De join-up
(hooking on)

Ik hoorde voor het eerst van het bestaan van zoiets als de join-up, toen ik (6 jaar geleden) op de internet-horsemanlijst beschreef hoeveel problemen ik had met mijn Paard-Met-Verleden Naomi - hoe ze onaanraakbaar was, zowel vanbinnen als vanbuiten. Gail Ivey schreef terug 'I think you should start with hooking on'. Ik printte haar uitleg uit, leerde 'm zo goed als vanbuiten en reed naar de manège. De volgende mail die ik naar Gail schreef was 'How do I get that silly horse away from me?'.

De join-up is waarschijnlijk de meest bekende en tegelijk de meest "mystieke" methode van de laatste jaren in horsemanship-land. Vooral de zeer marketingbewuste Monty Roberts maakte er z'n uithangsbord van - "binnen het half uur, na de join-up, kan hij elk paard, "wild" of niet, bestijgen". En het bracht hem tot bij de Queen. Over wat erna komt, wordt veel minder verteld, en ieder die ooit al eens een paard onder zadel heeft gebracht, weet, dat als het vriendelijk genoeg gebeurt, niet de eerste keer is die eventueel verzet uitlokt, maar wel de tiende keer, als het paard over z'n verbazing heen is.
( Ook bij de beroemde "Mustang-"video durven wij amateurs wel vraagtekens zetten: het ging hier niet over een join-up, maar over een doodgewone jacht, waarbij de "prooi", de Mustang dus, het gewoon opgaf. Zo hoort het -in mijn lekenogen- dus niét.)

En toch wordt de join-up al heel lang toegepast - John Lyons perfectioneert het roundpen-werk, vertrekkend vanuit de join-up. Voor hem is het het begin van elke training. Mensen als Dorrance en Hunt passen de join-up, of het 'hooking on', alleen toe bij jonge aan te rijden paarden, of echte probleempaarden. Rashid dan weer aarzelt zowiezo over het toepassen van de methode, en zal het alleen bij 'zware gevallen' gebruiken. Parelli neemt de join-up als onderdeel van het werken in vrijheid, en dat komt pas nà de seven games, en nà het werk aan korte en lange lijn. Hempfling noemt het "Die Erste Begegnung", ook Gentili heeft er z'n eigen variante op. Een gelijkaardioge reactie merken we overigens bij het aanleren van het "gewone" longeren bij een paard: we sturen het paard weg, maar ondanks dat het paard alle tekenen van onderwerping toont, mag het niet naar binnen komen - vaak tot grote verwarring van het paard, dat zich uiteindelijk bij de situatie neerlegt.

Een variante die hier niet wordt beschreven is de "Draw" - een manier om bange paarden naar zich toe te brengen door middel van enkel belonen (positieve bekrachtiging). Het paard wordt op geen enkele manier weggedreven - integendeel; als het paard het liefst heeft dat de mens weggaat (alléén bij bange paarden!!) is de beloning op elke lichte vorm van inschikkelijkheid dat de mens zich juist even terugtrekt, tot het paard voldoende is gerustgesteld om een voedselbeloning te aanvaarden. Omdat deze manier zo afwijkt van mainstream (ze draagt nochtans mijn persoonlijke voorkeur weg, voor mij geen joinup) sla ik ze even over. Een "journalist" die compleet wil zijn moet soms lijden... en ik moet toegeven, het wérkt. Vergeet echter niet dat een heleboel gekende wetenschappers (gedragswetenschappers, ethologen, dierpsychologen) zich gezamelijk en publiek hebben uitgesproken tégen het gebruik van de joinup zoals die toegepast wordt door Monty Roberts.

Waarom de join-up toepassen?

Niet om een paard op 1-2-3 onder zadel te brengen - hoewel je daarmee de show wel kan stelen, is het mijn persoonlijke mening dat je relatie toch iets steviger mag zijn. Een paard onder zadel brengen hoeft geen spektakel te zijn.
Paarden waarbij de join-up zeer effectief blijkt, zijn juist die paarden die zich moeilijk laten aanraken. Omdat ze half en half verwilderd zijn (we hebben hier dan wel geen mustangs, maar wel twee- en driejarigen die vanaf het (vroege) spenen ingeschaard zijn geweest op veulenweides); omdat ze een diep wantrouwen koesteren tegen mensen vanuit hun (slechte) ervaringen in het verleden; of omdat ze zich ver verheven weten boven mensen, de nummers elf uit hun kudde.

