this note's for you !

zomer 2008
Bali,
Indonesië 

foto's (enkel voor breedbandverbindingen), klik hier voor de voorbereiding, en hieronder vind je het verslag

 

Reisverslag

DAG 0 - 10 en
DAG 1 - 11 juli

Ik zou niet te heel lang blijven op de personeels-BBQ, maar ik wist dat als ik ging amuseren, dat ik het met dit voornemen niet te ernstig zou nemen... En kijk, rond 22 uur was ik geenszins van plan naar mijn bedje te gaan. Ook al was de slaap iets wat ik wel degelijk kon gebruiken, zoals steeds op een BBQ met het personeel, ter afsluiting van het cursusjaar, was het aangenaam toeven. De BBQ werd omwille van het regenweer vervangen door gourmet, maar daarom was het niet minder lekker. De sfeer was goed, de wijn was lekker, de frambozenmousse van Isabel uitstekend. Rond 1 uur kom ik thuis, doe nog het noodzakelijkste voor de reis en ga slapen voor een uur of drie. De trein is stipt, en met rond de 32 kg bagage, geraak ik er met een duwtje van een medepassagier moeilijk op omwille van het te ochtendlijke uur en de ontbrekende fysieke en mentale conditie. Nog steeds slaperig land ik in Zaventem en bij de check-in bij BMI is het vrij rustig. Even een belletje omwille van het aantal kg, maar ze besluiten me niets aan te rekenen. Ik heb nog tijd voor een ontbijt, enkele berichtjes te sturen en belletjes te doen. Aan boord van het vliegtuig sluit ik nog even de ogen. In London kan ik op mijn gemak met de bus van Terminal 1 naar 3 en dan naar de check-in-balie van Singapore Airlines. Het is een vrij nieuwe wachtzaal en het comfort is, net als de oppervlakte, groot. Nu, dat moet ook wel voor de nieuwste Airbus A380 die ons in nog geen 13 uur naar de andere kant van de wereld zal loodsen. Er kunnen 471 passagiers zetelen in deze tweedekker. Het bovenste gedeelte is voor de eersteklas mensen die voor astronomische bedragen zich al die tijd kunnen ontspannen in grootse luxe. Op het main deck is het voor de toeristen, die per rij en per nummer, naar binnen worden geroepen. Door mijn vroege boeking en zetelreservering op voorhand heb ik een plaatsje voorin en mag dus bij de laatste dit mastadont van een vliegtuig binnen. Met uitzondering van de enorme grootte van dit vliegtuig onderscheidt het zich echter niet van de andere betere vliegtuigmaatschappijen zoals BA en Air France bv. Het eten is er lekker, de drankjes in overvloed en de service vlekkeloos. De passagier die op mijn rij aan de gang zit, krijgt wat wijn over zijn T-shirt, maar een half uur later mag hij uit de catalogus een T-shirt uitkiezen ter compensatie. Het entertainment aanbod is heel groot, maar uiteindelijk wel makkelijk kiezen. Na de maaltijd (een Chinese sweet and sour cod fish met rijst en geselecteerde groentjes) en een fris lekker wit wijntje, kijk ik naar 10.000 B.C., een redelijk goed filmpje. Dan luister ik naar enkele programmeerbare liedjes van Editors, Portishead, Kooks en Eagles. Van laatstgenoemde is hun laatste album inderdaad de aanschaf waard (dat is inmiddels gebeurd, ja). De volgende film, want slapen lukt me niet, mede door enkele jonge, luidkeelse kinderen en baby's in de buurt, is de betere Blood Diamond. Een mooie film met een Leonardi Di Caprio in een bijzondere hoofdrol. Er zitten enkele heel gewelddadige passages in, maar precies daardoor dringt de prent door naar de kern van de zaak: we zijn 'allemaal' schuldig aan de handel van bloeddiamanten. Vervolgens luister ik nog naar het betere werk van de jaren '80 en net voor het ontbijt naar zowaar Neil Young live, solo en acoustisch in 1971. Het ontbijt smaakt me, te meer daar we geen supper kregen, maar door het tijdsverschil is het tijd voor ontbijt. Een kleine babbel met de twee Australiërs naast me en dan nog even de ogen toe. De vermoeidheid slaat nu wel echt toe, maar slapen kan ik niet. In Singapore ga ik met het elektrisch automatisch treintje naar de andere terminal voor de vlucht naar Denpasar. Een nerveuze Balinese kunsthandelaar uit Pejeng scheidt me van een Californische schoonheid. Jammer. Het gebabbel van de Balinees laat ik voor wat het is en ik probeer nog wat uit te rusten tijdens deze vlucht van 2,5 uur, waar ik de lekkere kip met rijst als "tweede" en echt Indonesisch ontbijt voorgeschoteld krijg. De douaneformaliteiten op Bali gaan snel, maar de bagage laat op zich wachten. Echter, ze hadden mijn bagagezak apart gezet naast een bordje met mijn naam erop. De lost & found balie laat me weten dat die zak nog in Singapore staat en dat die meekomt met de volgende vlucht en dan naar mijn hotel zal gebracht worden. Na wat formulieren in te vullen, heb ik een goed voorgevoel dat dit wel in orde komt. De vriendelijk man van Sinar Bali Hotel stond daardoor wel wat langer dan normaal op mij te wachten, maar zijn warme verwelkoming brengt me letterlijk en figuurlijk in een andere wereld. De zon schittert over het rustige hotelcomplex met zwembad, palmbomen en tropische struikgewassen. Kleuren en geuren overwelmen me en ik leg me te slaap in dit paradijsje. Rond een uur of 21 kom ik wakker en ga kijken naar mijn fietszak die op dat moment net uit het busje geladen wordt. Van geluk steek ik mijn fiets nog in elkaar en blijkt dat enkel het achterlicht gebroken is. Dat had ik er dus moeten van af sleutelen, dat weet ik nu voor een volgende keer. Terug naar bed voor een heerlijke en zachte nachtrust. Want rustig is het hier. Ik schrijf dit na het ontbijt van de eerste ochtend op Bali. Ik zit hier zalig op het terras voor mijn kamer. De tuinman kuist de perkjes van het weelderige domein. Een mager katje, dat ik wellicht ook vannacht hoorde, sluipt rond de kleurrijke planten. Groenrode bladeren, 6 m hoge groene bamboeplanten, palmbomen met oranje vruchten, een soort dennenboom met errond een grassoortige klimop met rode bloemen, langs het blauwe zwembad. Daarrond liggen de kamers als kleine bungalows naast elkaar met de tropische oosterse dakpannendaken. Een vogel kwettert vrolijk. Rechts van mij ligt de ontbijtruimte waarnaartoe de toeristen zich langzaam begeven. Niets doet mij hier haasten. Dit is pas echte rust. Als ik thuis rust, is er wel altijd iets waaraan ik denk te moeten doen. Hier hoeft niets. Het verslag van de eerste dag is af en nu neem ik de volgende stap: een verkenning van de omgeving van Legian en Kuta Beach.

 

DAG 2 - 12 juli
De verkenning van de stad is naar de verwachting. Drukke straatjes met venters van schoenen, kleding, prularia en indonesische rupee. Die laatste schaf ik me aan bij de hoogste bieder: 9590 is merkelijk hoger dan de 9025 die ik bijna overal zie. Mijn geluk dat hij géén 500 dollar kan wisselen. Hij wou er 200 verhandelen maar bij het natellen had hij er gewoonweg een pakje van rond de 70.000 eraf genomen terwijl ik het geld aan het controleren was op zijn echtheid. Genoeg reden om deze man niet te vertrouwen! Bij de volgende ga ik binnen in een pseudo bank. Die wil me niet de geafficheerde koers geven omdat mijn dollars briefjes van 1996 zijn. Ik laat het dan ook hier voor wat het is. Ook bij de volgende krijg ik dit verhaal te horen. Ik wissel wel 100 dollar om en ga genieten van het zwembad in het hotel. Aan het strand maakte ik een wandeling tot over Kuta Beach. Het is bewolkt, maar toch straalt deze plek. Surfers proberen het geweld van de hoge golven te trotseren. Zwemmers genieten van het frisse zeewater. Wandelaars stappen langs de kustlijn. Zonnekloppers liggen tegen beter weten in op de ligbedden met of zonder parasol. Onder de palmbomen staan verkopers van souvenirs en dranken en af en toe een paar surfplanken. Een paar boten ligt op het strand. Ik keer terug naar het hotel en aan het zwembad schijnt de zon nu volop. Ik zwem enkele baantjes, een paar onder water, een paar schoolslag, crawl en achterwaarts. Het frisse, wel heel sterk gechloorde water, voelt heerlijk en het liggen onder mijn palmboompje zalig. De zon gaat lager en het zwembad ligt in de schaduw. Ik ga terug naar het strand en eindig met een mooie zonsondergang. Er is meer volk nu dan vanmorgen. Balinezen en toeristen willen duidelijk zon. Die zakt nu in het water en ik verlaat het strand van Legian. De "hello's" vliegen erger als muggen om mijn oren en dan zwijg ik nog van de "massages" en "price" die de plaatselijke bevolking naar mijn hoofd slingeren. De verkopers zijn hier opdringerig. Ik vraag me af hoeveel domme toeristen ze hiermee in hun tent lokken en pas loslaten nadat ze volgens hen wellicht de koopjes van het jaar gedaan hebben. Gelukkig heb ik de rust op mijn hoteldomein en op het verlichte kamerterras, met Hollanders iets verder aan het zwembad. Gelukkig zijn ook die (nu) vrij rustig. Ze passen zich wellicht ook aan het ritme van de avond in dit zalige complex. Ook al is er een windje dat soms tot het ruisen van de palmen aanzet, blijven de bomen stil. De sterren en de halve maan kijken toe. Hemels heerlijk zalig rustig. Ik ben klaar voor de nacht. Morgen zal ik de fietstocht plannen en dan zal ik nog op het gevoel iets anders doen dan zwemmen en hopelijk van 's morgens al in de zon kunnen liggen. Lang leve het rustige, langzame leven op Bali, ook al is het op een steenworp van het helse hoererig Kuta dat zichzelf verpacht aan de duivels van overconsumptie...

 

DAG 3 - 13 juli
Van het ontbijt (noedels ipv rijst, rode worstjes ipvs gekruide worstjes en 2 toasten met aardbeienconfituur en als afsluiter stukken heerlijke ananas, mango en papaya) geniet ik langzaam. Dit is de laatste rustdag voor ik de fiets bestijg voor mijn tocht door Bali. Ik bereid de eerste drie dagen voor, buiten op het terras. Het is terug een bewolkte dag, maar het is lekker warm. Ik heb een idee van de afstanden, maar van wat ik op een dag afleg is het gokken. Hoeveel houdt het drukke verkeer in en rond Kuta me op? Hoe staat het hier aangeduid? Zeker de eerste dag zit ik zeker nog in de drukke straten, ik ben benieuwd hoe makkelijk of moeilijk ik de weg zal vinden. Er is gewoon maar één antwoord: morgen zien we wel. Ik ga me aan het zwembad leggen en lees wat. Een Balinees komt naast me zitten en wil babbelen. Ik ga erop in, want de man blijkt een docent kunst te zijn die morgen met een nieuwe klas begint. Nu is hij in Kuta om zijn eigen kunst te verkopen. Hij toont me alle stukken: natuurlandschappen van alle delen van Bali, ook werken van mythologische aard (bv. de zonne- en maancyclus waarbij de maan in de vorm van een vrouw wordt opgegeten in een zwarte vlek door twee monsters). Doordat hij er zelf over begint dat het moeilijk is om met z'n loon als leraar te overleven, vraag ik hoeveel hij verdient. Een kleine $ 250 per maand. Het kost hem per dag $ 7 om te eten. Reken zelf maar uit... er zijn ook 30 dagen in een Balinese maand... Hij woont met zijn moeder van 75 jaar en drie kinderen in een klein plaatsje dat we zelfs niet op de landkaart zien. Ik duik het zwembad binnen. Enkel ik en twee mensen rond het zwembad. Alle anderen zijn 't stad in of naar 't strand. Waarom die drukte opzoeken? Niets is zaliger voor mij om hier te zijn, in het zwembad, bij het zwembad. Boekje lezen. Duikje nemen. Rusten op een zalig ligbed onder palmbomen. Rode en roze bloemen rusten op het lichtblauwe heldere water. Gele en rode bloemen hangen aan de exotische planten en bomen. De tuinman werkt opnieuw aan de prieeltjes. Ik zwem talloze lengtes en rust er evenveel. Rond 15 uur ga ik wandelen naar Seminyak. De zon komt van achter het wolkendek rond half vijf en ik ga zitten op het zand en kijk naar de wandelaars, surfers, zonnekloppers. De zonsondergang is ook terug mooi en ik geniet tot ze volledig onder is gezakt. Ik wil op de terugtocht nog dollars wisselen, maar omdat ze geen bevestigingsbriefje wil geven, beslis ik dat de deal niet doorgaat. Dat noemen ze hier dan "authorised money changers"... Morgen ga ik in een echte bank wisselen, da's het duurste, maar het veiligste. Ik neem een douche en geniet na van deze rustdag op het terras voor mijn kamer. Dit hotel is echt een aanrader! Spijtig wel van de vele Hollanders. Ik heb ontdekt dat er twee soorten in Nederland zijn: de ernstige (niet toevallig in de educatieve sector actieve), blije niet geforceerde genieter van de dingen van de dag én de lompe, boerse, vervelende, luide, pseudo stoere en macho, vals pretentieuse, giegelende, vloekende, platte, (niet altijd in de letterlijke zin) vette, gierige, zelfzuchtige Hollander. Van de laatste soort ben ik er hier achteraf beschouwd veel te veel van tegen gekomen. Op den duur verdraag je ze wel nog niet, maar je ergert je er wel niet meer aan.

