* Appelterre-Eichem *

" deelgemeente van Ninove "

Appelterre-Eichem, deelgemeente van Ninove .

Appelterre-Eichem, een deelgemeente van Groot-Ninove is een dorp met een ongekende historische en toeristische bagage. Appelterre-Eichem, heimat van het wereldbefaamde Brabantse trekpaard, is bekend binnen en zelfs buiten de landsgrenzen om de ambachtelijke tabaksteelt. Het dorp, 568 ha groot, is gelegen op de westelijke zachtstijgende helling van de Dendervallei.Een dorp van kontrasten, van pittoreske hoeven tot imposante, statische hoven en dit alles omringd door een prachtige, haast ongerepte natuur, vroeger zo typerend voor de hele Dendervallei. Een ideale wandel- en fietslokatie.

De bestaande wijken van Appelterre-Eichem zijn ons bekend: Eichem, Dorp, Hellestraat, Muylem, Neerstraat, Nonnekensborre, Wilderkouter....

In Appelterre was reeds zeer vroeg , omstreeks 1244, sprake van rijke akkerbouw vooral gericht op rogge, tarwe, gerst en vlas. De bevolking kende vooral vanaf de eerste helft van de 17e eeuw een sterke aangroei.Rond 1659 bewoonden een 126 inwoners het dorp, rond 1735 reeds 136 en in 1769 een honderzestigtal. In 1830 waren er in Appelterre 58 paarden, 23 veulens, 186 koppen vee, 56 kalveren, 200 varkens, 600 schapen en 23 geiten. In 1888 telde het totale dorp 281 woningen en startte de expansionele teelt van tabak.Het inwonersaantal was toen opgelopen tot 1459.In 1910 was dit 1654 en in 1930 : 1907 inwoners. Dit aantal steeg verder tot 2227 zielen in 1947 en 2509 in 1961. Net voor de fusie , in 1976, telde men in Appelterre-Eichem 2444 inwoners.

Appelterre-Eichem, Tabaksdorp ?

Op het einde van vorige eeuw verwierf Appelterre-Eichem faam als tabaksdorp. De kwaliteitspijptabak verwierf faam door zijn aroma doorheen gans het land. Zelfs naar het buitenland werd tabak verzonden .

Tabakcentra vond men in België vooral in Wervik,de streek van Flobecq en dus in Appelterre.Of Appelterre van oudsher het tabaksdorp bij uitstek was, is moeilijk te achterhalen. Het enige vermeldenswaardige gegeven in dit verband is de boedelbeschrijving van een huis dat omstreeks 1700 te Appelterre verkocht werd: deze bevat immers 'alaam bestemd voor de tabaksteelt'.Ten tijde van Napoleon werd Appelterre echter reeds geroemd voor haar tabaksproduktie.

In 1811 tellen we 192.000 tabaksplanten te Appelterre.Deze arbeidsintensieve industrie evolueerde in de 19e & 20 e eeuw naar het platteland. Belangrijkste reden hiervoor was de inbreng van eerder machinale bedrijvigheden in de provinciecentra. Dat Appelterre steeds een tabaksdorp bleef is louter toeval want heel de Dendervallei was immers aangewezen om de plant te kweken.Kenmerkend voor de tabaksteelt te Appelterre was het feit dat ze zelden een beroepsbezigheid was maar meestal een lukratieve bijverdienste.Vandaar rust de tabakstraditie van Appelterre op een landurig verworven vakmanschap.

De tabaksplant is zeer ziektegevoelig (aantasting door virussen, bacteriën en schimmels) en wordt tevens ook vaak bedreigd door insekten en de soms vernietigende kracht van de natuur (hagel, vorst en droogte).Het is dus evident dat de tabaksteelt zeer veel aandacht en zorg vraagt en dat de produktie bijna uitsluitend manueel moet geschieden. In augustus wanneer de tabaksplant eindelijk volgroeid is , worden planten met stengel en al (en dit in tegenstelling tot andere tabakscentra waar men enkel de bladeren plukt) geplukt en ter plaatse even gedroogd. Daarna droogt men ze 1 tot 2 maanden in een open schuur .Als de tabak geel-bruin kleurt wordt hij samengebonden in kleine bussels van ± 10 kilo.Tijdens het verpakken in zanten gebeurt de eerste gisting of fermentatie door zelfverhitting, alles zonder toevoeging van chemische additieven , zo kenmerkend voor de Tabak van Appelterre. Uiteindelijk wordt de tabak in maart-april doorverkocht aan de fabrikanten waar hij opnieuw voor een periode van zes maanden wordt gestapeld voor een tweede natuurlijke fermentatie ....