Wat heb je nodig voor een join-up?

Eigenlijk alleen jezelf, en je paard.
Toch moet je ook stilstaan bij de ruimte waarin je de join-up gaat oefenen. Het helpt als de ruimte waarin je de join-up wil doen, niet te groot is, zodat je zelf niet teveel moet gaan lopen als het paard in beweging zetten ook van jou enig loopwerk vereist. De Amerikanen gebruiken een round pen (gemiddeld zo'n 15 meter diameter), Hempfling gebruikt een vierkante picadero (12 op 12 meter), je kan een logeerring gebruiken (maximaal 20 meter diameter). In een grotere ruimte heeft de trainer het moeilijker om het paard effici'nt op het juiste moment aan te drijven. Het maakt de communicatie moeilijker, want de druk die je moet gebruiken om bijvoorbeeld het paard van richting te laten veranderen, zal vrij groot zijn; bovendien is het voor de trainer veel vermoeiender, en voor een geslaagde join-up mag vermoeidheid je geen parten spelen - anders verlies je je alertheid en geduld. Anderzijds kan het juist bij bijvoorbeeld bange, gevoelige paarden juist beter zijn om in een grotere ruimte te werken, omdat het waarschijnlijk al voldoende is om gewoon in het midden te gaan staan om een paard in beweging te zetten. Wie namelijk een grove beoordelingsfout maakt en teveel druk zet, kan een paard door of over de omheining jagen. (Die allereerste join-up (met Naomi), werkte feilloos binnen 20 minuten, in een doodgewone binnenpiste van 20 op 40 meter). Is de ruimte kleiner, dan zal het paard moeite hebben om zich gemakkelijk te bewegen; het paard krijgt het gevoel geen kant op te kunnen en zal makkelijker panikeren. De kans op een ongeluk is dan niet veraf.
We merken hierbij even op dat Hempfling in een vrij kleine ruimte werkt, maar dan ook niet echt drijft, of beter - blijft drijven (hij gebruikt precies de hoeken om tot zijn join-up te komen - meer over zijn variante verder). Toch kan je vrij goed drijven in een vierkante ruimte: het paard zal proberen van hand te veranderen in de hoeken maar zal vrij snel doorhebben dat het dat niet is wat je wil, en zal er uiteindelijk voor kiezen om de hoeken te negeren - al is het maar omdat dat minder werk betekent.
Heb je niet de luxe van een kant-en-klare ruimte, dan is het eenvoudigste om de piste waarin je normaal werkt, in twee te delen met bijvoorbeeld springhindernissen, of er een roundpen mee te bouwen. Let dan wel op als je de join-up zou gaan doen met een paard dat in het dagelijkse leven springpaard is. Een eenvoudig koordje is uit den boze als je de join-up nog nooit eerder hebt gedaan, of met een paard dat overgevoelig of dominant reageert - het paard gaat er los door. Eens het paard door zo'n koord heengegaan is (en daarbij hopelijk niet gekwetst werd), zal het vooral onthouden dat het zich gemakkelijk aan het drijven kan onttrekken door er gewoon tegen te lopen: het werken met een koord is dus echt niet aan te raden. Beter nog is het gebruik van (zo breed mogelijk) rood-wit werflint, dat je normaal kan vinden bij elke handel in bouwmaterialen. Het is breed en goed zichtbaar voor het paard. Maak het vast aan de omheining of aan hindernisstaanders, en maak er twee (of zelfs drie) cirkels van, boven (zo hoog mogelijk, zodat het paard er niet aan denkt eroverheen te gaan) en beneden; op die manier krijgt het paard de indruk dat het om een massieve omheining gaat.
Heb je geen piste, dan kan je je altijd nog van die metalen of kunststoffen steekpaaltjes kopen waar men tijdelijke electrische omheiningen maakt, en waaraan je het werflint vastmaakt. Tip: die paaltjes zijn veel goedkoper in een winkel met landbouwmateriaal dan in de ruitersportwinkel.

