De éénteugelstop (one rein stop)

Als je paard op hol slaat, zou je natuurlijk kunnen proberen kalm te blijven, hopen dat je niet zodadelijk op een kruispunt komt en wachten tot je paard besluit dat het zo welletjes is geweest. De meeste mensen stoppen liefst iets vroeger. Je kan natuurlijk altijd proberen om 500 kilo te doen stoppen door zo hard mogelijk aan dat stuk metaal in z'n mond te trekken. En ja, als dat niet meer helpt: er zijn een heleboel scherpe bitten ontworpen, al dan niet met hefboomwerking, of je kan een mechanische hackamore gebruiken (daar breek je desnoods de neus van je paard mee)... Maar eigenlijk wil je dat niet, deze neerwaartse spiraal, anders zat je nu niet dit artikel te lezen...

Een simpele maar keiharde waarheid: als je je paard niet kan stoppen, kan je je paard niet rijden. Je hoort niet buiten op wandel te gaan als er altijd de mogelijkheid bestaat dat je paard wegschiet en dat je 'm dan niet kan stoppen, of - beter nog: als je niet kan voorkomen dat hij onverwacht in een rengalop zal schieten. Je brengt niet alleen jezelf in gevaar, maar ook je paard, en andere mensen. Als je paard op hol slaat, betekent dat allereerst dat het te laat is. Je hebt -tig kansen gemist om 'm op te vangen vóór het zover kwam - en dus moet je hard werken aan je het aanvoelen van je paard, zodat je, vóór het gebeurt, weet wat er gaat gebeuren; zodat je met 'm mee kan gaan in z'n gemoedstoestand, en hem steunen in het vinden van een manier om bij jou te blijven.

Dat gevoel komt wel, naarmate je dichter bij je paard komt door grondwerk en basisoefeningen bij het rijden, waarbij je vooral aan de manier waarop werkt en minder aan de manier waarop het eruit ziet voor iemand anders. Maar voor alle veiligheid leer je éérst de éénteugelstop.

De one rein stop/éénteugelstop is de noodrem van het (natural) horsemanship. Het is een Amerikaanse uitvinding - en dat zou je gerust moeten stellen, want Amerikanen zijn veiligheidsfreaks. Het wérkt dus. En het is één van de eerste technieken die we hier stap voor stap uitleggen, want héél veel mensen vragen ernaar, hebben 'm nodig, en het zou één van de eerste dingen moeten zijn die je een paard leert - vóór je ermee op wandel gaat. Meer nog, het trainen van deze techniek doet je doorheen een heleboel oefeningen werken die de soepelheid van je paard bevorderen én tegelijk aan jullie relatie werkt - als je het goed doet. En uiteindelijk leidt het tot het moment dat het juist voldoende is om je buitenteugel een ietsje op te nemen om je paard terplekke te laten halthouden.

Het grappigste van allemaal? Als je de tijd neemt om de éénteugelstop grondig te trainen, heb je 'm waarschijnlijk niet eens meer nodig. Want je paard heeft ondertussen geleerd dat wat er ook gebeurt, je er altijd onmiddellijk bij bent, en dat je 'm ten allen tijde kan stoppen - en hij zal je erom respecteren - zo werkt een paardenverstand nu eenmaal... Want je "hebt" pas je paard z'n voeten, als je hem er mentaal bij hebt, maar je kan 'm mentaal ook bereiken doordat je z'n voeten hebt... Maar dat concept is voor een volgende nieuwsbrief.

Een tip, vóór je eraan begint

Gebruik een halster, en bij voorkeur een touwhalster om de éénteugelstop te trainen. Met een bit, twee teugels en alleen maar verticale buiging (al trek je z'n kin tegen z'n borst), dan kan je paard nog altijd wegrennen, hoe hard je ook trekt (en niemand wil trekken, toch?) hij kan harder trekken dan jij. Hij weegt namelijk bijna tien keer zoveel als jij. Je kan de éénteugelstop wel proberen uit te voeren met een bit, maar als de éénteugelstop niet getraind is trek je het bit zó door z'n mond heen, en dat is géén prettig gezicht (of gevoel); en de kans is bijzonder groot dat je paard méér bezig is met dat bit dan dat hij erover denkt om te buigen. Werk dus éérst aan de basics, zodat je paard genoeg op je vertrouwt en op jouw beslissing wacht als er iets spooky gebeurt. Als je op je bit rekent om controle te hebben over je paard, doe je hem gewoon pijn, en dat terwijl je jezelf voor de kop zou moeten slaan omdat je niet weet hoe je je paard kan stilzetten.

Een bit is voor communicatie, niet voor controle

Geloof je niet echt dat een touwhalstertje en de éénteugelstop je paard kunnen stilzetten, als een (scherp)bit dat niet kan? Wel, ik geloofde dat óók niet - en voor mij een heleboel andere mensen. Maar ik beloof je: het wérkt. Echt. De eerste keer dat ik de éénteugelstop nodig had (in een echte testsituatie) werd ik bijna uit het zadel gekatapulteerd omdat de stop zo onmiddellijk was, en ergens ver weg dacht ik nog altijd dat hij niet écht kon werken, dus ik rekende er niet echt op.

