Bass

Tuur werkte in de jaren 90 als technicus in de waterkrachtcentrale van Rujkar, een stadje in het berggebied van centraal Noorwegen.
Ze hadden op het werk een zaalvoetbalploegje de “Iollemotse”, met als keeper Zack Tell. Deze Zack had ook met enkele collega’s van den onderhoud een band die Clawfinger heette, naar het Noorse gezegde "asik stokbrood uitden novenoal ebiclawfinger”, wat zoveel wil zeggen als "wie zich verbrandt moet op de blaren zitten".
Tuur die graag aan de knoppen draaide stelde hen voor om met zijn 16 sporen recorder opnamen te maken. Zogezegd zogedaan.
De opnamen gingen door in de grote refter van de waterkrachtcentrale, want de akoestiek gecombineerd met den tuur zijn kunnen, zorgde voor de bombastische sound waarmee Clawfinger doorbrak. Het leverde hen het jaar daarop ook een plaats op Werchter op.
Tuur werkt momenteel als fulltime producer, Zack Tell werkt spijtig genoeg weer op de centrale nadat het succes begon te tanen. Hij is ondertussen wel brigadier geworden van den onderhoud en staat terug in de goal.

