Zit je zadel als gegoten?

Probeert je paard je iets te zeggen?

1. Laat zich niet graag vangen op de wei
2. Heeft witte haren op de schoft
3. Er hangt veel haar aan het zadeldoek (buiten ruiftijd)
4. Wordt boos bij het aansingelen en als het zadel verschijnt
5. Staat niet stil bij het opstappen
6. Zodra je opstapt, zakt z’n rug weg
7. Schudt met het hoofd tijdens het rijden
8. Bokt of loopt weg
9. Versnelt voortdurend
10. Korte, stoterige passen, struikelt...
Het zou best wel eens aan je zadel kunnen liggen.

Er zijn een heleboel manieren waarop je paard je kan vertellen dat er iets schort, maar woorden zijn er niet bij. Verandert het gedrag van je paard, geleidelijk of plotseling, dan moet je, voor je begint aan het rijden of andere werk dat je ermee doet, éérst gezondheidsproblemen uitsluiten - hoe hard je ook je training aanpast, als hij zich niet goed voelt, zal er niks veranderen. Maar heb je je zadel wel eens gecheckt?
Een slecht passend zadel drukt lokaal op de rug- en schouderspieren en belemmert de beweging van de schouder. Deze stress verhindert een goede bloeddoorvoer en blokkeert bepaalde reflexpunten, zodat ze ongelijk werken. Het paard probeert aan dat vervelende gevoel te ontsnappen door z’n schouders of rug van het zadel weg te trekken. Je paard raakt vast in de schouder, en krijgt meer pijn naar achteren de rug toe.
Verandert er nog niks, dan heeft ook het spierweefsel zelf geen andere keuze dan zich aanpassen aan het zadel - onder de drukking verdwijnt het door atrofie: het wordt stelselmatig beschadigd en zal na verloop afsterven - precies het tegenovergestelde van wat we met training willen bereiken. Je ziet ze veel, van die paarden met een zogenaamde hoge, scherpe schoft: tien tegen een dat het zadel de boosdoener is.
Om toch te kunnen blijven bewegen gaan paarden die verkeerde houding proberen op te vangen op andere plaatsen (ze zijn heel straf in het verbijten van pijn) met op termijn ook schade aan de rest van het lichaam: bekken, spronggewrichten...
Een gestresseerd, ongebalanceerd paard kan niet langer vrij en los bewegen. Het wordt snel moe, gewrichten en spieren worden pijnlijk, en z’n humeur zakt beneden het vriespunt - hoe zou je zelf?
We bekijken vandaag niet of jij wel in het zadel past - dat nemen we voor dit artikel voor waar aan. Het is natuurlijk zo dat als je zelf slecht in het zadel zit, dat niet alleen het paard, maar ook het zadel zelf beinvloedt. Maar hoe kom je er nu achter of je zadel ook wérkelijk past op jouw paard?