Tabaksdorp.

Tabaksfabriek Torrekens in de Neerstraat.

De toekomst van de tabakskweek in Appelterre ziet er echter niet zo rooskleurig uit. Eerst en vooral is er de alles verpletterende concurentie van de buitenlandse kwekers , wiens lonen veel lager liggen in deze toch arbeidsintensieve teelt.Ten tweede is natuurlijk ook de sterke daling van de tabaksverkoop door de dele anti-rookcampagnes. En tenslotte de zeer hoge taksen op tabak (bijna 70 % van de prijs van een tabaksprodukt is taks...). In de Neerstraat nr 103 vinden we de enige nog overgebleven tabaksfabriek van het Dorp.Op het dorpsplein werd in 1994 een tabaksmonument opgericht (zie ook Virtuele Tour Appelterre-Eichem)

De Heerlijkheid

Van de 13e tot einde 16e eeuw was het grondgebied van Appelterre-Eichem vooral in pacht van de roemrijke abdij van Ninove en het St-Gertruikapittel van Nijvel. Een klein deel van het dorp werd beheerd door het St-Jans Godshuis van Gent.

Appelterre en Eichem vormden oorspronkelijk twee afzonderlijke heerlijkheden. In het midden van de 13e eeuw kwam Appelterre in het bezit van de heren van Wedergraat.Op een heuvel dicht bij de Dender bevond zich hier eertijds het slot van de heren van Wedergraat. Dit blijkt uit een charter van de abdij van Ninove van 1269. Samen met Denderwindeke, Pollare, Neigem vormden Eichem en Appelterre de baronie van Wedergrate. (Heren van Wedergraat : zie ook de Heren van Denderwindeke)

Oorspronkelijk vormde Eichem een afzonderlijke heerlijkheid. In 1156 in bezit van ene "Boudewijn , heer van Eichem" volgens een oorkonde uit die tijd. In 1487 kwam het net als Appelterre in het bezit van de heren van Wedergraat. Eichem werd reeds inde 17e eeuw bij appelterre ingelijfd. Getuigen daarvan vinden we terug in een manuscript van 1966 dat spreekt van "de prochie Appelterre ende Eichem". De Eichemenaars schikten zich niet altijd in hun lot en eisten in 1792 zowel via de kerkelijke als via de bestuursleidende overheden de onafhankelijkheid. Deze verkregen ze echter nooit meer.

Oude hoven te Appelterre

1. Het " Hof ter Loots" is gelegen aan de Holstraat nr 1 op de grens met de gemeente Zandbergen.Tot 1795 was dit een pachthoeve van de Ninoofse abdij. Omdat de familie Vanden Cleye het goed generaties lang in pacht had (van 15e-16e eeuw) spreekt men ook van het "Hof ter Cleye". Dit imposante hof vinden we reeds in 832 terug onder de naam "Loets" en was dus in een later stadium een pachthoeve van de Norbertijnenabdij van Ninove.(ook vermeld als : "Loche" in 877 en "Loetsch" in 901en "Looch" in 932) In 1754 bouwde abt "Ferdinant Van der Eecken" hier paardestallen, een schuur en een stenen poort. Het woonhuis vernieuwde hij zoals zijn wapenschild getuigt in 1778 .De huidige hoeve werd meermaals aangepast en gerenoveerd.

Hof ter Loots.

Hof ter loots : ingangsdeur met wapenschild

Het hof vormt een mooie en gesloten hoeve met bakstenen gebouwen onder zadeldaken en rondom een gekasseid erf met een kleine mestvaalt . De arduinen gevelsteen, boven de deur, vermeldt naast het prachtig uitgewerkte wapenschild van abt Van der Eecken, ook het opschrift : "Fortia Tendunt ad astra" = moedige daden rijken tot de sterren.

2. Een prachtig voorbeeld van architektonische hoevenbouw is het " Hof ter Angereel" , gelegen in de 't Angereelstraat. Dit hof werd ook soms " Hof van Schollaert" of " Hof van Buysse" genoemd , naar de vroegere eigenaars . In 1573 behoorde het toe aan "Gijzelbrecht van der Smessen". Het werd in het begin van deze eeuw omgebouwd tot buitenverblijf.

