De fictie van de ultieme ontspanning

Wat Wanless in Nederland en België heeft gedaan verbaast toeschouwer en deelnemer, nu twee maanden later, nog steeds: wie er was, heeft ongelooflijke demonstraties gezien van hoe alleen zit (nee, geen handen, geen voeten, geen benen - die moesten alleen maar stil blijven) op de ontspanning, de nageeflijkheid, de schwung, de vrolijkheid van het paard werkt. Bij mensen die gereden hebben zoals nooit tevoren in hun leven, en die nu hun hele leven gaan proberen dat gevoel terug te vinden. Elma Middel, die de clinic in Nederland hostte, geeft haar visie op Ride With Your Mind.

RWYM weerspiegelt meer dan twintig jaar (voortschrijdend) onderzoek naar onder andere de biomechanica van het rijden. Mary Wanless deelt ge·nteresseerden in haar ervaringen in vier boeken, twee videoseries, en recentelijk in een workshop in Mensingeweer en een clinic in Oud Heverlee. Voor een deelnemersverslag raad ik je aan het artikel van Marjan Tulp in het zomernummer van Bit te lezen. Zij reed mee in Mensingeweer, en schreef een zeer enthousiast verhaal, ge·llustreerd met foto's door Arnd Bronkhorst. In dit verhaal probeer ik uit te leggen hoe ik persoonlijk tegen RWYM aankijk. Een belangrijk deel van Mary's onderzoek richt zich op de krachten die op het lichaam van de ruiter worden uitgeoefend door de bewegingen van het paard. Ook heeft zij zich uitvoerig verdiept in de verschillende manieren waarop de individuele mens leert. Hoe de een gebaat is bij uitgebreide rationele verklaringen om te kunnen begrijpen waarom iets «werkt« zoals het werkt, en de ander meer visiueel en gevoelsmatig is ingesteld. Laat er geen misverstand over bestaan, rijden IS gevoel. Het technisch correct zitten en het geven van de precies gedoseerde hulpen op het juiste moment dwingt een paard nooit tot partnership. Het simpel volstaan van trappen om een fiets voort te bewegen gaat gewoon niet op bij een paard, een levend wezen. Rijden is een kwestie van (leren) aanvoelen van elkaars bedoelingen. Ik interpreteer gevoel vooral in de zin dat de ruiter open staat voor de zo subtiel mogelijke feedback van het paard, en het in staat zijn om de eigen verzoeken en inbreng richting het paard op een evenredig subtiele manier over te brengen.

Dat is alleen mogelijk als de ruiter daarbij niet gehinderd wordt door onwillekeurige bewegingen van het eigen lichaam als gevolg van het onvoldoende opvangen en synchroniseren met de krachten die het paard in beweging op het lichaam van de ruiter uitoefent.

Je kunt je voorstellen dat een dronken (en dus optimaal ontspannen) passagier de bewegingen niet kan volgen, laat staan bewust in de gewenste vorm en richting stimuleren. Een ruiter moet daarvoor voldoende spiertonus hebben of ontwikkelen. Spiertonus is geen stress, maar stabiliserende aanspanning, vergelijkbaar met de balletdanser of de surfer. Alleen met precies voldoende stabilisering van het eigen lichaam op de bewegende paardenrug kan de ruiter zijn bedoelingen met zo min mogelijk ruis laten overkomen op het paard. Dit betekent in eerste instantie een te allen tijde meezijn en blijven met alle bewegingen en het zwaartepunt van het paard. De ruiter is passagier zonder het paard te hinderen.

Alleen als een ruiter voldoende techniek beheerst (fysiek en mentaal) om het paard vrij te laten bewegen, kan effectief het «frame« van het paard worden be·nvloed. Daarbij gaat het nog steeds niet om dwang. Het is vergelijkbaar met de samenwerking bij ballroom-dansen, waarbij de een de leiding volgt van de ander, althans dat is mijn interpretatie van rijden met gevoel. RWYM moet een betere communicatie met het paard mogelijk maken, maar begint met de verantwoordelijkheid van de ruiter om daar eerst de noodzakelijke voorwaarden voor te scheppen. Sommigen vinden Wanless een vreemde eend in de NH-vijver. RWYM pretendeert volgens mij ook niet een complete trainingsmethode voor het paard te zijn, zoals bijvoorbeeld het PNH-programma of Hempfling's manier om het paard zelf in te rijden. Mary is vooral gericht op de rijtechniek van de (sport)dressuurruiter, maar de biomechanica van het rijden geldt - vanzelfsprekend - voor iedere ruiter op ieder paard. Geen 'quick fix' state of the art africhtingsmethode dus.

