|
|
|
Een Romeins legerkamp of fort (castra) Het Romeinse leger was, zoals eerder vermeld, lang niet altijd onderweg. Op strategische plaatsen bouwden zij kampen, en soms zelfs forten. Kampen en forten werden altijd volgens het zelfde model gebouwd
Een kamp was rechthoekig, en omgeven door een brede gracht. Naast de gracht werd er met de grond uit de gracht een aarden wal opgeworpen, waarop een palissade van meegebrachte houten palen werd gemaakt. Ook een fort had een gracht, maar in plaats van de aarden wal met palissade werd er bij een fort een zware stenen muur gebouwd, compleet met wachttorens. Vier poorten gaven toegang tot het kamp of fort zelf. Van poort tot poort doorsneden twee hoofd- straten het kamp, de Via Principalis (Hoofdstraat) en de Via Praetoria (de Straat langs het praetorium). De linker- en rechterpoort werden genoemd naar de Via Principalis, met de toevoeging dextra (rechts) en sinistra (links). Midden in het kamp bevond zich het praetorium (hoofdkwartier), de tenten of huizen van de leiding, de vergaderplaats en het ziekenhuis of de ziekentent. Hier rondom bevonden zich de barakken of de tenten van de contubernia. De gevangenis (carcer) bevond zich bij de Porta Principalis sinistra. Een voorbeeld van een legerkamp is Xanten in Duitsland! |
|
|