* Pollare *

" deelgemeente van Ninove "

 

Pollare,deelgemeente van Ninove .

Pollare, een middelgroot dorp van 355 ha met een zeer oude woonkern, is gelegen op de steile helling van de Dendervallei. Het fraaie uitzicht is hoogstwaarschijnlijk mede bepalend geweest in de nog steeds toenemende woonfunctie - door nieuwbouw- op de helling van de dendervallei. Het landschap van dit schilderachtig dorp omvat 2 delen, nl. de grachtenrijke Dendervallei, met weiland en populierenaanplantingen en de eerdergenoemde steile rechterhelling van het dal (13-67m), met de wijk Steenberg als hoogste punt. De laagst gelegen wijk draagt de naam Nekkersput (vermoedelijk afgeleid van Nekker = watergeest of kabouter) De Dender vormt de grens van het noordwestelijk en het noordelijk deel van de gemeente welke verder door Ninove, Meerbeke en Denderwindeke is ingesloten . Verder zijn er nog 3 kleine waterlopen nl. de Ijzermanbeek , de Moosbroeck- of Moensbroeckbeek en de Reite.

Pollare was reeds in de voorhistorie bewoond . Bewijs hiervan waren de geslepen silex die in 1883 op de Weerd werd gevonden. Vooral gedurende de 12e en 14e eeuw , volgde door verdere aangroei van de bevolking verdere ontbossing . De naam wijknaam Ro(e) herinnert aan de rooiing van bossen . Reeds in 1267 stond er een kasteel te Pollare, dat afgebrand is op het einde van de 15e eeuw, ten tijde van de Branbantse beroerten.(zie verder). In 1572 waren er te Pollare volgens gegevens geput uit parochiale bronnen 150 kommunikanten (= personen gehouden tot de Paascommunie , dus ouder dan 13-14 jaar). In 1592 was dit aantal , ook hier zoals elders in Vlaanderen , gevoelig gedaald tot ± 1/3 van de inwoners ( = 40 zielen) . Deze daling was hoofzakelijk te wijten aan de pestepidemie van 1580. Midden de 17e eeuw stijgt het bevolkingsaantal geleidelijk. Een nieuwe pestepidemie doet het aantal weer licht dalen rond 1670. De telling van 1796 geeft voor Pollare een bevolking van 424 zielen (gegevens via burgerlijke stand). In 1857 telt men 717 inwoners en in 1910 is dit aantal slechts opgelopen tot 823. In 1947 wonen er 871 en in 1961 is dit aantal aangegroeid tot 943. Er waren, net voor de fusie der gemeenten, 1086 inwoners van Pollare (1976).De trage groei van het bevolkingsaantal was vooral te wijten aan de grote uitwijking van jonge mensen naar dichtere werkgelegenheid. Een kleine vergelijking : in 1856 telde het dorp 147 woningen en in 1947 al 208.

Pollare was uren in het rond gekend voor zijn "trot" , een ietwat andere dan gewone appelspijs ... De inwoners van Pollare werden vroeger ook bedacht met de spotnaam Troteters. In Pollare viert men kermis de 4e zodag van September.

De Heerlijkheid Pollare.

Samen met Ninove & Denderwindeke was Pollare een gemeente waar de aanwezigheid van een zeer vroege bewoning is vastgesteld. Bewijs hiervan is de geslepen prehistorische silexsteen gevonden op de Weerd langs de Dender. Tevens werden hier ook nogal wat Romeinse vondsten gedaan : dakpannen en Romeins vaatwerk in de omgeving van de "Zwarte Fles", dakpannen op de Wijngaard , een Gallo-Romeinse halsbel in de omgeving van het sas. Ook de naam "dorpskouter" (afgeleid van het latijnse "cultura") wijst op een vroegtijdig tot cultuur brengen van de bodem.

Het vrijleen Pollare was aanvankelijk een bezitting van het brabants geslacht "van AA" De oudste bekende heer van AA die de titel van Pollare droeg was "Leo II "ook genoemd "van Brussel ". Hij was gehuwd met een zekere Mathildis en had drie zonen, waaronder "Wouter , advocatus de Pollar" die gehuwd was met "Gizela van Guines". Deze Wouter was weldoener van het kapittel te Anderlecht en van de abdij van Affligem en had 2 kinderen : "Leo III van Brussel of van der AA" en "Mathildis van AA" . We vinden hem terug in en oorkonde van de St-Corneliusabdij te Ninove, waarbij hij samen met zijn echtgenote , in 1126 , zijn rechten op het Denderwater, tussen Bullengem en de kloostermolen aan de voornoemde abdij afstond .

