* Aspelare *

" deelgemeente van Ninove "

Aspelare, deelgemeente van Ninove .

Het landelijk dorp Aspelare, gelegen aan de Geraardsbergse steenweg, is 503 ha groot. Kerk en dries zijn gelegen aan deze steenweg en van hieruit vertrekken verschillende straten in stervorm .

Naar een oude legende zou hier zelfs een kasteel gestaan hebben in de "Daelmeers ", een naam die we kennen in de Bosstraat en die we terugvinden in de Daalstraat. Ooit zou er te Aspelare ook een suikerij-branderij gestaan hebben . Deze zou gestaan hebben waar nu de café " in de Paling" staat. De vroegere brouwerij wordt verder besproken .Te Aspelare stond ook de wieg van de beroemde aardrijkskundige en landmeter "Filips De Dijn " , die o.a. in opdracht van de Ninoofse abdij een kaart van Ninove tekende (1662).

Op kerkelijk vlak werd Aspelare van Nederhasselt gescheiden in 1802 en sinds 1845 behoorde het tot het opnieuw opgerichte dekenaat Ninove.(Aspelare behoorde in 1567 tot het dekenaat Geraardsbergen. Ging tijdelijk over naar Ninove , van 1573 tot 1587, om dan - na de afschaffing van het dekenaat Ninove - opnieuw naar Geraardsbergen terug te keren tot 1845 ). Naar gegevens van pastoor Wintmolders telde de parochie in 1756 reeds 1100 zielen. In 1801 waren er maar 785 inwoners. Op 31 december 1891 bedroeg de bevolking 1226 zielen. Dit aantal groeide tot 1439 in 1910 en 1505 in 1930.

Sinds 1830 bezit Aspelare een harmoniegenootschap "Kunst ,Eer en Vermaak " . Deze Koninklijke Harmonie is ook een bezoekje waard op het net : KEVA.

De Heerlijkheid Aspelare.

Aspelare gaf zijn naam aan een adelijke familie, die hier vermoedelijk in de 12e en 13e eeuw een kasteel bezat. Het oudste gekende lid van deze familie is "Johannis de Aspelar". Hij wordt vermeld als leenhouder in een charter uit 1160 van de abdij van Ninove. In een charter uit 1200 van diezelfde abdij is sprake van ene "Henricus de Hasplar "."Willem van Asplar " was getuige in een oorkonde van 1228 en in een acte van 1231 treedt ene "Sigerus, miles de Asplar" op als getuige. In 1285 vinden we "Bonnetus de Hasplar ", die als getuige van de heer van Oelter optreedt. In 1288 en 1289 is er sprake van "Colinus van Asplar ". Het kasteel van deze adelijke familie zou volgens een oude legende in de Daelmeers gestaan hebben .

Aspelare behoorde ten laatste in de 13e eeuw tot het land van Boelare. De baronie van Boelare, één van de vier baronieën van Vlaanderen en één van de vijf leden van het land van Aalst, omvatte twaalf dorpen. Twee ervan maken vandaag nog deel uit van Groot-Ninove : Aspelare en Nederhasselt. De andere behoren nu tot Geraardsbergen ( Goeferdinge, Idegem, Nederboelare, Nieuwenhove, Onkerzele, Overboelare,Smeerhebbe,Vloerzegem en Waarbeke) behalve Deftinge dat bij Lierde hoort.

Na de familie van van Boelare, die uitstierf met "Nicolaas van Boelare ", echtgenoot van Ida van Roeulx, kwam de baronie door erfenissen en huwelijken achtereenvolgens in de handen van de adellijke families "van Trasegnies " , "van Liedekerke ", "van Reingaertsvliete ", "van Boekhoute", "Oranje-Nassau " , "Cassina " en "De Murat ".In 1784 verkocht "Karel Van Cassina " baron van Boelare , de heerlijkheden Aspelare & Nederhasselt aan "Lodewijk-Jozef de Coninck ", ridder van het Roomse rijk en heer van Oeltre, die ze tot één gebied samenvoegde. De laatste afstammeling van deze familie, "Jan-Baptist-Ferdinand de Coninck " , overleed ongehuwd in 1872. De huidige gemeenten onstonden nadat de Fransen onze streken veroverden en hier ook alle resten van het feodalisme afschaften .

