* Okegem *

" deelgemeente van Ninove "

Okegem, deelgemeente van Ninove .

Het landelijke woondorp okegem is 277 ha groot. De dorpskom ligt op de beboomde westelijke helling (12,5-32,5m) van de Dendervallei. De aanleg van een spoorlijn (in 1855), de kanalisatie van de Dender en de wegenaanleg hebben het uitzicht van de gemeente sterk gewijzigd. De spoorweg en het station (1869) waren zeer belangrijk voor Okegem . In 1993 ging echter ook het station van Okegem dicht . Men kon er wel nog opstappen maar geen kaartje meer kopen . Ook de werken voor de kanalisatie van de Dender (1863-1867) veranderden het uitzicht van de gemeente. Tijdens deze werken werd ook een nieuwe stalen brug gelegd over de Dender die voor een vlotte verbinding zorgde met Pamel en de steenweg Brussel-Ninove. In 1935 werd deze brug vervangen door een nieuwe van gewapend beton. In 1940 werd deze opgeblazen en pas in 1945-1946 werd de nieuwe brug gebouwd. Tot 1940 was er nog een kleinere, smalle op palen gebouwde brug .(zie ook Virtuele Tour Okegem) Dit was de enige brug tot 1866 over de Dender die Okegem met Impegem (een gehucht van Liedekerke dat kerkelijk lang samengevoegd was met de parochie Okegem) verbond. Okegem kreeg ook twee nieuwe woonwijken. Tijdens de jaren zeventig rees een residentiële woonbuurt uit de grond , de huidige Idevoordelaan (genaamd naar de vroegere heerlijkheid Idevoorde) en eind van de zeventiger jaren kreeg een gedeelte van de Polder langs de spoorlijn een woonfunctie (een 60-tal woningen tussen 1979 en 1982).

In 1796 telde Okegem 472 inwoners en in 1810 was dit aantal gedaald tot 412. In 1846 telde men 703 zielen. Er deed zich op einde 19e eeuw en begin 20e een ware bevolkingsexplosie voor in Okegem. Dit was grotendeels te wijten aan een hoger geboortecijfer en een lager sterftecijfer ten gevolge van de betere hygiënische omstandigheden en de vooruitgang van de geneeskunde. In 1890 waren er reeds 958 inwoners en de bevolking klom nog van 1097 in 1900 naar 1301 in 1910. In 1930 waren er reeds 1605 inwoners. De babyboom na de 2e WO zorgde voor een verdere bevolkingsgroei in de jaren 50 en 60 (1826 inwoners in 1961). Einde de jaren zestig stagneerde dit aantal en in 1970 kromp het aantal tot 1800. In 1995 echter waren er echter opnieuw 2105 inwoners.

De Heerlijkheden Okegem en Idevoorde.

De vondst van een silex (geslepen steen) en zeer oude muntstukken alhier in 1854, verwijst naar een vroege vorm van bewoning langsheen de Dender. De heerlijkheid van Okegem, afhangend van het grafelijk leenhof "ten stene" te Aalst (dus persoonlijk bezit van de graaf van Vlaanderen),was naar alle waarschijnlijkheid van de 12e tot de 14e eeuw in leen gegeven aan de gelijknamige familie. De oudste bekend, " Willem van Okegem", komt met enkele andere edelen voor in een charter van 1188. Later vinden we " Goswinus van Okegem" en in 1197 "Walterus van Okeghem" als medeondertekenaar van een akte van Gillis van Boelaere.Op het einde van de 13e eeuw wordt een "Willem van Okegem" vermeld als meier van de graaf.Hij werd door ridder Hugo van der Borst vermoord.

Volgens monnik-historicus Sanderus (17e eeuw) kwam Okegem in 1399 onder het gebied van de heren van Ninove. Hoelang deze laatste in het bezit van deze heerlijkheid bleven, werd niet teruggevonden. Vermoedelijk keerde de heerlijkheid terug tot de grafelijke kroon en dit tot in 1638, toen " Claudia van Liedekerke,vrouwe van Haussy" , ze met de heerlijkheid van Idevoorde (op grondgebied Okegem) tot leenpand verkreeg. Vervolgens ging het dorp over in de handen van "De familie de Boussu" tot in 1700. Weinige tijd nadien kwam de heerlijkheid in handen van "Jan-Baptiste Sturtewagen". Door openbare verkoping ging de heerlijkheid over aan "Jozef de Landre", die ze in 1782 voor 12700 gulden verkocht aan "Lodewijk-Jozef de Coninck", ridder van het Heilig Roomse Rijk, heer van Outer, Sint-Gillis,...(zie ook de Heren van Outer) . Na diens dood viel het te beurt aan "Ferdinant de Coninck" , zoon van de eerstgenoemde.

