? Hij gaf hun ten ant woord: "Hebt gij nooit gelezen wat David deed toen hij gebrek had en hij en zijn metgezellen honger kregen? Hoe hij onder de hogepriester Abjatar het huis van God binnenging en van de toonbroden at die alleen de priesters mochten eten en hoe hij er ook gaf aan zijn metgezellen? En Hij voegde eraan toe: "De sabbat is gemaakt voor de mens, maar niet de mens om de sabbat. De mensenzoon is dus Heer ook van de sabbat". Zou het soms een verkeerde interpretatie zijn dat de opdrachtgever met deze symboliek volgende bedoeling had: in een waarachtig christendom heeft de Heer Jezus voorrang gegeven aan de arme, de hongerige en de behoeftige. Voorrang zelfs op wat op een gezegende manier strikt is voorbehouden voor het altaar en zijn bedienaars. Op de expositietroon staat de maaltijd van Jezus en de Emmaüsgangers afgebeeld, een Evangelie tekst waarin Christus na de verrijzenis door leerlingen werd herkend bij het breken van het brood.

7.3 Zijaltaar van O.L. Vrouw (zie foto 11)
Altaartafel uit witte steen versierd met Mariamonogram en bekroond met een eikenhouten retabel in neogotische stijl (1876). Links staan de woorden: "Sancta Maria, ora pro nobis" (Heilige Maria, bidt voor ons) en rechts: "Ave Maria, gratia plena" (Gegroet Maria, vol van Genade). Dit altaar werd gemaakt door Camiel Lippens en geschonken door de familie Wellekens. De kostprijs bedroeg 2500 fr. In de nis staat een beeld van O.L.Vrouw met Kind, gemaakt door dezelfde Camiel Lippens uit Ledeberg. Het tabernakel is afkomstig uit de kapel van het klooster te Welle en vertoont op zijn deuren een wimpeldragend Lam en een pelikaan die zijn jongen voedt, symbolen voor de eucharistie.

7.4 Zijaltaar Sint-Pieter
Altaartafel uit witte steen versierd met Jezusmonogram en bekroond met een eikenhouten retabel in neogotische stijl (1876). Links en rechts teksten uit de Handelingen van de Apostelen: "Nu weet ik zeker dat de Heer zijn engel heeft gezonden en mij heeft ontrukt aan de macht van Herodes en aan alles wat het volk der Joden had verwacht" (Hand. 12,11 b). Dit altaar, toegewijd aan de H. Petrus (Sint- Pietersbanden) met neogotisch houten beeld van ca. 1875 werd aangeschaft bij Camiel Lippens van Ledeberg. Het is geschonken door burgemeester Domien De Cuyper en zijn echtgenote Van Der Smissen.

7.5 Biechtstoelen
Twee eikenhouten neogotische biechtstoelen uit het laatste kwart van de 19de eeuw met in de centrale deurtjes Jezus- en Mariamonogrammen. Aan beide zijden van beide biechtstoelen stonden eikenhouten beelden. De vier beelden werden in 1976 bij inbraak gestolen en nooit teruggevonden. Boven de biechtstoel aan de kant van het altaar van St.-Pieter staat er een wereldbeheersende Godsfiguur. Langs de zijde van het o.-L.-Vrouw-
altaar staat er bovenaan een Goede Herder. Elke biechtstoel kostte 1.000 fr. Ze werden respectievelijk geschonken door pastoor Van Damme en door Juffrouw begijntje De Cuyper. Zij zijn gemaakt door Dumon van Brugge.

7.6 Preekstoel (zie foto 13)
In het Liber Memrorialis staat vermeld: "In het jaar onzes Heren 1873, 11 april heeft de E.H.J.B. De Feyter uit Welle, bestuurder van de Wezen van Aalst, een gift geschonken aan de pastoor van Welle van 5000 fr om in de kerk een nieuwe cathedra collocator (nieuwe preekstoel) te plaatsen" (getekend G. Anthonus, pastoor). Deze eikenhouten neogotische preekstoel, rijk versierd met snijwerk, werd in 1876 gemaakt door Ernest Jacobs van Ninove. Onder de kuip zijn er vier beelden, waaronder Christus met de wereld bol en drie engelen die de Goddelijke deugden symboliseren (Geloof, Hoop en Liefde). Rond de kuip zijn de vier evangelisten uitgebeeld met daartussen taferelen met belangrijke gebeurtenissen uit het leven van de H. Petrus.