De St.-Amanduskerk te Aspelare .

De St.-Amanduskerk te Aspelare is gelegen langs de Geraardsbergsesteenweg. De allereerste kerk van Aspelare zou één van de vroegste bidplaatsen zijn na de kristianizering van onze gewesten. Zij bestond zeker in 1118. Toen werden de kerk en de parochie Aspelare-Nederhasselt door Burchardus "Burchardus " , de bisschop van Kamerijk, toevertrouwd aan de St.-Adrianusabdij van Geraardsbergen.

In de 15e eeuw werd de kerk vervangen door een nieuwe met spitse toren , één beuk, 2 zijkapellen en een koor. De huidige toren en het koor dateren uit die periode. Rond 1631 werd de kerk hersteld en van 1776 tot 1778 kreeg ze haar huidig uitzicht door de aanbouw van de twee zijbeuken . Lange tijd waren toren- en kerkmuren langs de buitenkant witgekalkt. In juli 1908 werd het witsel verwijderd en de kerk in haar natuursteen teruggebracht. In 1964 werd het metselwerk hersteld en de daken van toren en kerk werden nagezien . In 1965 herschilderde men de kerk en werd er een nieuwe vloer gelegd.

Rondom de kerk lag voorheen het kerkhof, omringd door een lage muur die vooraan afgesloten werd door een ijzeren hek tussen 2 hoge arduinen kolommen ( zie foto in Virtuele tour Aspelare) . Het hoge hek en één van de arduinen zuilen stortten in 1926 neer . De andere zuil werd later afgebroken . Het oude kerkhof werd deels onteigend bij de heraanleg en verbreding van de steenweg . Het kwam vroeger ongeveer tot midden de huidige weg.

St.-Amanduskerk te Aspelare.

Gotische kerk met 14e-15e eeuwse toren en koor.

Het kerkmeubilair dateert grotendeels uit de 17e-18e eeuw. het orgel met tinnen pijpen dateert uit 1783. Het werd vervaardigd door "L.B. Van Peteghem " uit Gent. Herbouwd in 1890 door Ch. "Ch.Agneessens " en gerestaureerd in 1971. Het kruis op de toren is van 1928 en werd gemaakt door "Frans Barbieur ", smid op de Biest. In de kerk vinden we ook de grafsteen terug van "Filips De Deyn mathematicus et geographicus ". Deze beroemde inwoner van Aspelare leefde in de 17e eeuw en tekende als gezworen landmeter prachtige kaarten, waarvan vele in opdracht van de Ninoofse Norbertijnenabdij. Zijn grafsteen vermeldt: " Hier licht begraven Mr.Philips De Dyn ,gheswooren lantmeter, mathematicus ende geographicus, die overleet den V augustus 1665, ende Anna Van gansbeek, zyn huysvrouw, die overleet den 25 september 1628.Ende Anna Droesbeke, zyn tweede huysvrouwe, die overleet den 23 december 1667. Ende Phil. De Dyn, hunlieden sone, die overleet den 11 april 1667, ook mathematicus etc. Bidt voor de zielen. "

Het klooster van O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen in de Plekkerstraat werd in 1837 gesticht door pastoor J.B. Van Der Eeckt en Regina Berlengee, geboren te Patike in 1805. Op 9 augustus 1838 werd een voorlopige kapel ingewijd, die op 7 juni 1870 door een nieuwe en definitieve werd vervangen.In 1910 stichtte men een bijhuis in Nederhasselt en op 11 september werd een tweede bijhuis , dit keer te Neigem plechtig ingehuldigd. Op 10 maart 1955 kwam er op aandringen van het bisdom een versmelting met de congregatie van de zusters van Wetteren, de apostelinen van de heilige Jozef.

De molens van Aspelare.

1. De vroegere "Houten korenwindmolen " stond in de nabijheid van St.-Antelincks .Op de PC.Popp-kaart van 1860 vinden we op het Langeveld een molen terug. Het betrof hier een houten korenwindmolen gelegen op de hoek van de Knotwilgenstraat.(sectie A Nr 723 ) De molen was eigendom van de Familie De Smet (laatste eigenaar was Petrus De Smet). De molen werd gesloopt in 1962.

