Traanwegen



In het bovenste en onderste ooglid zitten aan de neuskant 2 kleine openingen (traanpunten) die de tranen opvangen.
Van beide traanpunten loopt een kanaaltje (canaliculus) dat eerst samenkomt en dan uitmondt in de traanzak. Vanuit de traanzak loopt een groter kanaal verder door het bot in de neus tot in de neusholte.
verstopte traanwegen
Op elk niveau van het traankanaal kan een verstopping ontstaan. Dit leidt tot een tranend oog soms gepaard met slijm of etter.

Bij een baby tot 6 maand is er geen reden tot ongerustheid. Heel veel kinderen worden geboren met een vliesje in het traankanaal (ter hoogte van de uitmonding in de neus), meestal gaat dit spontaan open.
Massage van de ooghoek ter hoogte van de traanzak kan dit bespoedigen.
Antibiotica druppels worden enkel gegeven indien het oog zelf infecteert.
Blijft de verstopping na 6 maand ondanks massage, dan kan een sondage van de traanweg uitgevoerd worden.
Met een dun metalen staafje wordt via het traanpunt het vlies doorgeprikt.
Dit gebeurt onder algemene verdoving in daghospitalisatie.
Indien sondage niet het gewenste resultaat geeft en bij volwassenen met verstopte traanwegen kan er ook een siliconebuisje ingebracht worden om de traanweg gedurende enkele maanden open te rekken. Het buisje is gemaakt van plastiek, blijft zichtbaar in de ooghoek en loopt via de traanpunten naar de neus.
Is de verstopping lager gelegen in de traanzak dan kan dit gepaard gaan met een pijnlijke zwelling in de ooghoek. De behandeling hiervoor is een dacryocystorhinostomie: er wordt in de diepte een opening gemaakt in het bot en wordt de traanzak rechtstreeks met het neusslijmvlies verbonden.
Soms moeten antibiotica gegeven worden vooraleer te opereren.