* Voorde *

" deelgemeente van Ninove "

Voorde, deelgemeente van Ninove .

Voorde is een woondorp in de Denderstreek , gelegen aan de steenweg Aalst-Geraardsbergen.Het 504 ha groot dorp heeft een tamelijk sterk golvend landschap variërend van 20 tot 47,5 m.Het centrum, zonder dorpsplein, ontwikkelde zich door concentratie van woonhuizen langs de steenweg en bij het kruispunt met de Ophemstraat. De oudste woonkernen bevinden zich in de omgeving van de dorpskerk, aan de Ophemstraat en op Zevenhoek.

In Voorde telde men in 1830 55 paarden, 27 veulens, 145 koppen hoornvee, 64 kalveren, 150 varkens en 15 geiten. Er waren toen ook nog 50 weefgetouwen in werkzaamheid. In die jaren had Voorde 1031 inwoners (1830). Dit bevolkingsaantal bleef lange tijd nagenoeg constant : in 1880 waren er 1019 inwoners, in 1910 1006 inwoners, in 1930 1035 en in 1947 telde men 1056 zielen. Dit aantal groeide verder aan tot 1144 in 1961. Er waren, net voor de fusie der gemeenten, 1178 inwoners van Voorde (1976).

 

De Heerlijkheid Voorde.

Over de geschiedenis van Voorde in de periode voor de feodale middeleeuwen is weinig met zekerheid gekend.De oudste dokumenten met een vermelding over Voorde dateren uit de 12e eeuw.

Rond de burcht van de heren van Voorde kwam een dorpskern tot ontwikkeling . Later echter verschoof de huisvesting van de eigenlijke dorpskern naar de latere baan Geraardsbergen-Aalst toe. De oudste bekende uit het geslacht van de heren van Voorde is "Zeger van Voorde" die leefde in 1202. Dit vinden we terug in een charter uit dat jaar van de hand van Steppo , abt van Ninove. In het begin van de 14e eeuw was de heerlijkheid van Voorde in het bezit van "Jan van Idegem" . In 1428 was het eigendom van "Jan van Oostkerke" en in 1486 ging ze over in de handen van " Roeland van Wedergrate" die gehuwd was met "Katelijne van der Cameren". De grafstenen van deze beide liggen trouwens nog steeds voor de kerkdeur. Acht jaar later werden deze opgevolgd door "Joris van der Meere" die gehuwd was met "Margareta van Wedergrate", die de heerlijkheid van haar vader had geërfd.

"Joris van der Meere" was de eerste vertegenwoordiger van de familie die tot het begin van de 19e eeuw halsstarrig in bezit bleef van de heerlijkheid Voorde. Zo was de heerlijkheid in 1573 eigendom van "Adolf van der Meere", in 1700 van "Jacob van der Meere" en na deze "Philip-Norbert van der Meere". De laatste heer van Voorde was graaf van der Meere van Kruishoutem. Tijdens de Franse periode (1794-1815) werden ook bij ons de restanten van het feodalisme afgeschaft. Graafschappen, baroniën en heerlijkheden verdwenen en de moderne gemeenten werden opgericht.

Het kasteel van Voorde.

Eén van de meest waardevolle gebouwen in Groot-Ninove is het kasteel van Voorde. Dit omwald kasteel met beboomde dreef is fraai gelegen in een groene omgeving ten Noordwesten van de kerk van Voorde. De oorspronkelijke omheining met stoere verdedigingstorens is gedeeltelijk bewaard gebleven. Het eigenlijke verblijf is een herenhuis met neoclassicistische inslag. De sierlijke inkompoort, eertijds met ophaalbrug, werd sterk gewijzigd toen de vaste stenen toegangsbrug werd gebouwd.

Kasteel te Voorde.

Kasteel met gracht.