Het basisprincipe

De join-up zou gebaseerd zijn op gedrag in de kudde: een paard dat in de ogen van een hoger in rang staand paard iets serieus mispeuterd heeft, wordt volgens Monty Roberts (zie evenwel opmerking ethologen hierboven, die dit ontkennen) weggestuurd - niet een metertje verder, maar tot buiten de groep. Het paard mag niet eerder in de groep terugkeren voor het duidelijk door z'n lichaamstaal heeft getoond dat het het andere paard erkent als hoger in rang staan. Heel beleefd komt het paard naar de ranghogere toe, en de verbroedering kan heel duidelijk zijn - elkaar groomen op de schoft, bijvoorbeeld. Bij de join-up stelt de mens zich afwisselend op als dominant en beschermend - precies wat een paard verwacht van een goede leider van de kudde. Het bange paard gaat de mens meer vertrouwen, het dominante paard begint de mens als z'n leider te erkennen. Even toch hierbij opmerken dat de join-up geen definitief verworven rangorde tevoorschijn tovert - ook na "het mirakel" van de join-up moet de rangorde in stand gehouden worden - de desillusie in het paard zou des te groter zijn.

De menselijke trainingsvariante

De join-up gebeurt dus in principe in een kleine, afgesloten ruimte. De trainer staat in het midden, en houdt het paard op de hoefslag aan de wand, ook net zolang tot het paard door middel van z'n lichaamstaal onderwerping toont dat hij graag naar de trainer zou komen.
Het paard kan dus kiezen:
1/ofwel negeert hij de trainer: manifest buiten de omheining kijken, het hoofd naar buiten gedraaid, blijven stilstaan en de signalen van de trainer "niet zien", of juist tegen de gevraagde richting in omkeren; tot zelfs bokken en chargeren.
2/ ofwel toont hij dat hij de trainer als z'n meerdere erkent, en zal die trainer hem ook onmiddellijk uitnodigen om naar hem toe te komen, om hem uitgebreid te belonen (strelen). Als het paard ervoor kiest om op de hoefslag te blijven, zal de trainer hem ook bewust op de hoefslag houden. Het paard maakt het zichzelf dus dubbel zo moeilijk: niet alleen moet hij in beweging blijven (vermoeiend en vervelend), maar ook wordt hij onzeker: hij is helemaal alleen, en dat gaat in tegen z'n instincten, want gezelschap (de kudde) = veiligheid.

Eerst dit: hoe hou je een paard op een effectieve manier in beweging?

Normaal gesproken moet je het paard bewust drijven om in draf te houden. Stappen is in principe niet voldoende; we willen dat het paard draaft. Wil het paard alleen draven, dan laten we het juist galoperen. Drijf het paard aan door (in opvolgende stadia van uitgeoefende druk)
- te kijken naar het paard
- met je lichaam mee te draaien
- een armbeweging
- door in een schuine hoek erachter even mee te stappen of lopen
- door het leidtouw in de lucht te gooien (de kant waar het het halster aanzit blijven vasthouden!)
- door het leidtouw in de richting van het paard te gooien (de kant van het halster blijven vasthouden!)
- door het leidtouw met de kant van het halster in de richting van het paard te gooien (het uiteinde van het touw blijven vasthouden!)
- extra druk uitoefenen door tegelijk mee te lopen, eventueel in combinatie met het touw/halster

Gooi halster-en-touw in de richting voor of achter het paard, naargelang je hem wil laten draaien, of voortdrijven in dezelfde richting. Je kan ook een longeerzweep gebruiken, maar omdat veel van onze paarden juist averechts reageren op de longeerzweep (gedachtenloos cirkeltjes draaien) is het een beter idee om met iets "nieuws" te werken. In geen geval wordt er geslagen, maar dat is een evidentie voor de lezers van deze nieuwsbrief, natuurlijk.
Insiders-tip: wat soms een verbazingwekkende indruk maakt op het paard, is als je een klein beetje zand van de grond in je hand neemt en dat (zachtjes) tegen de achterhand van het paard gooit - het paard is stomverbaasd dat je 'm van zover kan aanraken - met niks. Daarna is het vaak al voldoende om even door je knieën te gaan, het paard zal, al anticiperend op het zand, al vooruit gaan.