 

DAG 4 - 14 juli     60 km  -  16 km/u
Vanaf het moment dat ik op de fiets zit en me door de drukke straten van Legian begeef, krijg ik dat fantastische vakantie-verlof-gevoel! Brommers en auto's banen zich een trage weg door dit verstedelijkt stukje Bali tot Pura Tahah Lot. Deze kleine, pagode-achtige tempel staat als een delicate Chinese schildering op een enorm geërodeerd stuk rots voor de kust. Tanah Lot behoort tot een hele serie prachtige zeetempels aan de zuidkust van Bali, allemaal ter ere van de beschermgeesten van de zee. Om deze geesten voortdurend gunstig te stemmen, is, naar men zegt, bij helder weer langs de hele zuidelijke kustlijn elke tempel zichtbaar vanuit de naastliggende. Op kristalheldere dagen zou je Pura Ulu Watu zien. De legende wil dat de tempel is gebouwd door een van de laatste brahmaanse priesters die van Java op Bali arriveerde, Sang Hiyan Nirartha, een man die bekend is gebleven om het religieuze geloof van het volk te versterken en om het oprichten van de meest indrukwekkende, 16e eeuwse, trieste sad sanghyang-tempels op Bali. De heilige leider van het gebied, Bendesa Beraben, werd jaloers toen zijn volgelingen zich onder de nieuwkomer schaarden en beval de hindoeïstische heilige te vertrekken. Met gebruik van zijn magische krachten deed Nirartha dit door eenvoudig de rots waarop Tanah Lot is gebouwd, een eindje de zee in te laten gaan, waarbij hij zijn sjaal veranderde in de heilige slangen die de tempel nog steeds bewaken. Later bekeerde Bendesa Beraben zich volledig tot de leringen van Nirartha.
Het zeewater is hier helderder en het uitzicht prachtig! Na dit toeristische bezoek vind ik de kleinere baantjes die nauwelijks bereden worden. Het dorp Begekul is door de rust die het uitademt een prachtig gehucht. Graan of noten liggen voor de tempels en huizen. Mensen zitten in de warung (eetgelegenheid) te keuvelen of werken aan brommers. Maar de drukke baan van Tebenan naar Soka Beach is hels, lawaaierig en stinkend naar petrol. Dorst, ongelooflijk veel dorst, ik drink 5 liter. Eenmaal in Soka ga ik een bar binnen en vraag naar een plaats om te slapen. Op 800 m ligt een paradijs aan het strand en voor 150.000 Rp krijg ik er een bungalow met oceaanzicht! Momenteel druist de zee tegen de rotsen en geniet ik vanop mijn terras. Fantastische sfeerfoto's nam ik daarnet op het strand.

Nu de duisternis valt is het witte schuim van tussen de bomen door te zien. Ongelooflijk veel sterren fonkelen aan de hemel. Magisch! Mijn fietsreis is vandaag fantastisch goed begonnen!!!

 

DAG 5 - 15 juli     72 km  -  16 km/u
Vroeg opgestaan om de vissers te zien op de woeste zee. Magisch moment. Na een heerlijk Indonesisch ontbijt (nasi goreng: rijst met groentjes, kippenvlees en ei) start ik met de lange klim via Antosari, Belimbing en Sanda naar Pupuan. Bij Belimbing drink ik cola en ontdek ik achter de warung een schitterend uitzicht op de rijstvelden en zie ik een huis-vleermuis hangen.

Ik drink er nog 2 fanta's want ik heb energie nodig na de ferme klim (en te weinig vaste slaap). Het geluid van de oceaan is wel mooi, maar oorverdovend woest. Door de verzwengende hitte heb ik opnieuw veel vocht nodig, maar de verfrissende afdaling doet ook deugd. Ik passeer een dorp waar ze muziek maken langs de straat bij een pura. Bij Bunut Bolong rij ik tussen de knoestige stengels van een wilde bunut-boom door. Verderop is een kruidnagelplantage. De specerijen geuren op matten langs de weg. Iedereen die langs de weg is, groet mij, met een glimlach en een "hello".

Rond 15 uur ben ik bij de vredige surfersbadplaats Medewi en ik vind er meteen Medewi Beach Cottages waar ik voor 100.000 Rp een spartaanse kamer krijg, maar een zalig zwembad en een mooie strandwandeling verzachten de veringen van het bed.

 

DAG 6 - 16 juli     100 km  -  20 km/u
Heel veel gefietst vandaag, vlakke tocht langs de kust, op het einde enkele hellingen. Eerste platte band, maar opnieuw schitterend hotel met zwembad vlak voor zee. Voor het eerst in zee gezwommen. Voor het eerst avondeten (garnalencocktail, groentensoep en geroosterde scampi's). Voor het eerst een tempel van binnen bezocht, en dus een sarong gekocht. Dit is een stuk textiel die iedereen om de benen moet slaan om binnen een heiligdom te mogen treden. Dat was vanmorgen bij Pura Rambut Siwi vanwaar je schitterend zicht hebt over de wilde kust en de rijstvelden.
De naam van de tempel ("aanbidding van het haar") refereert naar een 16e eeuwse hindoepriester, Danghyang Nirartha, die in het dorp Embang halt hield en liet zijn haar achter als gebaar van achting voor de vrome dorpelingen. De prachtige zeetempel op de top van de klip is bijzonder vanwege de eenvoud en de natuurlijke locatie, overschaduwd door jasmijn- en cempaka-bomen en aan twee kanten ingesloten door sawahs. De ingang wordt bewaakt door prachtig uitgesneden wilde zwijnen en naga. Binnen bevinden zich altaren voor Saraswati (gesymboliseerd door een gans) en de rijstgodin. Opzij van de poort naar de tweede binnenplaats zie je een pedanda die wordt verzwolgen door eens slang. Een indrukwekkende candi bentar in de zuidmuur geeft toegang tot de klip met kabbelende golven aan de voet. Naast de hoofdtempel staat Pura Penataran, op de rotsen in het oosten, bereikbaar via een bochtige stenen trap. Dit is de oorspronkelijke tempel waar Nirartha zou gebeden hebben. De kleine Pura Melanting is gewijd aan de godin van de welvaart. Onder een overhangende rots bevindt zich de heilige vijfkamergrot Goa Harimau ("grot van de tijgergod") en de heilige bron Goa Tirta ("heilig water grot").
Deze westkust is nog niet zo toeristisch en de dorpjes en gehuchtjes erlangs zijn plezant om te doorkruisen op fietssnelheid. Het nationaal park steek ik ook door, maar die weg is niet zo interessant. Bij Pemuteran bevind ik me in het noorden van Bali. In het schitterende Oneka Bagus boetiekhotel is het zalig vertoeven! Ik heb er direct toegang tot het idyllisch, deels zanderig, deels rotsig, strand voor een magnifieke zonsondergang.

 

DAG 7 - 17 juli     20 km  -  16 km/u
Pemuteran is een aards paradijs! Ik beslis hier een extra dag te verblijven. Mijn tweede reserveband ligt ook al op het wiel en ook deze keer was het door een stekelige doorn. Ik zoek tot 10 km ver, maar er is geen binnenband op mijn fietsmaat te vinden. Ook stopgerief kennen ze hier niet. Gelukkig kan ik bij een van de vele bromfietsherstellers wel lijm kopen en probeer ik één binnenband te recupereren door er een stuk van de andere op te plakken. Ben benieuwd of dat gaat houden als ik nog eens lek zou rijden...

De rest van de dag geniet ik van de overflow swimming pool, de prachtige tuin, het strand, de magische zonsondergang (met wellicht vulkanen van buurland Java op de achtergrond), een biefstuk-friet na een pikant scampisoepje. Er is een paradijs op aarde en het ligt in Bali!!!

 

DAG 8 - 18 juli     ? km  -  ? km/u
Net buiten Permuteran ligt een prachtige zeetempel. Het loopt er bij mijn aankomst vol met mensen die net een ochtendceremonie achter de rug hebben. Het loopt er ook vol met curieuze aapjes die mijn fiets als curiositeit betasten en beklimmen. Zij waken over mijn fiets (oké, de tempelbewaarder zorgt dat ze het niet te bont maken...) terwijl ik het heiligdom met mijn sarong aan binnenga en verken.

Het is snikheet vandaag en daardoor ga ik niet naar Munduk, maar naar het eerste beste hotel met zwembad dat ik tegen kom op weg naar Lovina. Ik heb een zonneklop en moet terug op krachten komen. Kopje onder in het zwembad en daarna op de kamer wat slapen want buiten is het veel te warm (42°). Ik kom schijnbaar terug op krachten met een spaghetti en lookbroodjes. Ook hier word ik weer getrakteerd op een schitterende zonsondergang.


 

DAG 9 - 19 juli     5 km  -  16 km/u
Vannacht heb ik moeten overgeven en ik loop met verschrikkelijke diarree op en af naar het toilet. Zonneklop of iets in de tomatensaus? Alleszins verdomd ambetant. Ik beslis naar Lovina "centrum" te rijden, slechts 5 km verder. Lovina is eigenlijk de gangbare naam voor een aantal dorpjes en stranden: Pemaron, Tukadmungga, Anturan, Kalibubuk, Kaliasem en Temukus. Je kunt er genieten van de zonsondergang, duiken in glashelder water, wandelen, tempels bezoek en als je wil snorkelen, dolfijnen kijken, of in warme zwavelbaden uitrusten. Het zwembad van Puri Bali Cottages oogt opnieuw verleidelijk voor een langzame dag. De lopende spetter eindigt hier gelukkig ook. Ik knoop een gemoedelijk gesprek aan met een Hollands fietserskoppel van tegen de 50 jaar. De eerste zeldzame soort Hollanders, ik heb eens geluk! Het zwemmen doet me goed en het is gelukkig minder warm vandaag. Rond 16 uur ga ik naar het strand voor de gebruikelijke avondwandeling.

De zonsondergang, moet het nog gezegd, was alweer fantastisch.

Nu hoor ik vanop mijn terras de krekels in de struiken en de islampreek door de naburige luidsprekers. Het tropische geruis is zeer rustgevend. Ik hoop dat ik er morgen een lap kan op geven. Ik ga voor een tijdje de kust achter mij laten en de bergen in. Ik heb echter nog geen hongergevoel, noch om te eten, noch om te klimmen. Morgen is een andere dag en dus ga ik vroeg slapen.

 

DAG 10 - 20 juli     27 km  -  9 km/u
Een eenvoudig lekker ontbijt (pannenkoek met ananas, koffie, fruitsap en een vruchtenschaaltje met banaan en papaya) doet deugd. Om 8 uur, fris (ha, 25° - blijft relatief natuurlijk!), en eenmaal op de fiets met volle teugen genietend! Daily life langs de kustweg: een boer ploegt zijn onder water gezet veld met twee gemuilkorfde runderen. Na 9 km begint de klim en die zou 18 duren. 20% of meer had ik gelezen en gehoord, ik dacht dan aan de Patersberg van 300 meter lang. Vanaf nu denk ik aan Munduk en de vele kilometers klimmen aan bijna niets anders dan 20%. Het zijn soms zeer steile stukken van 500 m en dan 10 m iets platter, waar ik even in de schaduw kan uitblazen. Ik moet verschillende keren een drieminutenpauze inlassen om me dan weer omhoog te hijsen. Op 5 km van mijn eindbestemming hou ik op het te warme middaguur een twee uur durende pauze want ik ben bekaf en het zweet stroomt me in de schoenen. Het ligbankje is een paradijsje waar het irrigatiekanaaltje snel kabbelt, vogeltjes geruisloos rondzweven en er nauwelijks verkeer is.

Het laatste stuk naar Munduk is nog een helse klim, maar mijn verblijfplaats openbaart zich als betaalbare relax-luxe met een ongeëvenaard zicht op de bergen en de zee. Op 800 m boven zeeniveau heeft deze heuvelplaats een niet zó warm klimaat. Het is omringd door grootse natuurlijke schoonheid van koffie-, cacao-, kruidnagel-, vanille- en tabaktuinen. De memorabele zonsondergang heb ik op mijn terras meegemaakt en het stelt me weer in staat om krachten terug te vinden voor eeen nieuwe uitdaging. Ik eet op de luxekamer en met een gamelan-orkest op de koer van het hotel, die rustige, repetitief monotone klanken brengt, sluit ik deze intens zalige maar tevens intens zware fietsdag af.

 

DAG 11 - 21 juli     63 km  -  ? km/u
Het vertrek uit Munduk begint (zoals de aankomst) met een immens zware beklimming. Op het tweede kleinste blad leg ik de meeste van de 7 km lange klim af, aan gemiddeld 7 km/u. Ik doe er wel drie uur over. Ik ga nl. al na 1 km naar een schitterende waterval kijken op ongeveer 500 meter van de weg. Ik kom de trekreizigers tegen die vanmorgen uit Munduk te voet vertrokken. Ik hijs me naar boven en ook hier moet ik na 500 m klimmen een rustpauze inlassen, op de fiets, in de schaduw, want de hitte is opnieuw van de partij. Minder warm dan aan de kust, maar qua vochtigheidsgraad is het hier ook aan 100%... Bij het Tamblingang en Bayungmeer geniet ik van het zalige zicht en lekkere mandarijntjes van de bomen.