Staande vóór de predikstoel te beginnen van rechts vinden wij:

Evangelist Marcus afgebeeld met leeuw.
Petrus verloochent zijn meester (Mt.22,31-35;26,69-75...Mc.14,26-31 en 66- 72...Lc.22,31-34.54-62... .]oh.13,36- 38.18,16-18.25-27.
Petrus geneest de lamme (Hand. 3,1-10). Evangelist Johannes afgebeeld met arend. Petrus wordt uit de gevangenis bevrijd (Hand. 12, 1-19).
Aanstelling van Petrus tot hoofd van de Kerk (Joh. 21,15-19).
Evangelist Matheus afgebeeld met engel. Petrus en de storm op het meer (Mat.14,22-33) .
Petrus en de voetwassing (Jo.13,1-16). Evangelist Lucas afgebeeld met rund.

De kuip is toegankelijk langs een dubbele wenteltrap, alles versierd met halfverheven of vol beeld houwwerk. Onder het klankbord bevindt zich een duif, symbool van de H. Geest. Op de kuip stond een kruisbeeld, dat nu in de sacristie wordt bewaard.

7.7 Communiebank
Eikenhouten communiebank, gemaakt door Delestré van Geraardsbergen. Snijwerk met blad motieven en zuilen. Oorspronkelijk 18 meter lang, nu nog tweemaal vier meter en telkens één meter draaistuk. Het overige gedeelte, dat op zolder stond, is deels gebruikt voor twee altaren, twee credenstafels en twee lezenaars. De communie bank werd geschonken door Car.
Florent en Rosalie t'Kint.

7.8 Weekaltaar, dienstaltaar, twee credenstafels en twee lezenaars
Gemaakt uit eikenhout door het Burgemeester Van Driessche Instituut te Hamme, met de mede werking van leraar Michiels, directeur De Schrijver en burgemeester Baert. Het vorige altaar en de twee lezenaars waren ontworpen door Willy Hoffman en gemaakt door Gustaaf Wijnant, bei den van Welle. Zij werden voorlopig opgeborgen.

7.9 Koorgestoelte (zie foto 14)
Eikenhouten neogotisch koorgestoelte met twee maal vier zitplaatsen en versierd met snijwerk werd gemaakt ca. 1875 door Franciscus Dumon van Brugge. Dit koorgestoelte vormt één geheel met de lambrizering met kroonlijst en twee ingewerkte deuren in dezelfde stijl, deuren die toegang geven tot beide sacristieën.

7.10 Priesterstoelen
Over de priesterstoelen lezen we in de archieven: "De dry nieuwe gothieke zetels zijn vervaardigd in het huis van den beeldhouwer Delestrée te Geraardsbergen en kosten 219,00 franken. 85 voor den grooten en 67 voor ieder der kleine zetels."

7.11 Doksaal en Orgel
Op het eikenhouten neogotisch doksaal, versierd met snijwerk, staat het orgel opgesteld. Over het orgel vindt men in de archieven volgen de aantekening: "In de maand augustus 1882 is in de kerk geplaatst eene schoone nieuwe orgel vervaardigd door de Heer Vereecken en zijne vier wonen van Gyseghem. Zij kost zonder den trans port 10.900 fr."
(c.Anthonus, pst.)
De originele dispositie of samenstelling ziet er uit als volgt:
Groot orgel voor acht registers: Montre 8, Flûte barmonique 8, Trompette 8, Fourniture, Flûte 4, Prestant 4, Bourdon 16 en Viola di Gamba 8. ReCit (in zwelkast) voor drie registers (zes voor- zien): Basson 8, Flûte 4, Voix Céleste 8 (deze drie registers zijn niet aanwezig), Bourdon 8, Flûte barmonique 8 en Salicional 8.
Zelfstandig pedaal met twee registers: Flûte ouver- te 8 en Sous Basse 16.
Het orgel heeft dus twee manualen en een pedaal. Het pijpwerk is integraal origineel. De windladen zijn nog de originele mechanische sleepladen. De klaviatuur ingebouwd in de frontzijde, is eveneens origineel, evenals de mechanische registratuur en traktllur, het windwerk met magazijnbalg in voet van de kast en de orgelkast.

