| Rangorde: ook in het zadel
In het eerste artikel gingen we in op het belang van de rangorde in de kudde; alleen wanneer een paard vertrouwen heeft in de leider kan het relaxen. Dat weten paardentrainers al honderden jaren - nee, duizenden: ook Xenophon schreef het al. En dus geldt ook: alleen als het paard ontspannen is, kan het paard z'n aandacht helemaal bij de aanwijzingen van de ruiter houden - zelfs op het midden van het slagveld, tussen man-aan-man gevechten, tussen bulderende kanonnen, en tussen horden voetbalsupporters.
Alleen dan kan een paard zich vloeiend bewegen onder de ruiter - en is het echt "voorwaarts". Geen angst, geen twijfel, alles voor de ruiter - gehoorzaam. En zoals geldt in de kudde: geen gehoorzaamheid zonder willige (zullen we het "lelijke" woord toch maar weer gebruiken) onderwerping.
100% vertrouwen in een betrouwbare leider
Het paard is een rangorde-dier, en moet dus absoluut zeker weten wie de leider is, en dat die leider absoluut betrouwbaar is. Dat geeft hem zekerheid en kalmte, en weinig tot geen noodzaak om de hiërarchie te testen. Hij kan zich gewoon met zichzelf gaan bezighouden - de leider let wel in zijn plaats op.
Het is een vreemd ding, het feit dat onderwerping zoiets meebrengt als niet afgeleid worden door dingen in de omgeving. Dat is niet alleen in de grazende kudde zo - dat is ook zo met een paard onder de ruiter.
Orenspel
Kijk maar eens naar de wippende, ontspannen oren bij de meest succesvolle (en dus gehoorzame) dressuurpaarden. Losse oren zijn een indicatie van losgelaten spieren, van ontspanning - zelfs in de inspanning. Een dressuurpaard met naar voor "geprikte" oren zou je dus kunnen beschouwen als - niet helemaal zeker van de situatie. Z'n concentratie ligt namelijk niet helemaal bij de ruiter, z'n aandacht is bij de rest van de omgeving. Hij zal waarschijnlijk hinniken naar andere paarden, en toont op die manier z'n onzekerheid over z'n relatie met z'n mens. Een paard als dit wordt zekerder van zichzelf, rustiger en gehoorzamer als z'n "onderwerping" verbetert.
En een jumpingpaard dan? Natuurlijk zet zo'n paard, op de lijn naar de hindernis, z'n oren naar voor - aandacht voor de hindernis waar hij zo dadelijk wordt geacht overheen te zeilen. Maar zodra er geen hindernis in zicht meer is, geen verandering van bodem of opstelling, dan horen ook de oren van een jumpingpaard ontspan- nen te zijn.
Waar komen die gradaties in gehoorzaamheid vandaan?
Gewoonlijk is er even een communicatiestoornis tussen ruiter en paard - gebrek aan tact, ritme en impuls, en/of onduidelijke of zelfs elkaar tegensprekende hulpen brengen het paard compleet in verwarring - het kan onmogelijk een "juiste" reactie geven, want de vraagstelling is niet duidelijk.
Bijvoorbeeld:
- de hulpen spreken elkaar tegen: vb, hand en been tegelijk, te lang, zonder respons op wat het paard teruggeeft
- het teugelcontact is veel te sterk, het paard kan zichzelf niet dragen en wil van de pijn in z'n mond weg - het paard draagt het teugelcontact met z'n onderste kaak, en duwt tegen het bit vanuit z'n nekspieren
- het paard mag z'n nek niet lang genoeg dragen in verhouding tot z'n trainingsniveau
- de ruiter gebruikt z'n handen om "rondheid" (en we gebruiken bewust het woord "verzameling" niet) te krijgen, in plaats van van achter naar voor, van been naar hand, of vanuit zit
- de ruiter probeert verzameling te krijgen zonder dat het paard voorwaarts is
- de ruiter probeert teveel tegelijk te verkrijgen
- de ruiter vergeet het paard te belonen voor z'n respons, vooral door benen en handen niet te verzachten van zodra het paard begint te antwoorden
- de ruiter zit niet in balans, noch qua gewichtsverdeling noch qua contact
- zeurende benen slaan het paard voortdurend, maar brengen geen verandering in voorwaartsheid teweeg - integendeel, het paard verliest alleen maar nog meer voorwaartsheid.