Het wordt bewolkt en ik merk dat het weer hier op 1400 m omslaat. Tijdens de afdaling naar Pura Ulun Danu Bratan is het voor het eerst (en laatst) "fris". Deze tempel met meerdere meru ligt schitterend op een kleine landtong die uitsteekt van de westelijke oever van het Bratan meer. Er boven hangen de duister druilerige mysterieuze mistwolken over het vredige, half hindoeïstische, half boeddhistische tempelcomplex. De tempel werd gebouwd door de raja van Mengwi in 1633. Het subuk-altaar is het middelpunt van ceremonies die het eiland moeten verzekeren van een watervoorraad. De Gunung Catur, de niet meer actieve vulkaan van 2 km hoogte, torent boven het meer uit. Ik wandel onder het gebladerte van een enorme banyan langs een satijnzacht grasveld en fantastische tuinen met trompetbomen en gladiolen. Links staat een boeddhistische stupa met ingewikkeld snijwerk, daarna betreed ik de hoofdtempel Pura Teratai Bang, gedomineerd door een meru-toren van zeven lagen. In de kleinere Pura Dalem Purwa wordt de godin van eten en drinken geëerd. Verderop drijft Pura Ulun Danu Bratan over het meer met haar elegante meru met drie daken gewijd aan Brahma en de meru met drie daken met een linga gewijd aan Sjiva. Dit is de belangrijkste irrigatietempel van Bali waar Dewi Danu, de watergodin, aanbeden wordt.
Ik vervolg mijn weg naar een serie dorpjes (onder de noemer "Bedegul") langs de westelijke oever. Het biedt een welkome afwisseling van de tropische omgeving, waar weinig toeristen komen. Ik fiets langs groententerrassen met kool, ui en papaja door de vallei in deze mystieke jungle. De dreiging van het grijs wordt donkerder en het begint te regenen. Na onderdak in een winkeltje voor een halfuurtje, rij ik verder naar Pacung en vind er een goed hotel-restaurant. De ikan bakar (gegrilde vis met een pikant Balinees sausje met rijst, sla, tomaat, komkommer en uien) smaakt me bijzonder lekker op het regenachtige uur met op de achtergrond bewerkte veldperceeltjes, tropische planten en jungle. Zelf in de regen is Bali en in het bijzonder dit plekje een magische bestemming en heel tevreden ga ik slapen.

 

DAG 12 - 22 juli     78 km  -  15 km/u

Vanuit Pacung vertrek ik in de koel grijze ochtend (20°) naar Jatiluwih. Onderweg de gebruikelijke huiselijke en andere bezigheden en de bergomgeving wordt des te prachtiger naarmate ik dit dorpje nader. Daar breekt de zon door en verlicht een deel van de vele sawa's (rijstvelden). De opeenstapeling van getrapte rijstvelden is immens en prachtig! Ik neem weer wat drank en energie bij een drinkstalletje, waar schoolgaande jeugd en een oudere man rondom mij komen om een babbel te slaan. Er komt op de vervolgweg terug grijze dreiging, maar enke een natte mistsliert kan mij verfrissen want het blijft warm. Dat doet dus deugd en nog meer de schitterende uitzichten vanop de weg op de eindeloze velden.

Na dit gebied fiets ik de 3 km lange klim naar de Pura Luhur Batukaru en die steile weg is het absoluut waard! Op de hellingen omgeven door oude bossen schittert de eenzame tempel, 1300 m boven zeeniveau, met een gigantisch, onbewoond, vochtig, tropisch bos eromheen en dus gebouwd ter ere van de godheden van de bergen en meren. De legende wil dat de tempel is gesticht door de hindoeïstische wijsgeer Kuturan, die in de 11e eeuw bekeringswerk deed op Bali. Het is een pura taman (bezit een badplaats) en is geen erg groot complex waarin een aantal heiligdommen met een aparte symboliek staan. Een paar meter ten oosten van de tempel bevindt zich een trap langs met mos begroeide beelden en demonen naar een vierkante vijver met een klein eiland in het midden: een symbolische microkosmos van de hindoeïstische Meruberg, waar de goden verblijven. Het is een fantastisch mooi bergtempelcomplex, waar ik stilletjes van word (enkel mezelf en twee stille toeristenkoppels aanwezig). De afdaling naar Tabanan verloopt vlot. Er is in deze stad echter niets te beleven (en dan te weten dat de stad prijzen heeft gewonnen voor schoonheid en sommigen zeggen dat het de best georganiseerde stad van Bali is...). Ik fiets meteen verder naar Mengwi, voor de meer toeristische, maar ook nog mooie Pura Taman Ayun. Dit rustige stadje is belangrijk als vroegere zetel van een koningsdynastie. De grote tempel behoort tot de groep staatstempels van Bali. Sinds het ontstaan in 1634 onder Raja I Gusti Agung Anom tot de val in 1891 was Mengwi een zelfstandig koninkrijk, waarvan de politieke invloed reikte tot in Blambangan op Oost-Java. De dynastie werd uiteindelijk verslagen door de naburige Balinese koninkrijken Badung en Tabanan. De elegante tempel is het op één na grootste tempelcomplex op Bali en een van de mooiste heiligdommen op het eiland. De goed onderhouden, indrukwekkende tuinen liggen maar een halve km ten oosten van de hoofdweg. Het oorspronkelijke gebouw dateert van omstreeks 1740, toen heerser Cokorda Munggu zijn staatstempel liet bouwen op de hooggelegen grond. Het wordt deels omgeven door een brede gracht met lotussen, die de indrukt wekt dat de tempel drijft. Het geheel bestaat uit 50 aparte bouwwerkjes en roept een onmiskenbaar gevoel van kalmte en schoonheid op. De pura is opgetrokken in vier ruime, steeds hogere niveaus en symboliseert de goddelijke hindoe-kosmos. Gebeeldhouwde demonen steken af tegen de lucht; de oude, grijze steen contrasteert met het baksteenrode pleisterwerk. De pura is in 1937 gerestaureerd en vergroot. Ik zag er de hoge, prachtig bewerkte gespleten poort met houten deuren en een half kala-gezicht aan elke kant. De oudere, tweede binnenplaats bestaat uit een lange rij van altaren, waar bezoekende godheden zich kunnen ontspannen en amuseren. Het stenen altaar op het oosten is gewijd aan Ibu Paibon, de koninklijke voorvader. Een groot aantal altaren zijn replica's van de heilige vulkanen van Bali of van grote tempels, gebouwd door de heersers van Mengwi. Zij staan op met mos bedekte stenen fundamenten, overkapt door slanke, met zwart riet gedekte daken in vele lagen en met prachtig besneden, houten deurtjes. De replica's bevinden zich in de tempel opdat het volk van Mengwi ze kan aanbidden en hun voordeel met hen kan doen zonder de kosten en moeite van een tocht naar de originelen. Vanuit het torentje in de linkerhoek heb je het beste uitzicht over de tempel en zijn omgeving. Voor de ingang bevindt zich een grote wantilan waar hanengevechten, barong dansen en andere culturele evenementen plaats vinden. Verderop vind je een grote collectie orchideeën: op de oever van de gracht groeien fruitbomen en geurig bloeiende cempaka en jasmijn. Tijdens de driedaagse odalan marcheren honderden vrouwen in een rij over de brug naar de binnenplaats met hoog opgetaste, veelkleurige gaven. De tempel is dan vol met mensen, muziek, dans en processies en biedt een magnifiek aanblik.
Hier beslis ik van mijn geplande route af te wijken en ik volg de pijlen richting Ubud.
De naam van dit schilderachtig koninklijk dorp stamt af van het Balinese woord ubad ("medicijn"), de naam van een kruid met helende eigenschappen, dat langs de rivier Oos groeit. Er hangt hier een frissere, doch door het drukke verkeer erg vervuilde en scherpe lucht die de geuren van de aarde, de rivier en het regenwoud probeert te verdringen (en daarin slaagt). De sterren boven Ubud bedekken met hun helderheid bijna de hele hemel en overdag is deze gekroond met donzige stapel- en dunne vederwolken. Sinds de Duitse schilder Walter Spies hier kwam wonen in de jaren 1930 is Ubud een mekka voor inlandse en Europese kunstenaars. Elke dag van de week is er ergens in de omstreken wel een tempelfestival, viering en tentoonstelling. Alleen jammer dat de toeristenstroom je een andere eerste indruk zal geven. Het dorp is in de 19e eeuw tot welvaart gekomen in de vruchtbare streek tussen de rivieren, bestuurd door feodale heren die tribuut betaalden aan de raja van Gianyar. De eersten onder hen waren de leden van de zeer gerespecteerde familie Sukawati, die leerden te werken binnen het Hollandse koloniale systeem door middel van hun lidmaatschap van de Volksraad, gezeteld in Batavia. Zij verkregen politieke macht op Bali door huwelijken met de aristocratische families van Mengwi en Gianyar. De oudste zoon van de koning, Cokorda Raka Sukawati, was ultraconservatief en werkte nauw samen met de Hollanders. De prins was een van de eerste beschermheren van westerse kunstenaars als Walter Spies. Het grootste paleis in Ubud, Puri Saren, staat op de noordoosthoek van de grootste kruising van de stad tegenover de twee verdiepingen tellende pasar. Op Jl. Hanoman 47 staat een prachtige tempel, maar de drukke, stoffige, op het massatoerisme gerichte Monkey Forest Road is het bekendst. Aan de zuidkant is het Monkey Forest met een prachtige, kleine, grotachtige pura dalem, omhelsd door wortels, een een heilige bron, bewoond door een groep ondeugende grijze apen. De vrij kleine, vredige pura dalem op een heuvel om de hoek bevat mooi gemaakte beelden van Rangda die kinderen verslindt. Verfris je bij de koude bronnen vlak voor het bos. Een pad naast de grote banyan leidt naar de badplaats in een restant van het bos dat eens heel Bali bedekte. De Monkey Forest Road maakt een bocht naar een vork in de weg: linksaf ga je naar Pengosekan, vanwaar je verder kunt lopen naar Peliatan en dan weer terug naar Ubud (twee uur). Als je na het Apenbos rechtsaf gaat, kom je bij het dorpje Nyuhkuning, een centrum voor houtsnijkunst. Op Monkey Forest Road ligt een parel van een hotelbungalow temidden een exotische tuin naast een chloorrijk zwembad op mij te wachten: Ubud Inn.   

 

DAG 13 - 23 juli     14 km  -  15 km/u

Na opnieuw het traditionele, lekkere ontbijt (pannenkoek met banaan, koffie en fruit) wordt dit een culturele dag. Eerst ga ik 3 km een beetje klimmen tot het Neka Museum in Campuan met werken van Affandi, Sujono, Sobrat, Kebot, Ida Bagus Made, Lempad en andere beroemde kunstenaars in stijlen van impressionisme tot abstract expressionisme. Het zweet loopt alweer bij de eerste fietslengtes van mijn lijf. 40.000 Rp lijkt wat duur, naar Balinese normen, maar het loont de moeite. Schitterende werken in een schitterend gebouw. Ik geniet ervan en neem van de naar mijn smaak mooiste werken een foto. Ik fiets verder en eigenlijk rond de andere kleine dorpen rond Ubud die samen één geheel vormen. Ik vind er echter niets aan: geef mij maar de kleine bergdorpjes die ik al mocht doorkruisen. Ik zak te voet af naar de rivier, waar rafting boten halt houden. De drukte jaagt me weer naar boven en het zweet druipt alweer van mij. Ik daal met de fiets af naar het Arma Museum, dat in een nog mooier gebouwencomplex en met nog mooiere tuinen een goede collectie herbergt van het klassieke en het moderne werk. Van de moderne durf ik foto's nemen, want ik ben de enige in dit gebouw. Voor mijn bezoek hier at ik een heerlijk zeevruchtenvoorgerechtje in de warung van het museum. Ik fiets terug naar het hotel, duik het zwembad in, maak kennis met een Balinese schrijnwerker van Ubud en zwem nog wat. In mijn frisse kamer bereid ik de volgende dag voor. Tegen de avond trek ik de Monkey Forest Road op, vind de Three Monkees waar ik aan een heerlijke dis tegen een schitterende achtergrond zetel. Ik zit op het terras tussen de rijstvelden, waar een kikker even komt kwaken, een drietal lyzards de muur opkruipen en een schitterende zonsondergang wordt ingezet. Ik trakteer er mezelf op een overheerlijke lemongrass vichysoisse met koriander, vervolgens een lokale ayam betutu (gestoomde kippeboutjes met rijst en groen bonen) en eindig met een zachte sencha thee met gember, waarvan ik in het inmiddels nachtelijk Ubud met twee lepels heerlijke honing enorm giet. En dat voor maar 120.000 Rp...