Daarover is al door de eeuwen heen veel zinnigs gepubliceerd, en iedereen die beweert dat hij een nieuwe 'methode' heeft uitgevonden zou van een koude kermis thuiskomen als hij echt ging uitzoeken wat er allemaal al is uitgezocht, geschreven en doorgegeven over de weg om te komen tot een twee/eenheid paard en ruiter in harmonie. De meeste dingen zijn al ervaren, ontdekt en uitgewerkt door mensen die hun hele leven met paarden doorbrachten, en wiens leven (of dat van anderen) letterlijk afhing van die paarden. RWYM richt zich niet zozeer op het 'wat', maar vooral op het 'hoe' en 'waarom' voor de ruiter die niet «vanzelf« als met het paard versmolten rijdt. De oppervlakkige toeschouwer van een workshop of clinic kan licht verkeerde conclusies trekken uit de ogenschijnlijk vreemde vocabulaire die RWYM kenmerkt. Die is echter gericht op het via een enkel woord of een enkel beeld aan«klikken« van een complex van gevoel, beweging, spieraanspanning en ontspanning, houding, gewichtsverdeling.

De naam is Ride with your Mind, niet Ride with your Muscle! Mary is zelf vooral gefocused op de dressuursportwereld. Toch biedt RWYM een schat aan bruikbare fysieke en mentale gereedschappen voor de ruiter met een bredere kijk op de ontwikkeling van horsemanship. Het doel is - uiteraard - om te komen tot een optimale interface ruiter/paard. Het begint dus niet met een ideaalplaatje, maar probeert de condities te scheppen waardoor de ruiter zonder misverstanden met het paard kan communiceren én het paard kan stimuleren zodanig te bewegen dat het geen last of slijtage ondervindt door het ruitergewicht. Het uiteindelijke plaatje is dus een gevolg, en geen keurslijf. Het komt van binnen en is geen 'façade'. Het begint met werken aan de mens, door de mens, maar niet met het paard als ondergeschikte factor!

HorseMANship om te komen tot HORSEmanship? Een veel gestelde vraag is hoe RWYM zich verhoudt tot Centered Riding of de Alexander Techniek. Zoals ik dat heb gegrepen heeft Mary gebruik gemaakt van het CR-concept van het evenwichtiger gebruik van de linker- en rechterhersenhelft. Ik vind Sally Swift (CR) heel 'toegankelijk', terwijl Wanless al haar onderzoek systematisch probeert te onderbouwen. Veel 'grondiger', maar dit maakt haar boeken een stuk technischer, en daardoor niet voor iedereen een gemakkelijke bron om praktisch te kunnen toepassen.

In mijn beleving vullen Centered Riding (CR), Alexandertechniek (AT) en RWYM elkaar uitstekend aan, overlappen op onderdelen en hebben alle drie hun basis in de klassieke dressuur. In Mensingeweer nam een CR-instructeur deel, die me pas nog schreef inmiddels helemaal RWYM-adept te zijn (nvdr. idem in Oud-Heverlee). Je kunt je voorstellen dat je een beginnend ruiter gemakkelijker leert een 'gewillig en gevoelig passagier' te zijn door met de ontspanning en de beelden van CR te beginnen. Die ruiter leert zo het paard aanvoelen, de bewegingen van elke voet onderscheiden enz.

Vervolgens ga je een beetje Joni Bentley (AT) toevoegen om te zorgen dat ze iets meer verantwoordelijkheid voor het eigen lichaam nemen (nog steeds als passagier, maar meer 'bovenop' de beweging). Je gaat de zit wat meer 'verlichten' en de passagier mag af en toe aan de chauffeur vragen of hij wat harder/zachter kan, en de richting wat wil aanpassen!

Tenslotte vraag je met RWYM of het paard (net als de ruiter!) de buikspieren wil aanspannen, waardoor de rug ronder wordt, de achterhand meer ondertreedt en ga je invloed uitoefenen op het 'energiecircuit' door de opgewekte energie van voren op te vangen. Daardoor ontstaat dan het 'frame' als het ware vanzelf, van achteren naar voren. De «beelden« die Mary gebruikt (een ijzeren buis in je dijbeen die ervoor zorgt dat je benen een constante gekantelde V blijven vormen) is misschien wat minder wollig dan het kuikentje in de hand, maar het principe is hetzelfde: je gebruikt een gevoelsplaatje om in één keer het hele scala aan beredeneerde, ervaren én gevoelsinformatie op te slaan om dat hele pakket ook weer in één geheel op te kunnen roepen. Dat hoort een beetje vreemd, maar het 's heel effectief.