- handen trekken voortdurend in de mond omdat de ruiter zich in evenwicht houdt aan de teugels. De kwaliteit van de respons van het paard daalt als oplossing voor het voortdurende conflict in tegenstrijdige hulpen: het paard schakelt zichzelf als het ware uit,
- ernstige, voortdurende en/of uitgestelde straffen
- het paard "trainen" terwijl het gespannen of opgewonden is...
NB. In het zadel is een gebalanceerde, evenwichtige zit essentieel om een onderwerpings-"probleem" op te lossen. Waar ook de weerstand vandaan komt, een ongebalanceerde zit rechtvaardigt (tot op zekere hoogte) de ontwijkingsmaneuvers. De juiste zit is niet voor niets de basis van het leren rijden.
Hoe herken je nu dat eerste verlies aan onderwerping?
In het begin verliest het paard de aandacht voor z'n ruiter en z'n taak - de oren staan geprikt en er is een verlies aan buiging. Is het van nature een temperamentvol paard, dan zal de spanning in z'n lijf verder opbouwen; hij wordt nog stijver als je hem aanspoort om voorwaarts te gaan. Het paard houdt z'n ribbenkast hol, want hij houdt lucht vast. Z'n hoofd gaat omhoog, z'n stappen verkorten en de beweging wordt hoekiger.
Wordt het paard daarentegen goed opgevangen, dan laat hij de spanning los - vaak gaat dat gepaard met lange briesende ademhalingsstoten - een goed teken, want dat betekent dat hij de lucht en dus z'n ribbenkast loslaat.
In een "kalm" paard daarentegen, is het verlies aan onderwerping vaak veel moeilijker te herkennen. Het lijkt nog het meest op luiheid, en een tegenstribbelend gedrag. Ga je toch in tegen dit gedrag, dan gebeurt het dat de hel losbreekt - en de eigenaar herkent tot z'n verbazing z'n "brave" paard niet meer. (Dit is trouwens ook vaak een vaak weerkerend fenomeen dat je vaak ziet bij mensen die nietsvermoedend aan een beginners-grondwerkclinic deelnemen met hun paard waar ze "eigenlijk geen probleem" mee hebben. Eens terug thuis hebben ze een paard dat zich volkomen anders gedraagt dan voordien - logisch, want de rangorde en dus de rust in de relatie is overhoop gehaald, en het paard moet absoluut zeker kunnen zijn van deze nieuwe situatie.)
Veel mensen denken dat een rustig temperament een ondergeschikt paard betekent - maar hoewel een ondergeschikt paard wel degelijk een rustig paard is, is het omgekeerde niet persé waar... Veel van die zogenaamde "rustige" paarden nemen je ruimte gewoon in, zijn helemaal niet met je bezig (kijken over of door je heen), leiden slecht en zijn niet voorwaarts. Grondwerk is van groot belang voor deze paarden; en de focus bij het rijwerk ligt uiteraard vooral op het voorwaarts zijn.
Oorzaak 1: gewoonte
Langs de andere kant; als het paard voorheen correct getraind is en ook zo gereden wordt, zullen er alleen af en toe en gemakkelijk te corrigeren kleine "verliesjes" aan ondergeschiktheid zijn. Die correcties hoeven dan niet meer in te houden dan bvb een halve ophouding, en zo kan het dat het paard er nooit achterkomt hoe het ontwijkend gedrag zou kunnen cultiveren.
Omdat het paard gedragspatronen aanleert door herhaalde oefening, is het duidelijk dat ook slecht gedrag "herhalen" (al is het maar met 1 stap) oefenen is - "slecht" gedrag wordt er op die manier gewoon ingetraind.
Ontwijkingsgedrag wordt dus door de onoplettende ruiter aangeleerd: het wordt een gewoonte. Daarom moeten ruiters waakzaam blijven voor elke uitdrukking van het paard die wijst op een beginnend verlies van aandacht. Vaak zien ruiters dit gedrag als een uiting van "persoonlijkheid", of "speelsheid", of temperament, en is het pas als het gedrag verergert dat ze de ernst van het probleem inzien. Het is een gezond principe er je steeds bewust van te zijn dat, wat je ook met je paard aan het doen bent, dat je actief met je relatie bezig bent - je "traint" je paard voortdurend. Ook als je 'm alleen maar goeiedag gaat zeggen.
Consequentie in je relatie (en dus training) zorgt voor een gevoel van zekerheid bij het paard, zo zit rangorde nu eenmaal in elkaar.
