| this note's for you ! | ||
|
zomer
2008
foto's (enkel voor breedbandverbindingen),
klik hier voor de
voorbereiding,
en hieronder vind je het
verslag |
||
|
Reisverslag DAG 0 - 10 en Ik zou niet te heel lang blijven op de personeels-BBQ, maar ik wist dat als ik ging amuseren, dat ik het met dit voornemen niet te ernstig zou nemen... En kijk, rond 22 uur was ik geenszins van plan naar mijn bedje te gaan. Ook al was de slaap iets wat ik wel degelijk kon gebruiken, zoals steeds op een BBQ met het personeel, ter afsluiting van het cursusjaar, was het aangenaam toeven. De BBQ werd omwille van het regenweer vervangen door gourmet, maar daarom was het niet minder lekker. De sfeer was goed, de wijn was lekker, de frambozenmousse van Isabel uitstekend. Rond 1 uur kom ik thuis, doe nog het noodzakelijkste voor de reis en ga slapen voor een uur of drie. De trein is stipt, en met rond de 32 kg bagage, geraak ik er met een duwtje van een medepassagier moeilijk op omwille van het te ochtendlijke uur en de ontbrekende fysieke en mentale conditie. Nog steeds slaperig land ik in Zaventem en bij de check-in bij BMI is het vrij rustig. Even een belletje omwille van het aantal kg, maar ze besluiten me niets aan te rekenen. Ik heb nog tijd voor een ontbijt, enkele berichtjes te sturen en belletjes te doen. Aan boord van het vliegtuig sluit ik nog even de ogen. In London kan ik op mijn gemak met de bus van Terminal 1 naar 3 en dan naar de check-in-balie van Singapore Airlines. Het is een vrij nieuwe wachtzaal en het comfort is, net als de oppervlakte, groot. Nu, dat moet ook wel voor de nieuwste Airbus A380 die ons in nog geen 13 uur naar de andere kant van de wereld zal loodsen. Er kunnen 471 passagiers zetelen in deze tweedekker. Het bovenste gedeelte is voor de eersteklas mensen die voor astronomische bedragen zich al die tijd kunnen ontspannen in grootse luxe. Op het main deck is het voor de toeristen, die per rij en per nummer, naar binnen worden geroepen. Door mijn vroege boeking en zetelreservering op voorhand heb ik een plaatsje voorin en mag dus bij de laatste dit mastadont van een vliegtuig binnen. Met uitzondering van de enorme grootte van dit vliegtuig onderscheidt het zich echter niet van de andere betere vliegtuigmaatschappijen zoals BA en Air France bv. Het eten is er lekker, de drankjes in overvloed en de service vlekkeloos. De passagier die op mijn rij aan de gang zit, krijgt wat wijn over zijn T-shirt, maar een half uur later mag hij uit de catalogus een T-shirt uitkiezen ter compensatie. Het entertainment aanbod is heel groot, maar uiteindelijk wel makkelijk kiezen. Na de maaltijd (een Chinese sweet and sour cod fish met rijst en geselecteerde groentjes) en een fris lekker wit wijntje, kijk ik naar 10.000 B.C., een redelijk goed filmpje. Dan luister ik naar enkele programmeerbare liedjes van Editors, Portishead, Kooks en Eagles. Van laatstgenoemde is hun laatste album inderdaad de aanschaf waard (dat is inmiddels gebeurd, ja). De volgende film, want slapen lukt me niet, mede door enkele jonge, luidkeelse kinderen en baby's in de buurt, is de betere Blood Diamond. Een mooie film met een Leonardi Di Caprio in een bijzondere hoofdrol. Er zitten enkele heel gewelddadige passages in, maar precies daardoor dringt de prent door naar de kern van de zaak: we zijn 'allemaal' schuldig aan de handel van bloeddiamanten. Vervolgens luister ik nog naar het betere werk van de jaren '80 en net voor het ontbijt naar zowaar Neil Young live, solo en acoustisch in 1971. Het ontbijt smaakt me, te meer daar we geen