* Denderwindeke *

" deelgemeente van Ninove "

Denderwindeke , deelgemeente van Ninove .

Denderwindeke is met zijn 1523 ha de grootste deelgemeente van Ninove.De stervormig ontwikkelde dorpskern is omringd door landelijke alleenstaande woonkernen zoals oa. Flierendries, Nijken, Rendestede, Roost, Stebbingen, Varenberg en Vreckom.Het dorp is gelegen in een heuvelachtig gebied met niveauverschillen variërend van 40 tot 70 m , in het zuiden aansluitend bij het Brabants Heuvelland. In de omgeving van de wijken Roost en Nijken, vroeger gekend als het Galgeveld, komt men op 67 m boven de zeespiegel. Men kan er genieten van prachtige vergezichten vanop het hoogste punt van Groot Ninove.

Denderwindeke is een zeer oud landbouwdorp . Men vond er een "silex" ( prehistorisch stenen wapen of werktuig) wat verwijst naar een zeer vroege vorm van bewoning. Romeinse munten gevonden , volgens de overlevering, op het Kerkeveld en de ontdekking van de overblijfselen van een Romeinse villa op het einde van de 19e eeuw, laten vermoeden dat het dorp zijn groei te danken heeft aan een Romeinse heerbaan. De bedoelde heerbaan was een vertakking van de hoofdweg van Asse naar Bavay.Men vond te Denderwindeke, meer bepaald te midden van de zogenoemde Doornikmeerschen langs de Dender nabij Zandbergen, de overblijfselen van een Frankische begraafplaats.

Uit een charter van 941 blijkt dat, alhoewel Denderwindeke grotendeels bebost was, dat er toen reeds hoeven gevestigd waren. Een zekere vrouw " Bertaida " genaamd schonk hierbij haar bezittingen , waaronder een hoeve met land, meerschen en bossen aan de Gentse St-Pietersabdij .Volgens een verslag van J.B.De Patin uit 1769 had men toen in Denderwindeke 954 bunder 91 roeden bouwland, 200 bunder weiden en 37 bunder bosch. Uit een schrijven van 1818 blijkt dat eertijds in de wijk Nijken een drukbezochte kaai bestond die stenen kwam opladen uit de groeven van dezelfde wijk. Deze kaai zou omtrent 1650 in onbruik geraakt zijn door veelvuldige overstromingen van de Dender.Er waren vroeger een watermolen (zie verder) en 5 windmolens te Denderwindeke : "Schoonen God"(De naam heeft deze molen gekregen van een groot houten kruisbeeld - een kruislieveheer- dat zich langs de veld weg naar het dorpscentrum bevond. De veldweg droeg ook de naam Schone-Godweg), "Lieterbergmolen", "Molen ter zeven wegen"(zie verder), "Moleken te veel" en "Moleken te Vrekkem".

Schonen-Godmolen opgericht in 1788 en afgebroken in 1931.

In 1837 telde men in Denderwindeke 3069 zielen.In 1880 waren dat er nog 2912. Dit groeide in 1910 terug aan tot 3381 en in 1930 was dit opnieuw gedaald tot 3127.In 1976 waren er 3211 bewoners.

De Wegom

In de nabijheid van de molen ter Zeven wegen (zie verder) staat te midden van de velden en de weiden de " Wegom van Onze-Lieve-vrouw van zeven Weeën " , een ommegang met vnl. kapelletjes uit midden 19e eeuw.

Een kapelletje van de "Wegom" te Denderwindeke.

De kapel uit de bovenstaande foto maakt deel uit van de "Wegom", een bedevaartweg met twaalf kapellen ter bescherming tegen cholera. Deze ommegang werd ingesteld tijdens een choleraepidemie in 1886 en wordt nog elk jaar gehouden op de derde zondag van september .

De Schoreelsmolen en kasteelhoeve .

De Schoreelsmolen is een watermolen gelegen 2 km ten zuidoosten van de kerk te Vrekkem 10 . Het geheel is mooi gelegen in een bocht van de weg.Deze watermolen is ondergebracht in het verlengde van het woonhuis van de boerderij.Hij is echter reeds sinds 1965 buiten gebruik.