 

DAG 14 - 24 juli     60 km  -  ? km/u

Het lijkt iets koeler vandaag, maar toch loopt het zweet alweer van mij, na mijn zwarterijstpudding als ontbijt. Ik rij naar Kelkmi naar boven en dan tussen de rijstvelden terug naar Ubud. Ik bezoek Puri Lukisan, het derde museum dat eveneens een must-see is.
De naam van dit kunstmuseum (www.mpl-ubud.com) dat in een tuin staat en aan de achterkant uitzicht biedt op padies en waterbuffels, betekent "paleis van de schilderijen" en biedt één van Bali's mooiste selecties moderne schilderijen, tekeningen en beelden. In de gedreven activiteit van de jaren dertig braken jonge schilders met de traditionele, formalistische schilderingen van mythologische onderwerpen en verhalen uit de hindoeïstische epiek en begonnen de Balinese kunstenaars voor het eerst dorpstonelen, begrafenissen en landschappen schilderen. De oude stijl werd gecombineerd met een nieuw realisme, veel strenge regels werden overboord gezet en er werden natuurlijke gestalten neergezet tegen een natuurlijke achtergrond. Dit naturalisme heeft nog steeds de voorkeur en wordt toegelicht in de werken van dit museum, in chronologie gezet over twee gebouwen. Het derde gebouw stalt werk uit van hedendaagse schilders. De prachtige tuin met fonteinen, beelden en vijvers is een ornithologisch heiligdom: mooi om zien hoe oosterse vogels van de bessen in de bomen eten.
In de namiddag bezoek ik enkele pura's. De eerste, Goa Gajah is al de moeite.
Dit mysterieuze complex ("olifantsgrot"), twee km ten oosten van het beeld van de danser op de kruising van Teges, is waarschijnlijk het oudste uitgehouwen aandenken (11e eeuw) aan de oude Balinese kunst. Het kan een rustige plek zijn best vroeg in de morgen of laat op de middag. Goa Gajah is een vreemde naam. Er zijn nooit olifanten geweest op Bali en de vele olifantsmotieven in de Balinese kunst hebben hun artistieke origine waarschijnlijk in India of Java. De oude Javaanse kroniek op lontar-blad, de Nagarakertagama (geschreven in 1365 n.C.) vermeldt dat een hoge, boeddhistische beambte een kluizenaarsverblijf had bij Lwa Gajah ("olifantsrivier"). Dit is waarschijnlijk een verwijzing naar de Petanu, die vlak bij de grot door een diepe kloof stroomt, zodat de naam misschien afkomstig is van de eerste bezoekers, die de grot naar de rivier noemden. Andere theorieën luiden dat de grot zijn naam ontleent aan het beeld van de olifant-god Ganesha, dat binnen staat, of dat de monsterkop op de façade boven de grot is aangezien voor een olifantskop. De legende wil dat de grote, uitgeholde rots het bovennatuurlijke werk was van Kebo Iwo, sommigen hebben zelfs geopperd dat de monsterkop Kebo Iwo zelf voorstelt. De decoratie en de binnenkant van de grot zijn gelijk aan de kluizenaarscellen van Oost-Java. Andere kluizenaarswoningen met reliëfs in de rotsen vind je bij Ubud (Goa Raksasa), aan de Oos (Jakut Paku) en in grotten bij Kapal. Archeologen schatten dat Goa Gajah omstreeks 1022 n.C. is gebouwd. Of Goa Gajah een kluizenaarswoning was voor boeddhistische of hindoeïstische monniken is onzeker. In de grot en de omgeving ervan zijn zowel boeddhistische als hindoeïstische beelden ontdekt. Gezien de vermenging die in dei tijd plaats vond tussen de twee religies, is het heel goed mogelijk dat kluizenaars van beide sekten hier rust en eenzaamheid zochten. In ieder geval bewees de opgraving van een grote badplaats voor de grot dat het hele complex een belangrijke plaats innam in het religieuze leven van het oude Bali van na de Majapahit-invasie. De grot is uitgehouwen in een vooruitstekende rotswand met een vlakke top en een uitgehakte trap aan de rechterkant. Er is wel beweerd dat de vlakke top door asceten werd gebruikt om te mediteren. De wand aan beide kanten van de ingang is druk gedecoreerd met gestileerde bergtonelen, bossen, verwarde bladeren, rotsen, oceaangolven, dieren, monsters en vage menselijke gestalten die in paniek wegrennen van de gapende bek die de ingang van de grot vormt. Recht boven de ingang bevindt zich de kop van een enorme demon met uitpuilende ogen. Met zijn gebogen, harige wenkbrauwen, lange, gevaarlijke vingernagels, flaporen en grote, op slagtanden gelijkende hoektanden lijkt hij de rots in tweeën te splijten en te duwen. De functie van de deze uitgesneden kop is het waken over het hemelse karakter van het heiligdom. Balinezen zijn heel vertrouwd met dreigende, lelijke koppen op tempels: ze zorgen ervoor dat de mensen zich veilig voelen voor gevaarlijke krachten. De gestalte kan ook Rangda voorstellen, de weduwe-heks (de grote oorbellen zijn die van een vrouw). Een andere interpretatie is dat het indrukwekkende hoofd Shiva Pasupati voorstelt, die de kosmische berg Mahameru in tweeën deelde en daarmee zowel de bergen Agung als Batur schiep als de candi bentar. Weer een andere theorie luidt dat het hoofd Bima zou kunnen voorstellen, zoon van Vishnu en Pertiwi, godin van de aarde. Als dit het geval is, zou dit de oudste bestaande afbeelding zijn van Bima, die tegenwoordig een veel voorkomende figuur is en waakt over vele Balinese tempels. Als je geen zaklamp bij je hebt, gaat er een jongen met een kaars, aansteker of olielamp mee naar binnen. In de grot zijn 15 nissen uit de wanden gehakt; deze hebben misschien gediend als meditatiecellen of slaapplaatsen voor de asceten. De nissen bewijzen dat de grot geen tempel was. In de westelijke vleugel staat een 1 m hoog vierarmig beeld van de olifant-god Ganesha met een bijl en een gebroken slagtand, symbolen van zijn oorlogszuchtige natuur, benevens een drinkkom en kralen, symbolen van zijn wijsheid. In de oostvleugel staan drie stenen falussen van een halve meter die oprijzen uit één basis (kenmerken van een Shiva-heiligdom). Let op de oude opschriften op de rechtermuur, geschreven in Oudjavaans en waarschijnlijk daterend uit de tweede helft van de 11e eeuw. Tegenwoordig wordt de badplaats gevoed door een vijver ten oosten van de grot en spuit het water uit grote, ronde urnen, vastgehouden door zes beelden in Griekse stijl. Het uitvoerige snijwerk en de stijl van deze goddelijke vrouwengestalten vertonen zowel boeddhistische als hindoeïstische symbolen. Het verband met Java is onmiskenbaar: bijna identieke waternymfen sieren de badplaatsen van Belahan in Oost-Java. Andere antiquiteiten op deze plek komen uit heel verschillende perioden. Op een paviljoen links van de grot staan drie oude stenen beelden. Een daarvan is de boeddhistische godin Hariti en dateert wellicht van de Oudbalinese periode (ca. 1000 n.C.). Zij was oorspronkelijk een reuzin die kinderen at en in India werd aanbeden, maar ze bekeerde zich tot het boeddhisme en veranderde in een vruchtbaarheidsgodin en kinderbeschermster. Hariti wordt altijd afgebeeld met een groot aantal levendige kinderen. Op Bali wordt zij Men Brayut genoemd. Andere boeddhistische figuren kan je vinden door de trap ten zuiden van de badplaats te nemen naar de kloof die afdaalt naar de Petanu, een deel van de heuvel die door de serene schoonheid doet denken aan een Babylonische tuin.
Maar ik sta nog meer versteld van het prachtige reliëf van Yeh Pulu.
"Watertempel van de Rijstpot", op een zelden bezochte, besneden klip, een km van Goa Gajah. Water is van het hoogste belang in de Balinese cultuur en economie en yeh ("water" of "bron") komt vaak voor in Balinese plaatsnamen. Om er te komen, begin je bij de kruising in Bedulu. De weg naar Ubud in het westen gaat langs Goa Gajah, de weg naar het oosten voert naar Pura Samuan Tiga, de weg naar het zuiden naar Gianyar. Op deze weg (Jl. Yeh Pulu) zie je na een km een bordje: ga rechtsaf, dan links en dan weer rechts. De overblijfselen van dit unieke, laat 14e eeuwse, hoge rotsreliëf op een twee meter hoge tufstenen wand hebben eeuwenlang begraven gelegen onder vulkanische uitbarstingen, maar de figuren zijn intact gebleven. De 25 m lange levensgrote fries wijkt sterk af van ander steensnijwerk op Java of Bali. De figuren zijn enigmatisch en natuurlijk opgevoerd en tonen niet alleen religieuze beelden, maar ook korte stukjes uit het dagelijkse dorpleven. Het werk is omkaderd met gestileerde, decoratieve bladeren en het snijwerk is ruw, aards, bijna lelijk, maar bezit een primitieve kracht en realisme. Het reliëf zou verhalen uitbeelden uit het leven van Krisjna, een van de incarnaties van Visjnu. Een jachtscène komt bv. overeen met de hindoe-legende van Krisjna die de beer Jambavat verslaat. De enige godheid die direct is afgebeeld, is de tweearmige Ganesja, de zoon van Sjiva met de olifantskop, die helemaal rechts een eigen nis heeft.
Verder naar boven is er Kedo Edan (gekke waterbuffel) en Penataram Sasih (de maan van Pejeng). Eerstgenoemde, de kleine maar historisch belangrijke "tempel van de dolle buffel", bezit een groot standbeeld (Bima genaamd of ook wel de Reus van Pejeng) onder een houten afdak. Er bestaat onzekerheid over de vraag of deze reus met zijn horens en slagtanden, daterend uit de 13e of 14e eeuw, een demon of een god is. Waarschijnlijk is het een Balinese versie van de Oostjavaanse magische Singosari tempels die in de 12e eeuw op Java zijn gebouwd. De 3,6 meter hoge, mannelijke, dansende gestalte torent hoog boven de binnenplaats uit. Er kronkelen slangen om zijn enkels en polsen en hij bezit een opvallende penis. Op zijn hoofd heeft hij een sierlijk masker en hoofdtooi. Hij staat op de lichamen van een parend koppel. De legende wil dat Bima met deze vrouw wild eparen, maar dat zijn penis te groot was. Toen hij haar aantrof met een sterveling verpletterde hij de man onder zijn voeten. Het beeld wordt geflankeerd door een paar mindere raksasa in dreigende houdingen, versierd met schedels. Ervoor staan twee knielende buffels (man en vrouw).
Pura Penataram Sasih, herkenbaar aan de stenen beelden van wilde zwijnen en naga's, is de "rijkstempel van de maan" aan de rechterkant van de hoofdweg Bedulu, net voor je Pejeng binnenkomt. Deze pura is het voornaamste heiligdom va het 10e eeuwse Pejeng-koninkrijk en staat in verband tot het bergheiligdom Penulisan van de Bali Aga, ten noorden van Kintamani. In een hoog paviljoen aan de linkerkant omringd door een houten hek, hangt een prachtig voorbeeld va de kunst uit de bronstijd, de heilige, monumentale bronzen gong die bekend staat als de Maan van Pejeng. Deze 186 cm grote gong in de vorm van een zandloper wordt beschouwd als een meesterstuk van de bronsgieterij en zou de grootste ter wereld zijn die in één stuk is gegoten en bovendien het oudste archeologische kunstvoorwerp in Bali. De legende wil dat aan het begin der tijden een van de 13 manen van de aarde uit de hemel viel en in een boom terechtkwam. Ze was zo helder dat ze het schandelijke werk van een dief onderbrak. Dit ergerde de misdadiger zo dat hij in de boom klom en op het hemellichaam plaste. Met een luide knal explodeerde de 'maan', waarbij de dief werd gedood, en viel als een gong op de grond. Door de val is die beschadigd - aan de onderkant is nog een barst te zien - en de urine verklaart de groene verkleuring. Tot op de dag van vandaag durft niemand de gong aan te raken en worden er dagelijks offers aan gebracht. Andere legenden beweren dat de gong het wiel is van de wagen van de maan of de oordop van de mythische rues Kebo Iwo of de maangodin Ratih. De rijk versierde gong is een zeer aanbeden object en zou volgens de meeste Balinezen magische krachten bezitten. Het stuk is gedateerd rond 300 v.C., het begin van de Indonesische bronstijd. Niemand weet of de gong van Bali komt of uit Noord-Vietnam. Met zijn horizontale stroken, diagonale en verticale lijnen, driehoeken, spiralen en dubbele spiralen is er beslist een verband met de Vietnamese Dongson-cultuur (300 v.C. tot 100 n.C.). De gong zou naar de eilanden van Zuidoost-Azië kunnen gebracht zijn door leden van het koningshuis die vluchtten voor de Chinezen. Sommige deskundigen denken dat hij van voor de Ming is en dat het wellicht een geschenk is geweest van Kublai Khan aan een raja van Bali. De gong van Pejeng is sinds de Oudbalinese periode voortdurend te zien geweest in de Pura Panataran Sasih. Men denkt dat hij ongeveer 1000 jaar ouder is dan de Pejeng-dynastie. De schat hangt zo hoog in een torenheiligdom dat je geen details kunt zien zonder verrekijker. Een rij grote, vormeloze rotsen aan de rechterkant van de binnenplaats zouden vallende sterren zijn die door de maan in haar val nar de aarde zijn meegesleept. Er zijn hier ook oude beelden ter herdenking aan vroegere koningen en een verweerd beeld van Ganesha uit het rivierdal van de Pakrisan. Open paviljoens in het complex bevatten een vreemde verzameling 10e tot 12e eeuwse beeldhouwwerken: beelden van oude heersers en een groep staande goden (Batara Brahma) in gebed.  In de open bale van Pura Ratu Pegening, ten oosten van Pura Panataran Sasih, staat een vreemde 120 cm hoge linga, omringd door acht torro's van Shiva. Een prettige wandeling brengt je naar de 14e eeuwse in de rotsen uitgehouwen candi van Kalebutan bij Tatiapi (een km ten westen van Pejeng Timor). Om bij deze groep te komen, die eruit ziet als een kleinere versie van Gunung Kawi, volg je het pad vanaf de tweede kruising na de puri naar de begraafplaats van Pejeng. Deze candi is in 1928 door een landverschuiving aan het licht gekomen; na de oorlog is ze weer overwoekerd door plantengroei en in de jaren vijftig nogmaals. De 3,5 m hoge tempel is in reliëf uitgehakt in een twee meter brede nis in de massieve rots. In 1951 werd aan de andere kant van het ravijn een klooster met in de rotsen uitgehakte nissen en een binnenplaats ontdekt.
Vervolgens fiets ik langs landelijke wegen en geniet van het alledaagse leven en de rijstvelden. Ik zie ook de witte reigers op de velden. En in Sala zijn vrouwen en mannen in de weer met de voorbereiding van een ceremonie. Ik verfris me in het hotel en ga dan eten en ik heb mijn oog laten vallen op Café Wayung, dat ook in de LP aanbevolen wordt, zelfs met stip en ik kan dit enkel bevestigen! Ik ga gehurkt zitten aan een lage tafel op een verhoogje waarvoor je de schoenen afdoet. Ik neem eerst de magnifieke Wayan Special Salad met bacon, sla, tomaat, wortel, ui, paprika's, chili's, ananas, watermeloen, kokos: overheerlijk, een bord overvol! Maar daarbovenop sublimeerde de Prawn Bar Be Que alle culinaire wensen! Negen scampi's met frietjes, sla en een overheerlijk Indonesisch licht pikant sausje. Vingeraflekkend lekker! Zoals steeds, neem ik hier de gewoonte terug op, om een Irish Coffee te drinken na een uitstekende maaltijd. En hier in Bali is die wel heel bijzonder en héél lekker! Room - whisky - en onderaan (jawel) de dikke Bali koffie. Want andersom zou je nogal wat gruis slikken! Tenspijt de suiker aan de glasrand smaakte hij me overheerlijk. Dit is absoluut één van de beste Balinese restaurants (qua kader én zeker qua eten) en als je denkt dat je hiervoor veel geld moet neertellen: neen, hoor: precies 200.000 Rp oftewel € 15 (anderhalve liter water inbegrepen). De reis zit er voor de eerste helft op en met dit overheerlijk eten vier ik dit in dit magnifiek tropische kader. Dit moment haalt de eeuwige herinnering aan een paradijselijke reis.