Zelf de rug van je paard voelen

Laat het paard opwarmen in vrijheid - daarna gaan we met onze handen aan het paard vragen, of alles OK is. Zelfs al ontdek je nu niks, dan nog is het een goed idee om dit regelmatig te doen. Het gevoel dat je krijgt kruipt in je spiergeheugen, en de dag dat je een ander gevoel krijgt zal je het direct weten. In elk geval is het belangrijk de reacties van je paard te kennen.
Doe dit niet nét na het rijden - als het zadel maar pas weg is genomen zijn de plekken die eventueel in de verdrukking zitten tijdelijk ongevoelig. Wacht een paar uur.
Loop met je vingertippen langs de ruggengraat van je paard, links en rechts, met een normale druk. Gezonde ruggen zijn warm, en het spierweefsel hoort zacht aan te voelen. Je moet het een beetje kunnen indrukken, het moet wat meegeven - een klein beetje opwellend vóór je hand uit.
Je hoort ook in staat te zijn om met je platte hand vriendelijk maar beslist van voor naar achter over de rug te strijken, daar waar je zadel op de rug ligt, bij de zadelkussens bijvoorbeeld, zonder dat je paard trilt of z’n rugspieren spant. Je hoort ook geen harde of hete plekken te voelen onder je hand - en al zeker geen witte haren tegen te komen. Voelt de rug als een strijkplank, dan heb je écht een probleem!
Ga niet af op de eerste reactie die je krijgt - het paard zal altijd even wegtrekken, de eerste keer dat je dit doet;
het is normaal als ze even onder je wegduiken. Sommige kruidje-roer-me-nietjes zullen altijd zo reageren en verder geen tekenen van ongemak vertonen - daarom is het belangrijk dat je je paard kent en weet hoe hij reageert op je aanraking. Let op de uitdrukking in z’n oog, of een platflitsend oor. Als bij de tweede of volgende keren dat je langskomt, het paard echt begint weg te trekken of gespannen wordt, dan kan dat wijzen op rugproblemen.
Heb je het gevoel dat je aan de rug kan voelen waar het zadel ligt - een inzinking bijna - dan is er al spieratrofie: het verdwijnen van spierweefsel.
Zoek eens het punt op (onder het zadel, op de rug) waar de beugelriemen vastgemaakt zijn aan het zadel (leg eventueel het zadel even op om de juiste plaats te vinden). Ga er eerst eens lichtjes over en druk dan eens voorzichtig, maar bewust, aan de twee kanten tegelijk. Gooit het paard z’n hoofd naar boven, en drukt het z’n rug weg, dan knijpt het zadel z’n trapezius - de spier die de schouder naar voor en achter laat bewegen. Ook de zijdelingse rugspieren (Latissimus Dorsi) kunnen beinvloed worden - deze spier buigt de schouder en trekt het voorben terug. Nog wat dieper liggen de Spinalis en de Longissimus Dorsi, die de rug en hals rekken.



Het zadeldoek als diagnose-hulpmiddel

Een ander middel om te weten te komen of er wel eens iets zou kunnen fout gaan, is je eigen gebruikte, bezwete, vieze zadeldoek. En wel liefst een zo dun mogelijk, wit zadeldoek. Rij zoals je normaal rijdt, zadel af, en bekijk daarna de onderkant van het zadeldoek. De afdruk die je ziet, vertelt je of je zadel breed genoeg is, of de kussens het gewicht wel goed verdelen over de gehele lengte van het zadel, en of de druk ook links-rechts gelijk verdeeld wordt.
Draai ook je zadel zelf om, zodat je de onderkant ziet, en probeer te vergelijken met wat je op het zadeldoek ziet.
Is de afdruk gelijk doorheen de hele oppervlakte van de kussens, van voor naar achter? Als de afdruk eerder in vlekken, dan in één geheel zit, dan past je zadel niet. De donkere plekken tonen waar het zadel in de paardenrug drukt en op de lichte plekken draagt het zadel helemaal geen gewicht. Donkere plekken aan de kussens van de voorkant tonen dat het zadel er als het ware om de rug heen danst: de achterkant schuift van links naar rechts, en veroorzaakt wrijving en hitte. Donkere plekken aan slechts één kant tonen dat er meer druk is aan die kant dan aan de andere: misschien zit je scheef omdat je een pijnlijke knie hebt, of er is spieratrofie (je paard is scheef), of je hebt meer zitlessen nodig!
Let wel: in voor- en najaar, als het paard ruift en het oude haar makkelijker afbreekt, kan je wat meer haar aan het doek onder je zadel ontdekken dan tijdens de rest van het jaar.


Is de boom OK?

Is de boom nog wel sterk genoeg? Test dit door het zadel horizontaal tegen je bovenbeen te zetten, op de kamer (waar de schoft in het zadel gaat). Trek de achterkant van het zadel (de lepel) voorzichtig naar de kamer toe. Gaat dat te gemakkelijk, of zie je veel rimpels in het leer verschijnen, dan kan dit erop wijzen dat de boom begint te breken. Zet het zadel op z’n achterkant op de grond en kijk eens of je het bovendeel naar de ene, en het onderdeel naar de andere kant kan buigen, in een wringbeweging. Een gebroken boom kan heel ernstige schade toebrengen aan de paardenrug, maar het is bijna onmogelijk om dit vast te stellen zonder het zadel te laten nakijken door een vakman. Synthetische zadels zijn vanzelf al flexibeler dan zadels met een houten boom.


