|
|
|
Het Romeinse leger bestond uit twee delen: de legioenen en de hulptroepen.
Het Romeinse rijk had in totaal ongeveer 28 legioenen van elk zo'n 4800 man
infanterie. Elk legioen had bovendien nog allerlei andere mensen in dienst:
bakkers, trompetters, doktoren enzovoorts. Hulptroepen bestonden vaak uit
ruiters of boogschutters. Als een aantal legioenen aan een grote veldslag begon,
werden vaak ook hulptroepen ingezet. |
|
|