Honderd jaar later vermeld een andere oorkonde van de St-Corneliusabdij een heer van Pollare , "Wouter II van Pollare" gehuwd met "Oda van Grimbergen ", die de bovengenoemde abdij 3,5 bunder land te Zandbergen schonk in 1217. In 1288 en 1295 ontdekken we een ridder "Wouter van Pollare" heer van Outer en Zandbergen , gehuwd met "Matilde van Welden" . Hun zoon "Geraard van Pollare" werd gedood in de slag bij Woeringen. Zijn opvolger "Louis van Oultre " had van zijn vrouw "Maria van Loo, burggravin van Ieper" drie zonen . Men weet echter niet wie van hen de heerlijkheid Pollare erfde.

Evenmin is bekend hoe Pollare in het bezit van de Gentse familie "De Vos " kwam. In het begin van de 15e eeuw behoorde de heerlijkheid namelijk toe aan "Boudewijn De Vos ". Deze laatste overleed in 1424 en zijn zoon, ook " Boudewijn de Vos" genaamd, kwam zo in het bezit van de heerlijkheid. Hij was gehuwd met "Margareta van Lovendegem" en had ook drie zonen : Boudewijn, Jan en Geeraard. Na zijn dood in 1432 kwam Pollare toe aan zijn zoon "Boudewijn de Vos" die echter het domein van Pollare ruilde met zijn broer "Jan de Vos" tegen de heerlijkheid en het kasteel van Laarne.

De heren van Pollare verbleven op een omwald kasteel in de nabijheid van de Dender. Bronnen over dit kasteel zijn blijkbaar zeer schaars. Het kasteel werd vernoemd in een charter van 1267, door "Leo van der AA " heer van het dorp : "Actum apud Pollar,in domo nostra, anno Domini MCCLXVII, mense Februario" en in een Gentse schepenakte van 1451: "upperhofsluutende met eendervalbrugghen ende tnederhof behuust met duufhuus" .Het was dus een omwald goed. Het kasteel zou, volgens Gaillard, op het einde de 15e eeuw zijn uitgebrand.

(Bron : Wezenboek 1450-1451 Stadsarchief van Gent.).

Tijdens diezelfde periode (1486) , namelijk bij de dood van "Jan De Vos" die gehuwd was met "Jacoba van Maldegem ", werd Pollare opgenomen in de veel grotere baronie van Wedergrate . (zie ook de Heren van Denderwindeke) Samen met de andere dorpen (Appelterre, Eichem, Denderwindeke, Neigem en meerbeke) die hier deel van uitmaakten, kwam de heerlijkheid Pollare achtereenvolgens in het bezit van de families de Goux, de la Pierre, Van Cauteren en van Plotho van Ingelmunster. Tijdens de Franse bezetting (1794-1815) verloren deze adellijke families hun meeste macht . " Karel van Plotho " was de laatste baron van Wedergraat. Hij stierf in 1825.

 

De St.-Christoffelkerk te Pollare.

Al vroeg moet hier een christengemeenschap aanwezig geweest zijn . In zeer oude verhalen werd St-Amandus vernoemd als prediker te Pollare , alwaar hij werd verjaagd - zonder eten - in de kermisweek. In 1530 werd in een opsomming van de heerlijkheid van Meerbeke vermeld dat de Pollare een stichting was van de kerk van Meerbeke en aldus van daar uit ook werd bediend .