supper kregen, maar door het tijdsverschil is het tijd voor ontbijt. Een kleine babbel met de twee Australiërs naast me en dan nog even de ogen toe. De vermoeidheid slaat nu wel echt toe, maar slapen kan ik niet. In Singapore ga ik met het elektrisch automatisch treintje naar de andere terminal voor de vlucht naar Denpasar. Een nerveuze Balinese kunsthandelaar uit Pejeng scheidt me van een Californische schoonheid. Jammer. Het gebabbel van de Balinees laat ik voor wat het is en ik probeer nog wat uit te rusten tijdens deze vlucht van 2,5 uur, waar ik de lekkere kip met rijst als "tweede" en echt Indonesisch ontbijt voorgeschoteld krijg. De douaneformaliteiten op Bali gaan snel, maar de bagage laat op zich wachten. Echter, ze hadden mijn bagagezak apart gezet naast een bordje met mijn naam erop. De lost & found balie laat me weten dat die zak nog in Singapore staat en dat die meekomt met de volgende vlucht en dan naar mijn hotel zal gebracht worden. Na wat formulieren in te vullen, heb ik een goed voorgevoel dat dit wel in orde komt. De vriendelijk man van Sinar Bali Hotel stond daardoor wel wat langer dan normaal op mij te wachten, maar zijn warme verwelkoming brengt me letterlijk en figuurlijk in een andere wereld. De zon schittert over het rustige hotelcomplex met zwembad, palmbomen en tropische struikgewassen. Kleuren en geuren overwelmen me en ik leg me te slaap in dit paradijsje. Rond een uur of 21 kom ik wakker en ga kijken naar mijn fietszak die op dat moment net uit het busje geladen wordt. Van geluk steek ik mijn fiets nog in elkaar en blijkt dat enkel het achterlicht gebroken is. Dat had ik er dus moeten van af sleutelen, dat weet ik nu voor een volgende keer. Terug naar bed voor een heerlijke en zachte nachtrust. Want rustig is het hier. Ik schrijf dit na het ontbijt van de eerste ochtend op Bali. Ik zit hier zalig op het terras voor mijn kamer. De tuinman kuist de perkjes van het weelderige domein. Een mager katje, dat ik wellicht ook vannacht hoorde, sluipt rond de kleurrijke planten. Groenrode bladeren, 6 m hoge groene bamboeplanten, palmbomen met oranje vruchten, een soort dennenboom met errond een grassoortige klimop met rode bloemen, langs het blauwe zwembad. Daarrond liggen de kamers als kleine bungalows naast elkaar met de tropische oosterse dakpannendaken. Een vogel kwettert vrolijk. Rechts van mij ligt de ontbijtruimte waarnaartoe de toeristen zich langzaam begeven. Niets doet mij hier haasten. Dit is pas echte rust. Als ik thuis rust, is er wel altijd iets waaraan ik denk te moeten doen. Hier hoeft niets. Het verslag van de eerste dag is af en nu neem ik de volgende stap: een verkenning van de omgeving van Legian en Kuta Beach.
DAG 2 - 12 juli
DAG 3 - 13 juli
DAG 4 - 14 juli
60
km
-
16
km/u Nu de duisternis valt is het witte schuim van tussen de bomen door te zien. Ongelooflijk veel sterren fonkelen aan de hemel. Magisch! Mijn fietsreis is vandaag fantastisch goed begonnen!!!
DAG 5 - 15 juli
72
km
-
16
km/u
Ik drink er nog 2 fanta's want ik heb energie nodig na de ferme klim (en te weinig vaste slaap). Het geluid van de oceaan is wel mooi, maar oorverdovend woest. Door de verzwengende hitte heb ik opnieuw veel vocht nodig, maar de verfrissende afdaling doet ook deugd. Ik passeer een dorp waar ze muziek maken langs de straat bij een pura. Bij Bunut Bolong rij ik tussen de knoestige stengels van een wilde bunut-boom door. Verderop is een kruidnagelplantage. De specerijen geuren op matten langs de weg. Iedereen die langs de weg is, groet mij, met een glimlach en een "hello".
