* Nederhasselt *

" deelgemeente van Ninove "

 

Nederhasselt,deelgemeente van Ninove .

Het landelijke woondorp Nederhasselt is 402 ha groot en ligt in een sterk heuvelachtig landschap dat varieert tussen 20 en 70 m. De gemeente ligt op ± 4,5 km van Ninove en grenst in het noorden aan Heldergem , in het oosten aan Outer en in het zuiden + het westen aan Aspelare. De dorpskern is gelegen in het zuiden aan de brede vallei van de Molenbeek ,die uitmondt te Ninove in de Dender. De steenweg Geraadsbergen-Aalst doorklieft de gemeente in het westen waardoor ook hier een woonconcentratie ontstond. Nederhasselt is altijd nauw verbonden geweest met het naburige Aspelare : ze vormden samen lange tijd één vierschaar en één parochie.

Behalve het dorp vindt men hier nog drie wijken nl. : Vogelenzang , Terbert en Slettem. Net zoals voor vele andere Vlaamse dorpen, vormde de landbouw de voornaamste activitiet van de bevolking. De middelmatige kwaliteit van de grond en de ver doorgedreven grondversnippering noopten vele gezinnen evenwel, althans in de 18e eeuw te weven en te spinnen om de eindjes aan elkaar te knopen. De Pattin-statistieken uit 1769 vermelden niet minder dan 99 getouwen. De landbouwstatistieken van 1830 vermelden een stalbevolking die bestond uit 49 paarden, 13 veulens, 164 koeien, 47 kalveren, 177 zwijnen en 20 geiten. De meeste woningen hadden toen nog lemen wanden en waren met stro bedekt. In 1846 telde men er 176 landbouwbedrijven waarvan oa. 1 met 30 à 35 ha, 4 met 20 à 25 ha, 1 met 15 à 20 ha, zeven van 10 tot 15 ha en 6 van 5 tot 10 ha. Toen was nog 6 ha 49 are van de gemeente bebost. In 1880 waren alle bossen grotendeels verdwenen. In 1830 waren er te Nederhasselt nog 2 windmolens en drie melkerijen.

In 1769 was de bevolking kleiner dan 500 personen. In de eerste helft van de 19e eeuw groeide de bevolking sterk aan: Nederhasselt telde in 1801 754 en in 1831 1173 inwoners. Nadien stagneerde dit als gevolg van het wegkwijnen van de landbouw, het ontbreken van enige industriële inplanting en het ontbreken van spoorwegverbindingen met centra, die aantrekkingspolen voor werknemers vormen. In 1846 waren er 1184 personen en in 1880 was dit aantal gedaald tot 1060. In 1910 waren er 1177 zielen en dit groeide verder aan tot 1208 in 1930. In 1947 waren er 1261 inwoners en in 1961 was dit opnieuw gedaald tot 1159. Net voor de fusie der gemeenten (1976)was dit aantal opgelopen tot 1173.

Alhoewel er geen grootse monumenten te vinden zijn, blijft een mooie wandeling doorheen deze landelijke gemeente ten zeerste aanbevolen. .

 

De Heerlijkheid Nederhasselt.

Nederhasselt vormde een onafhankelijke heerlijkheid van de familie van Hasselt. In 1177 werd een zekere "Geeraard van Hasselt " vermeld. We vinden een "Gillis van Hasselt " terug in 1212 en ene "Helwigis, vrouwe van Neder-hasselt" in 1231. Tamelijk vroeg kwam het in het bezit van de heren van Boelare, die het dorp -samen met Aspelare- met hun domein verenigden. Beide dorpen kwamen aldus onder het gezag van de baronnen van de "Baronie van Boelare ".

De baronie van Boelare, één van de vier baronieën van Vlaanderen en één van de vijf leden van het land van Aalst, omvatte twaalf dorpen. Twee ervan maken vandaag nog deel uit van Groot-Ninove : Aspelare en Nederhasselt. De andere behoren nu tot Geraardsbergen ( Goeferdinge, Idegem, Nederboelare, Nieuwenhove, Onkerzele, Overboelare,Smeerhebbe,Vloerzegem en Waarbeke) behalve Deftinge dat bij Lierde hoort.