 

DAG 15 - 25 juli     53 km  -  11 km/u

Na het ontbijt (deze keer roerei, croissants en fruit) verlaat ik Ubud en begin met het rustige landwegje waar het leven ontwaakt. Vandaag wordt het 1300 m klimmen (in hoogteverschil). Maar daartussen ligt Gunung Kawi als een groene rustpauze, aan de oever van de bovenloop van de heilige Pakrisan, staat Gunung Kawi ("berg van de dichters") in een gebied waar het hindoeïsme zijn eerste houvast kreeg op Bali. Het is een indrukwekkend verblindend groen, waterig ravijn waar twee rijen oude, zwart geworden tomben zijn uitgehakt in de natuurlijke rotshellingen als koninklijke gedenkplaatsen. Vanaf het uitkijkpunt bovenaan een lange, steile trap kijk je neer op een overweldigend landschap: zonverlichte watervallen en rijstterrassen vol palmen storten zich in een diep ravijn, terwijl door het geheel een snelle rivier stroomt. Het heilige water van de rivier moest de plek zegenen. De sombere en onversierde tempels die in nissen in de twee tegenover elkaar staande klippen zijn uitgehouwen, zijn façades zonder kamer erachter. Ze zijn gebouwd aan het eind van de 11e eeuw en opmerkelijk goed bewaard gebleven. Er zijn in totaal tien tempels - de hoofdgroep van vijf aan de overkant van een brug ten westen van de rivier, een groep van vier aan de oostkant van de rivier en een geheel alleen staande tempel, een kilometer verderop aan de zuidkant van de vallei. Aan de overkant van de waterval, in het noordwesten, is een verlaten kluizenaarswoning voor de bewaarders van de tomben. Overal eromheen stroomt heilig water en staan steile, met druipend mos begroeide rotswanden, wat de plaats een verheven en eerbiedwaardige sfeer verleent. Deze tempel behoort tot de oudste bekende monumenten van de Balinese kunst. Plaatselijk gaat het verhaal dat de legendarische Kebo Iwo de oude optrekjes in een enkele nacht heeft uitgesneden met zijn vingernagels - aan hem wordt het snijwerk toegeschreven van bijna alle oude monumenten tussen de rivieren Pakrisan en Petanu. De zeer verweerde inscripties boven de namaakdeuren van de candi dateren de bouw in de 11e eeuw. Het hoogst decoratieve schrift dat hier werd gebruikt, was in de mode tijdens de Oostjavaanse Kediri-periode. De Balinezen geven meestal de voorkeur aan versiering boven omvang, maar niet in Gunung Kawi, waar de monolithische architectuur duidelijk van Java afkomstig is. Urs Ramseyer heeft opgemerkt dat de tomben op Indiase tempels lijken. Stenen monumenten zijn zeldzaam op Bali, een feit dat alleen maar bijdraagt aan de geheimzinnigheid die het doel van deze bouwsels omgeeft. Het structurele verschil tussen deze en Javaanse candi is echter dat de indrukwekkende afmetingen van de monumenten van Gunung Kawi niet vrijstaand zijn, maar in reliëf zijn uitgehakt in de massieve rotswand. Er bestaat weinig twijfel dat elke tempel is bedoeld als gedenkteken voor een tot god geworden lid van het koninklijk huis, aangezien ze de vorm hebben van de graftorens in Centraal- en Oost-Java. De exacte identiteit van deze koninklijke personen is niet bekend. Een zeer geloofwaardige theorie luidt dat de vijf candi van de hoofdgroep zijn gebouwd door koning Udayana, zijn Javaanse koningin Gunapriya, zijn concubine, zijn vermaarde oudste zoon Erlangga, die over Oost-Java heerste en zijn jongste zoon Anak Wungsu. Anak Wungsu heerste over Bali van 1050 tot 1077 n.C. en zou zijn koninkrijk hebben opgegeven om een gelovige kluizenaar te worden. De candi aan de linkerkant in de rij van vijf, hoger geplaatst dan de rest, zou die van koning Udayana kunnen zijn. De vier candi aan de andere kant (ten zuiden) van de rivier zijn gebouw voor de voornaamste concubines van Anak Wungsu. Een andere theorie oppert dat dit hele mausoleumcomplex dient ter gedachtenis aan Anak Wungsu en zijn koninklijke vrouwen en favoriete concubines, die zich waarschijnlijk hadden ingemetseld om hun soeverein te volgen in het hiernamaals. De 'tiende tombe' die pas een paar jaar na de ontdekking van Gunung Kawi werd gevonden, is een herdenkingsteken voor een hogepriester of voor een staatsbeambte uit de hoogste kaste, wellicht de eerste minister van Anak Wungsu, Rakryan, die na zijn meester stierf. Een jongen van de toko oleh-oleh (souvenierwinkel) bij de brug neemt je mee langs een pad door de sawah naar deze vreemde candi ten zuidoosten van het hoofdcomplex. De wandeling van een kilometer voert door een in de rosten uitgehouwen poortje. Aan de linkerkant van de Tiende Tombe zijn nog meer nissen. Rechts van de hoofdgroep van tempels is een klooster van boeddhistische monniken (patapan) met vijf uit de rotsen gehouwen cellen. Bij de samenvloeiing van de rivier Oos in Campuan, vlakbij Ubud, zijn nog verscheidene andere asceten-cellen ontdekt, wat erop wijst dat in de 11e eeuw de monastieke traditie (het kloosterleven) al ingang gevonden had op Bali. De bewoners van het klooster van Gunung Kawi waren waarschijnlijk de bewaarders van de candi. Er is nog een tweede kluizenaarsonderkomen ten oosten van het grote klooster, bestaand uit nissen rond een centrale binnenplaats, die wellicht hebben gediend als slaapplaats voor bezoekende pelgrims. De smalle toegangsweg naar het Gunung Kawi complex is in Desa Panaka. Van de hoofdweg loop je 600 m naar het kaartjesbureau, waarna je door een vestingachtige poort gaat en 315 stenen treden afdaalt die het ravijn invoeren en op een gegeven punt door een stuk massieve rots gaan, waarna je op de westoever van de rivier uitkomt. Lang shet pad naar de bodem van het ravijn staan souvenierwinkeltjes. Het uitzicht tijdens de afdaling is schitterend. Op een bepaald punt kun je de top van Pura Mengening zien.
Terug op de fiets heb ik vrij goede klimmersbenen, maar het allerlaatste stuk is "niveau Munduk" en dat weegt toch door. Onderweg de traditionele dorpen met hun vrolijke bewoners.

Het zicht is echter een schitterende compensatie voor de inspanningen. De vulkaan, het meer en de berg stralen onder de middagzon. Ik daal af naar Toyah Bungkah, een door dieven geplaagde badplaats op de westoever van het Baturmeer met versterkende warme bronnen, enorme cinemascopische uitzichten en een zwart zandstrand. Ik beslis er om niet om 4 uur op te staan om de Gunung Batur te beklimmen of te wandelen langs de pittoreske oever, maar geniet van het uitzicht en de koele lucht want onderweg wordt ik verveeld door brommers die me per se naar een of ander hotel willen loodsen. Bij het uitpakken van de LP verlies ik mijn sarong uit het oog. Ik kom tot rust in het mooi gelegen hotel met schitterend zicht. De sfeer in het dorp is hier echter bedroevend. Het hotel is megagroot, maar naast en koppel met een klein kind zie ik geen andere gasten. Voor de welkomstdrink zit er niemand bij het restaurant. Ik ga 's avonds eten op een adres dat de LP aanbeveelt, maar ik ben er de enige en ik word er ongeïnteresseerd ontvangen. De zwangere kokkin heeft er zelfs zichtbaar geen zin in. Het eten zelf (voor- en hoofdgerecht) wordt tegelijkertijd gebracht en de lokale vis blijkt nauwelijks groter dan een sardine. Ik betaal vlug, ga nog een zakje chips halen en eet deze op vanop de kamerterras met avondlijk zicht op Gunung Batur. De Baturberg en het Baturmeer liggen in een spectaculaire caldera. Deze trechtervormige krater werd zo'n miljoen jaar geleden gevormd toen de top van de berg door de druk van het magma eraf werd geblazen. Afgezien van de agressieve bevolking en opdringerige venters, is dit een prachtig stukje natuur, maar je mag er dus beter niet overnachten.

 

DAG 16 - 26 juli     79 km  -  16 km/u

Ook het ontbijt valt hier tegen en dus verlaat ik spoedig dit oord. Tot Songan is het nog heel rustig, maar dan begint de onverharde weg die in de benen kruipt. De klim uit het "dal" naar de top, zo'n 3 km, is het zwaarste dat ik hier deed, maar het zicht op de vulkaan, de berg Batur, het meer en de tempel verlichten dit. Het blijft stijgen tot de volgende tempel, die ik niet zo de moeite vond en zet dan de 36 km lange afdaling in, af en toe bochtig, maar in een mum van tijd sta ik terug aan zee. Eerst even linksop naar de briljante Pura Beji, een fijn tempeltje dat het ommetje waard is. De tempel is gewijd aan de godin van de natte rijst en de vruchtbaarheid, Dewi Sri. Deze buitengewoon weelderige subak-tempel is in de 15e eeuw gebouwd op de plek van een bron in de bloeiperiode van het Majahpahit-rijk. De tempel is een volmaakt voorbeeld van de noordelijke rococo-stijl met een vreemde, verdraaide symmetrie, en gebouwd van roze zandsteen dat wemelt van de demonen en begroeiing. De betoverende poort is overdekt met afbeeldingen van naga-slangen, denkbeeldige beesten, duivels en leyak-wakers voor kleine deurtjes. Op de ruime binnenplaats zie je knoestige, oude jasmijnbomen, houten beelden en een troon van de zonnegod. Vlakbij staat de Pura Dalem van Sangsit, die reliëfpanelen bevat met verhalen en erotische afbeeldingen, bedoeld om kwaadwillige geesten af te schrikken.
Daarna geraak ik nog tot Air Sanih, laat het befaamde zwembad daar links liggen en ga zwemmen in zee voor mijn bungalow van slechts 60.000 Rp, met prachtige palmbomen op de achtergrond. De lokale bevolking speelt op het strand en in het water. De zon gaat langzaam onder en vanop mijn terras overzie ik de eindeloze zee en de dag van vandaag. Het klimmen zit er voorlopig op, ik blijf een tijdje langs de kust fietsen. Het is hier merkelijk nog warmer en even vochtig. Vanmiddag zat ik nog letterlijk boven de wolken op 1700 m. In het mini restaurantje van mijn Tara Hotel eet ik een overheerlijk tomatensoepje. Een versneden tomaat met ui, prei en wortel in heet water met pepers. Een de hoofdmaaltijd is nog heerlijker: een satay cocunut (stukjes kip op 6 stokjes met een werkelijk magisch licht pikant sausje, gestoomde groentjes en rijst. Ik dip de kippeboutjes in het sausje en de rest van de saus gaat in de rijst. Héérlijk! De moeder-kokkin-uitbaatster bedank ik uitermate en ik eindig met een thee in een bierglas op mijn bungalowterras.