Gebruik net zoveel druk als je nodig hebt om het paard in beweging te krijgen, niet méér - maar ook niet minder. Gebruik je gezond verstand, of in dit geval: scherp je gevoel voor dit paard aan. Sommige paarden gaan al draven als een mens in het midden gewoon gaat staan. Als het paard daarbij duidelijk tekenen van ongerustheid vertoont (witte ogen, geklemde staart, panikeren...) hou het daar dan bij. Is het nog teveel druk, ga dan zelfs zitten. Het is de bedoeling dat het paard rustig genoeg wordt om na te kunnen denken - als hij in paniekmodus blijft, zal de situatie escaleren. Is het paard niet ongerust, maar sluit het zich af (wat vaak gebeurt met paarden die veel gelongeerd zijn) en heb je het gevoel dat hij rondjes zal blijven draaien tot hij neervalt (of jij), gebruik dan de Hempfling-variante (zie verderop).

Het verloop

1. Laat het paard los in de roundpen/picadero.
Geef het een tiental minuutjes tijd om te wennen aan de ongeving. Ondertussen kijk je naar het paard, en kan je inschatten hoe het paard denkt: is het bang, heeft het zelfvertrouwen, is het opgewonden (dat impliceert dat je het niet altijd even duidelijke verschil kan zien tussen opgewonden zijn en bang zijn!). Laat je ook niet overtuigen dat een paard zich per definitie op z'n gemak voelt als het gaat rollen - dit kan een voorbeeld van overspronggedrag zijn (als ik doe alsof er niks aan de hand is, gaat het weg).

2. Ga rustig in het midden staan en observeer hoe het paard op je reageert
- meet daaraan af hoeveel druk je zal nodig hebben om het paard te drijven. Doe eerder te weinig dan teveel: doe je te weinig, dan kan je altijd opnieuw beginnen, maar doe je te veel dan heb je misschien een probleem gecreëerd. Wees je in elk geval zeer bewust van je zelfhouding: tenslotte ben je de betrouwbare, rustige leider, en stel jij de regels vast. Dat betekent absoluut niet dat je je agressief moet zijn: dan druk je het paard in de zelfverdediging en z'n overlevingsintinct vertroebelt z'n kunnen nadenken. Wel assertief zijn! - kijk geconcentreerd naar het paard met een zelfbewuste lichaamshouding. Letten op je timing, alert reageren - als je zonder ophouden op de kleine dingen let heb je gezien dat het paard zal vertragen of proberen om te keren nog voor het zover is. Laat je niet afleiden door de omgeving of eventuele toeschouwers. Overweeg om je te laten "coachen" door iemand die al eens (een) join-up(s) heeft gedaan.

3. Hou het paard in draf of een lichte galop, aan de buitenkant van de roundpen
Ondersteun dit met je hele lichaamshouding - zelfs geconcentreerd kijken naar het paard kan 'm in beweging houden. Reageert je paard ongerust, neem dan wat gas terug - je moet hem gedecideerd in beweging zetten/houden, maar meer ook niet. Als je paard de omheining over wil, ben je ver over de schreef aan het gaan. Wordt je paard agressief, en beweegt hij naar je toe (een hengst zal eerder steigeren, een merrie naar je uitslaan), reageer ook dan assertief: zet een of meerdere stappen naar voor en je jaagt het paard duidelijk van je weg, door bijvoorbeeld met het halster-en-touw in z'n richting te gooien. Het vraagt veel zelfvertrouwen en ervaring om dit op tijd te zien aankomen en dan juist vooruit te lopen in de richting een chargerend paard, nog v--r hij bij je is, dus als je denkt dat je juist met zo'n paard je eerste join-up gaat doen, denk daar dan maar nog even over na. Je kan met een onoordeelkundig toegepaste join-up namelijk heel veel schade aanrichten! Hempfling is gestopt met clinics geven nadat twee roekeloze mensen in Duitsland op deze manier aan hun einde kwamen - onder een hengst. En omgekeerd: in de VS zijn twee trainers veroordeeld toen ze zogezegd de John Lyons-methode gebruikten, maar eigenlijk het paard hebben doen -letterlijk!- zich doodlopen.