Samen met de kerk en de pastorij werd het kasteel van Voorde op 16/1/87 geklasseerd als dorpsgezicht. Het kasteel van Voorde was de zetel van de heerlijkheid van Voorde. Over de vroegste geschiedenis van het kasteel tast men volledig in het duister, maar dat het minstens tot het begin van de 15e eeuw opklimt, staat vast. Zo bleef een contract bewaard van 1428 waarbij " Jan de Vremde" zich verbindt tegenover de toenmalige kasteelheer " Jan van Oostkerke" om voor 17 pond groot een aantal uitbreidingswerken te doen aan de " torre, staende aan zijn hof". Blijkbaar dient er een verdieping bijgebouwd te worden bestaande uit een kamer en een toilet : " te doen hooghene van metselrie X voete ende vier voete dickte, ende daerin eene camer ende een waerderebbe".

100 jaar later vinden opnieuw uitbreidingswerken plaats . Een contract van 1539 maakt melding van grote uitbreidingswerken. Er werden o.a. nieuw opgetrokken: de zaal, de keuken met de 'bottaillerye', de eetkamer , de grote toren en de beide wenteltrappen in de zaal. Ook de poortvleugel moet toen zijn verbouwd, getuige het door middel van muurankers aangebrachte jaartal 1539.

Het kasteel heeft zoals vele andere, zwaar te lijden gehad onder de godsdiensttroebelen van het laatste kwart van de 16e eeuw: op 29 juli 1580 werd het in brand gestoken. "Philip van der Meere" herstelt het slot in 1625. Het werd een vierkant waterslot met 4 monumentale hoektorens en een toegangspartij, met ophaalbrug, geflankeerd door 2 kleine ronde torens. De grachten en de vijver waren toendertijd vrij uitgestrekt en werden afgelijnd met een bomenrij en dreven. Ook naar de ingangspoort liep een dubbele bomenrij, de zogenaamde 'drève Viviane'. Het kasteel bleef eigendom van de familie "van der Meere" tot waarschijnlijk 1736 (?) en kwam daarna in handen van respectievelijk de familie Beeckman, de weduwe Gaspard-Constant Rollier te Gent en P. Van der Plancken van Oostkamp.

In 1897 zou het herenhuis op de binnenplaats gebouwd zijn, dit ter vervanging van de bestaande woonvleugel. In februari 1909 kopen de "zusters Vincentianen van Buggenhout" het goed voor 13200fr. Vrijwel onmiddellijk breken ze de oude schuur en stallingen af, knappen het woonhuis op en voorzien de nodige accomodatie voor 2 klassen. De oostvleugel zou in 1928 zijn verbouwd, getuige de gevelsteen met jaartal aan de binnenplaatszijde. Het kasteel werd eind de jaren zestig gekocht door kunstschilder "Yves Rhayé" , die het pand liet restaureren en er zijn atelier inrichtte. (zie ook virtuele tour)

In zijn huidige vorm bleef de configuratie van het 17e eeuwse waterslot voor een groot stuk behouden. Tot de oudere partijen behoren de hoektorens, de noordvleugel met ingangspoort, de zandstenen onderbouw van de zuidvleugel en delen van de oostvleugel.

Kapel O-L-Vrouw-Ten Beukenboom te Voorde.

Midden de korenvelden treffen we de kapel van O-L-V-ten Beukenboom aan , mooi ingeplant op het kruispunt van drie veldwegen. De huidige witgekalkte kapel werd in de 17e eeuw gebouwd: onder de 42e abt van Ninove, "Joannes de Neve" (1657-1685) werd bij de aartsbisschop van Mechelen de aanvraag ingediend om te Voorde een Mariakapel te bouwen. De pastoor te Voorde was toen Hiëronymus Cambier, een kannunik van Ninove. De initiatiefnemer was echter de toenmalige heer van Voorde, "Maximiliaan van der Meere" naar aanleiding van de wonderbaarlijke genezing van zijn vrouw van een erge ziekte, nadat zij haar toevlucht had genomen tot O-L-V van den Beukeboom. (zie ook virtuele tour) Daarom besloot hij op die plaats een kapel te bouwen .

Kapel O-L-Vrouw-Ten Beukenboom.

17e eeuwse kapel op kruispunt van veldwegen.