Dit is opnieuw zo zalig en zo uitnodigend om langer te blijven, maar er zijn beslist nog andere paradijsjes, further on the travel road... 42.000 Rp voor het eten en 60.000 Rp voor het slapen: dat is zalig. Maar nog zaliger is het geluid van de golven en het gewemel van de sterren!

 

DAG 17 - 27 juli     70 km  -  16 km/u

Vandaag gaat het fietsen niet goed. Als ik nog geen 1 km opgeklommen ben naar het Aga Bali dorp geniet ik van het zicht op de Japanse Zee en de vele palmbomen. Ik keer terug naar de kustweg en vervolg de eentonige weg naar een mooie waterval en mijn eindbestemming Amed. Hier is het wel weer paradijselijk en ik boek een hotel voor 2 nachten. Hier ga ik krachten opdoen voor het volgende klimwerk langs de niet toeristische oostkust. De grote prawns in de look smaken me enorm.

 

DAG 18 - 28 juli     19 km  -  16 km/u

Vandaag kuis ik de fiets, ga zwemmen en snorkelen in zee en aan 't zwembad liggen. Twee ananassapjes, nasi goreng met verse vis, een bananenpannenkoekenrol en thee zijn het middagmaal. Een beetje losrijden bij een middagtemperatuur van 35°... veel te warm en veel te vochtig, maar wat een zaligheid om de vredige dorpjes om en achter Amed te doorkruisen op Balinees tempo. Mensen in het wit gekleed komen van een ceremonie en in kleine lorry's als sardientjes opgelaad en vervoerd. Een visser herstelt zijn netten, de runderen worden gewassen, kinderen roepen "hallo", jongvolwassenen rijden met hun brommers op en neer of spelen schaak langs de kant van de weg, op een overdekt platform. De warungs en cafés langs de waterkant ogen tropisch exotisch en onmogelijk voor de toeristen om niet even halt te houden voor middagmaal, dessert en/of koffie of thee. 's Avonds ga ik nog wat zwemmen. Een haan kraait, het zachte geluid van de golven, een vogel ijkt de noten, een krekel wordt wakker. Kip en hoentjes ritselen in de struiken, een hagedis beslist ook. Ik ben weer klaar gestoomd voor het betere klimwerk!

 

DAG 19 - 29 juli     50 km  -  14,5 km/u

Vanmorgen om 6 uur opgestaan, enerzijds voor de schitterende zonsopgang, anderzijds voor het "fris" fietsklimwerk. Adembenemende uitzichten over de oceaan en de zwarte zandstranden langs de weg tussen Amed en Ujung. Het is een moeizame route door droge heuvels, hoog boven de kust, langs afgelegen boerderijtjes, wijngaarden, vissersdorpjes. Een goede weg met onvergetelijke zichten op honderden bootjes. De tocht gaat op en neer met af en toe felle nepen van rond de 20%. Op één van zulke klims moet ik eraf want het zweet druipt van me. Ik drink twee cola's en enkele Balinese kinderen vergezellen me. De uitzichten en de kleine (arme) dorpjes op deze route zijn zeer aangenaam. Een man vertelt me dat hij iedere dag 6 km met zijn brommertje om drinkbaar water rijdt, en zijn vrouw en dochter dalen dan vanop de weg af naar hun lemen huisje. Elektriciteit? Neen, hoor! In het kleine vissersdorp Ujung valt het grote Europees ogend waterpaleis op, maar het domein zelf valt een beetje tegen. Naar Amlapura fietst een Balinees me voor op een mountainbike en hij brengt me naar de Puri Agung Palace (ook wel Puri Kanginin genoemd), dat echter een bezoek niet waard is. Ik daal af naar Candi Dasa waar ik een prachtig hotel vind met oceanviewroom, overflow swimming pool en een luxe halfopenbadkamer. Ik beslis er twee dagen te blijven. Het eten is hier heerlijk en zeer fijn. Niets nieuws onder Balinese zon...!

 

DAG 20 - 30 juli     8 km  -  16 km/u

Vanmorgen wakker geworden voor de zonsopgang, jammer, niet boven zee, maar vanachter de bergen. De toast, roerei, fruitsap en koffie smaken mij. Ik fiets langzaam naar Tenganan, het Bali Aga dorp waar toeristen thuis zijn. De Bali Aga (oudste bevolkingsgroep van Bali) hebben hun cultuur en levenswijze min of meer behouden omdat zij ervan overtuigd zijn dat zij afstammen van de goden. Ze hangen een geloof aan dat is gebaseerd op dogma's die dateren uit het koninkrijk Bedulu, gevestigd voor de hindoes arriveerden. Het dorp is een Bokrijk of levend museum waarin de mensen nog steeds leven en werken volgens een 17e eeuwse levensstijl en zich houden aan hun eigen architectuur, verwantschapssysteem, geloof, dans en muziek. Maar tekenen van deze tijden ontbreken ook wel niet: TV antennes op bamboe palen door de rieten daken, motoren en het blikkerig geluid van een cassetterecorder of radio. Het meest opvallende kenmerk is de indeling van het dorp met brede met steen geplaveide straten, die dienst doen als gemeenschapsgrond. De straten lopen in lagen omhoog zodat de regen naar beneden afloopt. De lagen zijn onderling met elkaar verbonden door steile met keien bedekte hellingen. Er zijn ook drie straten die van oost naar west lopen. De enige ingangen van dit vestingachtige dorp zijn de vier grote poorten op elk van de vier windrichtingen. Ik vind het maar niets vergeleken met de vele dorpjes die ik al passeerde met de fiets de voorbije weken. Het geven van een donatie om het dorp binnen te geraken wijst erop dat het hier de komende jaren veel zal veranderen. Nog meer en modernere TV's, radio's en brommertjes. Tegen 11 uur zit ik op mijn kamerterras met de golven van Candi Dasa. Dit is voor mij een waarachtiger Bali. Ik heb wat boodschappen gedaan en doe me te goed aan het zicht, de hapjes, de drinkjes, dit verslagje.

Relaxing time, met prachtig uitzicht op de twee kleine eilanden. De zes kleine gegrilde prawns smaken me opnieuw fantastisch, terwijl de duisternis over de zee valt. Lichten van een naburig dorp glinsteren over het water waarvan de golven steeds hoger komen (wellicht tot 2 à 3 m). Met een limoensapje geniet ik met stilte en een vredig gemoed weldra van de ontelbare sterren en de zeer goed zichtbare melkweg. Het lijkt wel of je de sterren kunt plukken van de hemel als bloemen van een struik. Het lichaam en de geest kunnen een klimpartij terug aan.

 

DAG 21 - 31 juli     49 km  -  14 km/u

Ik fiets deze ochtend op het gevoel. Op de kaart heb ik vele wegen gekleurd die mooi zouden moeten zijn. De LP zegt me de grote banen te ontwijken en dus neem ik na 6 km een "zijweg". Meteen begint het klimwerk, en in Timbrah word ik aangenaam verrast door een 'echt' traditioneel Balinees dorp met een mooie gemeenschappelijke plaats en een gedecoreerde tempel. Een feest zou hier losbarsten, gezien de vele slingers en opsmuk aan de dorpstempel. Ik geraak de routeplanning wat kwijt, maar ik ben goed op weg naar Bebandem waar ik verder voor de kleinere wegen kies. Ik rij door een aangename streek via Longgasan en Krotok tot ik terug op de grote baan kom. In Ababi beslis ik het gezellig fietstochtje verder te zetten. In Abang kies ik om te proberen klimmen naar Pura Lempuyang, maar na 1 km geef ik dit op want de haarspeldbochten en de stijgingsgraden zijn te steil met bepakking. Het zicht op Ugung Agung is echter schitterend. De Balinezen beschouwen de 3 km hoge vulkaan als de 'navel van de wereld' en slapen altijd met hun hoofd naar de Agung. De mystieke Balinezen geloven dat deze berg is verheven door de goden als uitkijkpunt voor het menselijke leven beneden. Voor hen is dit een centraal hemels referentiepunt, het geografische en religieuze middelpunt van de wereld. Het blijft genieten tijdens het verdere fietstochtje langs de rijstvelden.

Voor ik het besef, ben ik in de voorbuurten van Amlapura. Kinderen hebben op de middag gedaan met school en zoals iedere dag begroeten ze me met een enthousiaste "hallo mister". Ik ga de weg op naar mijn eindbestemming: Tirtha Gangga. Ik blijf eerst door rijden voor de mooie uitzichten op de sawa's. Homestay Rijasa ligt vlak voor de ingang van het waterpaleis en daar boek ik om dan meteen een duik te nemen in het frisse, verkwikkende water van het koninklijk domein. In Tirta Ayu was er geen plaats meer (nu ja: wie wil er overnachten in een kamer van 1.100.000 als je even goed dat kan in één van 50.000?!). Het zwemmen is overheerlijk (eindelijk eens echt lengtes kunnen doen van rond de 40 m) en ik ben ook de enige die in de schaduw van de oude bomen in het puurste water wil zwemmen. Andere toeristen spelen in de kleinere, ondiepere, lager en dus in de zon gelegen, maar erg vervuilde poel.

 

DAG 22 - 1 augustus  25 km  -  13 km/u

Ik klim deze morgen naar Pura Lempuyang en daarvoor neem ik de alternatieve kleine wegen. De klim duurt bijna 3 km en ik stijg van 470 naar 770 m hoogte. De laatste 700 m was ik doodop, maar dan is het nog eens tot 1030 m hoogte wandelen over vele trappen. Geen 1700 trappen en geen uur stappen zoals in het reisboek vermeld. Dat komt natuurlijk door die alternatieve wegen. Het zicht vanop de berg is magnifiek: ik zie de rijstvelden (nu ja: het groen ervan) van Tirtha Gangga, de Gunung Agung en de zee.

Op de tempel komen mensen uit de richting van die 1700 trappen en die houden een ceremonie. Ik blijf hen even volgen maar na een uur stap ik terug. Ik zag een vrouw in hindoeïstische extase. Twee mannen moesten haar ondersteunen en al schuddend (letterlijk) terug met beide voeten op de grond brengen. Bij mijn terugkomst ga ik opnieuw heerlijk zwemmen in de frisse poel van Tirtha Gangga. Het is 26° in de schaduw en dus iets minder warm dan anders ... (hahaha). Ik ga wat vroeger eten en luister nog muziek. Morgen terug klimwerk naar de heiligste tempel van Bali (de moedertempel, de navel van de wereld). Opnieuw heerlijk gegeten (noodlesoep, gado-gado met tofu en tempe en tijdens de bananenpannenkoek koop ik een bamboefluit. Iedereen tevreden!

 

DAG 23 - 2 augustus  30 km  -  15 km/u

Het stijgen gaat geleidelijk en toch heb ik het er moeilijk mee. Na Sibetan gaat de hellingsgraad meer stijgen en vind ik het niet zo plezant. Gelukkig zijn er de vele "hallo's" die me oppeppen. Van zodra ik de weg ingeslaan ben naar Sideman wordt het uitzicht schitterend. De zon schijnt ook weer op z'n best en bezweet zoek ik het door LP aanbevolen hotel met zwembad op. Het ligt in Tabola, onder Sideman, via een weg in slechte staat, nauwelijks berijdbaar. Het zicht van de kamerterras die ik onderhandel voor twee nachten voor 550.000 (ipv 700.000 Rp) brengt me in hemelse sferen.

Ik duik het zwembad met waterspuwende stenen kikkers in en ga dan verrukkelijk Thais eten. In de namiddag maak ik een werkelijk fantastische wandeling door de pittoreske rijstvelden, dramatisch gelegen in een groen dal met beboste heuvels en bergen. Ik zie er de rijst groeien, de Balinezen oogsten, paprika's, look en rozen plukken, vogels schieten, mussen verdrijven en de velden bewerken. De hitte kan me niet deren en ik geniet intens van dit leven te velde. Daarna ga ik terug zwemmen om dan de zonsondergang vanop het kamerterras mee te maken. En om deze perfecte namiddag na een niet zo plezante voormiddag af te sluiten, besluit ik mezelf te verwennen met een delicieus pompoensoepje met gember (en een knoflookbroodje), een overheerlijke vegetarische curry papaya met een lokale rode Hatten wijn en ik eindig met twee lichte (zalige) crepes van Dewa (met fruit erin gerold). Smullen en smaken, ik kan het niet laten (waarom zou ik ook?). Met nachtelijk zicht op de lichtjes in de verte die van Nusa Dua blijken (de overkant van Sanur) en opnieuw een fonkelende sterrenhemel geniet ik na met een drinkfles water. Dit is hier een aards paradijs en ik neem er alle teugen en geneugten van! Krekels, padden, kikkers en andere exotische dieren zorgen voor muzikaal entertainment.  