In de 11e eeuw behoorde Boelare aan een heer, die de voornaam Steven droeg en van wie men weet dat hij Robert van Jeruzalem vergezelde tijdens de eerste kruistocht. Over zijn opvolgers is weinig gekend. Op het einde van de 12e eeuw komt het gebied aan "Aleydis van Boelare " , de dochter van "Nicolaas van Boelare " . Na de familie van Boelare, die uitstierf met "Nicolaas van Boelare ", echtgenoot van Ida van Roeulx, kwam de baronie door erfenissen en huwelijken achtereenvolgens in de handen van de adellijke families "van Trasegnies " , "van Liedekerke ", "van Reingaertsvliete ", "van Boekhoute" en "Lannoy ".

"Anne van Lannoy " werde eerste echtgenote van "Willem de Zwijger " , graaf van Nassau en prins van Oranje . Hun zoon Filips Willem van Oranje verkocht in 1602 de baronie aan een aristocraat uit het hertogdom Milaan , "Francois Bernardino de Cassina " . Deze familie kreeg in 1677 de titel van baron van Boulers (Boelare). In 1784 verkocht "Charles-Francois de Cassina " kleinzoon van Bernardino , de heerlijkheden Aspelare & Nederhasselt voor 11000 gulden aan "Lodewijk-Jozef de Coninck ", ridder van het Roomse rijk en heer van Oeltre, die ze tot één gebied samenvoegde. De laatste afstammeling van deze familie, "Jan-Baptist-Ferdinand de Coninck " , overleed ongehuwd in 1872. De huidige gemeenten ontstonden nadat de Fransen onze streken veroverden en hier ook alle resten van het feodalisme afschaften .

Nederhasselt omvatte, benevens de hoofdheerlijkheid, een klein gebied Pumbeke dat in 1480 in leen werd gehouden, van de heer van Boelare, door "Josine van Formellis " , echtgenote van "Willem van den Houtte " .

 

De St.-Amanduskerk te Nederhasselt.

 

De parochiekerk St-Amandus is ingeplant aan het kruispunt van de Beekstraat met de Nederhasseltstraat. Deze kerk was in oorsprong een eenvoudig 12e eeuws laat-romaans zaalkerkje opgericht als hulpkapel van de parochie Aspelare. In de 15e eeuw werd ze uitgebreid met een zijbeuk en een kleine klokketoren .

St.-Amanduskerk te Nederhasselt.

 

In 1803 werd ze tot zelfstandige parochiekerk verheven . Uit het kerkarchief van Aspelare blijkt dat er reeds vroeger pogingen waren gedaan door mensen uit Nederhasselt om beide parochiën van elkaar te scheiden. Op 12 augustus 1796 schreef men vanuit Nederhasselt een eerste maal de aartsbisschop aan met een verzoek "om separate existensie ". Wettelijk waren de grenzen toen al uitgepaald en daarom had men in Nederhasselt liefst een eigen pastoor. Dit verzoek en de daaropvolgende werden afgewezen door het toenmalige bisdom Mechelen en het zou nog tot na het Konkordaat met paus Pius IX duren vooraleer Nederhasselt een zelfstandige parochie werd. Hierin eiste keizer Napoleon ondermeer dat de bisschoppen opnieuw de parochiën van hun bisdommen zouden afbakenen. In 1910 stichtte men een bijhuis te Nederhasselt van het klooster van Aspelare met lagere scholen en een kleuterklas.

In 1850-1900 werden er twee nieuwe zijbeuken toegevoegd aan de kerk . Het interieur van de kerk bevat geen grote kunstschatten . Het orgel van P.C. van Peteghem uit Gent werd in 1823-1856 getransformeerd door de gebroeders Reygaert uit Geraardsbergen en 1906 vernieuwd door de gebroeders Joris uit Ronse . De schilderijen "Geboorte" (1850) , "St.-Antonius abt " (1852) en "O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans" (1867) zijn van de hand van P. de Clerck uit Ninove. Het meubilair dateert uit de 19 eeuw.