4. Jij bent er niet, ik ben er niet.
Let goed op de uitdrukking van het paard. Het paard zal in het begin geiiriteerd reageren, en naar buiten over de omheining heen kijken - demonstratief wég van de trainer. Dat doet hij ofwel omdat hij geen interesse heeft in jou, ofwel omdat hij bang is van jou. Hij zou liefst aan de andere kant van de omheining zijn. Die spanning kan je ook aflezen aan de houding van z'n hals - hij houdt het hoofd hoog.

5. Van hand veranderen: heb je z'n voeten, dan heb je je paard.
Als het paard een paar keer rond heeft gelopen in de ene richting, doe hem dan van hand veranderen. De bedoeling is dat het paard de trainer ook met z'n andere oog kan "ondervinden" - paarden leggen namelijk heel slecht de verbinding tussen wat ze met het ene oog eerst zagen, en daarna het andere - dat verklaart bijvoorbeeld waarom ze twee keer kunnen schrikken van hetzelfde ding. Het is belangrijk dat je het paard niet zelf laat kiezen wanneer het van hand verandert: het is de trainer, nu in de rol van kudde-overste, die bepaalt hoe, wanneer en in welke richting de voeten van het paard bewegen. Controle over de bewegingen van het paard is zo ongeveer het sterkste signaal voor de geloofwaardigheid van de trainer. Laat hem dus regelmatig van hand veranderen. Als je paard een bepaalde plaats heeft waar hij steeds wil omkeren, wees hem dan voor: enkele meters voor het paard op de bewuste plaats komt, laat je hem al omkeren.

Hoe je dat doet, van hand laten veranderen?
Het kan door in de richting van zijn voorhand te lopen, dus uit het middelpunt van de cirkel op een rechte lijn die enkele meters voor het paard uitkomt - je verspert hem als het ware de weg. Het zal blijken dat je niet effectief voor het paard moet gaan staan, als je gedecideerd die richting uitloopt is dat voor de meeste paarden al voldoende duidelijk. Het kan zelfs zijn dat je niet eens zoveel hoeft te doen - een arm uitstrekken kan al voldoende zijn, of één voet duidelijk naar voor zetten. Je kan je beweging versnellen door eventueel weer het koord te gebruiken, dat je enkele meters vóór hem laat uitkomen - in de lucht of op de grond. Er wordt hier een klein beetje inschattingsvermogen van je verwacht : wees op tijd, begin op tijd aan de beweging zodat je niet te laat komt en het paard alsnof voorbij stormt. Als je net te traag bent zal het paard juist door de nauwe opening heenvluchten - en aan je "ontsnappen". Twee keer werk dus, want niet alleen bewegen z'n voeten in de "verkeerde" richting, bovendien brengt dat hem op andere gedachten dan die jij bij hem wil.

6. De eerste verandering: het binnenoor
Het gaat de goede kant op als je steeds minder moet doen om het paard op de andere hand te laten gaan - het paard zal steeds sneller je intentie begrijpen, en gaan anticiperen. Er groeit communicatie - de eerste verandering waar je op wacht. Die verandering kan je op voorhand trouwens zien aankomen - let op de oren. Het binnenoor draait naar binnen, in het begin heel even, maar daarna duidelijker. Hoewel het paard soms nog steeds met het hoofd naar buiten loopt, is hij toch al met je bezig als dat binnenoor naar binnen wordt gedraaid.

7. De tweede verandering: de mond
Meer en meer zal z'n hals een binnenbuiging nemen, en uiteindelijk zal hij ook het hoofd naar binnen stellen. Niet alleen met z'n oren zal hij nu op je beginnen letten, hij zal je ook willen zien. Hier daagt het bij het paard dat daar in het midden z'n hogere in rang staat: iemand die vanop afstand z'n bewegingen kan controleren, en die daarmee z'n veiligheid controleert. Als hij terug wil keren naar een veilige situatie, zal hij naar de kudde willen - bij jou. Dat hij daarover begint te denken, kan je aan z'n mond zien: hij maakt kauwbewegingen en/of maakt z'n lippen nat. Dat betekent volgens vele NH-instructeurs in paardentaal: 'kijk maar, ik ben niet gevaarlijk, ik ben aan het grazen'. Dat is trouwens een gedrag dat je nog meer tegenkomt, en wel typisch als een paard een oefening begint te begrijpen; daar moet hij dan als het ware even over nadenken. Ray Hunt noemt het trouwens 'digesting a thought'.
(Zelf wil ik er als kanttekening bijzetten dat ik eerder de wetenschappers geloof, die zeggen dat een paard z'n lippen likt na een stress-stoot, vanwege een droge mond).