Naast de dorpsheerlijkheid was er te Okegem ook de heerlijkheid van Idevoorde. Hier stond, in de nabijheid van de dorpskerk, het oud-heerlijk kasteel, dat reeds in 15e eeuw was vernietigd. Dit leengoed was achtereenvolgens in het bezit van de heer van Liedekerke, van Jan van Gistel en vande Roubaix. Het kam in 1729 in het bezit van , "Jan-Baptiste Sturtewagen" heer van Ninove, aan wiens opvolgers het leengoed tot het einde van de 18e eeuw bleef toebehoren.

Hazeleerhof

Het " het Hazeleerhof" is gelegen aan de Hazeleerstraat nr 21.De oorspronkelijk volledig gesloten hoeve ligt in de bocht. Met knappe luikjes aan de vensters, arduinen lekdrempels en een rechthoekig deurtje in een vlakke arduinen omlijsting is ook de achterkant de moeite waard. Dit indrukwekkend gebouwencomplex is het oudste van Okegem . De eigenlijke geschiedenis van de hoeve begon in het midden van de 15 eeuw.Toen nam " Pieter De Boyst " een bunder land in cijns van de Nobertijnerabdij onder beding er een hoeve op te bouwen. Na afschaffing van de abdij werden hoeve en land verkocht in 1798. Rond 1850 vonden er aanzienlijke verbouwingswerken plaats. Van de oorspronkelijke vierkanthoeve werd een stuk afgebroken, zodat er een U-vorm ontstond. In de zijpuntgevel van het gebouw kan men typische uilengaten bemerken. Aan de poort boven de deur van de stalling vindt men het jaartal 1765 terug.

Hazeleerhof.

Hazeleerhof

De nijverheid te Okegem.

1. De " Phenixmolen" stond opgesteld in de Kattestraat. Het was een houten standaardmolen die rustte op vier stenen teerlingen. Hij bevond zich op een berm van aangevoerde grond. Hij werd gebruikt voor het vermalen van granen en mais.

Deze houten windmolen was oorspronkelijk een 16e eeuwse windmolen uit Aalst. De grafelijke windmolen was gelegen op een hoogte die nu nog het molenpleintje heet. In 1830 werd hij gebruikt als schorsmolen door leerlooier Jacobus Boone. Na een brand in 1767 ten gevolge van een blikseminslag was de molen zo bouwvallig dat de stad Aalst besloot in 1839 hem te verkopen.Hij werd gekocht door een zekere Opwijkenaar Pieter Van Damme die hem in 1840 langs de Kattestraat in Okegem opnieuw liet optrekken. Daar werd de Phenixmolen uitgerust met drie paar molenstenen. Dezelfde Pieter bouwde in 1841 een molenhuis aan de straat.Tot 1901 bleef de molen in het bezit van de familie Van Damme. Daarna werd hij verpacht aan buitenstaanders. In juni 1936 werd de ondertussen vervallen molen afgebroken (de staak werd niet meer betrouwbaar geacht).

De Phenixmolen.

Oude archieffoto van houten windmolen in de Kattestraat.