Is het zadel recht?


Zelfs splinternieuwe zadels kunnen scheef zijn. Zet het zadel op z’n achterkant op de grond en kijk van boven naar beneden naar het zadel. Stel je een denkbeeldige lijn voor doorheen het midden van de kamer, van boven naar onder, en laat het zadel langzaam kantelen. De kussens mogen de middenlijn niet raken of kruisen, en moeten steeds symmetrisch van de middenlijn verwijderd zijn. Kijk of voor- en achterkant recht in elkaars verlengde liggen - ook daar zit vaak een wrong in. Slechts heel zelden zijn zadels perfect recht.
Een nieuw zadel kan al scheef zijn, maar gebruikte kunnen dat geworden zijn.
Sta achter je paard en laat iemand ‘m van je wegleiden. Stapt hij gelijk, of blijft een kant van de heupen van je paard lager? Houdt hij z’n staart recht? Zijn de schouders even dik? Is z’n ruggengraat recht van staart naar schoft?
Ga eens zonder zadel op je paard zitten en kijk naar z’n bovenschouders. Is de ene schouder meer ontwikkeld dan de andere? Stap eens voort, met je handen op de schouders. Heb je het gevoel dat de ene schouder verder naar voor beweegt of meer naar beneden valt dan de andere?
Dit alles beinvloedt natuurlijk de beweging en ook de vorm van het zadel. Uiteindelijk wordt ook je zadel scheef. Het kan ook zijn dat jij scheef zit! Ook dat beinvloedt na een tijd de vorm van het zadel, en dus ook van je paard!
Een goeie zadelmaker kan je zadel (eventueel tijdelijk) hierop aanpassen - als de scheefheid een gevolg is van de bouw van je paard. Is het een gevolg van je rijden, en je bent weer op het (letterlijke) rechte pad, vergeet dan niet dat een zadel dat nu nog stilligt, binnenkort weer kan gaan bewegen, en scheef worden.
Wist je dat je zadel ook scheef kan worden van het steeds aan één kant opstappen? Gebruik zoveel mogelijk een opstapje, of wissel de opstapkant af! Er is geen enkele reden om enkel aan de linkerkant van het paard op te stappen - die gewoonte stamt uit de tijd dat ruiters hun degens links droegen (om ze met hun rechterhand te kunnen trekken) en wordt eigenlijk alleen uit gewoonte in stand gehouden, gewoon omdat de meeste mensen rechts zijn. Ook je beugelriemen verwissel je best af en toe.


Kamerbreedte


De kamer moet breder zijn dan de ruggengraat. Het zadel moet aan de onderkant, over de gehele lengte breed genoeg zijn - vuistregel is vier vrouwen- of drie mannenvingers - overal: zowel vanvoor aan het zadel, als achteraan. De zadelkamer mag dus ook niet versmallen - niet naar voor, maar ook niet naar achter - de paardenruggengraat versmalt niet, dus de kamer mag dat ook niet.
Wat je op de paardenrug ziet, zijn niet de eigenlijke wervels (zoals bij ons) maar werveluitsteeksels - je kan de breedte van deze uitsteeksels makkelijk voelen met je vingers. Voel maar eens hoe ze een beetje meegeven, je krijgt ineens ook een idee van hun eigenlijke breedte. Rondomrond deze uitsteeksels moet er genoeg vrijheid zijn om de wervels te kunnen laten doen waar ze voor dienen: de rug buigen. Niet alleen vertikaal, maar ook horizontaal. Anders verhindert het de vloeiende bewegingen van het paard, in het bijzonder die waarbij horizontale buiging nodig is, zoals wendingen en cirkels.
Als de wervels door een te smalle kamer verhinderd wordt makkelijk te buigen, kan ernstige schade aan de wervelkolom ontstaan.
Het zadel mag alleen op de zijdelingse rugspieren liggen, en het gewicht moet van de benige uitsteeksels afblijven - en dat is nu precies waar de boom van een zadel voor dient. Onze zitbeenknobbels - waar het ruitergewicht zich concentreert - liggen immers vrij dicht bij elkaar in verhouding tot de breedte van de werveluitsteeksels.


