|
Het Legioen
Een legioen was opgebouwd uit een aantal onderdelen. Van klein naar groot:
Contubernium (8 soldaten)
Centuria (10 conturbernia)
Cohort (6 centuriae)
Legioen (10 cohortes)
Contubernium
Een contubernium bestond uit acht legionarii (mv van legionarius, soldaat). De
acht man van een contubernium deelden samen een tent in een kamp. Zo'n tent was
behoorlijk klein: zo'n 4 bij 3 meter, met een klein voorvertrek. Elk
contubernium had een muilezel, om de zware spullen te dragen als het leger op
mars was.
Centuria
10 contubernia vormden samen een centuria (80 man). Elke centuria had een eigen
veldtekendrager, een signifer. De leider van een zo'n centuria was de centurio.
Als goede soldaat kon je via een tussenstap centurio worden. Die tussenstap was
vaak: optio (assistent van een centurio). Je had dan echter wel het commando
over een laag centuria. Zonen van senatoren e.d. werden de baas van de hogere
centuria. Dit werden ze omdat voor een goede politieke carrière militaire
ervaring nodig was. De centurio van de allerhoogste centuria (de 1e centuria van
het 1e cohort) mocht zichzelf primipilus noemen. Een ervaren centurio maakte ook
kans om kampcommandant (praefectus castrorum) te worden.
Cohort
6 centuriae samen vormden een cohort van 480 man. Een cohort was eigenlijk niet
meer dan een tussenmaat, het had geen leider of iets anders.
Legioen
10 cohorten samen waren een legioen, 4800 man. Het hoofd van een legioen was de
legatus. Een legatus werd vaak geholpen door 5 of 6 tribuni, jongens die
militaire ervaring nodig hadden voor hun carrière. Een legioen had behalve de
4800 man infanterie ook nog de beschikking over ongeveer 60 catapultae en
ballistae. Een catapulta schoot pijlen, en een ballista stenen af. Verder had
een legioen nog vele doktoren, trompetters, bakkers, beulen, dierenartsen,
schrijvers, timmerlieden en smeden. Op die manier kon een legioen bijna aan zijn
eigen behoeften voldoen. In totaal bestond een legioen dus ongeveer uit 5500 tot
6000 man.
|