De Schoreelsmolen.

De molen schijnt steeds een graanmolen geweest te zijn. Hij is als nederzetting vermoedelijk verscheidene eeuwen oud . In 1571 werd de molen met een "behuysde stede " en drie dagwand grond door "Lauwerijs vanden Eetvelde" gepacht van de heer Jan Booete, tegen 54 pond per jaar . De schuur draagt het jaartal 1850. Het is een bovenslagmolen met ijzeren waterrad. De molen bezat driekoppels natuurstenen een haverbreker een buil , galgen met ijzering en dgl. Het waterwiel was 1,5m x 2,0m doorsnede. (zie ook virtuele tour)

De Schoreelsmolen.

Recht over de Schoreelsmolen bevindt zich de "Kasteelhoeve " . De grondvesten van deze voormalige kasteelhoeve dateren uit de dertiende eeuw. Zij was de woonplaats van de familie "Van Vrechem", een geslacht van edelen, ridders en grootgrondbezitters. In de achtiende eeuw kwam de hoeve in bezit van de invloedrijke Brusselse familie Vander Noot. Wapenschilden van deze Vander Noot vinden we nog terug op de hoeve.

De molen " ter Zeven Wegen"

De stenenbergkorenmolen , gelegen aan de Heirbaan 24 te Denderwindeke, ligt mooi ingeplant in een licht glooiend landschap.Deze molen werd op 12/7/86 als monument beschermd.

Het is een een ronde stenen bovenkruier met molenberg , een inrijpoort, staartwerk in hout, kap van roofing met ijzeren platen bedekt, wiekenkruis met ijzeren roeden, wiekvorm origineel Vlaams.Sinds 1955 maalt hij echter niet meer met windkracht. Hij is nog maalvaardig maar dan wel met een dieselmotor als aandrijfkracht. In 1991 werden uit veiligheidsoverwegingen de wieken weggenomen.

De molen ter Zeven Wegen.

De 9,5m hoge stenen korenwindmolen te Denderwindeke.

De molenromp wordt gekenmerkt door een zogenaamde "uitkragende rechte muizentandfries" , geen gebruikelijke versiering , maar aangebracht met een welbepaald doel , namelijk de molen te verhogen.Oorspronkelijk was de stenen molen , vermoedelijk opgetrokken in 1790 (andere bronnen spreken van 1799 ?) een gewone korenmolen waarbij men de molenkap vanop de vlakke grond bediende. De molenkap bevond zich toen ter hoogte van de huidige "muizentandfries". Na een brand in 1863 besluit de molenaar de molen te verhogen.De kegelvormige molenromp zo maar opmetsen kon niet vermits de top dan te smal zou geweest zijn voor de kap.Dus maakte men de diameter groter door bij het leggen van de 1e rij bakstenen om de andere steen er één te laten uitspringen : " de muizentandfries ". Door het optrekken van de molenromp kon men de kap echter niet meer bedienen vanop de begane grond en diende men een molenberg op te werpen. Zo kreeg de molen zijn huidige uitzicht : een ronde stenen bergkorenmolen staande op een berg voorzien van een bakstenen toegangspoort die de boeren de mogelijkheid gaf onder de molen door te rijden. (zie ook virtuele tour)

Info : Dienst voor toerisme en VVV. Ninove 054/337857 Fax: 054/319277.

St-Pieterskerk

De eerste kerk te Denderwindeke werd waarschijnlijk gebouwd op het einde van de 7de eeuw ten tijde van de kerstening van de streek door de H. Amandus op de plaats van de huidige kerk.Nadat de parochie in 896 aan de Gentse St-Pietersabdij werd geschonken , werd deze in 1492 overgenomen door de Norbertijnerabdij van Vicoigne die ze op haar beurt vanaf 1735 overdroeg aan de Norbertijnen van Ninove.

Buitenzicht St-Pieterskerk Denderwindeke

De oudste afbeelding van de kerk werd gevonden op een 17de eeuwse kaart die nu bewaard wordt in het Ninoofse stadsarchief.Uit dekenale verslagen blijkt dat de kerk in 1623 mooi gewit was. In 1750 werd ze gerestaureerd en twee jaar later werd er een vloer in gelegd in blauwe hardsteen .