8. Beelden en schilderijen

8.1 Beelden in hout
- H. Franciscus van Sales.
- H. Rochus, gemaakt door Schuerbeke van Sint- Denijs- Westrem, 1908.
- O.L.Vrouw met kind, polychroom, door C. Lippens van Ledeberg.
- St.-Pieter in de boeien, polychroom, door C. Lippens van Ledeberg.
- Gekruisigde Christus, corpus, hoogte 180 cm. Dit beeld hing buiten achteraan de kerk, op het kerkhof, op het houten kruis dat daar nog hangt. Het werd ontdaan van de kalk en gerestaureerd door kunstenaar René Tilley van Hamme in 1987. Het wordt voorlopig bewaard in de pastorie.
- Kruisbeeld, volledig in hout, hoogte 65 cm.
- Houten kruis met Christusbeeld in gips, hoogte 75 cm..

8.2 Beelden in gips
- H. Hart van Jezus, terra cotta, 1900, door Mattias lens, geschonken door Catharina Van der Poorten. - H. Hart van Maria, terra cotta, 1900, door Mattias lens, geschonken door Maria Van der Poorten.
- St.-Jozef met Kind Jezus.
- H. Blasius.
- H. Antonius.
- H. Rita.
- Kindje Jezus van Praag.
- O.L.Vrouw van Lourdes, geknield.
- Kerstkribbe.
- Missiekruis, door Mattias Zens van Gent, 1889.

8.3 Schilderijen (zie foto 15)
- Kruisweg: 14 staties geschilderd in 1854 door Jozef Meganck uit Aalst (1807-1891). Genaam- tekend op de eerste en de veertiende statie. Hersteld in 1908 en in 1996 opnieuw volledig gerestaureerd door jozef Seynaeve (Oostende).
- O.L.Vrouw met kind: "O.L.Vrouw met Kind schenkt de rozenkrans aan de H. Dominicus Guzman (Doek 100x90). Gedateerd 1855 en getekend Jozef Meganck.
- H. Petrus in de gevangenis door een engel bevrijd: (doek 129x79) ca. 1850. Dit doek is zwaar beschadigd.
- O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand: kunstatelier 'Cour de Prince' (Prinsenhof) Gent (Atelier Béthune).

9. Liturgische voorwerpen en cultusobjecten

9.1 Kelken
-Kelk met zeslobbige voet met 6 medaillons en 12 gekleurde stenen en tekst: "Parochianen van Welle aan hunnen herder ter gelegenheid zijner inhaling, 11 mei 1924" (E.H. Odilon Coppens).
-Kelk met zeslobbige voet met voorstelling van de Calvarie. Op de valse beker staan engelenkopjes, 19de eeuw, zilver, gedeeltelijk verguld, hoogte 25 cm.
-Kelk zonder versiering, zilver, 19de eeuw, hoogte 2~cm.
-Kelk door H.N. Decurte van Gent. Op de voet medaillons o.a. met de "toonbroden", hostiedragende kelk en pelikaan die zijn jongen voedt; Belgische merken (1831-1868) en meestermerk, zilver en gedeeltelijk verguld. Hoogte: 28 cm. Deze beste zilveren kelk, werd verguld in 1914 en geconsacreerd door Mgr. Stillemans op 20 juni 1914.

9.2 Cibories
-Ciborie in verguld zilver, inscriptie: "Caro mea est pro mundi vita", deksel met kruis en inschrijving "INRI" (Jezus Nazarenus Rex Judeorum), op de voet "IHS" (Jezus Homo Salvator). Hoogte 38 cm. In 1926 geschonken door Maria Josefa Van de Velde aan pastoor Od. Coppens.
-Ciborie in zilver, deksel met kroon, versieringen aan alle zijden, in voet gegraveerd: "Welle". Hoogte 37 cm.

9.3 Pixis
Grotere Pixis waarin de "lunula" ( zon waarin hostie werd bevestigd in de monstrans) wordt bewaard. .

9.4 Stralenremonstrans
In zilver en gedeeltelijk verguld. Rond de lunula druiventrossen en vier engelen in aanbidding, in de bekroning een duif, symbool van de H. Geest. Gift van pastoor Petrus Van de Maele (volgens inscriptie), ca. 1867, hoogte 63 cm.

9.5 Oliestel
Schaaltje op vier pootjes met drie demonteerbare oliepotjes, ter bewaring van de Heilige Olieën. Deze potjes zijn getekend met O, C en I en heb- ben een koepelvormig dekselje, bekroond met een kruisje. Ze zijn respectievelijk bestemd voor de Oleum van de catechumenen, voor het Heilig Chrisma en voor de Oleum Infirmorum (Zieken- zalving) .