8. De derde verandering: lang en laag
Kort daarna laat het paard de hals zakken, het hoofd naar de grond, en toont daarbij een onderdanige houding - 'kijk maar, geen twijfel mogelijk, ik ben absoluut een ongevaarlijke grazer'. Het paard erkent hiermee je dominante positie, en vraagt of hij naar binnen mag komen, naar z'n leider, waar het veilig is.

9. Het 'tovermoment': vraag je paard naar binnen.
- dat moment dat zo mystiek lijkt, de eerste keer als je het iemand ziet doen... Blijf staan. Stop onmiddellijk met het paard aan te kijken, en neem een absoluut ontspannen houding aan, schouders naar beneden, armen langs je lichaam. Draai je langzaam weg van het paard, niet helemaal, een kwartslag (in de richting waarheen het paard liep) is voldoende. Je zuigt als het ware je paard met je schouder mee, en het paard komt achter je aan. Sommige paarden komen al naar je toe als je zelfs niet zover draait, maar achteruit een paar passen van 'm wegstapt. Laat het paard naar je toe komen, zet zelf niet die eerste stappen naar hem toe.
Het zou kunnen dat een paard op een paar passen na weer stilstaat. Da's ok. Je komt het paard gewoon halverwege tegemoet - per slot van rekening willen we z'n partnership erkennen. Maar we willen wél dat het paard éérst in beweging komt. Vraag z'n aandacht, en draai je eventueel weer even om om 'm alsnog 'mee te nemen'.
Let wel op de manier waarop het paard weer stilstaat na die paar passen. Is het paard gewoon een beetje schuw, help 'm dan door minder dominant over te komen - probeer 'm eerst nog mee te zuigen door een paar passen achteruit te lopen. Beloon hem in elk geval voor die paar passen. Staat het paard stil omdat het na een paar passen gewoon zegt 'toch maar niet', loopt het op het moment dat je inzijn richting beweegt weer weg, of wil het zelfs helemaal niet in beweging komen, dan stuur je hem gewoon weer weg - tot hij weer die tekenen van mee willen werken vertoont.

10. Belonen, belonen, belonen
Ok, je paard komt naar je toe. Laat hem weten hoe blij je daarmee bent - hou je hand even onder z'n neus om kennis te maken (dat hij je kan ruiken), en streel 'm zacht tussen z'n ogen (daarmee laat het paard je toe op een plaats waar hij je niet kan zien), zodat hij begrijpt dat je een leider van de vriendelijke soort bent. Op elk moment mag je paard weer weglopen als dat z'n keuze is - dan begint de join-up gewoon opnieuw.

Het verhaal is eenvoudig: blijf je bij je leider, dan is alles rustig, ontspannen en veilig; wil je weg, dan wordt er gewerkt (zie ook het artikel over trainingsmanieren). Streel het paard vriendelijk, maar beslist. Geen gejuich en zeker geen slagjes op de hals zoals zoveel ruiters gewoon zijn (het paard leert dit te verdragen maar het staat mijlenver af van hoe paarden elkaar belonen: door elkaar te krauwen - of verder terug in het paardengeheugen: zoals z'n moeder hem schoonlikte na de geboorte). Ook nu zal het paard het hoofd naar benedenbrengen, ten teken dat hij op z'n gemak is bij jou. Beweeg van hoofd over hals naar schoft en zo verder over het hele lichaam; je kan ook altijd eens kijken of je een hoef kan opnemen. Introduceer even het kalmeer nu!-teken - druk zachtjes op de bovenkant van z'n hals, 10 cm achter z'n oren, maar dring niet aan - dit is het moment van de join-up, niet van het kalmeer nu!-teken. Ook z'n borst even aanraken, beneden aan de hals, is een plaats die het paard gewoon van je zou moeten aannemen. Laat het paard zich moeilijk aanraken, dan stuur je 'm ook dan weer even weg. Neem in elk geval de tijd voor die strelingen.