De pastoors van Appelterre en Aspelare reageerden op deze aanvraag onmiddellijk. Beide stelden voor dat er op zondag geen H.Mis zou gelezen worden in de kapel van Voorde. In hun schrijven uiten zij de vrees dat de mensen geen voldoende onderricht zouden krijgen. De bisschop - Andreas Cruesen vond dit een ontvankelijk voorstel en nam de wensen van zijn pastoors op in de oorkonde van 14 mei 1661 met toelating om de kapel te bouwen . Op zon- en feestdagen zal er dus in de kapel geen H.mis gecelebreerd worden. Het oude mariabeeld, bekend onder de naam O-L-Vrouw-ten-beuken, werd eertijds in de parochiekerk van Voorde bewaard. Sinds 1959 is het weer ter verering uitgesteld in de bedevaartskapel. Het beeldje meet 40 cm en dateert uit de tweede helft van de 16e eeuw. Het is een eikenhouten sculptuur met sporen van oude polychromie. Later werd het herschilderd.

De historische 17e eeuwse kapel kwam na de Franse revolutie in handen van verschillende eigenaars. Zij geraakte steeds meer in verval, zodat de voorgaande eigenaar in 1958 de grond, waarop de kapel stond, openbaar verkocht. De koper, "Dokter Laurent Van der Schueren" geneesheer te St-Lievens-Houtem, maar geboren te Voorde, besloot onmiddellijk alle dringende en noodzakelijke restauratiewerken aan te vatten.Als verantwoordelijk architect, oudheidkundige werd prof. R.Lemaire aangesproken.Kunstschilder Ingels, uit Lembeke, restaureerde de geschonden kruisweg van Fragonard. Rogier Van de Weghe, kunstkeramist uit St-Andries, vervaardigde de keramieken wapenschilden van Voorde en van de Norbertijnerabdij van Ninove. Hij herstelde de kerkramen en ontwierp tevens de zeven keramieken lijsten van O-L-Vrouw van zeven Weeën.Ook buiten werd de herstelling grondig aangepakt; Het klokje dat gedurende de Franse revolutie was verdwenen, werd vervangen door de oude hoeveklok van "het Pittershof"(zie ook Oude hoven te Appelterre) van Appelterre, in de 2e helft van de 18e eeuw bewoond door Pieter Vander schueren, voorvader van de latere eigenaar van de kapel.

Op 2 juli 1961, van ouds feestdag van de kapel , vierde men het derde eeuwfeest sinds de oprichting van de kapel (1661-1961) met een historische stoet opgebouwd rond het motief van de 4 jaargetijden .(zie ook virtuele tour) In 1975 werd de kapel , bij koninklijk Besluit, geklasseerd als monument. Op 12 december 1976 werd de kapel geschonken aan de VZW " Bisschoppelijke Colleges en Gestichten van het rechterlijk arrondissement Oudenaarde", waarvan het St-Aloysiuscollege van Ninove het waarnemend element was. In 1978 en in 1983 werden nieuwe restauratiewerken aan de kapel (oa. vochtproblemen) uitgevoerd.De huidige eigenaar van de kapel is Oscar Goossens uit Lede.

De St-Pieters-Bandenkerk te Voorde.

De St-Pieters-Bandenkerk van Voorde ligt mooi ingeplant in een bocht van de Kerkstraat, in de nabijheid van het kasteel .Men vermoed dat deze kerk ooit nog dienst deed als slotkapel.Ze is deels omringd door een ommuurd kerkhof .

De huidige, driebeukige kerk, opgetrokken in baksteen met verwerking van zandsteen uit de groeven van Ninove, werd meermaals verbouwd. Het laatgotische koor met driebeukige absis en de ingebouwde westertoren, beide daterende uit het begin van de 16e eeuw, zijn overblijfsels van de laatmiddeleeuwse dorpskerk. De zijbeuken op zandstenen sokkels met rondboogvensters, dateren uit de 18e eeuw. De ingebouwde oostelijke zijbeukmuren afgelijnd met klossen, zijn mogelijks van een oudere kerk uit de 14e eeuw. De sacristie is ook een overblijfsel van de laat-gotische bouw(1682?). Voor de kerkdeur liggen de grafstenen van " Roeland van Wedergrate" en "Katelijne van der Cameren", een van de vroegere heersers over de heerlijkheid Voorde.