Rond 15 uur ben ik bij de vredige surfersbadplaats Medewi en ik vind er meteen Medewi Beach Cottages waar ik voor 100.000 Rp een spartaanse kamer krijg, maar een zalig zwembad en een mooie strandwandeling verzachten de veringen van het bed.
DAG 6 - 16 juli
100
km
-
20
km/u
DAG 7 - 17 juli
20
km
-
16
km/u De rest van de dag geniet ik van de overflow swimming pool, de prachtige tuin, het strand, de magische zonsondergang (met wellicht vulkanen van buurland Java op de achtergrond), een biefstuk-friet na een pikant scampisoepje. Er is een paradijs op aarde en het ligt in Bali!!!
DAG 8 - 18 juli
?
km
-
?
km/u Het is snikheet vandaag en daardoor ga ik niet naar Munduk, maar naar het eerste beste hotel met zwembad dat ik tegen kom op weg naar Lovina. Ik heb een zonneklop en moet terug op krachten komen. Kopje onder in het zwembad en daarna op de kamer wat slapen want buiten is het veel te warm (42°). Ik kom schijnbaar terug op krachten met een spaghetti en lookbroodjes. Ook hier word ik weer getrakteerd op een schitterende zonsondergang.
DAG 9 - 19 juli
5
km
-
16
km/u
De zonsondergang, moet het nog gezegd, was alweer fantastisch. Nu hoor ik vanop mijn terras de krekels in de struiken en de islampreek door de naburige luidsprekers. Het tropische geruis is zeer rustgevend. Ik hoop dat ik er morgen een lap kan op geven. Ik ga voor een tijdje de kust achter mij laten en de bergen in. Ik heb echter nog geen hongergevoel, noch om te eten, noch om te klimmen. Morgen is een andere dag en dus ga ik vroeg slapen.
DAG 10 - 20 juli
27
km
-
9
km/u
Het laatste stuk naar Munduk is nog een helse klim, maar mijn verblijfplaats openbaart zich als betaalbare relax-luxe met een ongeëvenaard zicht op de bergen en de zee. Op 800 m boven zeeniveau heeft deze heuvelplaats een niet zó warm klimaat. Het is omringd door grootse natuurlijke schoonheid van koffie-, cacao-, kruidnagel-, vanille- en tabaktuinen. De memorabele zonsondergang heb ik op mijn terras meegemaakt en het stelt me weer in staat om krachten terug te vinden voor eeen nieuwe uitdaging. Ik eet op de luxekamer en met een gamelan-orkest op de koer van het hotel, die rustige, repetitief monotone klanken brengt, sluit ik deze intens zalige maar tevens intens zware fietsdag af.
DAG 11 - 21 juli
63
km
-
?
km/u
Het wordt bewolkt
en ik merk dat het weer hier op 1400 m omslaat. Tijdens de afdaling naar
Pura Ulun Danu Bratan is
het voor het eerst (en laatst) "fris".
Deze tempel met meerdere
meru ligt schitterend op een kleine landtong die uitsteekt van de
westelijke oever van het Bratan meer. Er boven hangen de duister
druilerige mysterieuze mistwolken over het vredige, half hindoeïstische,
half boeddhistische tempelcomplex. De tempel werd gebouwd door de raja van Mengwi in 1633. Het subuk-altaar
is het middelpunt van ceremonies die het eiland moeten verzekeren van een
watervoorraad. De Gunung Catur, de niet meer actieve vulkaan van 2 km
hoogte, torent boven het meer uit. Ik wandel onder het gebladerte van een enorme banyan langs een
satijnzacht grasveld en fantastische tuinen met trompetbomen en gladiolen.
