Stamboom Taverniers

krantenartikel

 

In een artikel verschenen in “Oost”1971 VIII nr.1 blz. 28 , vermeldt Dhr.A.Coeck uit Aarschot wat hij terugvond in het 19 eeuws Aarschotse dagblad “De Arend” van 11/08/1878 over de

Zaak Rosalia Schrevens – Moord te St.-Peeters-Rhode nabij Aarschot.

Het assisenhof van Brabant heeft zich in zijne zittingen van 5 en 6 augusti bezig gehouden met de beschuldiging van moordpoging, ten laste der genaamde Rosalia Schrevens, dienstmeid, 42 jaren, geboren en wonende te St.-Peeters-Rhode.

Ziehier hoe de beschuldigingsakte de misdaad verhaalt :

De beschuldigde trad in 1869 in dienst bij Cornelius Taveniers. Er ontstonden weldra tusschen hen nauwe betrekkingen en, in 1875, stelde Taveniers een testament op, waarbij hij aan zijne dienstmeid een som naliet van 10.000 fr., ingeval zij nog in zijnen dienst was en bij hem wonen zou op zijnen sterfdag.

Er ontstond dikwijls twist tusschen Taveniers en zijne minnares, welke hem dikwijls mishandelde. Zij kon hem niet meer zien, zegde zij, noch verdragen. Eene maand vr de misdaad verklaarde zij aan een getuige, dat zij hem de een of anderen dag zou doden.

Zij wachtte dan ook niet lang die bedreiging ten uitvoer te brengen.

Op 27 maart laatstleden had in de herberg De Greef een avondmaal plaats, waaraan het slachtoffer, de beschuldigde, zekere Huysmans met welke Rosalia Schrevens insgelijks betrekkingen had aangeknoopt, alsook eenige andere personen deelnamen. Taveniers ging naar huis omtrent 11 ure ’s avonds, terwijl de beschuldigde den ganschen nacht in de herberg doorbracht. Zij keerde ten 5 ure ’s morgens naar huis. Eene hevige twist ontstond tusschen haar en haar meester, aan dewelke zij zulk een hevige slag op het hoofd toebracht dat zij den ongelukkige grijsaard den schedel verbrijzelde.

De beschuldige verspreidde het gerucht dat zijn dood het gevolg was van een val op de kachel. Doch weldra bekende zij den doodelijken slag te hebben toegebracht, doch slechts volgens zij beweerde, nadat Taveniers haar had mishandeld en met een stok had geslagen.

Rosalia Schrevens had te doen met een grijsaard; zij kon geen ogenblik denken dat haar leven in gevaar was. Daarenboven had zij zich door de vlucht van allen aanval kunnen redden. Doch neen, zij heeft liever haar moordbedreigingen willen ten uitvoer brengen, zich van hare meester te ontmaken, die hatelijk was, om in het bezit te geraken van de gelden, welke haar bij testament vermaakt waren. De beschuldigde blijft in hare ondervraging bij haar vorige verklaringen.

Zij wordt verdedigd door M.E.Picard en Mools.

Wij vernemen later dat de beschuldigde Rosalia Schrevens, door de jury van Brabant in hare zitting van 7 dezer onplichtig verklaard en door het assisenhof vrijgesproken is.

Tot hier het artikel in De Arend

In een ander artikel in “Oost” 1970 nr.3 blz.106 vertelt E.Sente uit St.-Pieters-Rode dat Rosalia Schrevens, bijgenaamd “de konkel” samen met een zekere E.H. (Huysmans ? n.v.d.r), voor deze moord werden aangehouden.E.H., bijgenaamd “de klopper”, is een weinig nadien gestorven. Jaak Meys heeft deze personen voor het verhoor naar Leuven gevoerd met een rijtuig. Hij is later met “de konkel” gehuwd en er weer van gescheiden. De verdachten waren bij gebrek aan bewijzen op vrije voeten gesteld.



pagina gewijzigd op 16 jan 2001

naar startpagina