Sommige geschiedschrijvers vermoeden dat St.Kristoffel niet de eerste patroonheilige van de plaatselijke bidplaats. In de buurt van de Nekkersput zijn 4 resterende toponiemen bewaard gebleven die verband houden met St.Maarten : "St.Maartensdagwand" , "St.Maartenskerkhof" , " St.Maartenskluis " en " St.Maartensvijver " . Sint Maarten speelde blijkbaar een grote rol in het vroegere dorpsleven. Lag de oorspronkelijke St.Maartenkerk niet op deze plaats? Vooral het kerkhof stemt tot nadenken , aangezien de vroegere begraafplaatsen immers omheen de kerk lagen . Volgens de zelfde geschiedschrijvers zou deze primitieve kerk kunnen verlaten zijn doordat het teveel blootgesteld was aan overstromingen en werd er een hogergelegen bouwplaats uitgekozen. Veel wijst er dus op dat St.Maarten de primitieve patroonheilige was van Pollare en dat hij later vervangen werd door Sint Kristoffel.

Volgens de 'legende' leefde St.Kristoffel omstreeks het jaar 200 in Klein-Azië. Hij was een heidense reus die zich bekeerde tot het Christendom . Op zekere dag droeg hij een kind over het water van een rivier. Dit kind werd al maar zwaarder en het water kwam steeds hoger. Achteraf bleek dat hij het volledige gewicht van de schepping en de Schepper had getorst.

De oudste sporen van een St.Kristoffelverering in Pollare vinden we terug in het feit dat de naam veelvuldig voorkomt, reeds in de 16e eeuw en dat er in 1573 reeds sprake was van de " St.Kristoffelborre ". Deze bron lag ter hoogte van " 't Oud Schuyt " , het kapelletje uit 1770 dat er bij hoorde, staat nu enkele meters verder , naast de gevel van de sporthal in de Schuitstraat.(Zie ook Vituele Tour Pollare) Bovendien leek Pollare als het ware geografisch voorbestemd om een Christoffeloord te worden : zijn ligging aan de Dender, zijn eeuwenoude traditie van veerpont / brug.

Tot 1937 werd St.Kristoffel aanroepen bij hagel, tand- en hoofdpijn , brand en zweren , storm en onvoorziene dood. Sinds 1937 werd aan St.Kristoffel een modernere bevoegdheid toegekend , nl. hij werd nu aangeroepen door de weggebruikers. In dat jaar werd op initiatief van de heer Karel Fransman (na een auto-ongeluk ) , pastoor Corteville en enkele prominenten van de streek het St.Kristoffelbroederschap opgericht . De eerste autowijding van 200 wagens vond plaats op 1 augustus 1937. Sindsdien heeft elk jaar de bekende auto- en motowijding plaats te Pollare. Deze is ondertussen verplaatst naar de twee laatste zondagen van juni.

 

St.-Kristoffelkerk te Pollare.

 

Het huidige kerkgebouw is een laatgotisch gebouw opgetrokken in rode baksteen.Van het romaanse kerkje, dat hier vermoedelijk in de 11e -12e eeuw werd gebouwd , bleef niets gespaard. Het oudste gedeelte van de huidige kerk dateert uit de 14e-15e eeuw. Het portaal en de toren werden in 1761 gebouwd. De zuidelijke zijbeuk werd aangebouwd in 1842-1843 , terwijl de toren in 1853 en het hoogkoor en de sakristie in 1858 werden verbouwd. In 1954 werd het O.-L.-Vrouwaltaar in de linker kruisbeuk vervangen .Van 1957 tot 1961 werden niewe brandglasramen geplaatst. Het St.Kristoffelbeeld op de Plaatsberg dateert uit 1962 .

Het interieur van de kerk is niet echt indrukwekkend te noemen . Het portiekvormig hoofdaltaar dateert uit de 18e eeuw. De koorlambrizering (1772-74) is vermoedelijk van Jan-Baptist de Cunsel en de biechtstoel uit dezelfde peroide van J.B. de Cunsel en de Ninoofse beeldhouwer Jan Paternot . Interessant zijn ook het grote houten St.Kristoffelbeeld uit ±1600, het 17e eeuwse kruisbeeld, het beeld van de H.Anna-ten-Drieën uit de 16e eeuw en een reliekschrijn van St.Kristoffel, met buste van de heilige uit het eind van de 18e eeuw. Het schilderij "De aanbidding der Wijzen " uit 1652 is van de hand van Antoon van den Heuvel.

