|
|
Help! Mijn paard bijt! Bijten is waarschijnlijk het gevaarlijkste gedrag in een paard. Hoe snel je ook bent, je kan jezelf niet beschermen tegen een paard dat er ernstig aan denkt z'n tanden in je te zet- ten. Voor je het weet, is het gebeurd. Elke maal dat een paard z'n tanden opent, al is het maar enkele millimeter, met de bedoeling wat van je vel ertussen te krijgen, is dat bijten. Of het nu een paard is dat naar snoepjes in je zak snuffelt en hierbij een beetje meegesleept wordt of een paard dat zijn hoofd omdraait om je te bijten terwijl je hem opzadelt, een beet is een beet. En je kan je paard leren dat zo'n gedrag niet acceptabel is. Paarden zijn van nature niet agressief. Meestal is het een paard dat het laagst in de kudde-rangorde staat, of een paard dat zich hoe dan ook bedreigd voelt, dat een bijter wordt. Misschien aanzie je jezelf niet als een bedreiging en doe je misschien niets om hem bewust te bedreigen, maar iets in z'n hersens zegt hem dat hij best aanvalt voordat er iets slechts met hem gebeurt. Het kan iets uit z'n verleden zijn dat hem op die gedachte brengt. Hengsten in het bijzonder leren dat ongeveer elk paard dat ze ontmoeten hen wil slaan (merries die niet hengstig zijn, ruinen), zodat ze als eerste toeslaan. Het begint heel klein. Het is zeldzaam dat een paard een mens zomaar onverwacht zou bijten. Meestal denkt hij er al een tijdje over. In feite kan een anders vriendelijk paard een bijter worden omdat hij er te lang heeft over kunnen nadenken. Hoe meer een paard erover denkt om te bijten, hoe groter de kans dat hij het ook zal doen. Het begint met een vluchtige gedachte. Misschien ziet hij je als een bedreiging voor z'n voeder of vreest hij dat je hem aan weerskanten zal vastbinden. De eerste dag zal alleen maar de gedachte in hem opkomen, en zie je misschien een oor naar achter knikken, zoals jij en ik misschien een beetje fronsen om ons misnoegen of onze irritatie te tonen. Als niets zijn denkwijze verandert, zal hij er de volgende dag dubbel zo lang aan denken. Op de derde dag voelt hij zich van z'n stuk gebracht als je hem vraagt om te bewe- gen, zodat de gedachte aan bijten in z'n hoofd blijft rondspoken, zoals iemand die blijft mopperen. Na verloop van dagen wordt de gedachte aan bijten steeds sterker en uiteindelijk doet het paard het ook. Vroeg of laat, als je hem vraagt om te bewegen, draait hij zich om om je te bijten. Als je de eerste waarschuwings-signalen gemist hebt, denk je dat z'n gedrag plots veranderd is. 't Is zoals zin hebben in chocolade. Als je niet aan iets anders begint te denken, duurt het niet lang of je doorzoekt alle kasten tot je een reep vindt. Het is dan ook belangrijk dat je de manier van denken van een paard verandert op het ogenblik dat hij een onvriendelijke gedachte in z'n hoofd heeft. Je moet dus iets doen om z'n gedachten te veranderen. Er is een nauw verband tussen gedachten en houding, in het bijzonder bij paarden, waardoor je, als je hem kan doen bewegen, zijn gedachten kan doen veranderen. Wat doe je eraan? Als je merkt dat je paard een niet zo vriendelijke gedachte heeft, vraag jezelf dan af wat je hem kan vragen om te doen en hierbij een "ja" als antwoord te krijgen. Maak je vraag klein genoeg zodat hij niet moet nadenken over z'n antwoord. Iets eenvoudigs zoals z'n hoofd naar omlaag brengen (hoe je dat doet, vind je hier), z'n hals plooien in antwoord op druk op het leidtouw, overstappen in de achterhand, om het even wat je grondig geoefend hebt, en wat hij kàn. Door dat te doen, vervang je z'n verkeerde gedachte door een medewerkende.