3. Op het kruispunt van Paardeveld-Dorp en JB.Van Langenhaeckestraat , ten oosten van de kerk, vinden we het imposante " Kapittelhof" . Dit werd opgetrokken omstreeks 1637 ( de exacte datering vinden we terug in een met houtsnijwerk versierde balk binnen de woning) en werd destijds beheerd door de abdij van Nijvel vandaar ook de benaming " Nivel". De historiek van het kapittelhof gaat echter terug tot de 15e eeuw.Het werd in 1414 door het kapittel der abdij van Nijvel in pacht gegeven aan Eustaas van Oultre (zie ook Outer ) met al de tuinen,landen, meersen, renten,.. enz.De pacht was aanggegaan voor de duur van 9 jaar mits een opbrengst van " 60 mudde goed koren en 60 mudde haver te leveren te Nijvel op den Spijker,volgens de maat van Nijvel en op de kosten van de pachter zelf".De pachter zelf moest het goed bewonen, en niemand anders, tenzij met toestemming van het kapittel.Op het einde van pachttermijn heeft Eustaas van Oultre deze laten vernieuwen voor nogmaals 9 jaar...

Kapittelhof.

Ook Nivelhof genoemd

Naar de latere eigenaars ook " Schutijzershof" genoemd. Het gebouw vormt een mooi geheel van witgekalkte bakstenen met bovenop een zadeldak en aanleunende lessenaarsdaken.Ook een laatgotische schouwverwijst naar een vroegere welstand. Het kapittelhof werd op 13/3/79 samen met het dorp en St-Gertrudiskerk via KB beschermd.

4.In de Paardeveldstraat vinden we ter hoogte van nr 24 het " Hof Steppe" genaamd naar de toemalige eigenaars. Voorheen was dit gekend als " Het goed ter Vrouwenhove" . Het werd reeds vermeld in een charter van 1219. De edele familie Alegambe, der heren van Ouwegem, bezaten het toen.Een aankondiging in " De Gazette van Gendt" van 5 april 1762, aangaande de verkoop van het goed, beschrijft het als volgt :

"eene geseparateerde helft van eene meerdereene hofstede en landen genaemt het goed te Vrouwenhove, gelegen binnen de prochie van Appelterre, onder d'heerelijkhede van Wedergraet, bestaende in vijf partyen t'saemen groot voor dese geregtigheid beth 15 bunderen Appeltersche maete" .

Het gebouw is opgetrokken uit bakstenen onder zadelpannen, gegroepeerd rond een hellend, rechthoekig gekasseid erf met een mestvaalt. De zanstenen rondboogdeur met sluitsteen en imposten werd gedteerd omstreeks 1773.

5." Hof t'Eichem" : Gelegen op Eichemstraat nr 220 vinden we een gesloten hoeve op een nogal hellend terrein ("den Hofberm"). Een voormalige pachthoeve van het Gentse Sint-Janshuis (15e eeuw). Opmerkelijk hier is de overdekte mestvaalt uit de 18e eeuw. Hier moesten de paarden de mest vertrappelen.Ten jare 1430 bezat het Gentse godshuis niet minder dan 80 bunder grond te Appelterre en te Eichem.In 1447 werd dit vermeerderd met 9,5 bunder en 44 roeden en in 1471 tot 100 bunder. Het hof t'Eichem werd tot halfweg 20e eeuw verpacht , toen werd het verkocht. (zie ook Virtuele Tour Appelterre-Eichem)

6." Het Pittershof": Op het nr 13 van de J.B. Van Langenhaekestraat (vroeger Kerkstraat) vinden we een gesloten hoeve met ommuurde tuin, het Pittershof. De oorspronkelijke woning werd opgericht door Pieter Van Der Schueren. De hoeve werd al vlug " Pietershof" en later " Pittershof" genoemd. (zie ook Virtuele tour Appelterre-Eichem )

Het Pittershof is alom gekend in de middens van paardenliefhebbers . Het was immers één der heimatten van het wereldberoemde en alomgeprezen Belgisch trekpaard. In 1890 was de toenmalige eigenaar , Camille Van Der Schueren ingeschreven in het Stud-boek met niet minder dan 47 hengsten . Eén ervan , Gerfaut II ( toen een gekende dekhengst) zorgde voor het ons welbekende roemrijke nageslacht .