De oude dorpskern van Pollare , tussen de kerkheuvel en de Dender is als dorpsgezicht beschermd door het ministrieel besluit van 19 augustus 1980. De St.Kristoffelkerk is dat nog niet . Het Ninoofse stadsbestuur zou ook de kerk willen laten opnemen op de lijst van beschermde monumenten ....

De molens van Pollare.

1.Windmolen te Pollare : Uit het uittreksel van de het proces-verbaal van afpaling der gemeente Pollare , dd. 21 augustus 1811 , blijkt in Pollare een stenen korenwindmolen gestaan te hebben : " Il existe dans la commune un moulin à vent servant à moudre du grain . Ce moulin construit en bois est exploité par son propriétaire ". In 1811 was deze molen in bezit van Lemmens Jan-Baptiste, landbouwer te Pollare. Door verkoop in 1871 kwam hij in handen van Van Wilderode-Vander Schueren Domien, landbouwer te Denderwindeke. In 1881 werd de molen verkocht aan Van Wilderode-Mertens Francies te Pollare. In 1931 werd de molen echter volledig afgebroken (andere bronnen vermelden hier 1935?)

(Bron : oa.Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster.)

Ook op de beroemde Ferraris-kaarten uit 1771-1778 van de Oostenrijkse Nederlanden is de molen van Pollare terug te vinden .Vermelding : " Moulin de Pollaere" .

Houten windmolen van Pollare op de Ferraris-kaart (1771).

De molen wordt meestal vermeld als "Getijmolen Pollare". Hij was van het type staakmolen en had als functie: korenmolen . De benaming "Getijmolen" slaat dus niet op het gelijknamige type molen. De molen was gelegen op de Echel ± nr 90 (kadasternr Pollare A 545). De Penningkohieren van 1571(Stadsarchief Gent) vermelden ook het bestaan van de windmolen te Pollare.

Omtrent deze molen zijn ook 2 sagen opgetekend:

* In Pollare aan de molen was't er mee den nacht altijd een schaapte zien en as't klaar was , was da weg.(In Pollare aan de molen was er 's nachts altijd een schaap te zien en als het licht werd , was hij verdwenen.)

* In 't Meuleveld verscheen er 's nachts altijd een schaap dat de meesjken achtervolgde. Da's zeker tweehonderd jaar geleën. ( In het Molenveld verscheen er 's nachts altijd een schaap dat de mensen achtervolgde . Dat is zeker wel tweehonderd jaar geleden gebeurd )

(Bron : M. De Groot ; Sagenonderzoek aan de grens van Oost-Vlaanderen en Brabant . Leuven 1967).

2. Middeleeuwse watermolen te Pollare : Op een renterol uit 1243 met de opsomming van de schenkingen aan het O.L.Vrouwhospitaal te Geraardsbergen vindt men een vermelding van een watermolen te Pollare: " D(omi)na Gisela (van Guines) quae fuit mater d(omi)ni Lesnii de Aa, dedit in elemosi(n)am dimidiu(m) modiu(m) siliginis ad Molendinu(m) de pollar annuatim ad Natale d(omi)ni(s) in p(er)petuu(m) p(er)cipienda(m)" .

Een tweede bron die het bestaan van deze watermolen te Pollare bevestigd vindt men in het orbituarium (lijst van overledenen van een kapittel of kloostergemeenschap) van de Abdij van Ninove vermoedelijk uit 1215 . Deze vermeldt: " Et domini Leonii de A, qui dedit nobis dimidium bon(arium) prati iuxta molendinum (nostrum) apud Pollar".

Op een kopij van de Horenbaultkaart van het Land van Aelst (Stedelijk museum) uit 1610 staat ook een watermolen getekend op de grens tussen Pollare & Ninove aan de Dender.

De watermolen werd meestal aangegeven op de Ijzermanbeek. Deze mondt uit in de Dender in het noordwesten van Pollare. Het penningkohier van 1571 maakt enkel nog melding van het toponiem 'meulemeersch' en niets van de watermolen zelf zodat deze molen hoogstwaarschijnlijk reeds toen verdwenen was . Nog in de vorige eeuw was de plaatsnaam 'Molenmeers ' in gebruik. Het wegje daarheen heette de 'Molenmeerskets'.

De voetgangersbrug van Pollare.