Hoe voorkomen we bijten in andere situaties? Bekijken we eerst het paard dat overal aan knabbelt. Het is zoals een reuze Golden Retriever. Hij moet alles in z'n mond nemen, maar denkt hierbij niets onvriendelijks of knorrigs. Het is alleraardigst om hem op z'n leidtouw te zien knabbelen. En als hij het uiteinde van je mouw vastgrijpt als je z'n stal aan het uitmesten bent, gaat er een warm gevoel door je heen. Maar het is maar een klein eindje van je mouw naar je arm, en een paard dat je beknabbelt - dat z'n manieren niet geleerd heeft - zal die grens gemakkelijk overschrijden. Juist wat je hem niet wil laten doen. Vervang het gedrag dat je niet wil, door gedrag dat je wil. Bijvoorbeeld, als hij begint te knabbelen, zet hem aan het werk. Kies een oefening die je graag zou verbeteren, en oefen erop. Dus telkens als het paard probeert te knabbelen, doe je z'n achterhand overstappen en vraag je bijvoorbeeld twee stapjes achteruit. Maak je niet boos op hem en oefen niet alsof je hem wil straffen. Werk alleen aan iets wat je hem beter wil laten doen, zodat hij niet oefent in het beter worden in slecht gedrag. Het duurt niet lang of hij stopt met knabbelen als dat betekent dat hij moet werken. Je bepaalt zelf de limieten. We weten nu hoe we een paard z'n behoeften moeten voldoen, hoe we ver- wachtingen omtrent z'n gedrag mogen uitstippelen en hoe we hem kunnen ontmoedigen van te bijten door hem meer aandacht dan hij wenst te geven. We zagen ook hoe een gedachte een daad kon worden, en hoe we een slechte gedachte kunnen vervangen door een medewerkende. Maar wat doen we als een paard ons echt probeert te bijten? Zie je z'n tanden op je afkomen, hef je elleboog dan in z'n richting zodat hij de afstand misrekent en met z'n gevoelige muil op je arm botst. Hij zal niet denken dat je hem "geslagen" hebt, in z'n ogen is het alsof hij het zichzelf heeft aangedaan. Heeft hij je toch gebeten, dan verklaar je hem de oorlog. Laat hem denken dat hij de ergste vergissing van z'n leven begaan heeft. Maar er zijn regels: het moet binnen de drie seconden gebeuren (eenendertig, tweeëndertig, drieëndertig, stop). Het heeft geen belang of hij vlak naast je staat of aan de overkant van de piste en je zelfs de kans niet krijgt hem af te schrikken. Na drie seconden doe je terug alsof er niets gebeurd is, zonder uitzondering. Tijdens die drie seconden vlak na de beet, "ontplof" je. Omdat je het geen tweede keer wil meemaken. Je wil hem ervan overtuigen dat hij het werkelijk verknald heeft. Paarden die echt bijten bluffen niet, zodat je zelf ook niet zou moeten bluffen. Hem slaan zal hem er niet van weerhouden opnieuw te bijten. Pijn is geen oplossing, zeker niet als hij geëmotioneerd is. Hem overtuigen dat z'n leven in gevaar is, zal z'n gedrag veranderen, en dat kan je door "aan te vallen": spring naar hem, schreeuw, zwaai je touw naar hem, laat je lichaamstaal hem vertellen dat het "erg" is. Na die drie seconden doe je terug waar je voorheen mee bezig was, en spendeer je heel wat tijd om z'n hoofd te knuffelen, zoals je vóór het bijten deed. Als we denken aan "houden van paarden", hebben we vaak een beeld van iemand die wortels of snoepjes voedert in gedachten. Er is niets verkeerds aan je paard een snoepje te geven, maar hij mag z'n manieren niet vergeten. Een betere manier om van hem te houden is hem overvloedig rond z'n hoofd te knuffelen. Zeker bij een hengst moet je veel aandacht aan z'n hoofd besteden, streel hem, knuffel hem, ga met je vingers in z'n mond (hoe je dat - veilig - aanpakt vind je o.a. in de friendly game van Pat Parelli en de TTouches van Linda-Tellington-Jones) enzovoort. Maak niet teveel drukte rond z'n lichaam. Paarden beschermen hun lichaam, en in het bijzonder de singelstreek, dus poets hem normaal maar dring niet aan op z'n flanken. Speel niet met je paard op een ruwe wijze, tenzij je uitstekende controle over hem hebt. Als hij ook maar enigszins agressief is, leer hem dan niet naar je toe te rennen en laat hem niet naar je toe komen in stap of in draf voordat je hem geleerd hebt z'n achterhand van je weg te bewegen. Het sleutelwoord is controle. Wat met misbruikte paarden? Het is juist dat een paard dat laagst in de rangorde stond, z'n gewicht in de schaal werpt als hij denkt dat men hem pijn zal doen en dat een paard dat ruw behandeld geweest is, kan bijten omdat hij zichzelf wil beschermen. Maar we kunnen zijn verleden niet als excuus voor z'n huidig gedrag gebruiken. Als een paard een ongewenst en bijzonder gevaarlijk gedrag vertoont, is het onze plicht tegenover hem dat gedrag te veranderen. Paarden kunnen zich extreem aanpassen. We kunnen hem ervan overtuigen dat hij zichzelf niet hoeft te beschermen - en hem leren ons te vertrouwen - door controle te verwerven. Als het paard leert dat we hem kunnen controleren zonder hem pijn te doen, zal z'n vertrouwen in ons groeien. Dat vertrouwen neemt de vorm aan van respect, wat betekent dat hij ons ernstiger gaat nemen. Hoe ontwikkel je vertrouwen? Kies een oefening en oefen erop. Bijvoorbeeld, als je leid-oefeningen doet, vraag het paard om voorwaarts te gaan (drijf hem voorwaarts, trek niet aan het touw), stap 10 passen, doe hem stoppen en 3 passen achteruit gaan. Streel hem, laat hem een minuutje stilstaan, en herhaal de oefening. De eerste drie of vier keer kunnen een beetje moeilijk zijn, waarbij het paard niet onmiddellijk voorwaarts gaat of er langer over doet om te stoppen dan je zou willen. Maar terwijl je met hem werkt, waarbij je je aandacht richt op het gedrag dat je wenst en niet aan het touw rukt, zal hij consequent beginnen worden. Na de 20e keer zie je verbetering, en het paard zal vertrouwen in jou krijgen. Maar of het nu 20 of 200 herhalingen vraagt, is niet belangrijk. In feite, als het er 200 zijn, krijg je des te meer de gelegenheid om te werken waaraan je wil: consequentie. Als jij consequent bent, wordt hij consequent, en vertrouwen volgt. Als een paard niet langer geslagen wordt, bijvoorbeeld, en door herhaling van de lessen ervan overtuigd raakt dat hij niet zal geslagen worden, zal hij z'n probleem van mishandeling overwinnen, samen met al die emotionele bagage. Maar als we hem als een "mishandeld" paard behandelen, eerder dan als het paard dat we willen dat hij is, verontschuldigen we zijn probleem, en brengen we hiermee onszelf en uiteindelijk hem in gevaar. Monique Moons © |