De molens Van Appelterre-Eichem

Appelterre bezat destijds 2 korenwinmolens : de oude molen en de Wildermolen .

"De oude molen" stond op het molenveld. Reeds in 915 was er sprake van deze windmolen. Hij behoorde toen toe aan het Hof ter Loods (zie Hof ter Loods) . In 1246 gaf Otto van Trazegnies, heer van Wedergrate, deze molen aan de abdij van Ninove op voorwaarde hem elk jaar 2 deniers vlaamse munt te betalen en met last voor de ingezetenen van Appelterre en Eichem hun graan te laten malen op de molen van de abdij.

Deze oude windmolen was zeer groot van omvang en gebouwd op teerlingen. Hij werd afgebroken omstreeks 1920. De molenberg werd later afgevoerd. Het molenhuis bleef bestaan tot 1957 en dateerde van 1736. In 1919 bouwde men langs de noorderkant van het woonhuis een motormaalderij. De oude molen was waarschijnlijk één der oudste windmolens van Vlaanderen.

De fraai gerestaureerde " Wildermolen", de trots van Appelterre , bevindt zich op de Wilderkouter , vandaar uiteraard de benaming . Hij werd in 1800 aangekocht door Adriaan D'Hauwer te Elingen bij Halle en werd 1 jaar later te Appelterre heropgebouwd. Sinds 1953 werd niet meer gemalen De molen en zijn omgeving werden bij KB van 4 mei 1973 wettelijk beschermd. In 1979 werd de molen door de toenmalige eigenaars, Rufina Van der Hoeven en Marie-José Meganck -Vanderhaegen , aan het Ninoofse stadsbestuur geschonken. De tand des tijds had hier onherroepelijk toegeslagen . De molen werd echter grondig gerestaureerd.

Opmerkelijk is dat deze praktisch volledig uit hout opgetrokken is, enkel rustend op teerlingen van baksteen .De wildermolen is een klassieke staakmolen met onderkruier, een van de oudste molentypes in onze contreien. Dit houdt in dat het molenhuis in z'n geheel draait (rond staak), zodat de wieken steeds naar de wind kunnen gezet worden. Hij is ook voorzien van een balkon en heeft een kapeldak bedekt met leien. Het aanleunende molenaarshuisje is lager gelegen dan het straatniveau en bestond oorspronkelijk uit een langgestrekt hoevetje met aanleunende stal.

De Wildermolen.

Houten windmolen op de Wilderkouter.

Info : Dienst voor toerisme en VVV. Ninove 054/337857 Fax: 054/319277.

De St-Gertrudiskerk te Appelterre

De schilderachtige dorpskom van Appelterre met de St-Gertrudiskerk en het Kapittelhof werd beschermd als dorpsgezicht door KB van 13 maart 1979.De huidige driebeukige neogotische St-Gertrudiskerk dateert uit 1909. De geschiedenis van de parochiekerk gaat terug tot een schenking van de abdij van Nijvel en is derhalve toegwijd aan de H.Gertrudis, stichtster van de genoemde abdij. Hier worden ten andere een paar relikwieën van de patrones bewaard.

Over de vroegste kerk is weinig bekend. Volgens een tekening van A. Heins was ze klein en breed, had een zware toren en zuidertraptoren, een hoog koor en bijgebouwde zijbeuken. Van de 15e-16e-eeuwse bouwfase bleef enkel het koor bewaard, wiens witstenen bouw onder scherp zadeldak fel afsteekt tegen de meer recente bakstenen constructie.

St-Gertrudiskerk.

Van 1906 tot 1909 werd de kerk grondig verbouwd en vernieuwd in neogotische stijl met uitzondering van het laatgotische koor.Merkwaardig zijn hier de zijbeukgevels, telkens als een kapel onder zadeldak uitgewerkt.De westtoren heeft een ingesnoerde spits en wordt geflankeerd door slanke achtkantige traptorens .

De kerk is fraai bemeubeld . De eikenhouten labrizering van het koor werd door de Ninoofse schrijnwerker Gillis Pirets vervaardigd in 1746. In dat zelfde jaar sculpteerde de Brusselaar De Coninck de Communiebank.De twee biechtstoelen uit 1756 zijn van de hand van de Ninovieter Christiaen Bogaert.De preekstoel uit 1764 werd vervaardigd door Nicolaas Bonnet van nijvel.