Plaatsing van het zadel


Zet je paard op een vlakke, horizontale ondergrond. Het paard moet vierkant staan, niet in rust, en met z’n hoofd gewoon omhoog. Leg het zadel op je paard, maar zonder zadeldek, en singel niet aan.
Leg het zadel lichtjes te ver vanvoor op het paard, op de schoft. Neem het dan mee aan de kamer en schuif het licht naar achter tot het vanzelf stopt. De plaats waar het nu rust, wordt bepaald door de bouw van het paard. Herhaal dat een paar keer, tot je het gevoel hebt dat dit echt de plaats is waar het zadel altijd stopt - netjes achter het schouderblad.
Tip: verplaats het zadel in één rustige beweging. Weersta de verleiding om dit met een paar korte rukjes te doen, omdat je dan het zadel toch daar plaatst waar je onbewust denkt dat het moet liggen. Dit is de plaats waar het zadel hoort te liggen - leg je het toch verder naar voor dan is dat al een eerste manier om de gezondheid en beweging van je paard te schaden.
Het is belangrijk dat je dit echt goed hebt, anders heeft het geen zin om naar de volgende punten te gaan. Enneuh - blijkt je zadel op het einde toch te passen, maak er dan in elk geval een goede gewoonte van om je zadel élke keer zo op je paard te leggen - niet alleen vandaag.
Wat je ook kan doen, voor je deze oefening doet, is je zadel eens “zoals gewoonlijk” op je paard te leggen. Teken het dan af met krijt, en vergelijk daarna - na de glij-oefening - of er verschil is.
De fotootjes hiernaast tonen je dan wel geen zadel dat perfect past, maar het toont wel hoe een verkeerde ligging - te ver naar voor - de schoudert hindert.
Paarden met wat meer volbloed erin hebben meestal een wat makkelijkere rug voor het vinden van de juiste zadelplaats. Warmbloeden, arabieren en koudbloeden hebben niet altijd zo’n perfecte zadeldip.
Alleen al het zadel een paar centimeter naar achter schuiven geneest al veel zadelproblemen. Wat je immers doet is het schouderblad bevrijden, meer bepaald de spieren die over het schouderblad heen liggen en dit van voor naar achter bewegen bij elke pas.
Weet je niet waar het schouderblad van je paard precies begint, vraag dan iemand je paard te leiden terwijl je naast hem loopt, met je hand op z’n schouder. Als je paard beweegt, zal het schouderblad naar voor en achter draaien, zoals je nu wel ziet - en liefst zonder dat het gehinderd wordt door de voorkant van het zadel.



Links: volbloed, rechts: warmbloed:

Deze illustratie linkt rechtsreeks naar Biomechanical Riding & Dressage: A Rider's Atlas

 

Singel


Wil je zadel niet op z’n plaats blijven liggen zonder een strak aangetrokken singel, of moet je je zadel verankeren met een borsttuig, dan ligt het misschien gewoon te ver naar voor - en wil het zadel alleen maar naar z’n plaats!
Veel paarden worden overigens verkeerd aangesingeld. Dat komt door de ingeburgerde opvatting dat de singel een handbreedte van de oksel af moet liggen - maar dat is in werkelijkheid per paard verschillend. Leg eerst het zadel op de juiste plek en singel dan recht naar beneden aan- bij een normaal gebouwd paard ligt zo meteen je singel op de logische, perfecte plaats.
Let er ook op dat de singelgespen ofwel laag, ofwel hoog zitten - maar niet ter hoogte van waar de elleboog van het paard naar achter komt. Wintecsingels bijvoorbeeld hebben hun gespen soms precies op die plaats, en hinderen daarmee het achteruitgaan van de elleboog - en daarmee van de schouder.
Er wordt wel eens aangeraden het paardenbeen naar voren te trekken om de huid onder de singel glad te hebben. Niet doen - of alleen héél voorzichtig - bij een onopgewarmd paard - dit is een zeer ongewone stretch voor paardenbenen!
Singel zowiezo niet te strak aan. Zo knijpen we de “Serratus Thoracis” af - het paard kan dan moeilijk z’n voorbeen naar voren bewegen en dat zie je aan de stokkende beweging. Singel langzaam aan, en in stappen, en verwittig je paard even op voorhand. En vanaf de twéé kanten van het zadel, afwisselend (je moet toch aan de andere kant zijn om de stijgbeugel naar beeden te halen)!
Singel nog eens na als je paard opgewarmd is, maar kracht moeten zetten is uit den boze. Koop liever een wat langere singel dan van in het begin te moeten trekken!