2.Ook de "stekjes"-industrie was vertegenwoordigd in Okegem. In 1912 werd langs de Dender een fabriek opgericht door 3 notabelen uit het naburige Pamel.. Oorspronkelijk werden in " De Denderboer" enerzijds lijn- en koolzaadkoeken vermalen tot veevoeder en anderzijds scheikundige meststoffen bereid.Na de 1e WO - in 1918- hernam de Denderboer zijn aktiviteiten niet meer. Een bedrijfsleider uit Ninove kreeg de toestemming om in de leegstaande gebouwen lucifers te produceren. In 1922 besloot het vennootschap De Denderboer er zelf lucifers te produceren. De aanvankelijke naam " Nervia", die tot op heden te zien is op de schouw, werd in 1925 omgevormd tot " S.A. Usine Allumettière Nervia ".(Zie ook Virtuele Tour Okegem)

Men produceerde vooral voor de Nederlandse en Engelse markt. De zware concurrentie met de Zweedse luciferindustrie deed de Nervia de das om . In 1931 werd de Nervia gefusioneerd met de " Fabriques Belges Allumetières". Kort daarop werd de produktie stilgelegd. Vanaf dan werd er gestart met de produktie van kant. Vooral tafel- en schouwkleden werden onder de naam " Dentelles Lux" verkocht.

In 1952 werden de machines van deze kantindustrie verkocht. Van dan af huisvestte de fabriek verschillende nijverheden (o.a. kaarsen,keramiek,aluminium,haarnetjes,...) of deed dienst als opslagplaats . Nadien kwam er een productie-eenheid voor plasticverpakking.

De O.-L.-Vrouwkerk te Okegem.

De westertoren van de O-L-Vrouwekerk dateert uit de 14e eeuw maar heeft door de eeuwen heen vele veranderingen ondergaan. Tijdens de 17e eeuw kreeg het schip minstens 1 zijkapel. Daar de bestaande kerk te klein was voor het toenemende bevolkingsaantal werd in 1841 de aanvraag ingediend om de kerk volledig te herbouwen. De schuur van de pastorij zou tijdens deze werkzaamheden als voorlopige kerk hebben dienst gedaan. Eind 1844 was de kerk volledig afgewerkt en een jaar later ingewijd. De nieuwe kerk was aan de buitenkant zeer eenvoudig. De drie beuken bevonden zich onder een zadeldak en de bakstenen muren waren gewit. De kerk was opgetrokken volgens de neoclassisitische trend : ton- en kruisgewelven, rondbogen, Dorisch-Toscaanse zuilen,... . De verdere verfraaiing volgde in de daaropvolgende jaren. Men plaatste oa. een trap voor het hoofdaltaar (1845), een preekstoel (1846), twee portiekaltaren (1854-1855), een kruisweg (1873), een nieuwe klok (1879) en een nieuwe doopvont (1880). In 1873 werd ter nagedachtenis van de overleden burgemeester J.F.Hendrickx aan de buitenmuur van de zuidelijke sacristie een Christus geplaatst. In 1897 werd de voorgevel van de kerk opgefrist. In het kader van de heropleving op het einde van de 19e eeuw werd in een nis een St.-Antoniusbeeld geplaatst.

O-L-Vrouwkerk te Okegem.

Begin 20e eeuw was de kerk opnieuw te klein. In 1905-1906 werd de kerk vergroot. Men breidde de kerk uit aan de oostzijde aan de kant van het koor. De kerkhofmuur werd verplaatst en er kwam een klein doorgang onder het koor voor de kleine Beeweg van St-Antonius. Ook de toren en het dak werden hersteld.

In 1931 werd door decorateur "Jules Van Wanzele" op de zijwanden van het koor de 12 apostelen aangebracht. Deze laatste versierde ook menige zuil en boog van de gewelven. Het dak en de toren kregen in 1967 een nieuwe beurt. En tijdens de jaren zeventig werd de kerk terug vernieuwd. De eerder vernoemde kleurenrijkdom , van de hand van Jules Van Wanzele, op de muren verdween in 1971 door een herschildering in monotoon wit. In 1976 werd een tweede klok en een klokkenspel in de toren geplaatst.

Het orgel van de kerk is vanaf 1995 terug bespeelbaar na een grondige restauratie . Het werd gebouwd in 1847 door "Pieter Hubertus Anneessens" (1810-1888). Deze Ninovieter, zoon van een Brusselse chirurg-verloskundige, was de maker van ± 140 orgels uit de streek. (zie ook St-Margaretakerk Neigem).

 

De kapellekens.