De kerk bevat ook enkele zeer interessante schilderwerken. Boven de communiebank rechts vinden we "Onze lieve vrouw met de rozenkrans " dat wordt toegeschreven aan Gaspar de Craeyer of aan Van Cleef de Oude. De kruisweg werd geschilderd door Meganck in 1867. Het koor is versierd met 4 schilderijtjes ( de heilige Rochus, St-Pieter in de boeien, een heilige die de schrift onderwijst en de H. Appolonia voor de rechter) allen toegeschreven aan onbekende oude meesters.

De glasramen in het koor uit 1899-1900 zijn allen schenkingen. Het orgel is eveneens een schenking en werd in 1924 gemaakt door de orgelbouwers Daem uit Appelterre. Het werd in 1963 volledig hersteld en vernieuwd.Naast de kerk vinden we nog een Kristusvoorstelling in laat-gotische stijl.

De St-Martinuskerk te Eichem.

Alhoewel Eichem en Appelterre reeds lang versmolten zijn tot 1 geheel, heeft Eichem zijn eigen bidplaats. Evenals de kerk van Appelterre stond de kerk van Eichem onder het patronaatsrecht van de St-Gertruikapittel van Nijvel .Het gotisch kruiskerkje, daterend uit de 14e eeuw, was oorspronkelijk een kapel en werd opgetrokken in rode baksteen en zandsteen.In de 16e eeuw evolueerde de kapel tot een zaalkerkje met dwarsbeuk. Er waren 3 altaren. De twee zijaltaren waren toegewijd aan O.L.Vrouw en de H. Martinus, patroon van de wijk. Deze zijn nu verwijderd.

Bijzonder fraai zijn de laat-gotische rondboogpoort, met een geprofileerde omlijsting die uitloopt op sokkeltjes en bekroond wordt door een accoladevormig druiplijstje met een kruisbloem en de zandstenen steekboogvenster (17e-18e eeuw). Getuigen van de vele verbouwingen zijn ook de twee gedichte zandstenen deuren in de noord- en zuidgevel.

Geschreven informatie over de historiek van de kerk ontbreekt bijna volledig. In het begin van de 17e eeuw wordt zij beschreven als bouwvallig, een probleem dat in 1688 verholpen wordt door invallende Franse troepen die de kerk volledig verwoesten en afbranden. Zij werd blijkbaar wel snel hersteld, vermits de aankoop van een nieuw altaar in 1695 reeds werd vermeld. Op verzoek van de parochianen , werd in 1790 een onderpastoor aangesteld, met last van elke zon- en heiligdag in Eichem mis te lezen, de feestdagen van Pasen, Sinksen, Kerstdag ende H. Geertrui uitgezonderd. Ook moest de onderpastoor er het godsdienstig onderwijs geven aan de kinderen van Eichem. Rond het einde van de 19e eeuw werden geen goddelijke diensten meer verricht, tenzij op Eichem-kermis, St-Martensdag en de begrafenisdiensten.Omstreeks 1792 had de kerk een inkomen van 55 gulden per jaar, en waren de inwoners van oordeel dat zij een eigen pastoor of kapelaan mochten hebben, zoals in in de 16e eeuw en begin 17e eeuw het geval was. Deze vraag kon niet worden ingewilligd en het is pas op het einde van de 19e eeuw dat een nieuw verzoek vruchten afwierp. Eichem kreeg een onderpastoor en iedere dag zijn heilige mis.

St-Martinuskerk in het gehucht Eichem.

De St-Martinuskerk van Eichem heeft een zeer sober interieur.Grote kerkschatten hoeft men hier niet te zoeken.De blikvanger is ongetwijfeld de unieke kruisweg, geschilderd op kleine koperplaatjes, vermoedelijk uit het einde van de 18e eeuw, met reprodukties van bekende meesterwerken .De predikstoel dateert van het begin van de 20e eeuw.Verder vinden we nog een volks beeldje van St-Martinus te paard en een nieuw beeld van voorgenoemde heilige uit 1963 gekapt door kunstenaar F. De Vos uit Destelbergen en geplaatst boven de toegangsdeur. In 1942 werd spijtig genoeg de rode bakstenen vloer vervangen door cementtegels en in 1963 werden het prachtig torentje en dito voorgevel met een laag cement afgezet, zodat dit mooie kerkje veel van zijn waarde verloor. Binnen de kerk vinden we nog twee achttiende eeuwse grafstenen (1743 en 1772) ingemetseld in een zijbeuk van de Kerk.