Zadelvorm


Stap dan eens naar de voorkant en de achterkant van je paard, en kijk hoe het zadel links en rechts langsheen de buik van je paard ligt. Gewoonlijk kan je hieruit wel min of meer afleiden hoe de boom van je paard eruit ziet. Volgt de aanzet van de zweetbladen de vorm van je paard?
Als je een rijzweepje aan je paard houdt, en een lijn trekt, beginnend aan de schoft en langs het zadel, dan kan je de hoek ervan vergelijken met de hoek van de lijn aan het paardenlichaam. Kruisen beide lijnen elkaar boven de paardenrug, dan is het zadel te breed. Gaan ze juist uit elkaar, dan is het zadel te smal. Ze horen dus eigenlijk min of meer gelijklopend te zijn.

 

Kussendruk - contact


Bekijk de onderkant van het zadel. Zijn de kussens effen? Er mogen geen bulten of putjes in de kussens te zien zijn - en al helemaal geen naden of schroeven waar ze de paardenrug kunnen raken - dat voelt als een steentje in je schoen. Te hard opgevulde kussens voelen als een knijper op de rug. Zijn ze te rond, dan verdelen ze het gewicht niet genoeg. De kussens moeten een breed, zacht en effen oppervlak zijn - en symmetrisch.
Kan je het leer of de kunststof bekleding onderaan op bepaalde plaatsen samenknijpen, dan moet het zadel misschien bijgevuld worden.
Leg het zadel op het paard, op de juiste plaats. Druk met je hand het midden van het zadel in, om het zadel wat vast te leggen voor de kussendruk-test. Steek ondertussen je andere hand in de kamer, en voel tussen de voorste kussens en de paardenrug. Dat zou gemakkelijk moeten gaan, zonder dat je oneffenheden voelt, waar de druk ongelijk zou kunnen zijn. De kussens moeten de vorm van je paard gelijk volgen. Beide kanten moeten gelijk aanvoelen, en nergens mag het voelen alsof de kussens de schoft knijpen, of alsof ze een rand hebben. Doe hetzelfde vanaf de achterkant. Duwt de achterkant de paardenrug in?
Hef ook de zweetbladen links en rechts op, en voel (met de palm naarboven) onder het middenstuk van de kussens of ze overal mooi aanpassen.
Check in het bijzonder de plaats onder de aanhechting van de stijgbeugelriemen. Hier degenereert de vulling van een zadel eerst, en veroorzaakt daar enorme drukpunten.
Een “brug” ontstaat als de kussens geen goed contact maken met de paardenrug, omdat ze de contouren van de rug niet goed volgen. De onderkant van je zadel moet als het ware een spiegelvorm zijn van de paardenrug. Bruggen kunnen klein zijn (gewoon een oneffenheid in de onderkant) maar het komt ook voor dat een zadel alleen maar rust op de voor- en achterkant - een euvel dat blijkbaar iets meer voorkomt bij Western zadels dan bij Engelse zadels (niet in het minst omdat Western zadels vaak ook wat langer zijn dan Engelse) - resulterend in pijn, niet alleen aan de schoft maar ook aan de lendenpartij van het paard. Gevoelige paarden kunnen heel sterk en opvallend reageren op zo’n pijn, maar de wat meer stoïcijns aangelegde paarden zullen heel wat pijn verbijten, waardoor bijna onmerkbaar de spanning zich opstapelt.
Wollen vulling blijkt goed stand te houden tegen de tijd - wol past zich beter aan aan de veranderingen in de paardenrug dan schuimvullingen, die, eens ingedrukt, niet meer terugbuigen. Er wordt ook druk geëxperimenteerd met allerlei nieuwe materialen, én lucht, waarbij in theorie geen “bruggen” meer kunnen ontstaan. Schrijf kunststofzadels niet zomaar per definitie af - moderne materialen zorgen misschien wel voor een betere, meer dynamische pasvorm.
Soms ligt het ontstaan van bruggen echter niet aan de vulling, maar aan een slecht passende boom, en dan helpen allerlei vullingen helemaal niks.
Check de onderkant van je zadeldek dus regelmatig!
Laat je ook niet verleiden om jezelf rechter te laten zetten in het zadel door de achterkant van je zadel te laten bijvullen. Het hele zadel geraakt hierbij in onevenwicht, en het gevaar voor overbruggen wordt alleen maar groter.
Bij zadels met luchtkussens kan je niet veel zeggen over evenwaardige verdeling, voor de ruiter in het zadel zit. Het is pas dan dat de lucht het gewicht verdeelt.