De molens van Nederhasselt.

In 1830 werd nog melding gemaakt van 2 windmolens . Op heden zijn er in Nederhasselt geen molens meer aanwezig .

1. Even voorbij de gemeenteschool op de Geraardsbergse steenweg stond vroeger de "Maalderij Torrekens" . De oorsprong van deze maalderij zou teruggaan tot een vroegere windmolen welke sedert begin van de 19e eeuw in deze vormgeving stond . De technische installatie werd aangedreven via centrale drijfassen door een viercilinder-Lister-dieselmotor die in 1930 tweedehands werd aangekocht. Ze omvatte ook twee koppels maalstenen uit de vroegere windmolen en een cilindermolen.

Deze houten korenwindmolen was oorspronkelijk in bezit van De Clercq-Van Daele Livinus, molenaar te Nederhasselt.Voor 1845 (?)werd deze molen verkocht aan Torrekens Jan-Baptist, een landbouwer te Nederhasselt. In 1877 kwam hij door een schenking in bezit van Torrekens Petrus.Hij bleef in het bezit van de familie Torrekens tot de tortale afbraak van de molen in 1919.

Uitreksel uit het proces-verbaal van afpaling der gemeente Nederhasselt dd.25 augustus 1811: " La commune renferme un moulin à vent servant à moudre du grain. Ce moulin construit en bois appartenant aux Mrs.De Clercq, est loué à 200 fl.,les contributions à charge du locataire. "

 

 

Houten windmolen te Nederhasselt (Moulin d'Aspelaer) op de Ferraris-kaart (1771).

2. Ook van de tweede houten korenwindmolen die te Nederhasselt stond rest ons niets meer . Hij werd eveneens afgebroken in 1919. Oorspronkelijk was hij in het bezit van Van Der Schueren Corneil. Na verdeling in 1849 kwam hij in het bezit van Van Der Schueren - De Swaef Judoris. In 1870 werd hij verkocht aan Van Londersele - Van Der Schueren Frans.In 1905 kwam hij in bezit (verkoop) van Van Der Schueren - Jacobs Cornelis .

3. Op het grondgebied van St. Antelincks, net over de grens met Nederhasselt, vindt men heden nog de restanten van de "Molen Te Rijst " . Deze molen is waarschijnlijk één van de oudste windmolens geweest van België.(zie ook Virtuele Tour Nederhasselt) De geschiedenis klimt hier op tot de 12e eeuw : de Ninoofse abdij was reeds eigenaar in 1177. De oudste vermelding van een molenaar , nl. Cornelius de Ranc, dateert uit 1427. Tijdens de Franse bezetting kocht een zekere De Geest uit Aalst, via een stroman Odeyn uit Gent, de molen en de aanpalende gronden . In 1839 werd de familie Buysse er de eigenaar van. Karel Buysse was in 1934 met z'n 94 jaar de oudste molenaar van ons land. In 1944 werd de molen geklasseerd. In de jaren zestig werden er restauratieplannen gemaakt. In de hete zomer van 1976 echter stortte de molen in .....

(Bron : oa.Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster.; Kaarten Graaf de Ferraris , Koninklijke Bibliotheek van België .)

Oude hoven te Nederhasselt.

Nederhasselt kende door de ver doorgedreven grondversnippering eerder kleine landbouwbedrijven. Vooral aan het einde van de Paellepelstaart bemerken we een concentratie van kleine en middelgrote hoeven. De meeste van deze hoven zijn nu verbouwd tot woningen en een andere wordt uitgebaat als manege.