Sporen van deze gotische kerk zijn nog steeds terug te vinden in het huidige gebouw dat dateert uit 1838.Het laatgotische koor uit de 15e eeuw in natuursteen bleef bewaard.Boven het hoofdaltaar hangt "De marteldood van ST-Pieter" uit 1686 door Charles le brun (Fr.). Verder vindt men er een houten triptiek met de kruisiging van Christus uit 1590 door een leerling van Otto Van Veen , de "graflegging van Christus" door Gaspar de Craeyer uit 1670 en " de pestheiligen " uit 1670.

Rondom de kerk bevindt zich de zes staties van O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën, in de vorm van arduinen niskapelletjes met gekleurde terracottareliëfs . Zij dateren uit 1808 en vermelden telkens de naam van de schenker. Als zevende statie fungeert het bas-reliëf boven de ingang van de kerk.

1 van de niskapelletjes rondom de St-Pieterskerk

De St-Pieterskerk van Denderwindeke is één van de weinige kerken van Groot-Ninove die nog omgeven worden door een kerkhof. De 19e eeuwse graven werden niet vervangen door latere door de aanleg van een nieuw kerkhof in de 20e eeuw.Achter het koor vindt men enkele pronkstukken van funeraire archeologie : twee stenen kruisen daterend uit de 1ste helft van de 18e eeuw, enkele fraaie interbellumgraven en de grafplaat van petrus kindekens "groot vicaris van den bisschop van detroit en stichter van het Amerikaansch Collegie te Leuven."

De heren van Denderwindeke.

De heerlijkheid van Denderwindeke - tot 1487 één der lenen van de burcht van Ninove - behoorde sedert de 12e eeuw aan de heren van het land van Wedergraat (of Contrecœur) waarvan ook Appelterre-Eichem, Neigem en Pollare afhingen .

De oudtse bekende bezitter van het gebied was " Otto van Trazignies " , gehuwd met een zekere Onsilla. Hij bewoonde in het begin van de 12e eeuw het kasteel van Wedergraat, gebouwd op een heuvel nabij Appelterre. Hij werd in de kerk van Meerbeke begraven. Een van zijn opvolgers had twee dochters. Het was Maria die haar vader als vrouwe van Wedergraat opvolgde. Zij huwde Jan van Masmines en later schildknaap Daniêl van den Weerde.Zij stierf kinderloos . Door de schepenbank van Gent werd in " Roeland van Bornival " dan aangeduid als erfgenaam."Philips de Goede" legde echter, gebruik makend van zijn opperleenheerschap, de hand op het betwiste gebied . Zijn voorwendsel was dat Maria van Wedergraat gestorven was zonder wettige opvolgers. De heerlijkheid komt hierdoor aan " Antoon van Brabant", den Bastaard genaamd (Bastaardzoon van de hertog van Brabant).Hoe de heerlijkheid langs " Jan van Aarschot, heer van Schoonhove " terug aan Philips de Goede komt is niet duidelijk. Philips schenkt de heerlijkheid aan zijn kanselier " Pierre de Goux" gehuwd met Maria de Rye.

Kanselier de Goux was bezitter van een aanzienlijk vermogen . In 1458 dient hij bij de hertog een verzoek in om " in de stad en parochie van Tenrdrewindeke" een vierschaar (gerecht) te mogen oprichten. Daar hij Denderwindeke een "stad" noemde, mogen wij veronderstellen dat hij het als een belanrijk gebied beschouwde. Ook in de 17e eeuw beschreef Sanderus het als " één der meest bevolkte gebieden van het graafschap Aalst". het verzoek om een vierschaar en een ander om er een jaarmarkt in te richten, werden ingewilligd. De jaarmarkt werd gehouden op 29 augustus op de Bokkendriesch, maar kwam op het einde van de 18e eeuw in verval.