Links staat een boeddhistische stupa met ingewikkeld snijwerk, daarna
betreed ik de hoofdtempel Pura Teratai Bang, gedomineerd door een
meru-toren van zeven lagen. In de kleinere Pura Dalem Purwa wordt de godin
van eten en drinken geëerd. Verderop drijft Pura Ulun Danu Bratan over het
meer met haar elegante meru met drie daken gewijd aan Brahma en de meru
met drie daken met een linga gewijd aan Sjiva. Dit is de belangrijkste
irrigatietempel van Bali waar Dewi Danu, de watergodin, aanbeden wordt.
DAG 12 - 22 juli 78 km - 15 km/u Vanuit Pacung vertrek ik in de koel grijze ochtend (20°) naar Jatiluwih. Onderweg de gebruikelijke huiselijke en andere bezigheden en de bergomgeving wordt des te prachtiger naarmate ik dit dorpje nader. Daar breekt de zon door en verlicht een deel van de vele sawa's (rijstvelden). De opeenstapeling van getrapte rijstvelden is immens en prachtig! Ik neem weer wat drank en energie bij een drinkstalletje, waar schoolgaande jeugd en een oudere man rondom mij komen om een babbel te slaan. Er komt op de vervolgweg terug grijze dreiging, maar enke een natte mistsliert kan mij verfrissen want het blijft warm. Dat doet dus deugd en nog meer de schitterende uitzichten vanop de weg op de eindeloze velden.
Na dit gebied
fiets ik de 3 km lange klim naar de Pura Luhur
Batukaru en die steile weg is het absoluut waard!
Op de hellingen omgeven door
oude bossen schittert de eenzame tempel, 1300 m boven zeeniveau, met een
gigantisch, onbewoond, vochtig, tropisch bos eromheen en dus gebouwd ter
ere van de godheden van de bergen en meren. De legende wil dat de tempel
is gesticht door de hindoeïstische wijsgeer Kuturan, die in de 11e eeuw
bekeringswerk deed op Bali. Het is een pura taman (bezit een badplaats) en
is geen erg groot complex waarin een aantal heiligdommen met een aparte
symboliek staan. Een paar meter ten oosten van de tempel bevindt zich een
trap langs met mos begroeide beelden en demonen naar een vierkante vijver
met een klein eiland in het midden: een symbolische microkosmos van de
hindoeïstische Meruberg, waar de goden verblijven. Het is een fantastisch
mooi bergtempelcomplex, waar ik stilletjes van word (enkel mezelf en twee
stille toeristenkoppels aanwezig). De
afdaling naar Tabanan verloopt vlot.
Er is in deze stad echter niets te beleven (en dan te weten dat de stad prijzen
heeft gewonnen voor
schoonheid en sommigen zeggen dat het de best georganiseerde stad van Bali
is...). Ik fiets meteen verder naar Mengwi,
voor de meer toeristische, maar ook nog mooie
Pura Taman Ayun.
Dit rustige stadje is belangrijk
als vroegere zetel van een koningsdynastie. De grote tempel behoort tot de
groep staatstempels van Bali. Sinds het ontstaan in 1634 onder Raja I
Gusti Agung Anom tot de val in 1891 was Mengwi een zelfstandig koninkrijk,
waarvan de politieke invloed reikte tot in Blambangan op Oost-Java. De
dynastie werd uiteindelijk verslagen door de naburige Balinese
koninkrijken Badung en Tabanan. De elegante tempel is het op één na grootste tempelcomplex op Bali en
een van de mooiste heiligdommen op het eiland. De goed onderhouden,
indrukwekkende tuinen liggen maar een halve km ten oosten van de hoofdweg. Het
oorspronkelijke gebouw dateert van omstreeks 1740, toen heerser Cokorda
Munggu zijn staatstempel liet bouwen op de hooggelegen grond. Het wordt
deels omgeven door een brede gracht met lotussen, die de indrukt wekt dat
de tempel drijft. Het geheel bestaat uit 50 aparte bouwwerkjes en roept
een onmiskenbaar gevoel van kalmte en schoonheid op. De pura is
opgetrokken in vier ruime, steeds hogere niveaus en symboliseert de
goddelijke hindoe-kosmos. Gebeeldhouwde demonen steken af tegen de lucht;
de oude, grijze steen contrasteert met het baksteenrode pleisterwerk. De
pura is in 1937 gerestaureerd en vergroot.