Veelvuldige en goed getimede beloningen belonen dan weer het gewenste gedrag. Een paard dat weerbarstig is tijdens de training is natuurlijk niet 100% "betrouwbaar" tijdens een competitie, precies omdat een paard een gewoonte-dier is. Waarom zou het elders plots wél doen wat het thuis al niet doet? Het is al moeilijk genoeg op een ander te doen wat thuis wél goed gaat...
Oorzaak 2: redirected agression
Er zijn nog andere redenen voor het verlies aan gehoorzaamheid. Zoals we in het vorige artikel zagen: de veranderde energie-inhoud van het voedsel in de lente, bij een duidelijke verandering in de sociale structuur van z'n paddock-kudde, en als inherent voortplantingsinstinct van de merries.
En dat resulteert vaak in redirected agression, een normaal gedrag in de hiërarchie van kuddedieren. Maar soms is het de ruiter die het doel wordt van dit gedrag. Zoals Pat Parelli vrolijk in z'n demo's demonstreert, als het paard (zelf nummer 10 in de rangorde) z'n mens op de wei ziet komen: "Here comes number eleven!".
Bovendien zijn sommige paarden van nature dominanter dan andere, en zullen ze dus ook sneller het systeem testen.
Oorzaak 3: per ongeluk ontdekt
Onderwerping wordt soms ook verloren wanneer een paard "per ongeluk" de voordelen van een bepaald gedrag ontdekt.
Bijvoorbeeld: schrikken. De eerste keer kan schrikgedrag een echte oorzaak gehad hebben - echte angst. Maar de ruiter verloor op dat moment heel even de controle over het paard, en dat werd als een instant beloning opgevat door het paard. Van dan af kan het paard telkens weer schrikgedrag vertonen op dezelfde plaats, en als dit gedrag niet adequaat wordt beantwoord, kan het schrikgedrag nog uitvergroten, en ook op andere plaatsen terugkomen. Veel van dit soort vermijdingsgedrag, zoals weigeren vooruit te gaan of zelfs op hol slaan, hebben ooit ergens een onschuldig begin gehad, dat niet gecorrigeerd werd, en is gaandeweg veranderd in duidelijke ongehoorzaamheid - het gedrag werd erin getraind omdat het gevolg herhaalde vrijstelling van taak (bijvoorbeeld de hindernis springen) en richting (al is het maar gewoon vooruit gaan) was.
Het "recht" aan z'n kant
Ontwijkingsgedrag is geen ondeugd - het is een teken dat het paard iets probeert te vermijden. Hij leert dat bepaald gedrag opbrengt, want de ruiter (die z'n leider hoort te zijn) verloor de controle. Hij moet dus opklimmen in de rangorde voor z'n eigen veiligheid - dit is puur overlevingsinstinct. Als de hulpen van de ruiter om hem voorwaarts te drijven minder effectief worden, en het paard wordt daaraan gewoon, dan verliest hij nog meer voorwaartsheid.
Het begint héél klein
Het paard begrijpt niet echt bewust wat er gaande is; het reageert op het moment en leert alleen in een kettingreactie van associaties. Als je goed oplet, komt verlies van onderwerping niet "ineens" voor in het zadel - je had het al kunnen zien aankomen op de grond. Het paard naast je is immers hetzelfde paard als het paard onder je. Misschien was hij al wat arroganter toen hij je wat opzij duwde; ging z'n hoofd wat makkelijker omhoog, en sloop er een zekere irritatie in z'n manier van doen. En dan begint er een neerwaartse spiraal wanneer het paard met "trial and error" stap voor stap ontdekt wat dit soort gedrag hem kan opleveren.
Weerstand begint vaak met een mildere lichaamsspanning, ontwijken van het bit of hangen op het bit, een holle rug, weigeren vooruit te gaan of zelfs achteruit gaan, en schrikgedrag.
Voorbeeld 1: trailerladen
Een klassiek voorbeeld is hoe we paarden trainen om angst te hebben voor het laden. Als het paard zich slechts licht angstig gedraagt bij het laden op een trailer, en als antwoord daarop weg mag van de trailer (dus de andere richting opmag), dan wordt het angstgedrag beloond - want de kans op wegmogen bij de trailer is duidelijk groter als het paard tekenen van angst toont, dan als het er gezwind opwandelt - een paard leert snel. Het is dus duidelijk dat rustig en beslist wordt doorgewerkt, en dat het paard niet wegmag van de taak - op de trailer stappen; als het van de trailer "weg- mag" is het alleen om ofwel grondwerk te herhalen (en dus harder te werken dan rechtdoor op de trailer stappen is), óf als beloning voor een duidelijke poging om de trailer wél op te gaan.
