Het belang van de basics - de visie van Andrew McLean
Trainingpsychologie zet de principes en methodes voor training op een rij. Ze worden vaak gevolgd door goede trainers, maar worden eigenlijk nooit apart op een rijtje gezet in de hedendaagse paardentraining. Een heel belangrijk thema is dat de basisresponsen (vooruit, stop, draai, wijk) de vier fundamenten zijn van àl het rijden. Ze zijn de essentiële aspecten van de paardentraining en maken de blauwdruk uit van z’n toekomstige gedrag.
Het trainen van simpele gewoonten
Hoe vaak gebeurt het dat, als het fout gaat, we onze gekwetste ego’s het zwijgen opleggen door te zeggen dat het de schuld is van de genen in het paard onder ons, eerder dan van onze eigen kwaliteiten als trainer? Dat is jammer - want zodra we dat doen, snijden we onszelf af van een kans om bij te leren - en het paard zelf wordt vaak afgeschreven. Krijg je het paard niet vooruit? Onwillig en lui! Weg ermee! Gaat het paard met je lopen? Hélemaal gek en onbetrouwbaar. Weg ermee!
Het antwoord ligt nochtans voor de hand. Het paard heeft geleerd - door trial and error (proberen en leren), of ook wel gekend als “operant conditioning” dat wat hij doet, de beste garantie biedt voor zelfbehoud.
En het gaat echt even simpel als de woorden “proberen en leren” klinken. Het paard probeert een bepaald gedrag uit omdat hij een basisbehoefte wil voldoen - aan voedsel geraken of pijn ontwijken. Wat ook het gedrag blijkt te zijn dat die behoefte vervult, bingo! De hersenen geven groen licht om het opnieuw te laten gebeuren in gelijkaardige omstandigheden. Zodra stimulus (dat wat het gedrag opwekt) en respons (het uitverkoren gedrag) meer en meer samen voorkomen, wordt een gewoonte gevormd.
Wat je met trainen probeert te doen, is dat je signalen voor het paard een gewoonte gaan vormen. Zodra een paard min of meer vastgelegde gewoontes heeft, kan je de gewoontes met elkaar beginnen te vermengen. Meer is rijden eigenlijk niet...
De vier basis”gewoontes”
Alle rijden is terug te brengen op 4 basisreakties:
1. 'vooruit' voor het been
2. 'stop' van de teugels
3. 'draai' van 1 teugel (sturen van de schouders)
4. ‘wijk’ voor de kuit.
Altijd als het paard een probleem heeft kan het opgelost worden door uit te vinden welke van deze 4 'knopjes' niet goed werken. Alle verdere oefeningen zijn combinaties van de 4 basisknoppen - vb. ‘vooruit’ en ‘wijk’ kunnen gecombineerd worden in een heleboel “geavanceerde” bewegingen. Dus als je elke beweging kan analyseren tot een som van die 4 basisgegevens, dan hoef je, hoe ingewikkeld de oefening ook is, "slechts" terug te gaan tot waar een van die dingen niet zo goed gaat als zou moeten.
Train een éénduidige respons op een éénduidig signaal.
Training is dus veel simpeler, zowel voor de ruiter maar zeker voor het paard, als je maar één signaal hebt voor elke beweging.
De basisknoppen zijn dus:
- vooruit = met twéé benen
- wijken = met één been
- stop = twee teugels tegelijk
- draai = één teugel.
Het is de initiele respons van je paard die bewijst hoever het staat met je basishulp. Het is niet omdat je je benen aanlegt en knijpt, en dat je paard daarop vooruitgaat, dat je een goeie “vooruit”knop hebt.
3 basiskwaliteiten
de vier basisknoppen moeten
- volledig,
- automatisch en
- onmiddellijk
zijn.
Bijvoorbeeld als hij vooruit moet: aarzelt hij voor hij de eerste stap zet? Is de eerste stap kort en schokkerig? Doet hij z’n hoofd omhoog, of slaat hij met z’n staart?