Ik zag er de hoge, prachtig bewerkte
gespleten poort met houten deuren en een half kala-gezicht aan elke kant.
De oudere, tweede binnenplaats bestaat uit een lange rij van altaren, waar
bezoekende godheden zich kunnen ontspannen en amuseren. Het stenen altaar
op het oosten is gewijd aan Ibu Paibon, de koninklijke voorvader. Een
groot aantal altaren zijn replica's van de heilige vulkanen van Bali of
van grote tempels, gebouwd door de heersers van Mengwi. Zij staan op met
mos bedekte stenen fundamenten, overkapt door slanke, met zwart riet
gedekte daken in vele lagen en met prachtig besneden, houten deurtjes. De
replica's bevinden zich in de tempel opdat het volk van Mengwi ze kan
aanbidden en hun voordeel met hen kan doen zonder de kosten en moeite van
een tocht naar de originelen.
Vanuit het torentje in de linkerhoek heb je het beste uitzicht over de tempel en zijn omgeving. Voor de ingang bevindt
zich een grote wantilan waar hanengevechten, barong dansen
en andere culturele evenementen plaats vinden. Verderop vind je een grote
collectie orchideeën: op de oever van de gracht groeien fruitbomen en
geurig bloeiende cempaka en jasmijn. Tijdens de driedaagse
odalan marcheren honderden vrouwen in een rij over de brug naar de
binnenplaats met hoog opgetaste, veelkleurige gaven. De tempel is dan vol
met mensen, muziek, dans en processies en biedt een magnifiek aanblik.
DAG 13 - 23 juli 14 km - 15 km/u Na opnieuw het traditionele, lekkere ontbijt (pannenkoek met banaan, koffie en fruit) wordt dit een culturele dag. Eerst ga ik 3 km een beetje klimmen tot het Neka Museum in Campuan met werken van Affandi, Sujono, Sobrat, Kebot, Ida Bagus Made, Lempad en andere beroemde kunstenaars in stijlen van impressionisme tot abstract expressionisme. Het zweet loopt alweer bij de eerste fietslengtes van mijn lijf. 40.000 Rp lijkt wat duur, naar Balinese normen, maar het loont de moeite. Schitterende werken in een schitterend gebouw. Ik geniet ervan en neem van de naar mijn smaak mooiste werken een foto. Ik fiets verder en eigenlijk rond de andere kleine dorpen rond Ubud die samen één geheel vormen. Ik vind er echter niets aan: geef mij maar de kleine bergdorpjes die ik al mocht doorkruisen. Ik zak te voet af naar de rivier, waar rafting boten halt houden. De drukte jaagt me weer naar boven en het zweet druipt alweer van mij. Ik daal met de fiets af naar het Arma Museum, dat in een nog mooier gebouwencomplex en met nog mooiere tuinen een goede collectie herbergt van het klassieke en het moderne werk. Van de moderne durf ik foto's nemen, want ik ben de enige in dit gebouw. Voor mijn bezoek hier at ik een heerlijk zeevruchtenvoorgerechtje in de warung van het museum. Ik fiets terug naar het hotel, duik het zwembad in, maak kennis met een Balinese schrijnwerker van Ubud en zwem nog wat. In mijn frisse kamer bereid ik de volgende dag voor. Tegen de avond trek ik de Monkey Forest Road op, vind de Three Monkees waar ik aan een heerlijke dis tegen een schitterende achtergrond zetel. Ik zit op het terras tussen de rijstvelden, waar een kikker even komt kwaken, een drietal lyzards de muur opkruipen en een schitterende zonsondergang wordt ingezet. Ik trakteer er mezelf op een overheerlijke lemongrass vichysoisse met koriander, vervolgens een lokale ayam betutu (gestoomde kippeboutjes met rijst en groen bonen) en eindig met een zachte sencha thee met gember, waarvan ik in het inmiddels nachtelijk Ubud met twee lepels heerlijke honing enorm giet. En dat voor maar 120.000 Rp...
