Alexander-techniek

Frederick Matthias Alexander (1869- 1955), kwam vanuit een heel andere achtergrond dan Feldenkrais, en toch hebben beide methodes veel raakpunten. Alexander was namelijk een Shakespeare-acteur, die een chronische keelontsteking had ontwikkeld. Vastbesloten om z'n stem weer helemaal te kunnen gebruiken, begon hij zorgvldig op zichzelf te letten terwijl hij sprak, en kwam zo tot de vaststelling dat een verkeerde spierspanning z'n chronische keelontstekingen veroorzaakte.

Hij zocht én vond een manier om dit op te lossen, en kwam zo tot een heel bijzondere vaststelling: als nekspanning wordt gereduceerd, drukt het hoofd niet langer de ruggengraat in elkaar.

De ruggengraat heeft dan eindelijk de vrijheid om te strekken; en dat beinvloedt op zijn beurt weer het totale welzijnsgevoel van de mens. Alexander begon met anders over zichzelf te denken, telkens hij een handeling begon. Op die manier, en in interactie met anderen, ontwikkelde hij een hands-on leermethode die alle lichaamsprocessen aanmoedigt om efficiënter te werken - als een geïntegreerd, dynamisch geheel. De Alexandertechniek is dus -net als bij Feldenkrais- een intelligente manier om lichaamsproblemen op te lossen. Veel mensen weten niet goed waar hun eigen rugpijn vandaan komt, hun gespannenheid of hun gebrek aan coördinatie. Ze zien problemen in gewrichten of spieren als iets structureels, en dus onveranderbaar. "Ik heb altijd al als een eend rondgewandeld, het is erfelijk, mijn vader deed het ook", zeggen ze, maar als ze de Alexandertechniek leren zijn ze verbaasd hoe groot en blijvend de verandering kan zijn die ze zelf teweeg kunnen brengen - hoe dynamisch en veranderlijk het lichaam in werkelijkheid is. En dat maakt hen niet alleen fysiek, maar ook mentaal een pak gelukkiger natuurlijk.

We maken allemaal van die onbewuste bewegingen. Zonder het ons te realiseren, zetten we ons lichaam daarmee meer onder druk dan nodig. We gebruiken meer kracht dan nodig op een pot koffie op te nemen. We zakken door als we zitten, en staan er niet bij stil dat onze zithouding ook onze staande houding beinvloedt. We schrijven lichaamsproblemen toe aan activiteiten - carpal tunnel syndrome aan computerwerk, een tenniselleboog aan tennis - of omheiningen carbolinen. Maar het is de manier waarop we die activiteit doen die het probleem veroorzaakt, niet de activiteit zelf. Alexandertechniek helpt je uit te vissen wat precies jouw manier van bewegen maakt: een slechte rug, nek of schouderpijn, beperkt ademhalen, voortdurende vermoeidheid of onduidelijke beperkingen wanneer je een sport beoefent. Je hele beweginpspatroon wordt geanalyseerd, niet alleen het symptoom, en zo wordt ontdekt wat er zo characteristiek is aan je manier van zitten, staan, en lopen - op welk punt je vrijer kan leren bewegen. Dat gebeurt onder begeleiding, verbaal, en met aanrakingen.

Het basisidee van Alexandertechniek is dat als de nekspieren geen overwerk doen, het hoofd (het zwaarste punt van het lichaam) licht bovenop de ruggengraat balanceert. De relatie tussen hoofd en ruggengraat is bijzonder belangrijk. Hoe we met die relatie omspringen heeft gevolgen in de rest van ons lichaam. Ons neuromusculairesysteem is ontworpen rekening houdend met de zwaartekracht. Een kleine balansbeweging met ons hoofd veroorzaakt elders in ons lichaam een anti-zwaartekracht- antwoord - maar we zijn gemaakt om te strekken, niet om in elkaar gezakt rond te slenteren of onbeweeglijk te blijven zitten.

We kunnen leren ons bewust te worden van dit systeem en het gaan gebruiken - in de auto, aan de computer, tijdens het sporten.

Jonge kinderen hebben die natuurlijke, uitgebalanceerde houding. Kijk naar een kind dat speelt: een gestrekte rug- gengraat, vrije gewrichten en een relatief groot hoofd dat makkelijk balanceert op een kleine nek. Een gezond kind speelt met een koninklijke houding; en eens zijn we allemaal zo geweest (tenzij er geboortegebreken waren). In de loop der jaren zijn we dat gemak en die spontaniteit verloren.

De Alexandertechniek wil die originele kind-houding terugvinden. Eigenlijk leer je dus gewoon iets dat je altijd al wist.

 

© Inge Teblick