Wie van industriële archeologie houdt vindt een pareltje te Pollare: een ijzeren voetgangersbrug over de Dender. Deze werd bij Min.Besluit van 16 juli 1987 beschermd vanwege zijn industriële-archeologische waarde.

Van oudsher was er een brug ongeveer op de plaats van de huidige brug . Tot voor de kanalisatiewerken uit 1863-1867 vormde de Dender er echter een grote S-vormige kronkel, zodat de brug, wellicht een houten boogbrugje, in het verlengde van de Schuitstraat lag. Ernaast , binnen één van de meanders stond de burcht , voor het eerst vermeld in 1267 vermeld en in de 16e eeuw al tot een ruïne vervallen . Mogelijk verdween toen ook de brug .

In de middeleeuwen was er dus zeker een stenen of houten oversteekplaats die Pollare met Appelterre en Eichem verbond. In 1443 gaf het onderhoud van de brug zelfs aanleiding tot een geschil tussen de heer van Pollare en Jan de Coninck, bezitter van het leen Molenmeersch. Ook in 1612 en 1674 werd melding gemaakt van de vroegere brug te Pollare. Zowel op de Sanderuskaart van het land van Aelst (1644) als op de Ferrariskaart (1771) komt alleen, nog de Schuitstraat voor en is er geen spoor meer van de weg Pollare -Eichem .

Zeker is dat er in de 18e eeuw een veer was. In het kaartboek van Pollare uit 1762 vindt men hiervan een mooie afbeelding terug . Bij dit veer lag een herberg " 't Schuyt" genaamd. Halfweg de 19e eeuw kwamen er oa voor Pollare grote veranderingen zowel op landschappelijk als op sociaal-economisch vlak. In 1855 werd de spoorlijn Aalst-Geraardsbergen, met stopplaats te Eichem, een feit en in de periode 1863-1867 werden de kanalistiewerken aan de Dender uitgevoerd. De middeleeuwse burchtmotte werd afgegraven en de 2 meanders aan de Schuitstraat rechtgetrokken . De Schuitstraat zelf werd verlengd en de herberg 't Schuyt kwam niet meer aan het water te liggen . De herberg werd herdoopt in " 't Oud Schuyt" en is blijven bestaan tot WO II. Er kwam echter een nieuwe afspanning bij het water : " In de Zwarte Flesch". De herberg diende als overnachtingsplaats voor schippers en schiptrekkers en er waren stallingen voor de trekpaarden. Ook het veer kende een een nieuwe heropbloei dankzij de pendelarbeid via de stopplaats Eichem .

In 1905 waren er plannen voor een vaste oeververbinding , maar pas in begin 1913 werd de brug in gebruik genomen. Mede dankzij de goede faam van de Dender als visrivier werd de brug tijdens het interbellum een aantrekkingspool voor menig toerist. In mei 1940 werd de brug door terugtrekkende Engelse soldaten opgeblazen en brak ze in 2 stukken. Na een gedeeltelijke opknapbeurt in 1941, werd de brug in 1948 volledig hersteld . Vanaf de jaren '50 verloren de brug en de herberg aan belang : de vissers bleven weg door de toenemende vervuiling van de Dender, het jaagpad kavelde af en de brug liet men langzaam aan verkommeren. In 1977 , bij de fusie van de gemeenten , werd ze eigendom van de stad Ninove . Op 16 juli 1987 werd de brug eindelijk geklasseerd omwille van haar waarde op het vlak van de ijzerarchitectuur en de industriële archeologie. Inmiddels is het jaagpad gerenoveerd, de brug zelf gerestaureerd en op de plaats waar vroeger " De Zwarte Flesch" stond is nu het tehuis 'Schoonderhaege' voor volwassen mindervaliden gebouwd. Schoonderhaege wou deze historische plek in haar functie van ontmoetingsplaats herwaarderen door de uitbating van een café langs het nu drukbezochte jaagpad. Dit bood tevens een directe vorm van integratie voor zijn bewoners. Ook de VZW Schoonderhage heeft zijn plaatsje op het WWW : Schoonderhage

Een pareltje van industriële archeologie in een unieke omgeving.