Hoe werkt de éénteugelstop?

Kort gezegd: je buigt hoofd (en hals) van je paard zijwaarts en ontkoppelt op die manier de achterhand (de motor), zodat je paard niet meer vooruit kan: je verhindert dat voor- en achterbenen samenwerken. Het is een relatief vriendelijke manier om te voorkomen dat je paard met je wegrent - véél vriendelijker dan in een gevecht raken door zo hard mogelijk aan twee teugels tegelijk te trekken, met een paard dat op zijn beurt het bit vastklampt om erop te kunnen leunen en zich zo vooruit te werpen, steeds sneller galoperend, zoals racepaarden dat doen.

Het is niet hetzelfde als je paard op een hele kleine cirkel trekken. Zeker wanneer je paard niet meer kan denken en op hol slaat: hem opsluiten vanvoor (door 'm in z'n mond te trekken) is het omgekeerde van wat je moet doen, want het maakt een toch al schrikwekkende ervaring ook nog eens pijnlijk.

Waarom is het wezenlijk verschillend van een paard op een kleine volte "trekken"? Hoewel het de buiging is die de beweging fysiek mogelijk maakt, is het niet die buiging op zich die de stop veroorzaakt. Het is het overstappen van de achterbenen dat het ontkoppelen veroorzaakt. En zo komen we op het volgende belangrijke principe dat het succes van een éénteugelstop maakt:

De éénteugelstop is alleen een effectieve noodrem als het een getrainde techniek is.

Hoewel het er voor het ongeoefende oog uitziet alsof het erom gaat het hoofd van het paard zo hard je kan om te trekken naar één kant, is het tegendeel waar. Het is een getrainde techniek, en hij is alleen betrouwbaar als je paard soepel genoeg is (in z'n hals en lichaam) om de héle beweging fysiek aan te kunnen (de hele zijdelingse buiging), en als je paard achteraan onder- en overstapt (het ontkoppelen). Maar dat is dus iets dat je kan trainen, en het duurt niet eens zo lang. Bovendien moet je ook jezelf trainen: ook jij moet het juiste spiergeheugen ontwikkelen, net zoals je paard - alleen lezen over deze techniek en 'm voor het eerst proberen toe te passen in volle rengalop is de beste manier om te crashen. Als je alles maar half-en-half traint, kan je ook maar een half-en-half resultaat verwachten als het erop aankomt; dat is niet anders dan als je thuis nooit over 80 cm geraakt met je paard en dan toch op wedstrijd inschrijft voor een parcours van 1,30 meter, bijvoorbeeld.

Er zijn dus twee onderdelen aan de éénteugelstop:

1) Zijdelingse buiging

Hier gaat het erover dat je paard soepel genoeg moet zijn om de beweging uit te voeren. Zijwaarts inbuigen, dus. Je hebt waarschijnlijk wel geleerd om een wending of een cirkel met stelling te rijden, maar de buiging waar we het hier over hebben gaat (letterlijk) véél verder. Je paard moet z'n hoofd helemaal naar achter kunnen buigen, het hoofd recht, en met z'n neus tegen z'n zij - ongeveer daar war je tenen zijn als je in het zadel zit. De meeste paarden kunnen dit al eventjes, op de wei, als het jeukt - tenzij ze erg stijf zijn-, maar het hoofd daar ook houden is niet vanzelfsprekend voor de meeste paarden. In het begin mag je niet van je paard verwachten dat hij je het Hele Ding zomaar cadeau doet - en vraag dat ook niet van hem! Beloon hem met een compleet loslaten voor z'n kleinste poging - voor elk half centimetertje, voor elke halve seconde langer. Forceer niks, trek niet: Probeer hem een gevoel mee te geven - geef 'm alle kansen om zo licht mogelijk te zijn. En heb geduld, geduld, geduld.

2) Ontkoppelen

De achterbenen van je paard moeten kruisen - zet je paard nog steeds gewoon z'n voeten naast elkaar neer, dan heeft hij nog steeds de kans om z'n achterhand als motor te gebruiken. Eigenlijk komt het erop neer dat je een goeie, actieve wending om de voorhand wil - met dàt verschil dat je de hals van je paard zijwaarts inbuigt, en niet vertikaal. Als je een éénteugelstop naar links uitvoert, betekent dit dat het linkerachterbeen VOOR het rechterachterbeen stapt. De linkerachtervoet stapt dus verder onder en leidt de beweging. Het gaat fout als de rechterachtervoet eerst opzijstapt en de linkerachtervoet volgt - wat de achterhand doet uitzwaaien. Als je paard dat doet, "valt" het paard naar buiten, "over de buitenschouder", en is er geen ontkoppeling. En dat is nu precies wat er gebeurt als iemand z'n paard gewoon rondtrekt en z'n paard doet achterover vallen.

Op de volgende pagina wordt stap voor stap uitgelegd hoe je aan de éénteugelstop begint.