9.6 Ampullen en schaal
Twee met fijn koper belegde glazen ampullen, met bijhorende koperen schaal waarop de ampullen door middel van een punt enige stabiliteit krijgen.

9.7 Wierookvat
-In zilver, 19de eeuw, hoogte 25 cm, met schelp je, met bijhorend wierookscheepje, bestemd om de wierookkorrels te bewaren. 
-Scheepje: (zeer oud) van oud wierookvat dat verdwenen is.

9.8 Altaarlessenaar
In zilverplaat, 19de eeuw, 34,5 x 45 x 31 cm. Hersteld in 1986 als aandenken bij de aanstelling van Jozef Eeman als pastoor.

9.9 Flambouwen (fakkels)
-12 met zilveren kroontje.
-20 in koper, eenvoudige uitvoering.

9.10 Kandelaars
-6 kandelaars, koper- en zilverplaat, driezijdige voet met o.L.Vrouw met Kind en de kleine Johannes, 19de eeuw, hoogte 122 cm.
-6 kandelaars met driezijdige voet en met vlammend hart, 19de eeuw, zilverplaat, hoogte 84 cm. -6 kandelaars in koper, respectievelijk van 81, 78 en 75 cm hoog.
-2 kandelaars van hetzelfde model, gestolen in 1976 (nooit teruggevonden).
-2 kandelaars in verzilverd metaal, gedraaid model, hoogte 90 cm.
-6 kandelaars in smeedijzer voor uitvaart, hoogte 150 cm. Lezenaar op zelfde voet.
-kandelaar in koper met zeven armen en Jezusmonogram op rode achtergronden, 11 gekleurde glazen bolle~es, neogotisch.
-3 kandelaars in koper met Jezusmonogram op rode achtergrond, hoogte 40 cm, neogotisch.
-2 kandelaars in koper, hoogte 35 cm, onder in de voet gegrift: I.VD.Gucht 18,. (koperslager uit Aa~t)
-2 kandelaars in brons met driezijdige voet en medaillon, hoogte 65 cm.
-4 kandelaars in koper met driezijdige voet en met O.L.Vrouw met kind. Hoogte respectievelijk 70 en 75 CI11., 19de eeuw.
-paaskandelaar in koper op drie poten, hoogte 150 cm.
-8 wandkandelaars in koper elk voor één kaars. -6 wandkandelaars in koper elk met drie armen. -2 wandlichten in koper 19de eeuw, hoogte 70cm Cm 1976 werden er 2 dergelijke wandlichten gestolen)
-2 kroonkandelaars in koper met drie verdiepingen respectievelijk voor 12, 6 en 1 kaars. -lichtstaander met kaarsenkroon: smeedijzer XIXe eeuw, hoogte 180cm

9.11 Processiekruis
-19e eeuw, zilverplaat en koper, hoogte ca. 80 cm met stralenkrans.
-zeer oud koper, primitief uitgesneden (waarschijnlijk uit de oude kerk).

9.12 Kruisen
-kruisbeeld afkomstig van de predikstoel, zelfde stijl.
-kruisbeeld van oudere datering, opgeborgen in de sacristie
-kruisbeeld: massief koper, neogotisch, eind 19e eeuw, hoogte 92 cm

9.13 Zilveren doopschelpje
Wijwateremmer met sierlijke gebombeerde vormen
-afkomstig uit de oude kerk, koper, 40 op 30. 
Altaarcarillons en bellen

-carillon met vier bellen bevestigd aan een centraal handvat.
-bel in brons, 12 cm op 20 cm
-carillon met drie kleine belletjes, 15 cm op 10 cm.

9.14 Gong: in massief koper, 30cm op 25cm.

9.15 Zilveren kroon en scepter van O.L. Vrouw (doorsnede 12 cm).

9.16 Relieken
Het gaat hier niet om de relieken, die zich volgens kerkelijk voorschrift in ieder altaar dienen te bevinden, maar wel om deze, die ter verering aan de gelovigen worden voorgehouden. Deze relieken zijn overblijfselen, die aan een heilige hebben toebehoord, ermee in aanraking kwamen of ermee in verband worden gebracht. De meeste parochies waren vóór de tijd van de beeldenstorm voorzien van relieken, waarvan een groot gedeelte door de "ketters" werd vernield. Welle bezat toen talrijke relieken, die in 1595 verloren blijken te zijn. Tussen de parochies bestond er een wedijver voor het bezit van relieken. Al wat herinnerde aan de Zaligmaker had een bijzondere waarde; niet te verwonderen dat de relieken van het H. Kruis en het H. Graf zo talrijk zijn; daarnaast zijn bijzonder begeerd deze van O.L.Vrouw, van de martelaren uit de vervolgingen in het oude Rome en van de noodheiligen.

