Basisgrondwerk: inleiding

Wat en waarom?

Grondwerk kan je op twee manieren uitleggen: werk vanop de grond en werken aan de basis. Grondwerk versterkt het vertrouwen, zowel bij paard als bij mens. Het is een gelegenheid om wederzijds vertrouwen, respect en verstandhouding te ontwikkelen. Als jij en je paard handig worden aan het halster, maakt dit alles zoveel gemakkelijker: vangen, leiden, in de trailer laden, verzorging, hoefbehandeling, opzadelen, opstijgen, en het zal je later bij het rijden van veel nut zijn. Respect en respons zijn net zo belangrijk in de dagelijkse dingen die we met onze paarden doen, als tijdens onze geplande training-sessies.

Naast een welwillende ingesteldheid zorgt grondwerk ook voor souplesse, zachtheid en nageeflijkheid bij het paard. Op de grond sta je in een goede positie om je paard te zien denken en om van hem te leren. Je kan gemakkelijk z'n voeten in het oog houden en zien hoe hij van nature beweegt. Grondwerk zal je helpen om de aandacht van je paard te krijgen en vast te houden. Om z'n aandacht en respect te behouden, moet je de dingen interessant, uitdagend en belonend voor hem maken. Drill-oefeningen en eindeloze herhalingen zijn dus uit den boze. Als we een drietal maal een goede respons van ons paard gekregen hebben, is het niet slecht om aan iets anders te beginnen. Gebruik je verbeelding om oefeningen zo afwisselend mogelijk te maken. Doe ze op verschillende plaatsen, met verschillende attributen, over en rond hindernissen,...

Wat hebben we nodig om aan grondwerk te doen?

Heel weinig eigenlijk, een touwhalster en een lang touw van minstens 3,5 meter. Een touwhalster geniet de voorkeur boven een gewoon halster, omdat het je paard iets duidelijker een richting kan laten aanvoelen. Het halster kan je zelf knopen of je kan het op maat kopen bij de BHA.

Hoe je een touwhalster dichtknoopt, zie je op de afbeeldingen hieronder.

Oefen vooraf al eens met het lange touw. In het begin zal je er heel onhandig mee omgaan; zorg dus dat je handig wordt in het touw van hand veranderen en het ophouden van het einde van het touw met je andere vrije hand.

Als verlengstuk van je arm kan je ook een lange stok gebruiken. De carrot-stick die Pat Parelli gebruikt, heeft op het einde een lus waar je allerlei voorwerpen aan kan vastmaken, zoals een dunner touwtje, zodat je iets krijgt wat op een longeerzweep lijkt, of een plastic zak, of wat er ook maar in je opkomt. Je kan ook gewoon een stijf, iets langer springzweepje gebruiken, want dat heeft ook een lusje waar je vanalles aan kan knopen.

Als je handig geworden bent met het 3,5 meter touw en alle oefeningen kunt uitvoeren, kan je overstappen naar een 7 meter touw. Vervolgens een 14 meter touw, en vervolgens helemaal geen touw...

Begin bij voorkeur ook met een vriendelijk paard. Als je paard problemen heeft of je wil met een hengst aan de slag, is het misschien veiliger om er hulp bij te halen.

Enkele basisprincipes bij grondwerk.

Om te begrijpen hoe paarden denken en reageren, zijn een paar principes belangrijk.

Vooreerst het feit dat paarden prooidieren en kuddedieren zijn, terwijl wij solitaire jagers zijn. Welk belang heeft dat nu voor grondwerk? Heel veel! Een prooidier reageert nl. heel anders dan een roofdier als het zich onzeker en onveilig voelt.

Een prooidier slaat op de vlucht, en kijkt pas als het op een veilige afstand is naar wat hem nu eigenlijk schrik aangejaagd heeft. Eerst reageren, dan denken. Wij mensen hebben als roofdieren echter de neiging ons helemaal op te spannen in een soort foetushouding als we schrikken, en daarbij ons met onze klauwen stevig vast te houden. Kijk maar wat er gebeurd als je onverwacht je leidtouw laat vallen: je kromt je helemaal, duikt naar het touw, grijpt dit vliegensvlug vast en blijft het stevig vasthouden. Geen wonder dat je paard er dan vandoor probeert te gaan! Blijf je zelf echter kalm, buk je je langzaam om het touw voorzichtig op te nemen, dan is de kans groot dat je paard gewoon blijft wachten tot je het touw weer in je losse hand of over je elleboog hebt.