11. Neem 'm mee
Streel 'm nog even aan de schouder, draai je dan om en loop van 'm weg. Het paard loopt nu gewoon achter je aan. Blijf even doorlopen. Beloon je paard ook nu: versterk dit moment, zodat je paard weet dat het goed is wat hij doet. Loop weer door, maak cirkels en achten. Als het paard zou aarzelen maak dan een kortere bocht en zuig 'm weer mee met je schouder. Dit zou je toch een paar minuten moeten kunnen volhouden - met een kalm paard. Stop even, en kijk of een lichte druk op de achterhand voldoende is om het paard weg te laten draaien. Als het paard ook dat doet, vrijwillig voor je wijken, dan is de join-up compleet. Zoniet, kan je ervoor kiezen om het paard weer weg te sturen.

De Hempfling-variante

Het verschil tussen de 'Europese' en de 'Amerikaanse' methodes volgt vooral uit het feit dat niet in een ronde, maar in een vierkante ruimte wordt gewerkt. Eigenlijk is het zoiets als de kip of het ei: juist omdat je met hoeken zit, zal het paard zich anders gedragen, en dus zal je je manier van werken moeten aanpassen.
Een ander, belangrijker verschil is dat er een andere inhoud wordt gegeven aan 'het paard wegdrijven'. Dat gebeurt namelijk niet als een wegsturen van het paard - het is niet 'persoonlijk' gericht naar het paard toe. Nadat het paard de picadero mocht verkennen, zal het meestal in een hoek blijven staan. Dat is het signaal om het paard weg te drijven. Er wordt net genoeg druk uitgeoefend opdat het paard z'n plaats zal verlaten - snelheid of de gang waarin dat gebeurt is niet zo belangrijk. De trainer (al dan niet met touw in de lucht enzovoort) beweegt dus wel naar het paard toe, maar eigenlijk alleen maar om de plaats van het paard in te nemen, niet op een wegdrijvende manier. Dat het paard beweegt, is een gevolg, geen doel. Soms zal de trainer ook effectief, lijfelijk, in de hoek gaan staan, meestal is het voldoende om gewoon te zeggen 'die hoek is van mij'. Het paard vertrekt, en zal een andere (of dezelfde) hoek innemen en daar tot stilstand komen. Ook nu weer verdrijft de trainer het paard van z'n plaats.
Deze manier van werken is minder gebaseerd op hoe een paard 'gestraft' wordt door het dominante paard, dan wel op hoe paarden onderling de beste (gras-)plaatsen verdelen en innemen. Laat het gebruik van de Amerikaanse of de Hempfling-variante een beetje afhangen van het paard dat je voor je hebt, en van de ruimte waarin je kan werken. Ik heb bijvoorbeeld voor het eerst bewust gekozen voor de Hempfling-variante bij een veel-gelongeerd ponytje, dat automatisch, zodra ik in het midden ging staan, met verstand op nul en de blik op oneindig rondjes begon af te malen, zonder enige binding met wat er rondom haar gebeurde.

