Op zijn fabuleus debuut uit 2007 One By One klinkt de
19-jarige al doorleefd in een country americana post-folkstijl. Zijn
tweede Before Nightfall is rijker en voller met steel gitaar,
viool, af en toe een fiddle en is harmonieus doorspekt met vrouwelijke
gospelgezangen. Voor mij is hij het geesteskind van Bruce Springsteen
met songs zoals Townes van Zandt nu zou klinken.
Roselien
staat plots op het podium en wuift tweemaal voorzichtjes, maar de
geluidsman gooit de schuivers pas bij de laatste zinssnede van haar
welkomstwoordje open. We begrijpen eruit dat ze het een eer vindt hier te
staan. Haar schuchter stemmetje slaat over naar fluisterliedjes, die noch
vonk noch vuur brengen. De bovenste, niet draadvaste gitaarsnaar enerveert
me bij de zwakste liedjes. Maar als haar stem alle richtingen uitslaat
wordt het oor verwend. Als ze dit wat verder ontwikkelt, kan ze beslist
nog iets betekenen in het verzadigde muzieklandschap van
singer-songwriters met een akoestische folkgitaar. Al bij al geslaagd als
opwarmer voor de man die gewend is zélf voorprogramma's te verzorgen...
Robert Francis
is een jolige jongeman met een grote bek. Bij momenten trekt hij de
mondhoeken in alle richtingen terwijl hij op 1 m van de micro staat en het
erop lijkt dat die overbodig is. Qua stemvolume kan het tellen. Het geluid
in de AB Club is - net zoals bij The Antlers - perfect afgesteld. Lekker
luid en heftig. Ook de set wordt met veel meer kracht gespeeld dan op
album en dat kan ik altijd waarderen (Shearwater bv. is vooral een zalige
rock live, terwijl het op album softe pop is - zal wel een
marketingtechniek zijn, zekerst). De sterren waarmee hij vergeleken wordt,
is beslist ook pure marketing. Bij zijn krachtige rockpresence en -stem
doet hij ergens heel in de verte aan Bruce Springsteen denken. En wat de
liedjes betreft: wel, zo zou Townes Van Zandt tegenwoordig klinken. Hij
brengt twee covers: een fenomenale Wild Horses van The Rolling Stones.
Beter dan het origineel - ja, straffe stelling - maar ik heb dan ook nog
nooit de Stones live gezien... (ook niet direct van plan, dus vind ik het
wel leuk dat ik bv. The Scabs ook uit hun oeuvre hoorde spelen). Een
meesterlijk folky uitgesmeerd country cover van Glenn Campbell verblijdt
evenzeer. Een
absoluut hoogtepunt van de avond (en van vele andere) is Little Girl.
Zoet-aangrijpende song voor het oor, te meer doordat het aanstekelijk
dansende jonge kleine meisje voor mij ook een streling aan mijn ogen
geeft. Veel meer dan op het album geeft Robert zalige snukken tijdens zijn
gitaarsolo's, terwijl een jarige en gepassioneerd-geconcentreerde drummer
het ritme hoog, levendig, vurig, dans-aanstekelijk houdt. Ook de jonge
bassist is een klassebak artiest. Op de man met dichte baard op keyboards
heb ik minder gelet (zit ook een beetje naar achteren in het geluid).
Tijdens de schitterende song Junebug zingen we oho-oho-oho spontaan mee en
parelen zweetdruppels van de rug. Dat voel ik graag. Doet me denken aan
dat concert van Los Lobos waar ik constant zweetdruppels van mijn rug
voelde leken. Tiens, zou ik dan toch iets aan mijn conditie moeten doen?
Neen, hoor, alleen "smijt" ik me graag ten volle in de dans. Als muziek
mij doet bewegen, verdwijnen even alle mogelijke kopzorgen. Als het hoofd
tolt, de handen met het ritme mee tikken, de knieën knikken, de benen
zwaaien, dan heeft muziek haar ultieme doel bereikt. 't Muzikaal vuur in
al z'n vlammen laait in lichaam en geest op. Zeker tijdens het akoestische
bisnummer.
Over het schrijven van songs liet
Robert zich in een interview eens ontvallen: "It's a way to keep me from
completely losing my mind". 't Verzet inderdaad de boze gedachten, verzacht
de kwade pijnen, heelt de wonden en aait lieflijk over de zieleroerselen.
In de auto beluister ik Los Lobos en Townes Van Zandt. Ook op deze dag
scheert het muzikale niveau weer torenhoge toppen die boven andere
oppervlakten met piek uitsteken. Fijn zo.