Woonzorgcentrum Sint-Anna

Dinsdag 4 augustus 2009

 

Klokslag 10.00u. stap ik in de auto en rijd richting Eindhoven om mijn ouders af te halen.

Vandaag is immers een speciale dag:

het is nl. de eerste keer dat mijn vader een voordracht in België geeft, meer bepaald in het Limburgse Lanaken, in Woonzorgcentrum Sint-Anna.

 

Om 14.00u. worden we vriendelijk ontvangen door Nadia Jorissen en haar collega. De opstelling van het zaaltje is uitstekend: mijn vader zit aan een tafel vooraan en de toehoorders zitten in een halve cirkel om hem heen, zodat iedereen hem kan zien en horen. Het is een voordracht voor een kleiner publiek, 15 huisbewoners. Hier is niets mis mee. Integendeel, het maakt de voordracht iets intiemer. Mijn vader heeft dan ook geen microfoon nodig.

 

Nadat hij zich kort voorstelt aan de mensen, begint hij de voordracht met enkele versjes uit de eerste bundel, ’t Kamikazemusje. De mensen luisteren aandachtig, je kunt een speld horen vallen. Versjes als ‘In de put’ worden zeer gewaardeerd, mensen knikken beamend en vinden dat hij een mooie kijk op het leven heeft,  de manier waarop hij de moeilijke momenten te boven probeert te komen en alsnog het positieve in het leven te zien.

 

 

In de put

Vandaag kwam voor mij de zon niet op

tenminste, niet in mijn tamelijk verwarde kop.

De man met de hamer slaat er nog regelmatig op.

Murw, aangeslagen, uitgeput

zit ik in een diepe smalle put.

Het is donker en erg naar

mijn geesteskracht die heeft het zwaar,

maar dwingt me toch mijn ogen naar omhoog te richten

zodat ik bovenaan de put 't weer zie lichten.

Met hand en voet geklemd tegen de wand klim ik naar boven

en met de hand op 't hart kan ik u beloven

die put…daar zit ik straks weer bovenop

en morgen gaat ook de zon weer op.

 

 

In het tweede deel van de voordracht besteedt mijn vader aandacht aan de bundel Leven met versjes over het leven, blijdschap en verdriet, steeds doorspekt met het nodige realisme, optimisme en niet te vergeten ‘humor’.

 

Erg in de smaak vallen de twee versjes over de vele vogels die mijn ouders met allerlei lekkernijen in hun tuin verwelkomen.

 

 

Vogels in mijn tuin

De mussen in mijn tuin en ook de mezen

kunnen schrijven, rekenen noch lezen.

Wel kunnen ze mij vermaken, al is ’t in het klein

door te fluiten, te tjilpen, er te zijn.

 

 

Vogels in mijn tuin - bis

Fluitende merels en mezen, de tjilpende mussen,

wat kraaien en duiven ertussen

zijn de vogels in mijn tuin.

Kamelen, giraffen en olifanten

zijn voor mijn tuin te grote klanten.

Die horen thuis in warmere landen

hoewel sommige in de dierentuin belandden.

Jammer voor die sympathieke beesten,

want ze zijn niet vrij

en juist die vrijheid maakt de merels,

de mezen en de mussen in mijn tuin zo blij.

 

Ook een grappig versje als dat van ‘Jan’ wordt gewaardeerd:

 

Jan

Op het gazon stond een mooie geit

aan een paaltje met een touw.

Jan wilde naar café, de drankgelegenheid,

maar hij zat vast, net als die geit.

Wel niet aan een paaltje met een touw,

maar aan zijn liefdevolle vrouw.

 

 

Na afloop is er nog even gelegenheid om samen een kopje koffie of iets fris te drinken en een beetje bij te praten.

Mijn vader krijgt enkele zeer positieve reacties, de mensen lijken over het algemeen erg genoten te hebben en zo is dit opnieuw een geslaagde middag geworden.

 

Verslag: Ellen

Sef van Wegberg

www.sefvanwegberg.nl

Left Arrow:        Terug naar voordrachten

HOME

BIOGRAFIE

VERSJESBUNDELS

VOORDRACHTEN

BERICHTEN

BESTELLEN