2.In de Paelepelstraat vinden we op nr 19 een voormalig gesloten hoeve aan, die heden afgesloten is door een muur die de vroegere schuur vervangt. Dit is het zogenaamde "Hof Van Latte" .(zie ook Virtuele Tour Nederhasselt) De huidige eigenaar heeft het hof gerestaureerd. Het woonhuis met zadeldak ligt loodrecht op de straat en is door middel van muurankers 1728 gedateerd. Men bemerkt ook een nisje in de straatgevel met St.-Jozefbeeldje.

3. Op de hoek van de Steenweg met de Vogelzangstraat vinden we een hoeve die nu omgebouwd werd tot de herberg "Vlasschaertshof " . Deze voormalige U-vormige hoeve werd in de 19e eeuw grotendeels heropgebouwd. Ze vertoont echter nog meerdere sporen van de oudere kern. De vroeger witgekalte bakstenen gebouwen op gepikte plint bestaan uit een imposant woonhuis onder schilddak , een stal onder zadeldak en een dwarsschuur. Aan de straatkant (Vogelzangstraat) bevindt zich in de muur van het woonhuis een bakstenen niskappelletje. In de arduinen omlijsting van de staldeur werd het jaartal 1838 aangebracht. Na een brand, omstreeks 1860, kreeg de hoeve een nieuw dak .

Het Vlasschaertshof.

4. Op het einde van de Keienbergstraat bevindt zich een gesloten hoeve uit 1852. Deze werd gebouwd door " Cornelius Cyprianus Van Der Schueren" . Deze Van der Schueren was een echte bouwheer : met zijn eerste crouw bouwde hij het voormalige "Londerselens hof", met zijn tweede echtgenote een boerderij op Waalhove en met zijn derde vrouw bouwde hij deze gesloten hoeve. Het woonhuis staat loodrecht ingeplant op de weg. Het linkergedeelte van het woonhuis is uitgebreid met zolderkamers. De dwarsschuur had twee rechthoekige poorten onder houten lateien waarvan één gedateerd 1853.

5. Het "Steppes hof " was destijds het grootste hof van Nederhasselt. De Lourdes-kapel, die op de kouter achter het hof ligt, werd vroeger dikwijls "Steppes kapel " genoemd. Steppes hof is het eerste huis van Nederhasselt op de Vogelzangstraat dat niet meer tot de parochie Lebeke werd gerekend. Toen de officiële grenzen van deze parochie moesten vastgelegd worden dreigde de boerderij van Arthur Steppe op een bepaald ogenblik, desondanks de oorpronkelijk andere plannen, bij de parochie Lebeke te worden gerekend. Doch door aandringen van de boer zelf en een schrijven van de pastoor van Nederhasselt naar het bisdom werd dit verhinderd...

Het destijds grootste hof van Nederhasselt: "Steppes hof".

Kapellekens te Nederhasselt

 

* In de Paellepelstraat staat, tussen de korenvelden in een open landschap, de "Kapel van Lourdes ".(zie ook Virtuele Tour Nederhasselt) Deze prachtige kapel is omringd door populieren. Ze werd in 1875 door de gemeenschap van Nederhasselt opgericht als dank voor bekomen genezingen toen in de jaren 1870 cholera het dorp teisterde. Het vroeger witgekalkte bakstenen gebouw bevat aan de voorgevel een spitsboogportaaltje, een rozetvenstertje en een klokkeruiter als bekroning. Het interieur bestaat uit een afbeelding van de grot van Lourdes. De kapel is eigendom van de stad Ninove en werd prachtig opgeknapt.Vanop deze locatie heeft men een enig mooi uitzicht op de omgeving met ondermeer een vergezicht op Lebeke.

De Lourdeskapel daterend uit 1875.  