St-Pieters-Bandenkerk te Voorde.

Schilderachtig ingeplant aan bocht van Kerkweg.

Het interieur van de kerk bevat weinig echte kunstschatten . Boven het hoofdaltaar hangt een schilderij uit 18e eeuw , nl "Bevrijding van St-Petrus uit de gevangenis ". Het schilderij "St-Marcellus als slaaf in de stal" dateert uit 1778 (1788?) en werd vervaardigd door een zekere Cauwe uit Geraardsbergen. De communiebank en de biechtstoel zijn van de hand van schrijnwerker Vits en beeldhouwer Van Driessche, uit Gent, en dateren uit 1773-1774.

De hardstenen doopvont dateert als enige uit de 15e eeuw. Het orgel uit 1769 werd gebouwd door Pieter van Peteghem uit Gent en is geklasseerd door K.B. van 19/08/1980.

De Pastorij van Voorde.

De pastorij van Voorde ligt in een unieke landelijke omgeving, verscholen in het groen.In de deels omwalde tuin staan een paar prachtige bomen o.a. een magnolia.Het is toegankelijk via een dreef, langs een vijver met prieeltje.

Over de vroegste geschiedenis van de pastorij is weinig bekend. Het schilderachtig ingeplante gebouw achter de dorpskerk, was eigendom van de norbertijnerabdij van Ninove. Volgens sommige bronnen gebruikten de norbertijnen dit als "buitenverblijf", andere spreken van "ziekenhuis". De landelijke ligging zal daar wel niet vreemd aan zijn. Getuige de dekenale visitatieverslagen was de woning van de dorpsherder reeds in het begin van de 17e eeuw omwald. In 1638 liet de Ninoofse abdij, die voor het onderhoud van de pastorij instond, een nieuwe kamer in baksteen bouwen en een kelder uitgraven.

Het huidige gebouw werd, blijkens het met muurankers aangegeven jaartal in de voorgevel, opgetrokken in 1723 op de grondvesten van de vroegere, afgebrande pastorij, in Lodewijk XV. Oorspronkelijk zou het uit een bouwlaag bestaan hebben, gemetseld in baksteen met gebruik van zand- en hardsteen als decoratief element, bv. de deur- en vensteromlijsting en de stijgergaten net onder de kroonlijst.

Pastorij te Voorde.

Mooiste pastorij van Groot-Ninove in groene omgeving.

De middenpartij werd vermoedelijk pas later verhoogd. Ze vormt nu de blikvanger van de voorgevel bekroond met een driehoekig fronton waarin een blind osseoog en met een zonnewijzer tussen de dorpel van het middenste venster en het bovenlicht van de deur.

De vierkante zonnewijzer werd gegraveerd in zandsteen. De uren zijn aangegeven in Romeinse cijfers en onderaan de wijzerplaat staat de Latijnse tekst : "Mutis caeca loquia non caecis". Vrij vertaald kunnen we dat omschrijven als : " voor doven is het verborgene sprekend, niet voor de blinden". Het uur op de zonnewijzer is nl. af te lezen door een dove maar niet door een blinde. (zie ook virtuele tour)

Het interieur bevat een aantal 18de eeuwse muur- en plafondschilderingen en wanddecoraties op doek. Zo vinden we op het gelijkvloers een kamer met een schouw versierd met kaartspelers en een plafond met loofwerk, insecten en vogels; een tweede kamer toont op de schouw een bespotting van Christus. Op de verdieping bleven drie muurbeschilderingen bewaard, met name een God de vader, regerend op een wolk gezeten en met de wereldbol in de linkerhand, een gekruisigde Christus met stadsgezicht op de achtergrond, en een putti met kruisbeeld tegen een achtergrond van wolken.Volgens wijlen pastoor Vandeputten zouden deze schilderingen de oorspronkelijke decoratie vormen van een eertijds in de pastorij ingerichte kapel.