DAG 14 - 24 juli 60 km - ? km/u Het lijkt iets koeler vandaag, maar toch
loopt het zweet alweer van mij, na mijn zwarterijstpudding als ontbijt. Ik
rij naar Kelkmi naar boven en dan tussen de rijstvelden terug naar Ubud.
Ik bezoek Puri
Lukisan, het derde museum dat eveneens een must-see is.
DAG 15 - 25 juli 53 km - 11 km/u Na het ontbijt (deze keer roerei,
croissants en fruit) verlaat ik Ubud en begin met het rustige landwegje
waar het leven ontwaakt. Vandaag wordt het 1300 m klimmen (in
hoogteverschil). Maar daartussen ligt Gunung Kawi
als een groene rustpauze,
aan de oever van de bovenloop van de heilige Pakrisan, staat Gunung Kawi ("berg van de dichters") in een gebied waar
het hindoeïsme zijn eerste houvast kreeg op Bali. Het is een indrukwekkend
verblindend groen, waterig ravijn waar twee rijen oude, zwart geworden
tomben zijn uitgehakt in de natuurlijke rotshellingen als koninklijke
gedenkplaatsen. Vanaf het uitkijkpunt bovenaan een lange, steile trap kijk je neer op een
overweldigend landschap: zonverlichte watervallen en rijstterrassen vol
palmen storten zich in een diep ravijn, terwijl door het geheel een snelle
rivier stroomt. Het heilige water van de rivier moest de plek zegenen. De
sombere en onversierde tempels die in nissen in de twee tegenover elkaar
staande klippen zijn uitgehouwen, zijn façades zonder kamer erachter. Ze
zijn gebouwd aan het eind van de 11e eeuw en opmerkelijk goed bewaard
gebleven. Er zijn in totaal tien tempels - de hoofdgroep van vijf aan de
overkant van een brug ten westen van de rivier, een groep van vier aan de
oostkant van de rivier en een geheel alleen staande tempel, een kilometer
verderop aan de zuidkant van de vallei. Aan de overkant van de waterval,
in het noordwesten, is een verlaten kluizenaarswoning voor de bewaarders
van de tomben. Overal eromheen stroomt heilig water en staan steile, met
druipend mos begroeide rotswanden, wat de plaats een verheven en
eerbiedwaardige sfeer verleent. Deze tempel behoort tot de oudste bekende
monumenten van de Balinese kunst. Plaatselijk gaat het verhaal dat de
legendarische Kebo Iwo de oude optrekjes in een enkele nacht heeft
uitgesneden met zijn vingernagels - aan hem wordt het snijwerk
toegeschreven van bijna alle oude monumenten tussen de rivieren Pakrisan
en Petanu. De zeer verweerde inscripties boven de namaakdeuren van de
candi dateren de bouw in de 11e eeuw. Het hoogst decoratieve schrift dat
hier werd gebruikt, was in de mode tijdens de Oostjavaanse Kediri-periode.