Bij het grondwerk komt het er dus op aan het paard te leren z'n verstand in plaats van z'n instinct te gebruiken, en onszelf die instinctieve roofdierreacties af te leren. Een ontspannen houding is dus ten allen tijde vereist, ook als er iets mis dreigt te lopen. Een ontspannen houding doet mirakels als we in moeilijke omstandigheden moeten werken: bijvoorbeeld bij hevige wind, als er veel lawaai in de omgeving is, of vreemde paarden...

Vind je het moeilijk om jezelf kalm te houden, probeer dan eens te geeuwen. Niet het geeuwen op zich is dan belangrijk, maar wel de ontspannen lichaamshouding die eruit voortvloeit. Je paard zal het zeker opmerken.

Een prooidier ziet de wereld ook heel anders dan een roofdier. Doordat z'n ogen zijwaarts staan, heeft hij voor en achter zich een blinde zone. Het paard houdt er dan ook niet van als hij je onverwacht aan de ene kant en dan aan de andere kant ziet opduiken.

Door de stand van z'n ogen heeft een paard ook weinig scherptediepte en kan hij moeilijk afstanden exact schatten. Wat voor ons een simpel plasje lijkt, lijkt voor het paard een bodemloze put! Beschouw z'n aarzeling om in die plas te trappen dan ook niet als koppigheid of aanstellerij, maar als eerlijke angst. Alleen als hij ons genoeg vertrouwt, zal hij dan ook effectief in die plas stappen.

Hetzelfde geldt voor allerlei voorwerpen die in onze ogen banaal lijken. Een plastic zak die daarbij nog een angstaanjagend geluid maakt (als van een roofdier dat in het struikgewas naderbij sluipt), felgekleurde voorwerpen die soms ook nog bewegen, paraplu's, alle kunnen ze een paard vrees aanjagen. Houd rekening met die vrees, en help je paard erover, zodat hij leert dat hij op je oordeel kan vertrouwen.

Dominantie versus leiderschap

Wat heeft het feit dat paarden kuddedieren zijn met grondwerk te maken? In een paardenkudde heerst een bepaalde hiërarchie. Paard 1 is dominant over paard 2, dat op z'n beurt dominant is over paard 3, enz. Deze dominantie uit zich ondermeer door het feit dat het minder dominante paard moet wijken voor het paard dat hoger in rang is. Doet het dit niet vrijwillig, dan wordt het daartoe wel aangemaand: te beginnen met een kwade blik, platliggende oren, over een uitgestrekte nek en dreigende tanden, tot een effectieve beet of slag. In realiteit komt het zelden zover; een paard dat z'n plaats kent zal al veel vroeger uit de weg gaan.

Als we nu een leider voor ons paard willen zijn, zullen we ook op onze strepen moeten staan. Dit betekent allereerst respect voor onze persoonlijke ruimte. Een paard dat onze rangorde betwist, zal ongegeneerd over je heen proberen lopen, op je voeten trappen (niet van lompigheid, hij weet heel goed dat je voeten daar staan!), je uit de weg duwen. Onze eerste opdracht is dus ons paard duidelijk maken dat we daar niet van gediend zijn.

Laat je paard niet te dicht komen door jezelf groter te maken. Hoofd omhoog, schouders open, borst vooruit, je beiden ogen op het paard gericht. Is dat nog niet voldoende, dan kan je desnoods je armen omhoog brengen, ermee zwaaien, met een touwtje zwaaien, op en af springen.... We doen zo weinig als mogelijk maar zoveel als nodig. Het is nu ook niet nodig dat we het paard zo aan het schrikken brengen dat hij van ons wegstormt!