Rationeel is het vergelijkbaar met het gebruik van 'Plan B' voor een heel scala van handelingen die moeten worden verricht. Toegevoegde waarde is dat het gebruik van een mentaal beeld of eigen gevoelsbeeld de creativiteit van de ruiter en een evenrediger gebruik van beide hersenhelften stimuleert. Ben je dan uitsluitend met jezelf bezig, en vergeet je het paard dan niet? Je kunt je in mijn beleving als ruiter juist meer instellen op het paard en je omgeving, bent meer 'open' voor de feedback van het paard als je gecentreerd bent en zo'n 'compleet' pakket verwerkt, dan wanneer je de rationele aanwijzingen (alleen taal, gefilterd door de beleving van de instructeur) van de hulpen voor een wending binnenkrijgt en die eerst moet proberen te 'vertalen' naar het 'geheel' van sensorische informatie dat weer nodig is om die wending te rijden. Een tweede speerpunt van RWYM is de manier waarop de feedback van het eigen geheugen en het eigen lichaam soms (meestal) een (compleet) vertekend beeld van de werkelijkheid geeft. Iemand denkt dat hij rechtop zit, en zit in werkelijkheid met ingeknikte taille of heup naar een kant. Het werken aan «scheefheid van het paard« heeft pas zin als de eigen symmetrie in orde is (waarna vaak de vermeende holle-bolle kant van het paard veel minder geprononceerd te zijn dan tot dan toe verondersteld').

Eén van de deelnemers denkt dat ze, na de aanwijzingen van Mary, als een jockey voorover op het paard zit, en zit nu in werkelijkheid net niet meer achter de loodlijn. Iemand denkt zeker te weten dat het onderbeen precies correct is aangelegd (met enkel/heup/elleboog/oor op één lijn), en in werkelijkheid «waterskiet' de ruiter en het paard speelt de rol van motorboot. Op de recente clinics in Mensingeweer en Oud Heverlee was duidelijk te zien dat paarden beter en vrijer gaan bewegen als de ruiter gecorrigeerd wordt op die 'vermeende juistheid'. Zodra hij synchroniseert, meer stabiliseert, en het paard meer vrijheid in de rug geeft. Het stabiliseren van de torso door middel van voldoende aanspanning van buik- en bekkenspieren, het vast positioneren van de naar beneden wijzende knie zonder ook maar een moment te knijpen (!) met de knie'n, het daardoor «boven« de beweging blijven in plaats van achter het paard aanhobbelen had onmiskenbaar effect. Je zag de paarden de spronggewrichten beter buigen, de rug beter welven, en kreeg een indruk van meer lichtheid. Hoewel het voor de ruiter dus 'werken' was, zag het er voor de toeschouwer 'ontspannen' uit. Pas na het ervaren, «mentaal opslaan« en ook in beweging eigen maken van een verantwoordelijke zit, wordt de zit meer «causaal«, meer veroorzakend, en gaan de teugels een zinvolle rol spelen in de interactie (finesse).

Het heeft geen enkele zin om van een paard «aanleuning« te verlangen als de ruiter niet in staat is om het door het paard te geven contact ook te accepteren. Aanleuning is immers iets wat je alleen met negatieve gevolgen voor de gezondheid en lichtheid van het paard kan afdwingen. Volgens Bentley vertonen paarden die regelmatig kort bijgezet worden gelongeerd en op een slof in een afgedwongen houding lopen zonder het bijbehorend gebruik van buikspieren en achterhand, soms verschijnselen van hevige hoofdpijn. Aanleuning en nageeflijkheid is iets dat je niet neemt maar krijgt. Nageeflijkheid is bovendien niet primair een zaak van de mond van het paard, maar geldt voor het hele lijf. Dit klassieke begrip is nogal wat gekneed en opgerekt ten behoeve van de (dressuur)wedstrijdsport. De videobeelden van de kür tijdens het afgelopen concours in Aken geven daarvan een illustratie. Diverse paarden in de absolute wereldtop houden alleen in de uitgestrekte stap hun staart ontspannen! De complexere figuren worden met zoveel spanning en dwang gereden, waarbij de ruiter het paard dusdanig afstraft en soms regelrecht tegenwerkt met de eigen bewegingen, dat het een wonder is dat die paarden toch nog min of meer doen wat van hen wordt verlangd, zij het met een continue draaiende propellorstaart. Dit geirriteerde staartslaan en zwaaien geeft aan dat de «lichtheid« en «ongedwongenheid« een illusie is: de paarden draaien een onder dwang geleerd kunstje af. De ruiters met de stilste zit, een rustige knie en vrijwel onzichtbare hulpen hadden paarden met licht afgehouden staarten, óók tijdens de passage en de pirouette, en daarbij een natuurlijke oprichting veroorzaakt door een gedaalde achterhand. Dat waren er zegge en schrijven twee: Hubertus Schmidt en Lisa Wilcox. Om een misverstand te voorkomen, die laatste ruiters waren dus NIET degenen die uitgezonden zullen worden naar de Olympische Spelen... want 'technisch' zat er hier en daar nog een schoonheidsfoutje in de proef zelf. Het waren wel de ruiters waar je misschien, eventueel nog paard bij zou willen zijn. Mijns inziens sluit RWYM meer aan bij de klassieke manier van rijden. RWYM reikt hulpmiddelen aan om als ruiter naar een manier van rijden toe te werken, waarbij het paard zoveel mogelijk in zijn waarde wordt gelaten. Constant prikken van sporen is niet nodig als de zit voldoende kan communiceren. En als je eenmaal «handig« wordt met je bekken heb je je handen echt niet nodig om je paard in een frame te dwingen waar het van achteren nog niet aan toe is.