De kapellekens.

*" Kapel in de 't Angereelstraat": Op de hoek van de 't Angereelstraat met de Wilderstraat staat een neo-gotische kapel . Deze bakstenen kapel heeft een zadeldak met sierlijke dakruiter. Boven de spitsboogdeur met witte omlijsting in natuursteen vindt men de vermelding : ' Gebouwd door B. Schollaert 1875'.

* " O.L.Vrouwkapel in 't Riet " : Deze kapel bevindt aan een bosje rechts van de Rietstraat, tussen spoorlijn en Dender, in Eichem. In de gegevens van het kadaster wordt deze kapel voor het eerst vermeld in 1879. De kapel is nog steeds eigendom van de familie Van den Bossche, afkomstig uit Geraardsbergen maar al geruime tijd gevestigd in het Zweedse Götegorg-Vidkärr. In 1973 werd en vroegere restauratie nog gefinancieerd door Amaat Van den Bossche. In de zomer van 1995 werd door een buurtcomité de bouwvallige kapel volledig belangeloos en met eigen krachten en middelen gerestaureerd. Een Bruselse inwijkeling, Paul Bartholomevis, maakte beide glasraampjes en het glasraam boven het ingangshek. Het altaar is rijk bekleed met koperen kandelaars en kunstbloemen. Centraal pronkt het prachtige beeld van O.L. Vrouw met haar kindje Jezus.

O-LVr kapel in de Rietstraat.

Van Aptres tot Appelterre & Van Eichghem tot Eichem

Appelterre is één van de oudst gekende dorpen van het land van Aalst. De oudste vorm onder welke men de gemeente aantreft is " Aptres" in 1218.In 1219 vinden we in archieven de naam " Apeltres" (een uitbreiding van Aptres) .In 1238 spreekt men reeds van " Apeltren" en in 1257 vinden we de huidige dorpsnaam " Appelterre" voor het eerst terug. De naam is samengesteld uit 'appel' en 'terre' (tere, vetus , arbor ) en betekent " appelboom, plaats waar appelbomen groeiden".

Eichem heeft in de loop der eeuwen weinig veranderingen ondergaan in de schrijfwijze van zijn naam . In een oorkonde uit 1317 van het Gentse St-Janshuis vinden we hem voor het eerst terug : " Eichghem" .Maar reeds in het begin van de 15e eeuw schreef men meestal : " Eichem" . Eichem komt waarschijnlijk van het Germaanse " aik" = eik en " haime" = woonplaats en zou dus betekenen: " woonplaats bij de eik of plaats waar eiken groeien " ( een verwijzing naar de vele eiken die toendertijd in onze zandlemige streek groeiden ).

Het wapenschild - zegel van Appelterre-Eichem

De schepenen van wedergraat waartoe Appelterre-Eichem-Denderwindeke-Pollare en Neigem behoorden, gebruikten onder het Ancien Regime (voor 1795) een zegel met het wapen van de Familie van Goux.De raad van adel was van oordeel dat de H.Petrus, H.Margareta en de H.Christoffel, die bovenaan het schild van de schepenbank van Werdergraat voorkomen, en die respectievelijke patroonheiligen zijn van Denderwindeke, Neigem en Pollare, verwijderd werden uit het wapen dat aan Appelterre-Eichem werd toegekend. Alleen de H. Gertrudis en de H. Martinus, patrones en patroon van de gemeente bleven behouden .

Bij KB van 4 juli 1955 werd Appelterre-Eichem gemachtigd gebruik te maken van het wapen van de familie de Goux. Beschrijving van het gemeente wapen : "Gevierendeeld: 1 en 4 van sabel met een leeuw van goud, genageld enngetongd van keel, 2 en 3 van azuur met een adelaar van goud,het schild rechts getopt met een heilige gertrudis met aureool, houdende in de rechterhand een lelie en in de linkerhand een staf, de stafkromming naar buiten, links getopt met een heilige martinus met aureool, te paard, zijn mantel delend met een arme, alles van goud.". (sabel = zwart; keel = rood; azuur = blauw)

On the Net since 02/05/98 -------- Last update : 28/09/01

Send your mail to : peter.de.clercq6@pandora.be