De molen van Voorde ?

" D(omi)n(u)s Balduin(u)s de bullenghem una(m) r(a)s(ariam) bladii p(er)peto p(er)cipienda(m) ad mole(n)dinu(m) api(u) bullenghem"

Deze watermolen van de St-Adriaanabdij van Geraardsbergen stond te Bullegem (een klein gehucht met hoeve op de grens van Idegem en Voorde) op de molenbroekbeek. Deze beek loopt verder oostwaarts en mondt uit in de Dender bij de brug van Zandbergen. De plaatsnaam Bullegem wordt voor het eerst vermeld in 1176; de watermolen aldaar in 1233.

De molen werd vernield in de oorlog van de Gentenaars tegen de Graaf van Vlaanderen (Vrede van Gaver, 1453) Hij werd heropgericht als graan- en oliemolen maar echter opnieuw vernield in de periode 1672-1678 (Franse oorlog). In 1764 bestonden nog plannen om opnieuw een watermolen in te richten , maar die werden niet uitgevoerd...

Oude hoven te Voorde

1. De "Mulder's hoeve" is gelegen in de bocht van de Cambergstraat. Voor de hoeve een handelszaak en een horecaboerderij werd, hebben hier vele verschillende landbouwgeneraties hun kost verdiend.Deze imposante gesloten hoeve is ingeplant op een hellend beboomd terrein. Net zoals vele hoeven in de streek zijn ook gedeelten van dit gebouw opgetrokken in de 18e eeuw met latere aanpassingen. De verankerde witgekalkte gebouwen op een gepekte plint zijn gegroepeerd rondom een trechtervormig erf. (zie ook Virtuele Tour Voorde)

2. Het "Kastanjehof" is gelegen op de hoek van de Ophemstraat en naast de hogergelegen steenweg. De bakstenen gebouwen waren gegroepeerd rond een rechthoekig gekasseid erf met mastvaalt. Bepaalde sporen wijzen er op dat de vroeger witgekalkte gesloten hoeve gedeeltelijk dateert uit de 17e en de 18e eeuw. In de rechter-zijpuntgevel van het woonhuis kon men nog een jaartal zien in muurankers : 17?1. In het westelijk deel stond een tot stal omgevormde schuur met sporen van leembouw.

Van Vorda tot Voorde

De naam van het dorp heeft in de loop der tijden weinig veranderingen ondergaan .De meest middeleeuwse charters spreken van " Vorda" (1197) Enkele malen werd ze vermeld als " Voerde" en in een lijst van het bisdom van Kamerijk , uit de 14e eeuw staat de gemeente vermeld als " Fordes" .

" Voorde" of " Vorda" betekent in het Middelnederlands " wad, doorwaadbare plaats" . Dit slaat hoogwaarschijnlijk op de vroeger nogal moerassige vallei van de Ophembeek, een klein zijriviertje van de Dender. In deze vrij sterk ingesneden vallei is de nederzetting ontstaan en gegroeid.

Het wapenschild - zegel van Voorde

De regering van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden heeft ook hier niet het wapen van de oude heren aan de gemeente gegeven. Het nieuwe wapen werd toegekend op 4 augustus 1818 . Op 26 augustus 1844 werd dit bekrachtigd door de Belgische autoriteiten bij Koninklijk besluit.

Beschrijving van het gemeente wapen : "Wapen is van lazuur met Cérès van goud". Op te merken valt hierbij dat de heraldiek of wapenkunde dikwijls en zeker in de neo-klassicistische periode van het begin van de 19 e eeuw) heeft geput in het Grieks-Romeins pantheon. Dit leverde oa. de dochter van Saturnus, Cérès op , de godin die de oogst beschermt.

Voor wat Voorde betreft is de jonge, blonde godin voorgesteld met een kroon van korenaren en veldbloemen en met verschillende landbouwwerktuigen zoals een sikkel , twee spaden, een eg en een ploeg.

 

On the Net since 02/09/98 -------- Last update : 20/09/01

Send your mail to : peter.de.clercq6@pandora.be