De verhouding tussen kamer en lepel


Stel je een rechte lijn voor, gelijk met de grond, van voorkamer naar lepelachterkant. In zadels met een diepe zit hoort de lepel een paar centimeter hoger te zijn dan de kamer. In vlakke zadels, zoals close contact springzadels, mag de lepel slechts een fractie hoger zijn dan de kamer. Maar voor zo goed als elk zadel mag de kamer niet hoger zijn dan de achterkant van de lepel. Dat kan zijn omdat het zadel te ver naar voor ligt, maar als je vanuit de glij-oefening de eigen rustplek van het zadel hebt gevonden en de kamer ligt toch hoger of zelfs gelijk aan de lepelachterkant, dan past het zadel niet - geen enkel zadel wordt ontworpen om op die manier te liggen.
Heb je echter een paard met een ongewoon diepe rug of hoge schoft (een schoft die niet hoog lijkt omdat hij geatrofieerd is), dan kan een zadel wel met de voorkamer hoger liggen. Zo’n paard heeft dan een op maat gemaakt zadel nodig; knutselen met zadelpads, schuimpads en gels is uit den boze!
Western zadels hebben een heleboel “ombouw” - de knop vooraan, of de extra rugsteun achteraan verhinderen dat je dit evenwicht makkelijk kan “meten”. Probeer er doorheen te kijken en de essentiële vergelijkingspunten te vinden. Het prinipe is net hetzelfde!

 

Een horizontale zit


Er zijn twee punten waarop je moet letten om te weten of je wel recht kan zitten in dit zadel. Dat lijkt misschien alleen voor jezelf van belang, maar het is wel degelijk van belang voor het paard of jouw gewicht gelijk wordt verdeeld door het zadel. Of je onderuit gezakt zit, dan wel naar voor gekanteld wordt, voelt je paard immers in zijn rug. Het zadel kan, hoe perfect het verder ook gemaakt is, dit niet corrigeren met de kussens alleen.
Het zitgedeelte moet horizontaal zijn om de zitknobbels van de ruiter in gelijk evenwicht te plaatsen.
Stel je opnieuw een horizontale lijn voor, maar een beetje lager: ter hoogte van het diepste punt van de zit.
Doe een stap achteruit en kijk naar het zadel. Ligt de zitting horizontaal op het paard, evenwijdig met de grond? Lijken de kussens van de achterkant in elkaar gedrukt, of te hoog (ongeacht hoe hoog de lepel komt tegenover de kamer!)?
Het westernzadel is hierop een beetje een uitzondering. De meeste westernzadels zijn zelfs bewust zo gemaakt, dat de zitting schuin afloopt naar de achterkant, waar de ruiter dan wordt tegengehouden door een hoge rug. De bedoeling is om je comfortabel te laten zitten, maar dat gold eigenlijk vroeger, toen cowboys uren en dagen in het zadel zaten, en paarden goedkoop waren. Vaak echter wordt het gewicht van de ruiter hierdoor veel te ver naar achter, en té plaatselijk gelegd - niet voor niets moet zo’n zadel vaak op z’n plaats worden gehouden door een netwerk van borstriemen. Rij je met zo’n zadel, reserveer het dan alleen voor roping, team penning, barrel racing of een andere snelheidsdiscipline, maar doe je reining of lange afstand, denk dan evenveel aan de paardenrug als aan jezelf. Er zijn ook westernzadels met een vlakke zitting, die toch comfortabel zijn!