Het is natuurlijk altijd beter vooràf grondwerk te doen en respect te krijgen vóór de trailer een taak wordt. Trailer- laadmethodes worden trouwens in latere artikels nog uitgebreid en stap voor stap beschreven.
Voorbeeld 2: steigeren
Steigeren is het ultieme gebrek aan voorwaarts zijn, en is eigenlijk een sneeuwbaleffect van volgende gebeurtenissen: verlies van voorwaartsheid, door verkeerd opvangen versterkt, weigeren vooruit te gaan, door verkeerd opvangen versterkt, ontwijkend gedrag: het paard wijkt van de rechte lijn af, stopt in het spoor en gaat abrupt de andere kant op, springt plots weg. De volgende stap is steigeren. Steigeren is een zeer voordelig gedrag voor het paard, want het brengt heel veel op: er zijn niet veel ruiters die al steigerende hun hulpen bij het paard kunnen houden, temeer daar de ruiter (niet het paard) beseft dat te sterk doorkomen (vooral met de teugelhulp) er bovendien toe kan leiden dat het paard achterover valt.
Als het paard een paar keer wegkomt met verlies van voorwaartsheid, en daarna de hele kettingreactie weer doorloopt tot het steigeren, een beetje sneller deze keer, dan is de basis gelegd voor getraind steigeren.
Veiliger is dus geen enkel risico te nemen: het paard moet voorwaarts blijven- er zijn genoeg waarschuwingstekenen die wijzen op dit komende gedrag.
Voorbeeld 3: weigeren voor de hindernis
Evengoed leert het paard dat een bepaald gedrag opbrengt als de ruiter toelaat dat hij zich wegkeert van een taak - gewoon een bepaalde richting uitgaan, naar een letter in de dressuurring of naar een te springen hindernis - niet voor niets wordt in de springsport geleerd dat een paard steeds teruggekeerd wordt naar de hindernis. Dit gedrag wordt er best "ingeslepen" bij lage hindernissen, helemaal in het begin van de training; desnoods wordt de hindernis vanuit stilstand gesprongen - aanhoudende zachte beenhulpen zijn hiervoor meestal al genoeg. Op die manier kan elk paard zo hoog leren springen als z'n fysieke mogelijkheden toelaten - als maar lang genoeg lààg wordt gesprongen en het paard niet geforceerd wordt hoger te springen dan waar hij (fysiek én mentaal) aan toe is.
Lang laag springen is niet alleen belangrijk voor de fysieke opbouw van het paard (dat weet iederéén wel), veel minder wordt begrepen hoe belangrijk dit voor de mentaliteit van het paard is. Weigeren komt niet snel vanuit het paard zelf - veel vaker is het de ruiter geweest die de teugels of zit niet genoeg mee laat gaan bij het nemen van de hindernis; hij hindert het paard bij de sprong en het paard begint te twijfelen of hij dat onaangename gevoel wel herhaald wil weten, bij elke sprong.
Als de twijfels van het paard versterkt worden - er ingetraind worden omdat ze slecht werden opgevangen, zal het eerst z'n voorwaartsheid verliezen, en dus ook vermogen en momentum.
Stel dat het paard een paar keer echt denkt dat hij een bepaalde hoogte niet zal halen en dat de ruiter het ontwijkingsgedrag dat het paard hierop uitprobeert niet effectief kan aanpakken, dan heeft de ruiter dus zelf een probleem gecreëerd. Loop dit risico niet, en blijf véél langer lààg springen - de beloning later komt honderdvoudig terug. Wat op de lage hindernissen een gewoonte is geworden schuift moeiteloos mee op met de hogere hindernissen, tenminste zolang er geen onver- wachte dingen gebeuren zoals een ruiter die een paar keer z'n balans verliest, of het paard dat aarzelt en niet ondersteund wordt door z'n ruiter.
Verstokte weigeraars kunnen allemaal terug tot springen gebracht worden: terug naar de allerlaagste hindernissen, en die consequent blijven springen tot het een "gewoonte" is geworden; de grootste val is té snel verleid te worden tot toch die hindernis een beetje hoger zetten. Wie zei ook alweer dat paarden trainen in de eertse plaats een geduldoefening is?