Houten windmolen van Familie Petrus De Smet.

2.Een tweede windmolen bevond zich in de wijk Heghe (Hegge, sectie B nr 435) . De molen was oorspronkelijk eigendom van "Pieter Menschaert" , mulder te Aspelare. In 1850 door erfenis opgevolgd door " Menschaert Jan-Frans". De stenen windmolen werd in 1852 verkocht aan " Pieter Prieels-De Grave", eveneens mulder te Aspelare. Hij werd echter volledig afgebroken in 1871.

Bron : oa.Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster.

3. Volgens sommigen zou er nog een derde windmolen bestaan hebben te Aspelare . Gegevens hierover heb ik niet kunnen terugvinden . Er zou zelfs sprake zijn van een molen in een oorkonde van 1473. Misschien werd hier de molen bedoeld die vermeld werd in de nabijheid van het "Hof ter Borg ".

4. Op de Beverbeek, aan de Damweg , ligt de voormalige korenwatermolen.In 1776 zou deze molen hersteld zijn . Oorspronkelijk was de molen eveneens eigendom van "Pieter Menschaert" mulder te Aspelare . Door erfenis kwam de molen achtereenvolgens in 1850 in handen van " Menschaert Jan-Frans" en in 1852 van " Pieter Prieels-De Grave". In 1872 werd hier een stoommachine geïnstalleerd. Hiervoor werd de hoge vierkante schouw gebouwd op een vierkant voetstuk en een natuurstenen afdekking. (zie Virtuele Tour Aspelare) .

Korenwatermolen in Aspelare voor afbraak van bovenslagrad .

 Na verdere verdelingen , giften en erfenissen kwam de molen in 1931 in handen van "Paul Prieels-Annorel ", molenaar te Aspelare en later , omstreeks 1957, van zijn weduwe en kinderen . In 1957 werd de molen gedeeltelijk herbouwd en gewijzigd in maalderij met dieselmotor. Het overbodig geworden ijzeren bovenslagrad werd een tiental jaar later verwijderd. De cilindermolens en enkele (industriële) molenstenen worden via centrale drijfassen door een recentere Lister-dieselmotor in beweging gebracht. Het aanpalend molenaarshuis uit de 19e eeuw heeft 2 verdiepingen met rechthoekige muuropeningen en bakstenen versieringen . Links ervan bevindt zich een ouder gedeelte met 1 verdiep onder een zadeldak en door middel van muurankers in de zijpuntgevel gedateert 1776 , doch later aangepast. Voor de molen bemerken we een aanplanting van drie acaciabomen , speciaal geplant voor de produktie van de molenkammen.

Bron : oa.Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster.

Oude hoven te Aspelare

1. Het "Hof ter Schueren " was voormalig bezit van de St.-Adrianusabdij van Geraardsbergen. De hoeve in de Halfstraat (nr 1) is deels omringd door een muur en haag.In de 13e eeuw is er reeds sprake van dit hof .In 1704 noemde de abt Gislenus Coucke "Hof ter Schueren " 'een grootsche boerderij, amplissima villa'. In 1715 brandde het hof af en werd nooit meer op dezelfde plaats heropgetrokken . Het lag toen naast de Catbeke en beneden de Roon of Rodevelde. De plaats waar het gestaan heeft noemde men "Verbrande Hofstede" en werd in 1716 in pacht genomen door Livinus Van Ongeval. De grond nu meers, bleef onder de naam "Hofwee" , in gebruik bij de erfgenamen van Ongeval tot eind de 19e eeuw.

De toemalige pachter bouwde een eigen hof op "den Alf " dat, om zijn prachtige graanschuur, nog wel de naam verdiende van hof ter Schueren. Aan de zuidoostzijde ligt een langschuur, waarop muurankers met het getal 1803 bevestigd zijn.