* Zoals de meeste Vlaamse plattelandsgemeenten telde Okegem vroeger heel wat kapelletjes. Op het dorpsplein , rechtover de kerk bevindt zich de " O.-L.-Vrouw-kapel". Deze kapel zou haar oorsprong vinden op het einde van de 17e eeuw. Ze werd echter reeds verschillende malen vernieuwd.In 1886 bouwde men een nieuwe kapel toegewijd aan O.-L.-Vrouw van Lourdes.De huidige kapel dateert uit 1938, toen G. Haeseleer de oude kapel liet afbreken en een nieuwe bouwen.

De O.-L.-Vrouwkapel op het dorpsplein .

Het neobarok-kapelletje is opgetrokken in bak- en zandsteen . Deze kapel vormde tijdens de ommegang van St-Antonius één van de zes bidplaatsen . De verering van St-Antonius nam reeds voor 1700 een belangrijke plaats in het Okegemse parochiale leven. Hij werd aanbeden als beschermer tegen besmettelijke ziekten. In 1723 kwam de Okegemse parochie in het bezit van erkende relikwieën van de heilige. Elk jaar op de derde zondag na Pinksteren werd, als herinnering aan de plechtige inhaling van deze relikwieën, een processie gehouden .Op die dag werd er, zoals vandaag nog, kermis gevierd.

Op de hoek van de Borrestraat met de Fonteinstraat staat de " St-Antoniuskapel". Zij werd gebouwd in 1882 . Achter de kapel bevond zich vroeger een waterput vroeger gekend als het "Borreken".Tot na de 2e WO kwamen velen hier water halen. Later werd er om hygiënische redenen een pomp geplaatst.Tijdens de St-Antoniusprocessie werd het water gewijd . ( zie ook Virtuele Tour Okegem )

In de bocht van de Fonteinstraat staat de " St-Annakapel". Deze werd gebouwd in 1928 in de plaats van een in 1870 opgerichte kapel van de familie Van Havermaet. De nieuwe kapel was een kopie van de oude en vormde ook een onderdeel van de St-Antoniusommegang.

De oudste nog bestaande kapel in Okegem staat in de Hazeleerstraat, aan het einde van de Luipaardweg. Deze kapel werd in ± 1900 gebouwd door J.B. Van der Speeten. Zij werd toegwijd aan " O.-L.-Vrouw-van-Lourdes".

Op de hoek van het "Spoeltjensstraatje" (verbindingsweg tussen Fonteinstraat en Kouterbaan ) stond de " St-Jozefkapel" Ze werd begin deze eeuw gebouwd . Bij verbredingswerken aan de Kouterbaan in 1970 werd ze echter afgebroken.

Van Okinghem tot Okegem

De oudste vermelding van het dorp dateert uit 1096 als : "Okinghem".In 1165 en in charters van latere datum vinden we "Okenghem". In 1220 werd "Hockengem" geschreven.

De naam is duidelijk van Frankische oorsprong. De uitgang "gem" (= heim) verwijst naar een verblijfplaats of hoeve.De naam heeft dus de volgende betekenis : "de vestigingsplaats / woning van de lieden van Frank Oko / Uko ".

Van de naam van Johannes Ockegem, de beroemde 15e eeuwse musicus (1430-1496), werden meer dan 20 verschillende schrijfwijzen teruggevonden.J. van Ockegem was de musicus van Karel VII. Hij schreef missen en polyfonische liederen en in zijn tijd droeg hij de bijnaam " Vorst der kerkmuziek". Hij werd geboren te Dendermonde , maar zijn voorouders waren ongetwijfeld afkomstig van Okegem.

Het wapenschild van Okegem

Samen met Outer is Okegem één van de twee deelgemeenten van Groot-Ninove, die geen eigen gemeentewapen dragen. Door het toenmalige gemeentebestuur van Okegem werd in 1973 een aanvraag tot toekenning van een gemeentewapen ingediend, doch in het vooruitzicht van de fusie der gemeenten niet verder doorgevoerd.

Bij de toekenning van een wapen kwam destijds het blazoen van het laatst gebruikte schepenzegel in aanmerking , doch daar de schepenzegels meestal verdwenen zijn -wat ook voor Okegem het geval is- hield de Raad Voor Wapenkunde rekening met de voorgelegde historische bewijsstukken. Vandaar destijds het voorstel om het hieronder afgebeelde wapen te mogen voeren.

On the Net since 29/06/98 -------- Last update : 02/09/01

Send your mail to : peter.de.clercq6@pandora.be