 

Van links naar rechts: zadel kantelt naar achter - zadelligt recht - zadel kantelt naar voor.

 

Plaatsing van de stijgbeugelriemen


Het tweede punt dat te maken heeft met recht zitten, is de plaatsing van de beugelriemen.
Trek een denkbeeldige verticale lijn van het middenpunt van je stijgbeugel naar de grond. Trek een tweede denkbeeldige lijn vanuit het diepste punt van je zadel. Beide lijnen zouden maximaal ergens tussen de 15 en 18 cm van elkaar verwijderd horen te zijn (het hangt uiteraard ook af van jouw bouw en die van je paard). Als een zadel te smal is voor het paard, komt de voorkant omhoog. Je zit dan verder weg van je stijgbeugel, waardoor je in stoelzit komt. Is het zadel te breed, dan zakt het over de schoft, en het diepste punt van je zit valt naar de stijgbeugel toe - het zadel kantelt je dan op je kruis.
Singel nu eens aan, en kijk of het diepste punt van je zadel nog steeds hetzelfde is. Het zou kunnen dat het zadel nu naar voor kantelt en in de schouders wordt geduwd - het diepste punt moet nog steeds in het midden van het zadel blijven. Probeer dit naar voor- of achterkantelen zo weinig mogelijk op te lossen met pads, gels, of opgevouwenhanddoeken. Dat is zoals te kleine schoenen dragen en dat proberen op te lossen door dikke kousen aan te doen.
Er zijn steeds meer zadels die extra letten op de plaatsing van de stijgbeugelriemen. Probeer het eens - je zal merken dat je makkelijker recht wordt gezet. Let er echter op dat dit ook weer niet overdreven wordt, of je bekken wordt, ondanks dat je zadel perfect op je paard past, toch weer naar voor gekanteld.
In elk geval: ligt de stijgbeugelriem schuin naar voren of schuin naar achteren over het zweetblad, dan is er iets fout met je zadel.


Schoftvrijheid


De vuistregel voor voldoende vrijheid aan de schoft is drie vingers tussen de bovenkant van de schoft en de onderkant van de voorkamer.
Méér dan drie vingers vrij zou kunnen betekenen dat het zadel te hoog ligt, en dus te smal is op de schoft - minder betekent dat het zadel zeker te breed is, en als het op de schoft ligt is het wel bijzonder pijnlijk voor het paard.
Dit euvel kan ook pas opduiken wanneer je lichtrijdt: steek je vingers maar eens tussen zadel en schouder terwijl je rijdt. Doet het pijn? Stel je dan maar eens voor wat je paard voelt.
Ook een zadeldoek dat niet omhoog getrokken wordt in een te brede kamer kan wrijving veroorzaken!
Paarden die zo goed als geen schoft hebben, kunnen wel eens veel meer ruimte overhebben op deze plaats - het is dan zaak extra goed te letten op de horizontale verhouding tussen voorkamer en lepelachterkant. Heb je een paard met hoge schoft, dan moet je constant alert zijn op eventuele veranderingen. Er bestaan trouwens zadels met een teruggesneden kamer, speciaal voor paarden met een hoge schoft.
Vergeet in elk geval niet deze schoftvrijheid ook te checken als je in het zadel zit, en als je lichtrijdt!!

Oeps... NIET doen!