2. Het "Hof te Sleidinge " is gebouwd op de hoek van de Roeselarestraat en de Cyriel Prieelsstraat. Deze gesloten hoeve , gelegen op de grens met St.-Antelinks, is volledig aangepast maar dateert gedeeltelijk van voor de Franse Revolutie: muurankers boven de inrijpoort aan de straatkant verwijzen naar het jaartal 1759. Het woonhuis dateert uit 1958. (zie Virtuele Tour Aspelare)

3. In het noordwesten van groot-Ninove, tegen de grens met St-Antelinks ligt het gehucht "Tortelboom-Broodhoek ". Op een kaart van omstreeks 1860 van dit gebied vinden we twee vierkantshoeven en een windmolen (zie hierboven) terug. Voor de rest was er vrijwel geen bewoning. Van de genoemde hoven bleef alleen het "Hof Tortelboom" over.

Deze hoeve brandde in 1860 volledig af toen een boerenknecht wegens herhaalde dronkenschap werd afgedankt en hij tijdens een zoveelste "zatte bui" in één van de stallingen brand stichtte. De veestapel kon op het nippertje gered worden, maar zeven paarden bleven in de brand. Deze zouden begraven liggen tussen de woning en de wei waar men een schitterend zicht krijgt op de streek. Het hoevekomplex werd in 1860 heropgebouwd en in 1866 voltooid. In de noordwestelijke stallingen tref je nog restanten aan van de vroegere konstruktie: een zandstenen korfboogdeurtje en een voutekelder. De hoeve is omgeven door een prachtige taxus-haag die mogelijks 150 jaar oud is. Ze vormt samen met een reeds in 1860 als dusdanig vermelde boomgaard aan de overkant van de straat en een daar in 1866 (her)-opgerichte bakoven - vermoedelijk een wijkoven, waarvan ook de buurtbewoners gebruik konden maken- één geheel. Het bakhuis is uitzonderlijk groot en bevat 2 bakovens. Let ook eens op het O.-L.-Vrouwekapelletje in baksteen, afgewerkt met gesinterde steentjes .

Hof met vooraan O.L.Vrouwekapelletje.

Het vermoeden bestaat dat de naam van dit gehucht en zijn hoeve voortkomen van de familienaam "Tortelboeme" of "Tortelboom ". Dit zou een begoede familie geweest zijn die zich in het begin van de 14e eeuw te Ninove kwamen vestigen. Zij werkten zich al vlug op tot leenmannen van het leenhof van de Burcht en verder waren ze eigenaars van gasthoven. Verscheidene leden van deze familie waren schepenen van Ninove. In de eerste helft van de 16e eeuw is de familie uit de stad verdwenen ...(zie ook Virtuele Tour Aspelare)

4. Op nummer 10 in de Plekkerstraat , net over de molenbeek vinden we het meer dan 200 jaar oude "Clippelshof ". Vroeger hoorde deze gesloten hoeve met gebetonneerde binnenplaats en bakstenen gebouwen toe aan burgemeester De Clippele. Aan de straatkant van het woonhuis en de stal getuigen nagels en inkervingen van de bloemslingers bij zijn inhuldiging.

5. De voormalige "Brouwerij Pollijn " bevond zich in de Daalstraat. Na zijn ontslag als onderwijzer van Aspelare, bouwde Ernest Van Den Haute zijn bierbrouwerij in de Daalstraat. De eigenaar is nadien, zoals vele anderen uit onze streken, met zijn gezin uitgeweken naar Amerika. De brouwerij werd in 1888 aangekocht door Leonard Pollijn uit Wieze, die gehuwd was met een brouwers-dochter uit Baardegem.Na zijn dood werd de zaak voortgezet door de zoon Jozef. Later bleef alleen nog een bieruitzetterij over. Na de dood van Jozef in 1954, verbleef zijn zuster nog een tijd in de woonst waarna het goed verkocht werd...

Van Haspelar tot Aspelare

De naam van de gemeente komt voor de eerste maal voor in een akte van 1118 onder de vorm : "Haspelar" . In een charter van de abdij van Ninove uit 1166 en in andere oorkonden uit 1228 en 1231 vindt men "Asplar" terug. In 1236 schrijft men "Haspleir" en in 1285 "Hasplaer" . In 1288 schrijft men dan weer "Asplaer" .