Als het paard naast weigeren ook de neiging heeft om te verstrakken en weg te lopen, dan wordt eerst het weigeren aangepakt (in draf). De volgende stap is dan om ritme te brengen, gewoon door langs de hoefslag te rijden; het paard zal ontspannen naar de hindernis toegaan omdat het weet dat het deze hindernis zowiezo kan en zal springen; z'n voorwaarts zijn en willigheid worden vlak voor de afsprong beloond door de teugel te lossen.
Maar al te vaak wordt gedacht dat het voortdurend gebruiken van de zweep - de hele lijn bij het naderen van de hindernis- de oplossing zal brengen. Effectiever is het om alleen aan te dringen bij elke individuele aarzelende pas. Het heeft geen enkele zin om voorwaartse en correct aangelopen passen negatief te versterken; waarom zou het paard volgende keer nog de poging doen om tenminste die eerste galopsprongen nog vrolijk neer te zetten, als blijkbaar het verkeerde gedrag is?
Negatief versterken tegenover straffen
Herhaling is oefening, vermijdingsgedrag wordt een gewoonte, want die zenuwbanen worden in het paarden-brein als het ware ingeëtst door telkens weer te ondervinden dat de mens heel even de controle verliest - en dus geen "goeie" leider is. Hoe verander je die gewoontes dan? Hier komen we terecht in de gedragspsychologie, en wel bij negatieve versterking. In het geval van paardentraining (behalve bij clickertraining, waar positieve versterking wordt gebruikt) betekent dit: druk zolang het paard een ongewenste respons vertoont. Negatieve versterking mag zeker niet verward worden met straf: de twee definities zijn namelijk heel verschillend. Negatieve versterking gaat over verstrakken op tijd, en verzachten op tijd. Negatieve versterking is het wegnemen van iets dat het paard oncomfortabel vindt, zoals druk van je been, vanaf het moment dat het paard de juiste respons geeft.
Straf daarentegen is het toebrengen van pijn nà het verkeerde gedrag, en is zeker geen humane manier van trainen. Het verschil kan je voor jezelf het duidelijkst ondervinden bij grondwerk: een voorbeeld hiervan is het "kalmeer nu!"-teken. Er is dus eigenlijk geen ontkomen aan negatieve versterking bij het trainen van paarden (tenzij je werkelijk àlles gaat aanleren met clickertraining) - maar het moet wel correct toegepast worden want de grens naar straf is makkelijk overschreden.
En hier komen we dus weer bij de drie basisprincipes van het horsemanship: timing, gevoel, en evenwicht.
Druk
Negatieve versterking betekent dus dat er druk wordt uitgeoefend: met hand, been, zit, leidtouw, zelfs geluid. Druk betekent NOOIT slaan, stampen, trekken, duwen. Alles wat het paard niet niet comfortabel vindt, is druk. Het paard zal vooral onthouden dat als het teruggaat naar het gedrag dat het vertoonde nét voor dat vervelende gevoel kwam, dat het ook niet terugkomt. Op dat moment wordt de druk van het been een uitnodiging, een "cue", een hulp.
Het leren zit dus in het wegnemen van druk, niet in het uitoefenen van druk - en dat is een principe dat maar al te vaak niet wordt begrepen.
4 principes van negatieve versterking
Er zijn 4 belangrijke principes bij negatieve versterking, of "druk", opdat deze methode effectief zou zijn en niet juist geestdodend:
1. de druk (negatieve versterking) moet onmiddellijk optreden, zodra het ongewenste gedrag begint.
2. er moet ruimte zijn voor het opvoeren of anders aanbrengen van druk als er geen respons komt van het paard - als je in één keer met geweld tekeer gaat, en je paard breekt er doorheen (en terecht), ben je verloren.
3. zolang het ongewenste gedrag duurt, zolang duurt de druk. Gewoon volhouden is eenvoudiger, gemakkelijker, beter te controleren en bovendien veel effectiever. Eén ding kan een mens nooit genoeg aanscherpen als hij met paarden bezig is: geduld.
4. De druk wegnemen op het moment (of beter nog: net vóór het moment) dat het paard zelfs maar vaag in de richting van het goede antwoord gaat.