 

DAG 24 - 3 augustus  46 km  -  16 km/u

In tegenstelling tot gisteren ben ik op de fiets 'en plein forme'! De omgeving zal daar beslist een belangrijke rol in spelen. Ik neem de alternatieve en dus steilere weg naar boven en hoewel de stijgingsgraad dikwijls boven de 20% moet zijn, fiets ik (zonder bagage weliswaar) zalig en in geen tijd ben ik verder geraakt dan gedacht. Ik drink en doe wat cola in  de drinkfles voor het vervolg dat echter niet meer zo steil is. Bij het tempelcomplex Pura Besakih koop ik mij voor 20.000 Rp een sarong en ik ben bijna slachtoffer van dat waar de reisgids me voor gewaarschuwd had: neem geen gids, ook al dringen ze zich enorm op. Het is zo dat ze zelfs bij de officiële ticketoffice goed willen doen voor al die lokale pseudogidsen. Ik krijg de melding dat er vandaag een ceremonie is en dat ik daarom een gids moet nemen. Ik weiger en er vallen enkele blikken heen en weer van mij naar de balieman en van deze naar de lokale gidsen, die zich als een horde rondom mij hebben genesteld. Ik neem tenslotte mijn ticket vast en ga er voorbij (en waarschuw ondertussen nog andere toeristen dat ze zeker niet in deze val mogen lopen). Na dit en dat ambetant voorvalletje (want ook de aankoop van de sarong zou me aanvankelijk 100.000 Rp gekost hebben) bezoek ik het machtige, grote tempelcomplex, met een bewolkte hemel waardoor het zicht op het verste en hoogste punt belemmerd wordt, maar toch een idee geeft van dit immens prachtig stukje land dat tot aan de zee reikt. Ook het bos en het boswegeltje creëren een mystieke sfeer die perfect bij dit heiligdom past.

Ik keer via een andere route terug en deze is minder mooi dan deze van vanmorgen, maar ik verbreek mijn snelheidsrecord (zelfs zonder bagage!): 62 km/u. Onder deze weg ga ik echter wat later wel op de remmen voor een ceremoniële optocht naar Pura Besakih. Vaandeldragers, vrouwen met offerandes op het hoofd, drum- en clavecimbelspelers wandelen de berg op. De zon is vandaag dikwijls achter grijze en witte wolken, maar het wordt niet koeler dan 25°. De duik in het zwembad doet deugd en de occasionele zonnestralen ook. Voor de rest van mijn verblijf ga ik hier relaxen (oja, ik heb het met een nachtje verlengd omdat het hier te leuk is om weg te gaan). Ik ga mijn verslagen op punt zetten in een nieuw schriftje en lekker eten, wat had je gedacht... Een pad med gae (rijst, kip, uien, tomaat, cashew nootjes, en op mijn vraag extra strong chili) met een papaya juice. Opnieuw heerlijk klaar gemaakt door de koks, en met smakelijk genot door mij verorberd. Tijdens de nacht slaap ik minder goed. Is het door het constant geluid van krekels en kikkers? Was de extra strong chili dan toch te kruidig?

 

DAG 25 - 4 augustus  0 km  -  0 km/u

Gisteren een Amerikaans ontbijt (ei), vandaag een Indonesisch en dat heb ik het liefst. Een portie rijst met fijngesneden groentjes en kippevlees, thee en een papayafruitsap. De tuinmannen zijn alweer aan het werk van zonsopgang (6u30) om de exotische planten en perkjes te onderhouden. De koks komen van de markt met de verse waren in grote plastiekzakken. Benieuwd of daar tonijn bij zit, want gisteren vroeg ik ernaar omdat ik dit graag eet. Vannacht heeft het geregend en in de vroege morgen druipt het nog een beetje. De velden liggen melancholisch onder een grijs wolkendek, maar de zon ruimt rap het grijs op en rond half tien is er een frisblauwe hemel met een pak witte wolken. Tijdens het ontbijt zag ik de eenden paraderen op het veld naar een waterplekje, waar ze zich de ganse dag in wentelen. Het zou ook goed voor de rijstplanten zijn: ze eten nl. kleine diertjes op en zorgen voor natuurlijke bemesting. De mannen en vrouwen zijn ook actief op de velden van zodra de zon verschenen is. Ze verjagen vogels met geroep en blikgerammel. Ze plukken bloemen voor de offergaven, die ze met een klein ritueel voor enkele heiligdommen brengen. Ze plukken chili's van de struiken, oogsten de look, snijden gele rijstplanten met hun sikkelmessen, dragen het weg op hun hoofd. Vredige taferelen voor mijn platte-rust-dag. Geen auto, geen brommer te horen (en dat is zeldzaam op Bali!). Ideale omgeving m episch-lyrische inkt te laten vloeien. Het Thaise heerlijke voedsel voedt de benen voor de laatste reisloodjes. En ik blijf genieten van het uitzicht op de sawa's vanuit het schitterend gelegen hotel in deze groen rustgevende oase. Van al mijn reizen is deze onvoorwaardelijk de meest paradijselijke!

 

DAG 26 - 5 augustus  52 km  -  20 km/u

Vanmorgen vertrokken door prachtige rijstvelden. Ik zie onderweg ook de constructie voor een crematieceremonie (die morgen zou plaats vinden). Ik rij verder naar Klungklung en het mooie Kerta Gosa gebouw. Vervolgens rij ik door verschillende dorpen langs een tamelijk drukke baan. Onderweg valt het me op dat in Bali wel heel veel handenwerk verricht wordt (van automatisatie / mechanisatie geen sprake hier!): grachten worden kilometerslang met de handen van vele arbeiders uitgegraven, vrouwen zeven kiezelstenen en in de kunstdorpen is ieder voorwerp handmatig bewerkt. Steen, hout, stoffen, schilderijen, muziekinstrumenten. Alles met de hand. Het gaat licht naar beneden en dus bereik ik tegen de middag al Sanur. Ik check in, ga naar het strand, bekijk de schilderijen van de Belgische Le Majeur, die met de Balinese danseres en schoonheid Ni Polok, hier een huis en atelier liet bouwen. Ik wandel het geplaveide strandpad af. Sanur vind ik wel een beetje pseudo na al wat ik zag. Kunstmatig aangelegd, netjes afgelijnd, het zand gerakeld, rijke en schijnrijke toeristen slenteren langs luxehotels. Tot mijn verrassing (we zitten tenslotte toch aan zee?) eet ik er minder vers dan anders: de tonijn kon er nog net door en 's avonds waren niet alle prawns even vers, maar gelukkig wel lekker met de look. Hier is geen spectaculaire zonsondergang, maar het dansfeest dat ik op straat voor een tempel zag, was fantastisch.

Op voorhand had ik niet gepland dit te moeten zien, maar nu ik hier sta, vergaap ik me urenlang aan de magische dansen van kinderen. Het was werkelijk verbluffend om te zien hoe goed ze op elkaar afgestemd zijn, ook al is de dans onvoorstelbaar moeilijk. Alleen de muziek gaat op den duur vervelen. Het heeft wel een bezwerende invloed, maar tevens is het streng ritmische getokkel op den duur dus vervelend en vooral te luid.

 

DAG 27 - 6 augustus  22 km  -  20 km/u

Vroeg opgestaan, lekker ontbeten en dan de drukke weg op naar Denpasar, de metropool van 700.000 bewoners. Verstedelijkt Bali, dat is vooral verstikkend voor de fietser... Het lawaaierig verkeer vind ik deze keer niet zo storend en ik neem het heft in eigen handen als ik ergens wil inslaan door mij breed op het stuur, zelfverzekerd en met uitgestoken hand, de richting kies. De moeilijkste momenten zijn als je rechtsop moet, het blijft een manoeuver dat ik niet zo graag doe. Veilig en wel geraak ik gemakkelijk tot het Bali Museum (want uitstekend aangeduid). Het is dan ook pal in het centrum en zowat het enigste echt interessante aan de Balinese hoofdstad. Het is een schitterend museum waar ik de tijd neem om de grootste collectie Balinese voorwerpen te bekijken. De candi bentar (gespleten poort), binnenplaatsen en de bale kulkul doen denken aan een tempel, terwijl exposities te zien zijn in de paleisachtige gebouwen. De weg naar Jimbaran is nog drukker, en ik begin het zelf leuk te vinden mij een weg te banen door het drukke verkeer. De chauffeurs van kleine vrachtwagens vinden het zichtbaar ook leuk en passeren mij met de duim omhoog. Ik neem goedberekende risico's, want de meeste auto's en brommers gaan met een glimlach op hun rem staan voor een bepakte fietser (zonder bagage zou het een ander verhaal zijn, zeker weten!). Vanmorgen was het al 27°, dus schat ik dat het nu rond de snikhete 34° moet zijn. Zweet parelt van mij en weerspiegelt zich in de zwartgetinte ruiten van de voertuigen. Ik check echter in een leuk hotel in met een lang zwembad en een luxueuze kamer. Dit wordt de uitvalsbasis voor de laatste reisdagen. Na een verfrissend duik, ga ik een aspergesoepje met krab en een visfilet met frietjes eten. Beide een beetje te gezouten, maar met al dat verloren lichaamszout is het wellicht eens goed voor de body. Tot rond 17 uur breng ik mijn verslagen op punt en ga dan naar het strand. Na 26 dagen Bali kan ik nog steeds verwonderd worden! Dit wit strand ligt waarlijk schitterend in een ongeveer halfronde baai. Aan de ene (rechter)kant ligt de vlieghaven, aan de andere kant een hoteldorp op een heuvel. Ik wandel de kust af met de voeten in het water. Het is magisch om zien dat duizenden stoelen en honderden tafels op het strand staan, soms tot letterlijk op de scheidingslijn met de rustige zee. In het middenste gedeelte komen de surfersgolven het strand op, maar surfers zijn er niet. Dit stukje paradijs is overdag niet zo druk bezocht. Bij mijn terugtocht, nadat ik van een schitterende zonsondergang genoten heb, hebben een massa toeristen (vanwaar kwamen die ineens?) de tafeltjes bezet en eten er overheerlijk zeevoedsel. De serveuze van het hotelrestaurant had mij aanbevolen om naar Fortuin Café te gaan (hoor: For-Tu-In) omdat haar ouders deze plek runnen. Ik volg haar advies op en nestel me op de tweede rij aan zee op het strand. Voor mij zitten twee Oostenrijkse schoonheden. Ik krijg een welkomstdrink en als ik wil bestellen, roept de ober me mee naar de "keuken" waar hij enkel boxen opent met verse vis vanmorgen uit zee gehaald. De prijs van de vis is per 100 gram. Ik kies een red snapper die blinkt in zijn roodroze vel. Een jonge koksman komt bij me staan en vraagt hoe ik de vis gebakken wil hebben. Ik vraag gegrild en met een strong chili gemarineerd sausje. De vis weegt 1,2 kg en zou me dus 150.000 Rp kosten. Ik ding na een plezante discussie af naar 100.000. Zoals steeds als ik iets van de prijs afschil, neem ik er aan de andere kant iets bij: een lekkere witte Hatten wijn. Ik krijg een soepje terwijl ik wacht op de red snapper. En dan komt daar die schotel op twee plateaus: twee zijden mega grote vis, een mandje rijst, enkele frietjes en wat cruditeiten. Daarnaast vier sausjes om de rijst op smaak te brengen. Ik grap met de ober of het kwaad kan dat ik hier tot morgenochtend blijf om dit op te krijgen. Geen probleem, repliceert hij, rond 4-5-6-7 uur komen ze hier nieuwe vis aanleveren (en hij wijst naar de zee). "Ze" zijn de lichtjes op het water: vissersboten in de verte. Met dit prachtig zicht, begin ik aan mijn 'dish', deze keeer wel letterlijk als 'tafel' te verstaan. Ik heb nog nooit in mijn leven zulke lekkere vis gegeten (met uitzondering van zalm)! Het dikke visvlees smaakt zo vol en intens dat ik wel een uurtje moet getafeld hebben omdat ik van iedere beet enorm genoot. De groentjes waren niet zo vers, maar de vis is hier de ster op tafel, die alle sterren aan de lichtbewolkte hemel op een hoopje veegt. Ik bestel nog een thee om dit alles te verteren en krijg er nog een fruitsalade bij. Een groepje muzikanten komt voor de Oostenrijkse schonen twee liedjes spelen. Ik doe navraag voor een Neil Young of Jimi Hendrix cover. Heart of Gold wordt instrumentaal begonnen en de zanger kijkt naar mij om te zingen. Ik zet hem op weg en dan maken ze er een verkorte versie van. Ik word nog getrakteerd op With or Without You van U2. Mooi. De "twee meisjes op het strand" voor mij genieten ook en leggen nog een extra loonbriefje in de pet. Wie had gedacht dat ik op mijn 27ste dag in dit paradijselijk Bali, waar ik al zovele mooie momenten beleefd heb, deze dag perfect afgesloten heb? Ik alvast niet, ik was al aan het uitblazen van deze toch vermoeiende fietsreis en ik zou hier te Jimbaran niet veel meer doen. Maar in Bali staat 'niet veel meer doen' niet garant voor "niets moois meer te beleven". Er is een zeester voor mij gebracht, met een rode jurk... (a hot red chili snapper)... Ik duik van plezier het nachtelijke water in want ook en misschien vooral deze dag schrijft een zalig stukje geschiedenis...