En hoe vroeger je reageert, hoe minder moeite je hoeft te doen. Het is veel gemakkelijker met slechts een blik te moeten reageren als je ziet dat je paard eraan denkt om te dichtbij te komen, dan hem een hele meter terug achteruit te moeten sturen als hij al neus aan neus met je staat. Wees dus bewust van je positie tijdens het grondwerk en van je eigen lichaamstaal: ben je passief - uitnodigend, of actief - drijvend?

Nog een woordje over leiderschap. Een leider wordt je niet door je agressief of intimiderend te gaan opstellen. Leiderschap moet je verdienen. En dat kan je alleen door consequent te zijn met je paard, zodat hij leert dat hij je in alle omstandigheden kan vertrouwen. Uit vertrouwen volgt respect. Als je je toch intimerend gaat gedragen, zonder dat je paard je al als een leider ziet (waarom zou hij als je nog niet bewezen hebt dat je een goede leider zult zijn), kan het dan ook gebeuren dat je paard onverwacht agressief reageert op je.

Communiceer dus met je paard en houd rekening met z'n opmerkingen. Jij bepaalt wat je paard moet doen, maar hij mag wel zeggen of hij het leuk vindt of niet...

Probeer negatieve reflexen bij je paard te vermijden. Ga geen gevecht aan met je paard, dat zul je toch nooit winnen. Beter is wat toe te geven en mekaar halfweg te ontmoeten. De communicatie is belangrijk bij grondwerk, niet het resultaat van een oefening.

Krijg je niet het gewenste resultaat, dan kan je, in plaats van misschien meer druk te gaan zetten om een oefening gedaan te krijgen, in kleinere stapjes proberen te werken. Probeer ten alle tijde je emoties onder controle te houden. Het is zeer zeker frustrerend als je paard maar niet doet wat je vraagt, maar zoek de oorzaak bij jezelf. Als je paard 'neen' zegt, heb je misschien de verkeerde vraag gesteld of de vraag verkeerd gesteld.

Denk ook niet dat je paard je wil testen of een loopje met je neemt. Gisteren deed hij een oefening nog perfect en vandaag bakt hij er niets van. Paarden leren niet met een rechtlijnige curve. Integendeel leren ze met ups en downs (zie nieuwsbrief 3: hoe paarden leren). Als je vandaag de gewenste respons niet meer krijgt, dan komt dit doordat het paard nog niet zeker is van het juiste antwoord en nog steeds de andere opties onderzoekt.

Wees geduldig en zet ook een stapje terug. Pas als een oefening bij herhaling goed uitgevoerd wordt, beschouwen we die als geleerd en kunnen we overgaan naar een volgende oefening.

De kleinste poging belonen.

Snel loslaten is de boodschap als we de gewenste reactie van ons paard krijgen. Dat is namelijk onze vorm van belonen bij grondwerk: ophouden met vragen als je krijgt wat je vraagt. Door het paard te belonen zodra hij ook maar enigszins probeert het goede antwoord te geven, leert hij wat we van hem verlangen. "Reward the slightest try" - beloon de kleinste poging. Belonen door de druk bliksemsnel te laten wegvallen. En als hij het wel heel goed gedaan heeft, een aai over z'n bol.

In tegenstelling tot wat zo ongeveer alom verspreid is in de ruiterwereld, houden paarden niet van klopjes. Ze leren er mee leven, dat wel, maar als je ze echt wil belonen, dan strijk je ze zacht over hun huid - net zoals ze bij elkaar doen. Straffen doen we niet. Straf komt altijd te laat, nà het gebeurde. We proberen ervoor te zorgen dat het ongewenst gedrag niet gebeurt. Doet je paard niet wat je wil, of krijgt z'n vluchtreflex toch de overhand, doe dan gewoon of er niets gebeurd is en begin opnieuw. Paarden zijn extreem vergevingsgezind. "Doe" je paard ook niets doen, maar zet de situatie zo op dat hij het uit zichzelf doet. Maak de goede keuze voor hem makkelijk en de slechte moeilijk, maar laat het hem vooral zelf uitzoeken. Zorg dat jouw idee zijn idee wordt.

© Monique Moons