De brug te Pollare is een balkbrug gedragen door twee ijzeren vakwerkliggers. De totale constructie is 31,42m lang. De brug heeft een scharnierende oplegging die vast is langs de linkerkant en beweegbaar aan de rechterkant. Van oplegging tot oplegging heeft de brug een spanwijdte van 31 m. De dwarsverbanden dragen de houten vloer. Knoopplaten en klinknagels zijn gebruikt voor de verbindingen . Visueel wordt deze brug vooral gekenmerkt door haar paraboolvorm. Opmerkelijk is ook dat de brug nauwelijks op haar bruggehoofden rust, waardoor ze een zwevende indruk geeft. (Zie ook Virtuele Tour Pollare)

Mede door de unieke landschappelijke omgeving van de brug en de vernieuwde uitbating van een café langs het jaagpad naast de Dender werd deze unieke omgeving de pleisterplaats voor vele toeristen, fietsers, wandelaars en vissers... Kortom een aanrader van formaat .

(Bronnen: oa. Kaartboek Pollare, Rijksarchief Gent; Kaarten Graaf de Ferraris , Koninklijke Bibliotheek van België; Stadsarchief Gent)

Kapellekens te Pollare

 

1. De "Kapel ter ere van de H.Kristoffel" in de Schuitstraat : De kapel uit hardsteen uit 1771 staat op een rechthoekige sokkel onder een geprofileerde kroonlijst met kruis. Het opschrift en het jaartal zijn quasi onleesbaar geworden . Eertijds was er naast dit kapeeltje een bron die door de bedevaarders druk werd bezocht. De kapel staat nu naast de gevel van de sporthal in de Schuitstraat.

 

Kapel in Schuitstraat (1770).

 

2. Op de hoek van de Echelstraat met de Hoogstraat de witgeschilderde, door een wilg beschaduwde "H.Donatuskapel". Dit bakstenen gebouw met zadeldak dateert uit de 19e eeuw . (Zie Virtuele Tour Pollare)

3. Ingeplant op een heuvelrug staat de "O-L-Vrouwekapel" Deze neoromaanse kapel uit 1956 verving een kapel uit 1770. Dit gebouw onder zadeldak (leien) met een vierkante toren is voorzien van rondboogvormige muuropeningen . Pastoor Claus liet deze grote kapel bouwen op de molenberg in 1956 . Ze werd voltooid in 1964. Het klokje is het oude hoeveklokje van de boerderij Mertens .

 

Kapel op de molenberg uit 1956-1964.

 

4. Op de Plaatsberg voor de kerk treft men een "Beeld van St.Kristoffel" aan. Dit beeld werd ingewijd op 1 juli 1962. Het werd gebeiteld in franse steen door Kamiel de Mey van St-Denijs-Westrem. Het voet in arduin werd geplaatst door de gebroeders Hemerijckx uit Pollare.

5. Aan de tweesprong Fliendries/ Esselterrelos staat een "St.Antoniuskapel" ,opgericht door Cornelius de Freyne, zijn vrouw Rosalie van bever en hunne kinderen in 1901.

6. "St.Antoniuskapel" op d'Eigen . In de nabijheid staat een stenen kruis opgericht ter nagedachtenis van een landbouwer die hier omstreeks 1844 verongelukte. Het opschrift luidt : " D.O.M.-bidt voor de ziel van Petrus Franciscus Demoyer geboren te Geraardsbergen den 24 february 1802 wonende te Santbergen. Hier schilijk overleden den 24 december 1844".

6. Vele kapellekens zijn echter reeds verdwenen , oa : Kapel-grot van O-L-Vrouw van Lourdes op de plaatsberg (afgebroken in 1938 bij de verbreding van de weg); Kapel van de H. Barbara en Kapel van de H. Rochus langs de Dorpstraat.;...

Van Posleér tot Pollare.

De oudst gekende vermelding van het dorp pollare dateert uit 1112, onder de naam "Posleér". Tussen 1126 en 1295 vinden we de schrijfwijze "Pollar" verscheidene malen terug in oa Charter van de abdij Van Ninove. In 1288 en 1439 vindt men echter in charters van de bovenvermelde abdij de schrijfwijze "Pollaer" terug. In de 18 e eeuw duikt "Pollaerde" op .