Als je hem stopt op de teugels: hangt hij op het bit voor hij stopt? Wacht hij een paar stappen voor hij echt stopt? Verandert z’n houding? Pakt hij het bit vast?
Het goede nieuws voor gewone ruiters is dat dit dingen zijn die je kan voelen, ook zonder instructeur erbij. Concentreer je hierop als je buiten een les rijdt, en je werkt wel degelijk aan zéér essentiele dingen.
En geen zit?
Nee, geen zit. Dat valt wel op, nu iedereen zo bezig is met de zit. Het is alleszins in (ogenschijnlijke?) tegenspraak als wat mensen verkondigen; namelijk dat de *zit* het alfa en omega is.
"It is a danger to use the seat for stop when the horse has not got a consolidated stop response from the reins." Eérst die teugels, en dan verfijnen naar zit. Het zal een heleboel mensen
geruststellen dat iemand dit zo duidelijk zegt, want het is iets waar veel mensen toch mee zitten. Overal lees je dat op "zit" rijden het hoogste goed is, en het is een feit dat paarden helemaal anders gaan lopen als iemand gewoon netjes zit (zo'n zit-clinic is écht de moeite waard) maar soms krijg je het gevoel dat alles er niet alleen mee moet eindigen, maar ook mee beginnen, en dat teugels of been gebruiken een grote zonde is.
Als je bijvoorbeeld met een jong paard pas een stop krijgt als je je teugels gebruikt ("gebruiken" betekent niét trekken, hoop ik :-) ), en het paard doet er een paar stappen over, dan is dat normaal. Pas als het paard onmiddellijk stopt als je stop vraagt, kan je gaan verfijnen naar zit.
Het bevestigingsproces
Als die basisknoppen niet bevestigd zijn, en steeds héél helder, uiterst voorspelbaar en consistent zijn, is het veel te vroeg om te gaan mixen. Geen nieuwe dingen toevoegen - of je creëert verwarring en dus conflictgedrag.
Train één ding tegelijk, sluit alle mogelijke neveneffecten uit, tot de respons stabiel is - 9 op 10 keer, overal, altijd, in elke omstandigheid, en consistent in het verkregen resultaat.
Denk maar eens terug naar toen je nog leerde met de auto rijden. Zodra iemand tegen je begon te praten werd je verward en ging alles fout - zowel het gesprek als het rijden. Dat is conflictgedrag: je kan je niet concentreren op rit en gesprek tegelijk. Maar sinds je wat meer rij-ervaring kreeg en het een gewoonte werd, overkomt het je zelfs dat je van A naar B ben gereden en het zelfs niet meer weet. Dus: die basisresponsen niet vertroebelen voor ze écht vastgelegd zijn, of we hebben een verward paard, in conflict.
Hoe helderder en duidelijker de vier knoppen, hoe minder het paard in conflict raakt, waarbij het terugvalt op dat wat wél duidelijk is: z’n instinct.
Dit bevestigingsproces gaat echt een paar jaar door; en wat in de eerste jaren nog heel goed kan zijn gegaan kan in de volgende jaren weer even makkelijk worden teniet gedaan. De grootste bron van conflictgedrag is zéker de combinatie van de “stop” - en “vooruit”-knop - trekken en stampen tegelijk.
Gaat het fout? Terug naar de basics!
Als het ergens in het latere trainingsproces fout gaat, dan zit het paard ergens met een basisknop in de knoop. Als z’n weigering om te springen een gewoonte wordt, en ruiterfouten kunnen uitgesloten worden, en het ligt ook niet aan “overvragen”, dan ligt het aan de “vooruit”-knop. Veel te véél springpaarden hebben geen noemenswaardige “vooruit”-knop, alleen een “loop weg”-reflex. Het paard dat weigert op een trailer te stappen, heeft ook geen “vooruit”-knop. Hij heeft leidproblemen. Zelfs voortdurend schrikken is een “vooruit”-probleem.