Het succes van conditionering wordt vooral bepaald door het gevoel voor timing van de trainer - goeie timing garandeert het duidelijkste antwoord en het snelste leren. Dat is waarschijnlijk wat sommige ruiters zo goed maakt: ze hebben een hele goede timing en een grote controle over aparte spiergroepen, zodat ze hun hulpen onmiddellijk kunnen aanpassen aan de respons van het paard - secondenwerk. Het beste basiswerk voor onderwerping in het zadel is natuurlijk grondwerk. Je hoeft niet met je eigen rijcapaciteiten bezig zijn en kan je concentreren op wat er tussen jou en je paard nu eigenlijk gebeurt - het is makkelijker om de plaatsen in de rangorde hier te verwerven dan vanuit het zadel.
Bouwblokken tijdens het rijden
In grote lijnen kan je zeggen dat de ruwe bouwblokken voor het verkrijgen van onderwerping in het zadel zijn:
1. actief (maar niet rennend) voorwaarts rijden, met een zo laag mogelijke halshouding, en tegelijk een ronde bovenlijn houden.
2. Ook met lichte stelling rijden - maar recht rijden - en veel overgangen rijden houden het paard bij de les.
3. Beter nog: je paard lang en laag rijden werkt nog beter. Lang is belangrijk, want de spieren van de bovenlijn kunnen strekken en gaan samenwerken met de rugspieren, die het helel lichaam ontspannen en het paard meer doen openstaan voor een heel lichte hulp. Bovendien werkt het laaghouden van het hoofd als een fysieke katalysator naar ontspanning - zo zit het paard gewoonweg in mekaar.
Praktische tip: het zijn de kleine dingen die tellen
- Als je paard veel weerstand in de mond toont, is het vooral belangrijk dat het paard leert juist te verzachten bij aanname van het teugelcontact, en wel zodra hij de beenhulp voelt - niet dat hij nog harder wordt en wegloopt. Zodra hij zich dus geeft, verzacht je hand én weg dat been - dit beloont z'n respons. Op dat moment loopt je paard misschien een beetje te diep, maar dat is minder erg dan met het hoofd omhoog - zolang hij maar in een onmiddellijke respons zacht gaat lopen, zodat ook dit weer gewoonte wordt. Later kan je hem nog altijd de juiste-positie-volgens-het-boekje aanleren.
Van dan af werk je in heel veel neerwaartse en opwaartse overgangen, er goed op lettend dat het contact vriendelijk blijft, ook doorheen de overgangen, en dat z'n oren ontspannen blijven.
- Let dus op de oren van je paard - dat hoef je niet te doen door ernaar te staren tot ze eraf vallen, je kan dat ook doen terwijl je wel degelijk kijkt naar waar je heenrijdt - gebruik de "zachte ogen" van centered riding. Zodra die oren gaan prikken, rij je je paard meer voorwaarts en eventueel lager ingesteld dan het op dat moment zelf aanbiedt. Probeer het moment net vóór het prikken op te vangen - meestal doet het paard dit telkens op dezelfde plaats als ervoor, op een bepaalde plaats op de cirkel bijvoorbeeld - zo kan je leren voelen wat er gebeurt net vóór het prikken.
- Wordt de mond hard, rij dan veel neerwaartse overgangen. Vraag zelfs een paar passen achterwaarts direct na het halthouden. Let erop dat je je paard niet korter in de verzameling probeert te rijden dan hij eigenlijk fysiek aankan - je vergroot de kans op vermijdingspogingen aan het bit, en deze kunnen heel makkelijk escaleren.
- Om het voorwaartszijn-probleem op te lossen, moet je eigenlijk de gemakkelijke respons op een zeer lichte hulp opnieuw verwerven - want daar komt het gebrek aan voorwaartszijn vandaan. je paard heeft zich namelijk voor je hulpen afgesloten. Je kan dat op een aantal manieren doen:
1. de beenhulp zeer licht aanbieden, reageert het paard niet: nog eens zeer licht aanbieden; reageert het paard nog steeds niet: alles geven wat je in je hebt (dit is het enige moment waar met je benen "stampen" op z'n plaats is. Eigenlijk had je het niet zo ver mogen laten komen, en nu heb je een noodoplossing nodig). Vanaf het moment dat het paard voorwaarts reageert - zelfs alleen maar de intentie toont, beloon je door de hulpen te verzachten - beloon! Los die teugels, wég die benen! Het is niet belangrijk dat het paard plots meerdere passen voorwaarts zet, de intentie is voldoende. Ga dus zeker niet aandringen met weer dezelfde voor het paard vervelende, aanhoudende beenhulpen om er méér passen "uit te persen" dan het paard aanbood. Wees blij met wat je kreeg van je paard - beloon uitbundig, geef het paard even tijd - en begin rustig opnieuw.