Waar deze naam in zijn verschillende vormen eigenlijk precies vandaan komt, laten wij graag in het midden, vermits ook de geschiedschrijvers het hierover blijkbaar niet eens kunnen worden. De meeste veronderstellingen wijzen wel wat in dezelfde richting.

Het lijkt ons wel interessant de meest voorkomende veronderstellingen even na elkaar te behandelen om zodoende de beslissing over de meest waarschijnlijke uitleg aan de lezer over te laten : 

1.De benaming is afgeleid van " van de mansvoornaam Pol" + "laar" volgens F. De Potter & J. Broeckaert .Hierbij werd o.m. ook verwezen naar "Pollinkhove" in West-Vlaanderen.

2.Een andere verklaring verwijst naar J. Mansion en besluit tot "Onbebouwde grond op de hoogte " .

3.Dr. J. De Vries meent dat Pollare een samenstelling kan zijn van "Pol = hoogte" en "laar = bosweide".

4.Een andere verklaring wijst ongeveer in de zelfde richting : Prof. J.Mansion verklaart Pollare door "Pol = toppunt" + "laar = plaats waar hout mag geraapt worden ".

5.Pollare werd ook verklaard door Dr. M. Gysseling als plaatsnaam door te verwijzen naar "Poelare". Pollare wordt hier verklaart als "pola = poel" en "laar = bosachtig moerassig terrein ".

Als meest aanvaardbare verklaring zou men dus kunnen stellen dat de dorpsnaam Pollare = "bosachtig moerassig terrein nabij een hoogte" . Deze verklaring lijkt ons topografisch verantwoord en kan voldoening schenken , al blijft het eerste lid (-Pol-) vrij onzeker.

( Bronnen -> 1: Geschiedenis van de Gemeenten der Prov. O-VL F.De Potter & J.Broeckaert; 2: Dictionnaire Etymologique, Prof. A. Carnoy . 1940; 3: Etymologisch woordenboek van Dr J. De Vries; 4: De voornaamste bestanddelen der Vlaamsche Plaatsnamen , Prof. J. Mansion 1935; 5: Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxenburg, NoordFrankrijk en West-Duitsland ).

Wijken van Pollare

De bestaande wijken, gehuchten en straten van Pollare zijn ons bekend: Flierendries,Kwaadbroecken, Molenmeers, Molenveld, Nekkersput,Paloken, Schuitstraat , Steenberg, Roe, Roost, ....

Sommige van deze namen zijn geschiedkundig achterhaalbaar tot in
 
* 1571 Muelemeersch; Neckersputte; ten roode; Steenbergh. (uit Penningkohieren.Stadssarchief Gent)
* 1653 Meulelberch. (uit Rijksarchief Gent, fonds Wedergrate)
* 1674 Palloucken. (uit Landboek van Pollare.Rijksarchief Gent)
* 1682 S.Christoffels borre. (uit parochiearchief)
* 1743 opt roosvelt. (uit Staten van Goed,Fonds Wedergrate.Rijksarchief Gent)
* 1762 Benedensten Quaetboeck (uit Caertboek van Pollaerde,1762.Rijksarchief Gent)
* 1764 aen het schuyt . (uit Rijksarchief Gent, fonds Wedergrate)
* 1843 Herberg "De Schuyt"; Flurendriesch; Schuytstraet ; Meulemeerskets (uit Atlas van de buurtwegen ,1843)
 
 
 

Het wapenschild - zegel van Pollare.

De Nederlanse regering heeft aan Pollare het wapen van zijn oude heren niet gegeven. Het nieuwe wapenschild dat door koninklijk Besluit van 4 augustus 1818 werd toegestaan is gedeeld : het eerste deel van sinopel (groen) met een golvende pijl van keel (rood) ; het tweede deel van zilver met een brug waarop een huis staat, boven een water dat afgezoomd is door een grond, dit alles in natuurkleur (groen).

Waarschijnlijk staat deze samenstelling in verband met de verschillende waterlopen van de gemeente en met de voetbrug in de 13e eeuw door de heren van der Aa gebouwd.

 

Met speciale dank aan De Decker G. uit Outer & Lieven Denewet uit Hooglede voor het ter beschikking stellen van zijn documentatie/foto's.

 

On the Net since 26/01/99 -------- Last update : 29/05/2006

Send your mail to : peter.de.clercq6@pandora.be