Een afstammeling van de familie de Goux, " Willem de Goux " , gehuwd met Bernardina de Mol, liet het domein over aan zijn oudste zoon " Kasper de Goux ".Deze schonk het gebied aan zijn nicht Philippina. Zij huwde " Philippe Guillaume de la Pierre". Het gebied kwam onder het gezag van de familie de la Pierre tot in 1699. "Henri de la Pierre" verkocht de heerlijkheid aan "Pieter Antoon van Cauteren".Zijn zoon Frans verkreeg de titel van " Baron van Wedergraat ". Na zijn dood komt het gebied aan zijn zuster Maria-Isabella, welke door haar huwelijk met " Frans Gerard van Plotho van Ingelmunster ", het domein onder het gezag brengt van de familie van Plotho. Hun kleinzoon " Karel van Plotho " was de laatste baron van Wedergraat. Hij stierf in 1825.

 

Van Wenteka tot Denderwindeke.

De oudste vermelding van het dorp dateert uit 941 als " Wenteka" . Een charter van de St-Pietersabdij te Gent uit 994 vermelde "Wentica" . In 995 vinden we "Wendeka" terug.In 1179 wordt dit "Winthi" .Vervolgens in 1244 : "Winti Tenerae"en in 1440 : "Tenrewiendeke". Ten slotte werd dit onder het Franse bewind vervormd tot "Windicques" en "Wignies" .

Omtrent de betekenis van de naam bestaan heel wat tegenstrijdige verklaringen. De meest voorkomende veronderstellingen worden hierna behandeld. Zodoende kan de lezer er de voor hem meest waarschijnlijke uitleg uithalen.

* 1e veronderstelling : De meest vooropgestelde stelling is van Keltische oorsprong en wel met "Vindiacus" waar "wit" en "woonplaats" in terug te vinden zijn , vandaar "Withuis"

* 2e veronderstelling : De geschiedschrijver maakte de bedenking dat Wind-eke wel eens de betekenis van "Win-dijk" zou kunnen gehad hebben , naar een dijk die daar vroeger zou kunnen bestaan hebben om de landen tegen overstromingen te beschermen.

* 3e veronderstelling : Volgens sommigen hebben bepaalde dorpsnamen hun ontstaan te danken aan de naam van een persoon, meestal de stamvader van een familie.Zo bestond er destijds een familienaam "Windo" waarvan dan "Windeke" zou afgeleid zijn . Wat de uitgang eke betreft , deze zou hoek betekenen of afgeleid zijn van het Franse uitgangswoord "ac" ac of het latijnse "acum".

Wijken van Denderwindeke

De huidige wijken van Denderwindeke zijn ons bekend: Bokkendries, Boterdaal, Dasselt, Krepelstraat, Linkebeek, Neuringen, Nijken, Peyenbeek, Rendestede, Roost, Stebbingen, Steenhout, Varenberg, Vreckom

Sommige van deze wijknamen zijn geschiedkundig achterhaalbaar tot in
* 1450 Cuevelbeerch, Meerveld, Poertkensmeersch
* 1550 ten Broeke , Dasput, Ketz, Meercautere
* 1700 Biest, Bokkendriesh, Boshvelt, Flierenpoel, Neringen, Neggenvelt, Stebbingen, Vuylbuyk, Warborrevelt
* 1716 Biest, Boterdaele, Bril, Cleye, Cruysvelt, Dashaege, Rot, Rijsevelt Steenhout , Vijvervelt , te Walle, Wilhuyghevelt
* 1750 Den Schoonen Godt.
 
(uit Corpus chronicorum Flandriae,II,1763)

Het wapenschild - zegel van Denderwindeke

Bij KB van 3 april 1849 werd het volgende wapen aan de gemeente toegekend : "In groen, drie zwemmende vissen, de bovenste en de onderste omgewend; het schild overtopt met een gouden borstbeeld van de H.Petrus, houdende een gouden sleutel in de rechterhand, achter het schild, twee schuingekruiste gouden sleutels. Schildhouders : twee rode leeuwen".

De oorsprong van het wapenschild is niet bekend.Toch vormt het een welgelukt heraldische beschrijving van de gemeente : De drie vissen zinspelen op de ligging van de Dender, de H.Petrus als patroonheilige van de parochie en de kleuren zijn ontleend aan het wapen van de familie van Cauteren (groen).

On the Net since 30/03/98 -------- Last update : 27/12/98

Send your mail to : peter.de.clercq6@pandora.be