Wegen spelen in onze samenleving een enorme rol. Naast hun toeristische en
recreatieve betekenis, hebben ze vandaag vooral een economische functie. Via
deze verbindingen worden mensen, dieren en goederen vervoerd van de ene naar de
andere plaats. Eigenlijk was dit in het verleden niet anders. Ze zijn ontstaan
en hebben zich ontwikkeld omdat mensen zich wensen te verplaatsen tussen twee
punten. In de Middeleeuwen gebruikten pelgrims ze bijvoorbeeld om zich van hun
verblijf naar een bedevaartsoord te begeven. Ook in het landschap nemen ze een
belangrijke plaats in. Ze doorsnijden het en oriënteren het meteen. Ze zorgen
voor een ruimtelijke en structurele indeling.
In eerste instantie werden wegen vooral aangelegd met militair-strategische
doeleinden: opdat legereenheden gemakkelijker zouden kunnen oprukken, om vlugger
te kunnen ingrijpen en om de kampplaatsen te bereiken. Deze 'via militaris'
vergemakkelijkte eveneens de bevoorrading en de koerierdiensten. Hier spelen de
Romeinen geen onbelangrijke rol. Zij kunnen prat gaan op de hoge kwaliteit en
densiteit van hun wegennet. Hun hoofdwegen waren inderdaad slagaders voor de
militaire en politieke organisatie en hielpen mee aan de economische bloei,
bevorderden de communicatie en zorgden voor een grotere culturele spreiding. De
Romeinen hebben de wegen in onze gewesten geïntroduceerd. Daarvoor kozen ze
goedgelegen stroken grond uit. Ze maakten gebruik van het reliëf en de
rivierlopen - meestal in valleien- en verhardden dan het aangelegde tracé met
stenen uit de omgeving. Op die manier konden ze gemakkelijker streken onder
controle houden. De kwaliteit van het Romeinse wegennet was, gemeten naar de
technische mogelijkheden van die tijd, zeker in het zuiden vrij goed. Heel wat
antieke schrijvers waren vol lof over de aanleg ervan. Mijlstenen duidden soms
de afstanden aan. Vaak vormen, naast wat kiezelstenen, enkel karrensporen nog de
enige materiële getuigenis van het bestaan ervan. Hier en daar verwijst de
benaming van een huidige straat nog naar zo'n heirweg. Zo liep dwars door het
latere België van oost naar west, de vrij rechtlijnige heirweg van Bavay naar
Keulen. Die doorsneed het land over zo'n vijfhonderd kilometer en lag in twee
Romeinse provincies: Gallia Belgica en Germania Inferior. Zo werd de Atlantische
Oceaan met de Rijn verbonden. Het Was de kortste en meest directe weg tussen
enkele belangrijke Romeinse nederzettingen, waaronder Boulogne, Kamerrijk, Bavai
en Keulen. Door deze weg op die manier aan te leggen, moesten weinig rivieren
worden overgestoken en bruggen gebouwd. In de omgeving van Brussel en in het
Pajottenland heeft die verbinding nog steeds de naam van de Romeinse Steenweg.
Langsheen deze route ligt ook een groot deel van de (latere) slagvelden. Toch
moeten we hier de vraag stellen of de herkomst van al die zogenaamde heirwegen
wel degelijk in de Romeinse oudheid te situeren valt en of de benaming niet al
te verblindend werkt?
Met een grote zin voor nauwkeurigheid maakten de Romeinen vrij rechte
verbindingen tussen twee plaatsen en gebruikten daarvoor al vernuftige
toestellen. Deze landmeetkunde wordt eveneens in de tentoonstelling uitvoerig
behandeld. Bij ons is zo'n weg drie tot acht meter breed en heeft aan
weerszijden een greppel. Met de opgeworpen aarde vormden makers de agger. Die
lag hoger en daarop werd de eigenlijke bestrating aangelegd, bestaande uit een
fundering van grotere stenen (bv. silex), afgedekt met één of meer lagen
kiezelsteentjes. In Vlaanderen treffen we geen sporen van grote straatstenen
aan, zoals in Italië en Zuid-Frankrijk. Bij de toegang van een stad lagen
misschien wat stenen platen.
In de nabijheid van dergelijke wegen werden zowel villa's als tabernae, waar
voedsel en drank te koop waren, opgetrokken, evenals ook stationes, mutationes
en stabulae of soorten primitieve hotels. Daar kon eventueel van paarden worden
gewisseld, waren rust- en eetplaatsen en konden de reizigers gebruik maken van
allerlei diensten. De tijden zijn niet veranderd. Plinius de Oudere stelde zelfs
onomwonden dat de landwegen de snelle verspreiding van slechte zeden en
gewoonten voor gevolg hadden. Ook grotere en kleinere villae werden in de
nabijheid van deze gebouwd. Hier en daar zijn er opgegraven.
In de tentoonstelling wordt ook uitvoerig aandacht besteed aan de beroemde
Peutingerkaart, een zgn. Romeinse wegenkaart. De kaart zelf wordt in Wenen
bewaard en is in feite een dertiende-eeuwse kopie. Maar in vlaanderen werd de
kaart voor het eerst uitgegeven door Abraham Ortelius. De diverse uitgaven komen
in deze tentoonstelling aan bod. Ook bepaalde teksten van Latijnse schrijvers
bezorgen ons aanvullende inlichtingen over de Romeinse wegen, maar vooral over
de manier van reizen, van de vervoersmiddelen...
Hiernaast
de doorsnede van een Romeinse weg.
Met dank aan:
Stedelijk Archeologisch Museum Oudenburg
Abtsgebouw
Marktstraat 25
8460 Oudenburg
De Tentoonstelling loopt nog tot en met 3 Oktober 2004