 

DAG 28 - 7 augustus  44 km  -  18 km/u

Na een heerlijk zachte nacht kom ik vroeg wakker, trek de lopersschoenen aan en ga voor zonsopgang de kustlijn aflopen, van begin tot eind, 8 km. Het is heerlijk koel (25°, eheum) en het lopen gaat vlot. Ik kom het mooie meisje tegen dat gisterenavond rond 17 uur ook aan het lopen was. Tegelijkertijd groeten onze glimlach en mijn "good morning" en haar verlegen handzwaai elkaar. De lucht klaart op en ik zie bootjes op en aan varen. Op het noordelijke punt liggen er heel wat voor de kust aan anker en met de eerste zonnegloed daarop blinken ze in hun felle kleuren. Ik kom het meisje opnieuw tegen en nu het klaar is, zie ik pas nu goed hoe mooi en lief ze oogt... Terwijl ik denk aan een zinssnede uit Lookin' for a Love van Neil Young (there's a beach that I walk along sometimes, maybe there I meet her and we start to say hello and never think of any other time) zien echter haar stralende glimlach en mijn "hello again" niet om. You just haven't earned it yet, baby van The Smiths schieten de droomgedachten aan flarden... Ik geniet al lopend tussen de vissers en vissersboten en vissersvrouwen met manden vol verse vis langs het water en spring bezweet in het zwembad van het hotel. Ik eet aan het ontbijtbuffet niet zo veel (voor mijn doen): een cake, een croissant met aardbei, honingcornflakes met fruitstukjes en een kleine nasi goreng met kip, ui, champignons, wortels en prei zonder het gebruikelijke gebakken ei. Het is nog maar 8 uur en ik heb al een prachtig programma achter de kiezen. Ik fiets op mijn gemak uit de straten van Jimbaran, meteen een forse klim om uit het stadje te geraken en ook daarna nog eens goed klimmen. De Nederlanders noemden dit Bukitschiereiland 'De Tafelhoek', maar bukit betekent heuvel en dat is toch een juistere benaming. Dit uiterst droog en dramatisch geschapen stukje land was ooit belangrijk omwille van de culturele-religieuze zeetempels. Een daarvan is Pura Ulu Watu en die bereik ik voor de toeristen toestromen en dat levert alle tijd voor prachtige foto's. Aangezien je toch niet in de tempel zelf mag gaan, is enkel die spectaculaire ligging boven op een klip met de woeste zee die er tegen druist een must-see. Ik wandel tot het verste punt en fiets dan naar Dreamland, dromenland voor mooie (en minder mooie) rijkelui en surfliefhebbers. Na de inspanningen van het ochtendlijke lopen en de fietsklims van in het begin, heb ik het moeilijk. Het is ook veel te warm en ik drink liters vocht. Op mijn weg naar Dreamland stop ik even bij Padang Padang, een klein strandje met mooie surfgolven, idyllisch gelegen tussen twee klippen en toegankelijk via een tempel en een trap uitgehouwen uit een enorme rots, waarop de tempel gebouwd is. Er liggen schoonheden te zonnebaden, er zijn Hollanders die lawaai maken (...) en surfers op zee wachten liggend op hun plank op de perfecte golf. Hier geniet ik, maar bij Dreamland ben ik zo onthutst van het toeristisch vertier, dat ik al snel terugfiets naar het hotel, een heerlijke duik in het frisse water en een uitgebreide douche neem. Ik hou een korte strandwandeling, zet me aan een tafeltje dicht bij zee en kies mijn vis uit de ijsbox. Deze keer een King Fish (de ober herkende me van gisteren) die ik laat roosteren en marineren met look, lemoensap en chili. Ook deze vis smaakt me enorm voor kop 100.000 Rp. Naast mij is een managersfeest aan de gang en covert een goed elektrisch versterk bandje songs in de aard van Always, I Will Survive, November Rain. Een heel ander kader dan gisteren, en ook nu geniet ik van het lekkere eten en de ambiance. Opnieuw een schitterende zonsondergang.

 

DAG 29 - 8 augustus  24 km  -  20 km/u

Opnieuw gaan lopen op het strand, voor dag en dauw, en dus de zonsopgang aanschouwd op de golven van dit aangenaam vissersstadje. Tijdens het ontbijtbuffet smaken een aardbeienfruitsap, roerei met paprika, ajuin en tomaat me, naast al die andere lekkere dingen. Ik fiets in de vroege hitte naar Nusa Dua, op slechts 12 km aan de oostkant van Bukit. Na het passeren van de toegangspoort valt alle drukte van de snelle weg. Hier heerst rust, kalmte en sereniteit. Eerst op de brede, bochtige lanen, daarna op het zonneblinkend strand. Het zweet loopt van me af en ik slenter nochtans op het geplaveide kustpad. Hier doet men vooral aan watersport: in de lucht aan een ballon achter een boot, op een "worst" achter een boot voortgetrokken worden (heel actief kun je het niet noemen). Hoewel het rustig is, is het niet authentiek op dit kunstmatig aangelegd strand met brede hotels die tot aan zee reiken, waar men 100 of 200 dollar per nacht betaalt en waar men voor 150.000 Rp een voorgerechtje krijgt... Toch vind ik een goedkoper plekje waar ik aanvankelijk enkel een Caesar Salad vraag, maar uiteindelijk pas een dik uur later uit vertrek omdat ik het hier lekker vond, er een rustige sfeer was en omdat het groot zeevoedselbord er te aantrekkelijk uitzag om het links te laten liggen. Met het bananen- en ananassapje erbij slechts 175.000 Rp. Op de eerste plaats waar ik op de menukaart keek was dit de prijs voor een aperitiefhapje! Ik wandel terug en de wandeling zuidwaarts blijkt mooier te zijn dan noordwaarts. Ik fiets met bezweet lichaam terug naar het hotel, waar ik in een nieuwe kamer intrek (verdieping hoger, beter zicht op het zwembad). Ik neem een duik in het water en dan tegen de avond trek ik terug naar zee voor mijn strandwandeling. Daar ben ik getuige van een ceremonie bij valavond. Een groep mensen komt offergaves in zee werpen (rijst, bloemen, planten). Ze zijn nauwelijks hun rug gedraaid of een paar honden zijn de goden voor. Volgens de hindoeïsten zijn de goden echter vanop het moment dat er geofferd wordt, voldaan. Zo rap gaat het bij mij niet en ik zoek een mooi plekje voor een verse portie zeevoedsel. Deze keer niet bij Fortuin, maar in de zuidelijke warungs bij Mama Donny (naast Roma) waar ik frontaal voor de zee zit, met schitterend zicht dus. De prawnscocktail is een startertje dat twijfelend begint (omwille van de cocktailsaus), maar de mahi-mahi vis die ik probeer, smaakt voortreffelijk! Met de groentjes, de rijst, de sambal en wat fijngesneden pikante kruiden en uitjes, smaakt het geheel buitengewoon fantastisch! Ik geniet van mijn laatste Indonesisch avondmaal, van de zonsondergang en de nachtelijke terugtocht langs de kust op blote voeten in het water. Er is ook nauwelijks een ziel in de buurt en onder de benevelde sterrenhemel (of lag het aan de Hatten rosé) voel ik me verschrikkelijk klein. Maar hoe groots het genot dat ik hier en in gans Bali mocht ervaren!

DAG 30 - 9 augustus 

Vertrekdag... Om 6 uur opnieuw gaan lopen op het strand. Dat is werkelijk zalig: voor zonsopgang, bijna niemand op het strand, iedereen groet iedereen, het geluid van aangerolde golven... (ja, dat zijn precies de redenen waarom ik ooit aan zee wil gaan wonen). De zonsopgang zie je hier niet boven zee, maar de wolken met de eerste zonnekleuren boven zee ogen schitterend. Meestal heb ik geen probleem met vertrekken. Na zovele verlofdagen met een overvloed aan mooie momenten zijn de batterijen opgeladen om in eigen land aan het gejaagde ritme te leven. Want dat is me na alle reizen wel duidelijk: we rijden veel te snel door onze werkdagen... ongelukken op het nippertje voorkomen of er dan toch in verzeild geraken. Zelfs in onze vrije tijd zijn we net opgejaagde wilden. Opgejaagd door tijd. Want tijd is geld. En het leven kost zoveel en we verdienen te weinig. Allemaal wel waar. "Change your mind" van Neil Young is een goede afkicksong voor de stress. Want het is enkel een gedachte die we nodig hebben. Een gedachte om ons lichaam en onze geest los te maken van de tijd. Tijd maken betekent tijd kiezen. Niet jammeren dat we keuzes moeten maken. Plezier maken, plezier opzoeken in onze keuzes. Elk zijn keuze, elk zijn plezier, elk zijn tijd. Kiezen is waarlijk gaan leven... Oké, naast deze filosofische mijmering, heb ik heerlijk ontbeten aan het buffet en daarna mijn zakken gepakt. Goede service in dit hotel: ze kunnen me een weegschaal bezorgen (om straks geen extra kost aan mijn been te hebben op de luchthaven) én een sleutel om mijn pedalen van de fiets te monteren. Daarna een verkwikkende douche en na wat rust en outchecken ga ik gegrilde scampi's eten. Ik vraag en krijg "very spicy": de chili's branden op mijn tong en tegen mijn gehemelte, maar dat vind ik zalig. Blussen met water en dan dit verslag schrijven. Het is nu wachten op (gratis) vervoer naar de luchthaven om 16 uur. Neen, ook deze keer geen "departure blues": ik heb een fantastische reis achter de rug in dit - als ik het met één woord moet zeggen - PARADIJS. Op de luchthaven met bagage van exact 25 kg (die weegschaal werkte dus nog heel precies ook!) (en dus geen surplus te betalen) laat ik me nog eens gaan met een Griekse salade en een pepersteak (kwestie van het Europese voedsel weer gewoon te worden). Het slaatje smaakt overheerlijk na een maand zonder feta en olijven (o hindoeïstische goden, jullie weten niet wat jullie missen!). Zoals steeds hier zijn de komkommer, tomaat en ui superfris. Het steak is zo zacht als de boter en de pepersaus zou ik, moest ik thuis zijn, met een boterhammetje uit het bord likken. Ben ik aan het overdrijven? Nu ik mijn verslag herlees, blijkt dat ik dikwijls van alles overweldigd wordt. Dát is inderdaad de hoofdtoon van dit reisverhaal. Bali is een overweldigend paradijs, om het nu eens met twee woorden te zeggen. En het is beslist - overtuig u zelf er ooit van - geen overdrijving!

Op de vlucht van Denpasar naar Singapore kijk ik zonder te luisteren naar een film met Al Pacino (88 Minutes) en dan valt nog beter op dat dit een sterartiest is. De film duurt bijna even lang als de vlucht en ik kan in Singapore in dezelfde terminal met de shuttle van gate A1 naar A15 (anders 9 minuten wandelen...). De veiligheidsmaatregelen zijn hier strenger en vooral onze wachtrij voor de handbagagecontrole duurt lang, maar dan hoeven we natuurlijk minder lang te wachten in de zaal. Ik zetel in het vliegtuig naast een leraar Engels en Wiskunde in tal van verschillende landen. Nu ging hij in zijn vakantie vrijwilligerswerk doen om een schooltje te helpen opbouwen. We hebben een leuk gesprek van instappen tot taxi (en dat duurt door vertraging een kleine driekwartier). Ik heb zich op Singapore City by midnight, dat is fantastisch. Dan kies ik dertig songs die ik wil beluisteren terwijl ik mijn verslagen aanvul met wat extra info, want slapen op een vliegtuig, 't is niets voor mij. Goede maaltijd en dan vooral muziek beluisterd, naast de vrije goede film The Bank Job en de interessante documentaire 7 Ages of Rock Music met in de hoofdrol Pink Floyd, Roxy Music, Genesis. Ik blijf wakker en het water wordt dikwijls in bekertjes aangereikt, alsook twee belegde sandwiches. De vermoeidheid slaat toe, maar slapen zit er niet in.

 

DAG 31 - 10 augustus 

's Morgens bij het ontbijt wordt de derde man wakker en we babbelen bij het ontbijt over een wel heel serieus probleem: Georgië maakt amok en zet het leger om een gebied te heroveren! Blijkt dat de derde man een VN-gezant is die halsoverkop naar Georgië mocht vertrekken om de dialoog aan te gaan. Jawadde, kwestie van reality check up, kan dit wel tellen. In de luchthaven van Frankfurt ga ik in de rekken een paar koppen van kranten lezen en op de vlucht naar Brussel kan ik de zaterdageditie van De Morgen beginnen lezen. Naast mij komt een Westvlaams koppel zitten dat 30 dagen in Egypte heeft rondgetoerd. Hoewel het gebrek aan slaap mij parten speelt, luister ik geboeid naar hun verhaal en deel ik hen mijn reiservaring mee. In Zaventem neem ik vlot de trein naar Gent en vandaar naar Waregem, maar de vermoeidheid maakt dat ik de ogen sluit. Tegen 14 uur ben ik thuis geland en gestrand en tegen 16 uur lig ik in mijn bed. Ik val in een diepe slaap en pas rond 3 uur word ik wakker, drink iets en val nog eens in slaap tot 7 uur. De eerste werkdag van het nieuwe cursusjaar dringt zich op...

 

 

klik hier om de foto te zien op een nieuwe pagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laatste wijziging: 2 september 2008