* Op de hoek van de Van der Schuerenstraat en de Reaalstraat bevind zich een bakstenen kapel. Iets verderop in de Reaalstraat, naast nr.48 staat nog een kapelletje met kruisbeeld. Op het einde van de Keienbergstraat naast de Hoeve van Van der Schueren (zie ook Oude hoven te Nederhasselt ) staat een kapelletje . Aan het Vlasschaertshof (zie ook Oude hoven te Nederhasselt ) op de hoek van de Steenweg met de Vogelzangstraat vindt men aan de straatzijde een bakstenen niskappeletje ter ere van O.L.Vrouw in een muur van het woonhuis. Iets verderop richting Lebeke, in de Vogelzangstraat, bevindt zich in de stalmuur van een hoeve (nr.101 ) een kapelletje ....

 

Van Haslath tot Nederhasselt

De oudst gekende vermelding van het dorp Nederhasselt dateert uit de 11e eeuw, onder de naam "Haslath". In 1118 vinden we de schrijfwijze "Hasla" terug. In 1166 werd de schrijfwijze "Hasselt". Deze schrijfwijze werd toen echter ook voor de huidige gemeente Ophasselt gebruikt ( de eerste vermelding voor Ophasselt was "Haslud" en werd eveneens "Hasselt" op het einde van de 12e eeuw ). In de oude charters van de abdij van Ninove werd reeds heel vroeg "Neder-hasselt" geschreven om het te onderscheiden van het andere gebied Op-hasselt.

De meeste veronderstellingen over de benaming wijzen in dezelfde richting.

"Haslud" is een Germaans verzamelwoord voor bomen. Andere auteurs zien in het Germaans woord "Hasla" de naam voor het Nederlandse hazelaar. (Dr. M. Gysseling). Neder-hasselt zou dus betekenen:  "Plaats waar veel hazelaars groeien ".

Volgens F. De Potter & J. Broeckaert zou de benaming afgeleid zijn van de vele weiden, "hassels" genaamd. Dit naar analogie met verscheidene gemeenten in Nederland.

De meest aanvaardbare verklaring voor de dorpsnaam Nederhasselt = "Plaats waar veel hazelaars groeien " . Ook de naamsverklaring van de Limburgse hoofdstad wijst in dezelfde richting. Het 12e eeuwse dorpje "Hasluth" aan de Demer groeide uit tot de limburgse hoofdstad Hasselt en deze laatste draagt twee gebladerde hazelaars in haar stadswapen .

( Bronnen -> Geschiedenis van de Gemeenten der Prov. O-VL F.De Potter & J.Broeckaert; Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxenburg, NoordFrankrijk en West-Duitsland ).

Wijken van Nederhasselt

De bestaande wijken, gehuchten en straten van Nederhasselt zijn ons bekend: Vogelzang, Slettem, Lebeke, Terbert....

Sommige van deze namen zijn geschiedkundig achterhaalbaar tot in
 
* 1015 Haslud(uit Oorkonde.Stadssarchief Gent)
* 1778 Slettem,Leebeke,Vogelsanck. (Kabinetskaart Ferraris)
* 1786 Slettem,ter Joden,Vogelzang. (uit Rijksarchief Brussel, kaart)
 
 

Het wapenschild - zegel van Nederhasselt

Aangezien de schepenen van Nederhasselt-Aspelare tijdens het Ancien Régime geen eigen zegel hadden, werd dit van de baronnen de Coninck - dit huis kregg in 1810 de titel van baron van het Franse keizerrijk en in 1875 deze van Belgisch baron - verleend aan de gemeente Nederhasselt bij koninklijk besluit van 4 juli 1955.

De familie de Coninck voerde van lazuur met een golvende dwarsbalk van zilver, vergezeld van drie winterkoninkjes van goud. Het wapen was getopt door een zilveren helm, gekroond, getralied, gehalsband en omboord van goud, gevoerd en vastgehecht van keel (rood), met dekkleden van zilver en lazuur en met als helmteken een een winterkoninkje van het schild tussen twee afgewende vluchten van sabel (zwart).

 

Met speciale dank aan Lieven Denewet uit Hooglede voor het ter beschikking stellen van zijn documentatie/foto's.

 

On the Net since 29/10/99 -------- Last update : 05/09/01

Send your mail to : peter.de.clercq6@pandora.be