De natuurlijke stal

Wettelijk

Op 14 maart 2002 verscheen in het Staatsblad een omzendbrief RO/2002/01 van 25 januari 2002 die van belang is voor paardenhouders. In deze omzendbrief worden richtlijnen gegeven voor het oprichten van stallingen, ook door niet-landbouwers. Reeds eerder waren in de omzendbrief van 8 juli 1997, gepubliceerd op 23 augustus 1997, richtlijnen voor de oprichting van schuilhokken in graasweiden gegeven, evenwel meer toegespitst op de beroepslandbouw en zonder dat hierbij concrete afmetingen en normen vermeld werden.

Zo werd o.a. gesteld dat een schuilhok "een eenvoudige constructie” is, waarin één of meer weidedieren tijdelijk kunnen verblijven. Schuilhokken zijn geenszins uitgerust zoals stallen, die bestemd zijn voor het permanent huisvesten van dieren.

Uit het bouwplan moet duidelijk blijken dat het gaat om een schuilplaats voor dieren tegen de weersomstandigheden en dat het geenszins mag gaan om een constructie die kan gebruikt worden voor verblijf van mensen of permanente stalling van dieren."

Met de recent gepubliceerde omzendbrief wordt ook het oprichten van permanente stallingen mogelijk gemaakt. Volgens deze omzendbrief is "een stalling, anders dan een schuilhok, een omsloten en overdekte ruimte, een houten of stenen gebouw dat dient tot verblijf van weidedieren en waarin één of meerdere van die dieren tijdelijk of permanent kunnen verblijven en/of gehuisvest worden."
De volgende normen worden gehanteerd:

- je moet in de onmiddellijke omgeving van de stalling over voldoende graasweide beschikken: de richtnorm is 1.000 à 2.500 m2 per paard, met een maximum van 4 paarden per hectare

- afhankelijk van de schofthoogte, 10 à 15 m2 stallingsoppervlakte per paard, met een maximum van 60 m2 per hectare

- 5 à 15 m2 voederberging (stro en hooi) per paard; een grotere oppervlakte is toegelaten indien ze onder het hellend dak gesitueerd wordt

- 1 bouwlaag, plat dak, hellend of zadeldak

Voor meer details en specifieke richtlijnen naargelang het gebied waarin je je stallingen wil oprichten, lees je best de volledige tekst van de omzendbrief, die je kan vinden op http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/ruimtelijk/Nwetgeving/omzendbrieven/20020125stallen.html.
Voor wie in agrarisch gebied stallingen wenst op te richten en het professioneel wil aanpakken, is ook een andere omzendbrief van 25 januari 2002 (B.S. 14 maart 2002) tot wijziging van de omzendbrief van 8 juli 1997 van belang. In deze omzendbrief wordt gesteld dat "stallen voor paardenhouderijen met minstens 10 paarden, waarbij de hoofdactiviteit is gericht op het fokken en/of houden van paarden en eventueel bijkomend het africhten, opleiden en/of verhandelen ervan, en afhankelijk van de omvang van de paardenhouderij als activiteit, inclusief de aanhorigheden, zoals bergingen voor voer, materieel en onderhoud, de gebeurlijke manège, binnen- of buitenpiste, een tredmolen, een groom, verhardingen en afsluiten enz." onder de para-agrarische bedrijven vallen, die dus op hun plaats zijn in agrarisch gebied, waar dit vroeger slechts gold voor "paardenfokkerijen met uitgeruste stallen voor minstens 20 fokmerries".


Praktisch

Nu we over de mogelijkheid beschikken om stallingen op te richten, komt het er natuurlijk op aan de toegemeten ruimte zo goed mogelijk te plannen en in te richten. Niets is zo frustrerend als een stal waar je paard niet in wil! Een stal moet in de eerste plaats bescherming tegen de weersomstandigheden en insecten bieden. Vergis je niet omtrent die weersomstandigheden: paarden kunnen veel beter tegen koude dan tegen warmte en felle zon, en zullen ’s winters of bij slecht weer maar weinig gebruik maken van de schuilmogelijkheden.
Om meer in detail stallenbouw voor paarden te bekijken, kan je de zeer degelijke brochure "Huisvesting van paarden" van het minsiterie voor landbouw downloaden (pdf).


Diep

Om tegen zon, warmte en stekende insecten te beschermen, is het dan ook van belang dat de stal voldoende diep en afgeschermd is.
Een diepte van 6 meter is minimaal om heel de dag door voldoende bescherming te geven. Maak dan ook maximaal gebruik van de mogelijkheden die je thans geboden worden en probeer je stal zo groot mogelijk te plannen. Probeer hierbij door de ogen van je paard te kijken. Een paard is claustrofobisch, is een vluchtdier en maakt deel uit van de sociale rangorde in een kudde.

Een paard zal geen stal binnengaan waarin hij zich opgesloten voelt, waarin hij kan ingesloten raken tussen dominantere dieren of waar hij niet ziet wat er rond hem gebeurt.