De meest gemaakte fouten

- De grootste fout is zeker dat een paard nodeloos rondgejaagd wordt, en dat de trainer er alles gaat aan doen (tot zelfs meelopen) om het paard in beweging te houden; zonder enig bewust (rustig!) gebruik van blik of lichaamshouding. Niet alleen mis je zo al de kleine signalen die het paard uitzendt, maar vooral krijg je er het omgekeerde effect mee: stress, paniek, vluchtreflex, soms agressiviteit van het paard.
- Om het paard te doen wenden, spring niet ineens vlak voor het paard - ook dat doet het knopje 'paniekmode' bij het paard omknippen.
- Als het paard na alle 'ik werk mee'-signalen gewoon blijft stilstaan, is dat niet voldoende. Ga niet naar het paard toe als je niet minstens een beetje goede wil hebt gekregen. - Neem je tijd - je moet geen records breken. Monty Roberts maakt er een punt van dat hij binnen een half uur op het paard zit, maar dat is voor ons van geen enkel belang, en bovendien denken we liever aan een blijvend resultaat op lange termijn.
- Wees vooral flexibel met de hoeveelheid druk die je kan, mag of moet uitoefenen. Elk paard is verschillend, leeftijd, geslacht en karakter bepalen mee hoe hij zal reageren op de trainer in het midden. Zet je teveel druk, dan wordthet paard wantrouwig of zelfs bang. Neem gas terug, neem wat afstand en laat hem tot rust komen. Begin dan heel voorzichtig opnieuw. Ben je te onduidelijk omdat je te weinig druk gebruikt, dan zal het paard je niet begrijpen, en komt er dus geen enkele reactie. Begin er dus niet aan als je moe bent (je moet voortdurend alert zijn), als je eigenlijk geen tijd hebt, als er teveel mensen bijstaan waardoor je in de verleiding zou komen om sneller te gaan dan mag, als de omgeving niet veilig is.
- Wees soepel en pragmatisch. een paard zal soms niet alle signalen tonen, of niet duidelijk, of niet in de volgorde zoals hierboven beschreven. Oefen je oog voor wat in een paard omgaat - niet één paard is hetzelfde en niet voor niets is 'gevoel' het zo ongeveer belangrijkste (en meest individueel ingevulde) woord dat in horsemanship gebruikt wordt.
- Doe nooit een join-up aan de longe of een lange lijn - join-up betekent stress voor het paard, en z'n reacties zijn onvoorspelbaar. Je bent nooit snel genoeg om de longe van tussen z'n benen te halen bij een snelle wending, vooral als je (nog) niet kan controleren of die wending naar binnen of naar buiten zal verlopen. Om nog te zwijgen van de opperste verwarring van het paard dat aan z'n hoofd of in z'n mond getrokken wordt ondanks dat het doet wat je vraagt, namelijk vertrekken.
- Doe de join-up ook niet 'zomaar', met je paard dat je al lang kent en waar je eigenlijk geen grote problemen mee hebt. Het zou unfair zijn tegenover hem, want hij heeft niets gedaan om dit te verdienen. Voor kleine problemen heb je het 'gewone' grondwerk.
- En vergeet zeker niet dat je, àls je problemen hebt, eerst een heleboel andere dingen te checken hebt: heeft het paard pijn in bvb. mond of rug, is het stijf, past het zadel wel, is er iets in z'n omgeving veranderd, of kan hij het werk fysiek gewoon niet aan.

Maar: als je paard duidelijk dominant gedraagt tegenover jou, echt niet wil meewerken, dan kan je overwegen om een join-up te doen, omdat je je positie als nummer 1 versterkt - tenminste, als je gelooft dat paarden hierarchisch denken (de mens denkt in elk geval wél zo). Het is meestal voldoende om een 'preflight check' te doen voor je op je paard stapt: laat hem, aan de lange lijn, twee rondjes links en twee rondjes rechts lopen, en laat hem dan naar je toe komen, gecombineerd met enkele grondoefeningen zoals seven games of changing eyes. Dat is meer dan voldoende en, later in het werk, als jullie elkaar langer kennen, ook niet meer nodig/ Grondwerk mag nooit een automatisme worden, het dient enkel ter voorbereiding van dingen die je in het zadel gaat aanleren of verfijnen, of als spel. Trap niet in de val van "drillen"! Ook als je een super-wantrouwend paard-met-verleden hebt, dat zich niet durft geven uit angst voor de gevolgen, ook dan kan een join-up. Daar toon je dan dat je een rustige, betrouwbare leider bent. De join-up is dan misschien het moment waarop je voor het eerst tot zo'n paard kan doordringen.

© Inge Teblick
(persoonlijke noot van Inge: het werkt, en ik heb het gebruikt, maar nu doe ik het nog slechts zelden. Het is niet omdat het werkt dat het daarom ook ethisch en zelfs ethologisch/dierpsychologisch verantwoord is.Stel jezelf voldoende vragen bij deze methodiek - het kan bijna altijd zonder!)

Foto's : Kelly Marks, leerlinge van Monty Roberts, aan het werk. gefotografeerd door Jess Wallace,
uit 'Het Paars als Partner', ISBN 902460513X