De Balinezen geven meestal de voorkeur aan versiering boven omvang, maar
niet in Gunung Kawi, waar de monolithische architectuur duidelijk van Java
afkomstig is. Urs Ramseyer heeft opgemerkt dat de tomben op Indiase
tempels lijken. Stenen monumenten zijn zeldzaam op Bali, een feit dat
alleen maar bijdraagt aan de geheimzinnigheid die het doel van deze
bouwsels omgeeft. Het structurele verschil tussen deze en Javaanse
candi is echter dat de indrukwekkende afmetingen van de monumenten van
Gunung Kawi niet vrijstaand zijn, maar in reliëf zijn uitgehakt in de
massieve rotswand. Er bestaat weinig twijfel dat elke tempel is bedoeld
als gedenkteken voor een tot god geworden lid van het koninklijk huis,
aangezien ze de vorm hebben van de graftorens in Centraal- en Oost-Java.
De exacte identiteit van deze koninklijke personen is niet bekend. Een
zeer geloofwaardige theorie luidt dat de vijf candi van de
hoofdgroep zijn gebouwd door koning Udayana, zijn Javaanse koningin
Gunapriya, zijn concubine, zijn vermaarde oudste zoon Erlangga, die over
Oost-Java heerste en zijn jongste zoon Anak Wungsu. Anak Wungsu heerste
over Bali van 1050 tot 1077 n.C. en zou zijn koninkrijk hebben opgegeven
om een gelovige kluizenaar te worden. De candi aan de linkerkant in de rij
van vijf, hoger geplaatst dan de rest, zou die van koning Udayana kunnen
zijn. De vier candi aan de andere kant (ten zuiden) van de rivier zijn
gebouw voor de voornaamste concubines van Anak Wungsu. Een andere theorie
oppert dat dit hele mausoleumcomplex dient ter gedachtenis aan Anak Wungsu
en zijn koninklijke vrouwen en favoriete concubines, die zich
waarschijnlijk hadden ingemetseld om hun soeverein te volgen in het
hiernamaals. De 'tiende tombe' die pas een paar jaar na de ontdekking van
Gunung Kawi werd gevonden, is een herdenkingsteken voor een hogepriester
of voor een staatsbeambte uit de hoogste kaste, wellicht de eerste
minister van Anak Wungsu, Rakryan, die na zijn meester stierf. Een jongen
van de toko oleh-oleh (souvenierwinkel) bij de brug neemt je mee
langs een pad door de sawah naar deze vreemde candi ten zuidoosten van het
hoofdcomplex. De wandeling van een kilometer voert door een in de rosten
uitgehouwen poortje. Aan de linkerkant van de Tiende Tombe zijn nog meer
nissen. Rechts van de hoofdgroep van tempels is een klooster van
boeddhistische monniken (patapan) met vijf uit de rotsen gehouwen
cellen. Bij de samenvloeiing van de rivier Oos in Campuan, vlakbij Ubud,
zijn nog verscheidene andere asceten-cellen ontdekt, wat erop wijst dat in
de 11e eeuw de monastieke traditie (het kloosterleven) al ingang gevonden
had op Bali. De bewoners van het klooster van Gunung Kawi waren
waarschijnlijk de bewaarders van de candi. Er is nog een tweede
kluizenaarsonderkomen ten oosten van het grote klooster, bestaand uit
nissen rond een centrale binnenplaats, die wellicht hebben gediend als
slaapplaats voor bezoekende pelgrims. De smalle toegangsweg naar het
Gunung Kawi complex is in Desa Panaka. Van de hoofdweg loop je 600 m naar
het kaartjesbureau, waarna je door een vestingachtige poort gaat en 315
stenen treden afdaalt die het ravijn invoeren en op een gegeven punt door
een stuk massieve rots gaan, waarna je op de westoever van de rivier
uitkomt. Lang shet pad naar de bodem van het ravijn staan
souvenierwinkeltjes. Het uitzicht tijdens de afdaling is schitterend. Op
een bepaald punt kun je de top van Pura Mengening zien.