Het rijden van achteren naar voren, d?t is de basis voor RWYM. Niet het paard «nageeflijkheid« in de kaak opleggen en vervolgens dat cadeautje niet waar kunnen maken door een onrustige hand die het gevolg is van een ongecoördineerde, stugge of slappe zit. RWYM vraagt van de ruiter toewijding en inspanning. Deelnemers aan de clinics gaven zonder uitzondering aan dat ze meer spierpijn hadden dan anders, dat ze de voortdurende concentratie vermoeiend vonden, maar dat ze het gevoel hadden dat ze een enorm stuk extra bagage hadden opgedaan.

Die spierpijn doet bij sommigen (niet de deelnemers dus....) het gevoel rijzen dat het wel onaangenaam moet zijn om zo te rijden. Er wordt gesuggereerd dat centered riding gemakkelijker zou zijn, en dat RWYM bijna een robot maakt van de ruiter (en het paard). In mijn beleving is dat geen terechte conclusie. Alle op causaal zitten gerichte rijtechnieken hebben gemeen dat ze nadruk leggen op stevigheid van de 'corsetspieren', onlosmakelijk verbonden met zo groot mogelijke beweeglijkheid en het vrij maken van de «scharnierpunten«. Het gecontroleerd zo soepel als nodig is bewegen van enkel, knie en heup, het openen en sluiten van de hoek tussen heup en dijbeen, het onveranderlijk stil in balans houden van bovenlichaam-schouders-arm (en hoofd!) om zodoende de bewegingen van de paardenmond te kunnen volgen (in plaats van het paard te dwingen met zijn hoofd de bewegingen van de onrustige ruiterhand te kunnen opvangen!), het «scheiden« van onderlichaam (naar de aarde gericht) en het vrij maken van het bovenlichaam (en daarmee het versoepelen van de bekkendynamiek), dat zijn overeenkomsten die hun gezamenlijke basis vinden in de klassieke zit.

Sally Swift (CR) waarschuwt dat het opvangen van de bewegingen in draf-doorzitten vooral niet moet gebeuren door het bekken op en neer te kantelen. Zij gebruikt de 'stevig rubber wervelkolom' met het beurtelings openen en sluiten van de heupbeenderen. Mary vraagt je de 'wiebel in je middel' te minimaliseren door het 'bearing down' (het spannen van je spiercorset als bij hoesten of bezemen) en de bewegingen op te vangen door denkbeeldig je heupbeen links/rechts uit je kom te laten 'hangen' aan een elastieken bandje.

Bearing down is dus niet je zitbeenknobbels in je paard drukken of je paard de grond in rijden! Net als Joni Bentley (AT) wil RWYM het gewicht van de ruiter op de rug van het paard zo 'licht' mogelijk hebben, verdeeld over een zo groot mogelijk vlak.

Mary gebruikt daarbij de platte V, waardoor je als een soort catapult boven je paard blijft ALS het de rug wegdrukt. Je gaat in zo'n geval dus niet nog eens zwaar in die rug zitten, want dan kom je in een neerwaartse spiraal terecht. Deze bijna 'verlichte zit' is vergelijkbaar met de remontezit die de spaanse rijschool toepast voor de jonge paarden én voor het losrijden van oudere paarden met een wat gevoelige of stijve rug. Heeft het paard de rug gewelfd, dan pas kan de zit 'voller'worden. In beide gevallen is de beweeglijkheid van heup/knie/enkel optimaal. Voor mensen die willen ervaren hoe het voelt om zelf verantwoordelijk te zijn voor hun eigen lichaam, alvorens van hun paard te verwachten dat hij zich als atleet in allerlei bochten wringt, is een RWYM workshop zeker een aanrader!

© Elma Middel