- Bij het paard dat al verder weg is en méér doet dan alleen niet meer voorwaarts zijn, dat stilstaat, en bij aandringen zou achteruitgaan, steigeren of bokken, kan het ook helpen om het stilstaan "oncomfortabel" te maken. Dat kan door met één teugel een hele lichte buiging in de hals te vragen - de andere teugel hangt lang. "Fixeer" je vragende hand op je been. Niet trekken, gewoon daar blijven, en wachten. Het paard vindt het vanzelfsprekend niet zo prettig om met gebogen hals te blijven staan, en zal dus een oplossing proberen te vinden om z'n hals te kunnen strekken. Hij zal proberen z'n hoofd omhoog of omlaag te doen, of links en rechts proberen te bewegen, of achteruit gaan. Zet niet meer druk, ga niet trekken, concentreer je op het ter plaatse houden van de hand - wacht gewoon. Uiteindelijk zal het paard de juiste oplossing vinden: tot z'n eigen verbazing beweegt hij toch vooruit. Al is het maar één stap, beloon uitbundig!
- Het sleutelbegrip in deze anders-dan-andere oplossingen heet timing . Geduld . Laat je hierbij asjeblief helpen kan door door iemand op de grond, die misschien beter dan jezelf de poging van het paard ziet om het juiste antwoord te geven. Bovendien zal je méér geduld kunnen opbrengen, gewoon omdat iemand anders erbij is. Maak je hierbij fouten, dan helpt ook deze omgekeerde training niet, integendeel!
- Herhaal - ook voorwaarts zijn moet een gewoonte worden. Als het paard naar beenhulp of je hand slaat (met been of staart), blijf je tikken tot hij stopt met slaan en voorwaarts beweegt (al is het geen hele stap, gewoon de intentie om voorwaarts te gaan is voldoende). Zou je stoppen met tikken op het moment dat hij slaat, dan beloon je hem voor het slaan. Zo redeneert het paard nu eenmaal: blijkbaar was dat het juiste antwoord, want het tikken hield op.
- Met voorwaarts-problemen bij een gespannen, niet-ritmisch lopend paard, mag je zeker de zweep niet gaan gebruiken - het paard zal er alleen maar met een holle rug en een harde mond van weglopen - en hoewel het paard wel vooruit gaat, kunnen we dat moeilijk voorwaarts zijn noemen. Je lokt dus alleen nog meer vermijdingsgedrag uit, want dit is een lichte versie van de vluchtreflex.
Beloon, beloon, beloon.
Het is essentieel dat het paard wordt beloond voor zijn antwoorden. Dat kan door alle hulpen te verzachten zodra hij respons geeft, of door hem met de stem te belonen (goed zo!) en nog meer versterkt door zoveel mogelijk een stevige aai over z'n nek. Niet op de hals slaan , zoals zovele ruiters doen, zonder erbij stil te staan dat het paard dit wel eens niet echt leuk zou vinden - wat zou je er zelf van vinden? Paarden belonen elkaar ook door elkaar stevig te groomen op schoft of achterhand. Beloon elke kleine poging van het paard - zo moeilijk voor wij mensen die zo snel vooruit willen gaan!
Leer gelukkig te zijn met de kleine dingen - al die kleine dingen samen zullen er uiteindelijk voor zorgen dat je véél sneller daar bent waar je wil zijn.
Geduld, geduld, geduld!
Wanneer het paard ontspant, worden z'n bewegingen los en gemakkelijk - en deze bewegingen - elke stap erin - zijn de echte bouwblokken waarmee het paard z'n schwung kan tonen. Eens je dat hebt, dan wordt rijden gemakkelijk - geen trekken en stampen nodig, gewoon je balans en houding en spier- tonus - net genoeg om méé te zijn met het paard - in de mooiste dans van allemaal.
© Inge Teblick, ondermeer gebaseerd op een artikel van Andrew Mc Lean
Persoonlijke noot van Inge: binnenkort een meer genuanceerd artikel over de "kalmerende hierarchie" binnen paardengroepen, omdat mensen onder het mom van verkeerde geïnterpreteerde begrippen als "rangorde" en "dominantie" zich methodes gaan permitteren die eerder agressief zijn. |