Maak de toegangen dan ook voldoende breed, en voorzie minstens twee toegangen, zodat een lager in rang staand paard kan vluchten voor een dominanter paard. Is één van de zijden van de stal helemaal open, dan kan bijv. een paal of een hek al voldoende afscheiding bieden zodat een vluchtend paard ongehinderd kan wegraken.

Licht en lucht

Maak je stal zo hoog mogelijk. Een hoogte van 3 meter is wel minimaal.

Is je stal onvoldoende diep, of ben je niet gelukkig met de orientatie ervan, dan kan je gebruik maken van een windscherm. Dit houdt de ergste windvlagen tegen en zorgt voor voldoende afweer tegen zon en insecten, terwijl de stal toch goed geventileerd blijft en het paard een uitstekend zicht op de buitenwereld behoudt. Traditioneel wordt geadviseerd om de open zijde van de stal naar het noord-oosten te oriënteren, maar dit is niet altijd praktisch mogelijk of gewenst.Zuidwestenwind mag dan wel overheersen, ook op dagen dat de wind uit een andere hoek waait moet je stal voldoende bescherming bieden.

De ‘nuttige’ oppervlakte van je stal kan je ook vergroten door een dakoversteek. Niet alleen als bescherming tegen de regen, maar zeker aan de zuid-westelijke kant zal zo’n dakoversteek voor meer schaduw in de stal en bescherming tegen opwarming op zomerse dagen zorgen.

Hou bij de keuze van de materialen voor het dak rekening met het lawaai dat regen erop kan veroorzaken en dat paarden kan afschrikken. Een geïsoleerd dak zal ook minder last van condensatie hebben.
Voorzie meerdere en voldoende lichtpunten in de stal, eventueel door middel van meerdere circuits, zodat je over voldoende licht beschikt als je bijv. ’s nachts een gekwetst of ziek paard moet behandelen. Let er wel op dat de paarden niet aan de elektrische leidingen kunnen.

Stalbodem

De bodem van de stal moet verhard en ondoorlaatbaar zijn, om bodemvervuiling te vermijden.

Voorzie een voldoende helling en een afloop, zodat de stal goed gereinigd kan worden.
Het is zeker niet nodig om de hele oppervlakte van de stal in te strooien.

Deel je stal in een aantal zone’s in, zoals een – eventueel ingestrooide - plaats om te mesten, een plaats om te liggen, eventueel kan hiervoor een zandbak aangelegd worden, of een stukje met rubbermatten waar je paard op kan liggen of staan, voldoende verharde plaats waar ze ook bijv. kunnen eten zodat ze niet constant met hun hoeven in een zachte bedding staan. Ammoniak heeft een nefaste invloed op de hoefhoorn. Vergeet niet dat een paard 5 à 600 kg. weegt en dat urine en mestvocht zoals uit een spons uit de bedding geperst wordt als je paard erop gaat staan.

Een laagje schoon strooisel geeft dan ook een bedrieglijk nette indruk. Potstallen zijn dan ook uit den boze, ook door de hoge gehalten aan schimmels, sporen en bacteriën die ze bevatten. Strooisel heeft ook een nadelig uitdrogend effect op de hoeven. Vlasvezels, houtkrullen e.d. zijn hierbij nog slechter dan stro.

Om de paarden te voederen, kan je gebruik maken van losse of vaste eetbakken. Wat je ook kiest, zorg ervoor dat ze veilig zijn voor je paard, makkelijk te onderhouden en dat je paard op ‘grondhoogte’, in z’n natuurlijke positie, kan eten.

Voederstands

Sommige mensen verkiezen voederstands om het voederen gemakkelijker te maken. Voorzie meer stands dan er paarden zijn om te vermijden dat het hierarchisch laagste paard niet voldoende te eten krijgt. Voederen volgens de kudderangorde vermindert de onderlinge agressie.


Ruwvoeder

Ruwvoeder – hooi of kuilgras – verstrek je ook op de grond. Paarden besteden heel wat tijd aan het eten, en zo staan ze hun natuurlijke positie, krijg je geen overbelasting van hoeven en pezen, en krijgt het paard ook minder stof binnen in z’n luchtwegen.

Een hooiruif kan je ook buiten in de paddock of uitloop zetten of onder een afdak.

Ook de drinkbak zet je bij voorkeur buiten, tenzij je paard ’s zomers langdurig voor insecten wil schuilen.



Bewegingsstal

Het spreiden van alle voorzieningen zet je paard aan om meer te bewegen, wat een essentieel onderdeel is van z’n gezondheid. Zo kan je ook allerlei ‘hindernissen’ in de uitloop aanbrengen, om je paard als het ware te dwingen een bepaald parcours af te leggen om te eten, te drinken, te liggen, te mesten, om z’n liksteen te bereiken, om te schuren…Bij de zogenaamde ‘bewegingsstallen’ maakt men hierbij gebruik van hekjes die maar in 1 richting opengaan, van voederautomaten die op gezette tijdstippen een kleine hoeveelheid voeder of ruwvoeder verstrekken, tot volledig computergestuurde identificatie en gepersonaliseerde voederver-strekking.


© Monique Moons , 2002, voor het eerst verschenen in Horsemanship 2002-nr 4 (oktober 2003).