Waar deze naam in zijn verschillende vormen eigenlijk precies vandaan komt, laten wij graag in het midden, vermits ook de geschiedschrijvers het hierover blijkbaar niet eens kunnen worden. De meeste veronderstellingen wijzen wel wat in dezelfde richting.

Het lijkt ons wel interessant de meest voorkomende veronderstellingen even na elkaar te behandelen om zodoende de beslissing over de meest waarschijnlijke uitleg aan de lezer over te laten : 

1.Een zekere Dr.Buddingh leidt Aspelare af van de godsdiensten van de volkeren die ons land binnenvielen na de 4 eeuwen Romeinse Overheersing: " laat in het woord "Asplaar" de letter p als verbindingsletter wegvallen en men bekomt "As-laar". "As" zou dan komen van Asen, gekende frankische goden, terwijl "laar" open plaats betekent. De naam Aspelare zou dus als volgt te verklaren zijn: " open plaats toegewijd aan de Asen" .

2.M. Gijsseling verklaart in zijn Toponymisch Woordenboek de naam Aspelare als van germaanse oorsprong. Het woord zou komen van "Aspô" = esp en van " hlaeri", wat " bosachtig, moerasachtig terrein " betekent.

3.Sommige taalgeleerden leiden de naam af van het Nederlands stamwoord " hasp", hetgeen " meander, hoekje grond" betekent.

4. De meest eenvoudige verklaring is de volgende : Aspelare zou komen van "Asp" = esp, klaterabeel of ratelpopulier en van " laar ", wat " open plaats in een bos" betekent. De naam Aspelare zou bijgevolg neerkomen op: "open plaats in een bos van populieren".

Wijken van Aspelare

De bestaande wijken, gehuchten en straten van Aspelare zijn ons bekend: Daal, Daalstraat, Hegge, Lupendaalstraat, Melkbos, Roon, Tortelboom, Waalhoven, Wilgendries ....

Sommige van deze wijknamen zijn geschiedkundig achterhaalbaar tot in
* 1166 Wolfsdale.
* 1235 Bercth,Godeldenvelt, Sletthem, Willisewade.
* 1290 Broek, Catbeke, ten Hake.
* 1470 Melboschvelt, Vulendyck (vijver), Willekensvelt, Willixvelt.
* 1600 Appelterrenvelt, Arentsop, Bevere, ter Beken, Terbest, ter Bist, Doorickcautere, Heghe, Lambroeck, Luypendal, Melckbosch, Slettem, Steenberch, Tutelboome, Waelhoven, Willebroeck.
(uit Corpus chronicorum Flandriae,II,1763)
 

Het wapenschild - zegel van Aspelare

Op het einde van de 13e eeuw gebruikten de schepenen van Aspelare een zegel dat een gemetselde kerktoren voorstelde, gedekt door een zadeldak, rechts en links getopt door een kruis.De toren is rechts vergezelt van een wassenaar (halve maan met de horens naar boven gekeerd), paalsgewijs begeleid door twee sterren, links van een leliebloem, eveneens paalsgewijs begeleid door twee sterren, in de punt, door een ster. Al deze sterren hebben zes punten.

Het Koninklijk Besluit van 5 maart 1954 heeft aan de gemeente Aspelare het recht toegekend gebruik te maken van een zegel dat in alle opzichten met dit middeleeuwse schepen-zegel overeenstemt. De afbeelding van dit zegel vinden we vergroot terug op de zijflank van het gemeentehuis dat in 1952 gebouwd werd.

Wapenschild Aspelare op zijflank oud gemeentehuis.

Volgens C. Gaillard, in zijn studie over wapenschilden en blazoenen, zou Aspelare in de 16e eeuw nog een wapen gevoerd hebben " met 3 gouden leeuwen, met een zoom van lazuur, beladen met elf bezanten " .

Met speciale dank aan Beeckman Luc uit Aspelare & Lieven Denewet uit Hooglede voor het ter beschikking stellen van zijn documentatie/foto's.

 

On the Net since 29/10/98 -------- Last update : 28/09/01

Send your mail to : peter.de.clercq6@pandora.be