Consistentie
Eén van de belangrijkste dingen bij het trainen is consistentie. Het komt steeds maar op één ding neer: van elk (goed) gedrag een gewoonte maken. Je traint dus de 4 knoppen: vooruit, stop, draai, wijk. Maar niet op eender welke manier. De meest strikte criteria gelden altijd - en dan gaat het paard als vanzelf naar ritme, met een losgelaten lichaam, rond en ontspannen.
Train je consistent voort aan de vier knoppen, dan is er geen plaats voor verwarring.
Een hele belangrijke “bijwerking” van betrouwbare en voorspelbare gewoontes is kalmte, en kalmte maakt op zijn beurt weer ruimte voor gemakkelijkere gewoontevorming. Laat dus geen afwijkende bewegingen toe, laat niets “toevallig” gebeuren, en laat tijdens een training niets over aan het initiatief van het paard. Als hij proeft van vrijheid kan hem dat motiveren om zich nog meer te onttrekken aan de piloot - jij. Klinkt hard? In tegenstelling met het “partnership” waarvan je droomt? In tegendeel - want wanneer heb je het gevoel dat alles vanzelf gaat, en dat je paard in éénheid als het ware met je rondvloeit, zodat jouw gedachten de zijne worden, en omgekeerd? Juist, op die momenten dat alles wat je vraagt ook zo gaat als je het bedoelt. Of om het droog te zeggen: als elke knop de juiste respons uitlokt. Laat het je dus niet “overkomen”: creëer zélf de juiste omstandigheden.
Progressief
Het trainen van de basisknoppen, of je nu een paard start, traint of hertraint, moet progressief gebeuren.
Ieder knopje wordt opgebouwd in een zekere kwaliteit:
- basisrespons
- gehoorzaamheid
- ritme
- recht
- contact
- impuls
- bewezen zelf-dragen: dat je de reaktie overal en altijd kunt verkrijgen; onvoorwaardelijke respons. Wat outline betreft, gewoon B-frame. Mc Lean houdt er helemaal niet van de teugel te vroeg korter te nemen.
Inderdaad: de gelijkenis met de klassieke dressuur-trainingspyramide zal je niet zijn ontgaan.
Het is net als een kind dat leert lezen. Eerst beloon je een goeie poging. Het kind leest P - O - I - S. Je zegt “goed zo” want het is goed genoeg, en zegt dan vriendelijk dat er niet “I” staat, maar “E”: POES. Het kind leest nu POES.
Hetzelfde met het paard. Wanneer je hem de “vooruit”-knop leert, is het eerst genoeg dat hij voortbeweegt. Dan werk je aan het “onmiddellijk”, dan aan de regelmaat, dan recht, dan zonder z’n hoofd- en halshouding te veranderen, dan dat hij het met wat meer afdruk doet en tenslotte dat hij onvoorwaardelijk gaat, waar je ’m ook heen stuurt.
En zolang die 4 knoppen niet onvoorwaardelijk zijn, kan je ook niet gaan combineren. Als het paard een probleem heeft met een wending, bijvoorbeeld omdat hij naar buiten valt, en bovendien verliest hij het voorwaarts zijn, ga dan niet tegelijk draaien én drijven. Zorg eerst dat hij weer voorwaarts is, en recht, en dan dat hij de eenzijdige teugelhulp onvoorwaardelijk volgt. Als dat weer allemaal in orde is, pas dan ga je weer wendingen rijden.
Anders is het net zoiets als een hond leren door een brandende hoepel te springen terwijl je je hond niet eens kan laten zitten op commando.
naar diverse artikels van Andrew McLean
© Inge Teblick, 2003, voor het eerst verschenen in Horsemanship 2003-nr 4 (december 2003).>
http://www.ingeteblick.be
|