9.17 Relieken te Welle bewaard
H. Adriaan, martelaar, met oorkonde, afgeleverd te Mechelen in 1763.
H. Anna, moeder van O.-L.- Vrouw.
H. Antonius van Padua, belijder (1926): de brieven bleven bewaard, maar de relieken ontbreken.
H. Antonius abt.
H.Augustinus, bisschop en belijder (14 juni 1914). 
H. Barbara,
maagd en martelares. Deze reliek was zoek vóór 1836 maar werd teruggevonden. Oorspronkelijk afgeleverd in 1762.
H. Blasius, bisschop en martelaar (groot reliek). 
H. Blasius,
bisschop en martelaar (klein reliek) 1926.
H. Caecilia, maagd en martelares, 1768.
H. Cornelius, bisschop en martelaar (1927). 
H. Dominicus,
belijder (kleine reliek).
H. Dominicus, groot reliekschrijn zonder bewijsstukken.
H. Dominicus van de H. Rozenkrans, (1855) in verband met het schilderij van Jozef Meganck. 
H. Donatus,
met bewijs van aartsbisschop Joannes Henricus van Mechelen op 2.6.1766 (reliekstuk).
H. Donatus, martelaar. Bevestigd door bisschop Delebecque van Gent. Bewaard in een ovaal zilve ren reliekschrijn, 1844. Reliekhouder bekroond met beeld van de H. Donatus, 18de eeuw, geschil- derd hout, hoogte ca. 100cm.
H. Dymphna, maagd en martelares.
H. Franciscus van Sales, bisschop en belijder. H. Franciscus, de Hieronymiet, SJ .
H. Hubertus, belijder en bisschop.
H. Joannes Bergmans: uit zijn linnen en zijn soutane.
H.Joannes Nepomucenus, martelaar.
H. Kruis, van Mauritius-joannes-Magdalena De Broglie, bisschop van Gent, 1820. Reliekkruis met op voet "Lam van Apocalyps", 19de eeuw, zilver op hout, hoogte 27 cm.
H. Kruis, Thomas Philippus, aartsbisschop van Mechelen 1759.
H. Maria van Nazareth, uit het huisje, 1921. 
H. Maria van Laurentië.
H. Petrus, apostel.
H. Rita : te Rome afgeleverd op 23.4.1957.
H. Rochus : belijder en noodheilige tegen de pest. 
H. Thomas: in 1736 afgeleverd ten tijde van pas-toor A. Calottens en Adriaen Hoevelinck, kerkmeester en voorzitter van het broederschap.
H. Thomas, apostel en H. Augustinus, bisschop en kerkleraar 1840. Ondertekend door de abt van Westmalle Martinus, 1860 (geschonken door de familie Vander Smessen).
H. Wivina: haar beeltenis (voor privaat ge bruik).Wivina, de eerste abdis en de illustere stichteres van het grote Bigardenklooster te Groot- Bijgaarden, bij Brussel. Zij is de uitgelezen patrones tegen pest, longaandoening en koorts, ook tegen keelpijn en koud zweet zowel bij mensen als bij dieren (1767).
Relieken van meerdere heiligen,
H. Blasius,bisschop en martelaar, H. Adriaan, mar telaar, Theodoor, martelaar, H. Rodoriek, martelaar, H. Nathalie, martelares, H. Balbina, maagd en martelares en de H. Christiana, maagd en martela res, Mechelen 1759.

10. Besluit:

Het kerkgebouw weerspiegelt bij uitstek de gemeenschap, waaruit ze is ontstaan. Het ranke, neogotische bouwwerk vervangt een bedehuis, dat bestond uit vele onderdelen van verschillende periodes, steeds vergroot en aangepast aan noodwendigheden. Kort na de bouw werd de nieuwe kerk reeds volledig ingericht met hoofdzakelijk nieuw meubilair, van goede, degelijke kwaliteit, dankzij de mildheid van parochianen.


 

11. Index foto’s
 1                  2
 3

 4               5
 
6              7

 
8

    
9 10

 
11       12 13 14
 
15

12. Bronvermelding
Uit: Welle: Eens’s Graven propre proche (boek)