Stabiliteit


Een zadel moet uiteraard stil en stabiel liggen. Het mag niet overdadig van links naar rechts of al helemaal niet van voor naar achter schommelen.
Sta achter je paard. Ligt het zadel recht? In het midden? Zakt het naar links of rechts? En als je paard beweegt?
Als je naast je paard staand op kamer of lepel drukt, gaat het zadel dan erg op en neer? Komt het van de rug af?
Leg één hand op de kamer, en één op de lepelachterkant. Het zadel mag niet teveel heen en weer schommelen, omdat je dan bijvoorbeeld bij het lichtrijden, steeds te veel alternerende druk hebt in het zadel. Kijk hier ook weer naar als er wordt gereden!
Verkijk je echter niet op het enigszins bewegen van je zadel - tot op zekere hoogte is het normaal, omdat het een gevolg is van de manier waarop het paard beweegt.
Een zadel dat echter telkens van de rug afkomt bijvoorbeeld als de ruiter omhoogkomt, is gegarandeerd pijnlijk voor het paard.


Zadellengte


Een zadel zou nooit achter de 18de wervel mogen komen - de wervel ter hoogte van de aanhechting van de laatste rib (zie illustratie anatomie hoger). Daarachter komen immers de lendenwervels, het zwakste punt van het paard, waar het paard geen gewicht kan dragen. Nogal wat westernzadels zijn eigenlijk te lang, en ook ponyzadels gaan al eens over deze grens.


En last but not least: wat vindt je paard ervan?


Terwijl je staat te trekken en prutsen aan je zadel, let dan de hele tijd op je paard. Volg z’n oren en lichaamstaal. Trekt hij een beetje weg als je het zadel op z’n rug legt? Of vindt hij het zadelen helemaal niet erg? Vergelijk hem als je los met hem werkt, of hem longeert, met en zonder zadel. En dat weer tegenover onder de man. Lijkt hij vrijer in de schouder, of juist meer beperkt? Geeft hij z’n rug makkelijk?
Kijk niet alleen naar je zadel als je paard stilstaat - de rug ziet er dan helemaal anders uit, en wat je niet merkt in stilstand zou wel eens heel duidelijk kunnen worden in beweging - maar ook omgekeerd.
Hou ook rekening met de leeftijd van je paard. Een jong paard dat wordt ingereden zal door enorme veranderingen gaan. Z’n “sportspieren” (schouder, rug, achterhand) worden ontwikkeld, en je zadel moet dat aankunnen. Een ouder paard verliest dan weer op een andere manier z’n spierweefsel, en de ruggengraat zal meer geprononceerd worden. Misschien zakt z’n rug ook wat door - ook daarop moet je letten.
Ook seizoensveranderingen kunnen de vorm van je paard wijzigen: in de zomer moet ook een recreatieve grasbuik nog in je zadel passen. Paarden die het ene seizoen veel minder worden gereden dan het andere, verliezen ook spieropbouw.


Paniek!


Staan de zweetdruppels op je voorhoofd, na het doorworstelen van al deze regeltjes, en begin je te vermoeden dat er iets schort aan je zadel? Niet wanhopen - kleine aanpassingen kunnen soms al wonderen doen. Het zadel verder naar achter leggen is er zo een.
Ontdek je echter dat er ergere dingen aan de hand zijn, haal er dan eens eerst iemand anders bij, om het met hem nog even af te checken. Roep er je zadelpasser bij, en stel hem gerichte vragen - hoe beter je toont dat je geïnformeerd bent, hoe gedetailleerder de antwoorden zullen zijn die je van je zadelpasser krijgt.
Bovendien zal je nu ook beter weten waar je op moet letten als je een nieuw zadel zou willen kopen. Probeer altijd een nieuw zadel op je paard, koop er nooit een zomaar op zicht (je koopt toch ook geen sportschoenen zonder passen, alleen omdat het leuke kleurtjes heeft?)! Vergeet niet ook te rijden met je zadel, en hou er rekening mee dat nieuwe zadels zich ook wat zullen “zetten” naar je paard.
Neem in elk geval de tijd om het juiste zadel voor je paard te vinden. Rij ze allemaal eerst met een dun, wit zadeldek eronder. Je komt echt het juiste zadel tegen.
Je beloning is een paard dat makkelijk beweegt, vloeiend, voorwaarts, in evenwicht. En gezond.


© Inge Teblick, 2003, voor het eerst verschenen in Horsemanship 2003-nr 4 (december 2003).

http://www.ingeteblick.be