Het zicht is echter een schitterende compensatie voor de inspanningen. De vulkaan, het meer en de berg stralen onder de middagzon. Ik daal af naar Toyah Bungkah, een door dieven geplaagde badplaats op de westoever van het Baturmeer met versterkende warme bronnen, enorme cinemascopische uitzichten en een zwart zandstrand. Ik beslis er om niet om 4 uur op te staan om de Gunung Batur te beklimmen of te wandelen langs de pittoreske oever, maar geniet van het uitzicht en de koele lucht want onderweg wordt ik verveeld door brommers die me per se naar een of ander hotel willen loodsen. Bij het uitpakken van de LP verlies ik mijn sarong uit het oog. Ik kom tot rust in het mooi gelegen hotel met schitterend zicht. De sfeer in het dorp is hier echter bedroevend. Het hotel is megagroot, maar naast en koppel met een klein kind zie ik geen andere gasten. Voor de welkomstdrink zit er niemand bij het restaurant. Ik ga 's avonds eten op een adres dat de LP aanbeveelt, maar ik ben er de enige en ik word er ongeïnteresseerd ontvangen. De zwangere kokkin heeft er zelfs zichtbaar geen zin in. Het eten zelf (voor- en hoofdgerecht) wordt tegelijkertijd gebracht en de lokale vis blijkt nauwelijks groter dan een sardine. Ik betaal vlug, ga nog een zakje chips halen en eet deze op vanop de kamerterras met avondlijk zicht op Gunung Batur. De Baturberg en het Baturmeer liggen in een spectaculaire caldera. Deze trechtervormige krater werd zo'n miljoen jaar geleden gevormd toen de top van de berg door de druk van het magma eraf werd geblazen. Afgezien van de agressieve bevolking en opdringerige venters, is dit een prachtig stukje natuur, maar je mag er dus beter niet overnachten.
DAG 16 - 26 juli 79 km - 16 km/u Ook het ontbijt valt hier tegen en dus
verlaat ik spoedig dit oord. Tot Songan is het nog heel rustig, maar dan
begint de onverharde weg die in de benen kruipt. De klim uit het "dal"
naar de top, zo'n 3 km, is het zwaarste dat ik hier deed, maar het zicht
op de vulkaan, de berg Batur, het meer en de tempel verlichten dit. Het
blijft stijgen tot de volgende tempel, die ik niet zo de moeite vond en
zet dan de 36 km lange afdaling in, af en toe bochtig, maar in een mum van
tijd sta ik terug aan zee. Eerst even linksop naar de briljante
Pura Beji, een fijn tempeltje dat het
ommetje waard is. De
tempel is gewijd aan de godin van de natte rijst en de
vruchtbaarheid, Dewi Sri. Deze buitengewoon weelderige subak-tempel is in
de 15e eeuw gebouwd op de plek van een bron in de bloeiperiode van het
Majahpahit-rijk. De tempel is een volmaakt voorbeeld van de noordelijke
rococo-stijl met een vreemde, verdraaide symmetrie, en gebouwd van roze
zandsteen dat wemelt van de demonen en begroeiing. De betoverende poort is
overdekt met afbeeldingen van naga-slangen, denkbeeldige beesten, duivels
en leyak-wakers voor kleine deurtjes. Op de ruime binnenplaats zie je
knoestige, oude jasmijnbomen, houten beelden en een troon van de zonnegod.
Vlakbij staat de Pura Dalem van Sangsit, die reliëfpanelen bevat met
verhalen en erotische afbeeldingen, bedoeld om kwaadwillige geesten af te
schrikken.
Dit is opnieuw zo zalig en zo uitnodigend om langer te blijven, maar er zijn beslist nog andere paradijsjes, further on the travel road... 42.000 Rp voor het eten en 60.000 Rp voor het slapen: dat is zalig. Maar nog zaliger is het geluid van de golven en het gewemel van de sterren!
DAG 17 - 27 juli 70 km - 16 km/u Vandaag gaat het fietsen niet goed. Als ik nog geen 1 km opgeklommen ben naar het Aga Bali dorp geniet ik van het zicht op de Japanse Zee en de vele palmbomen. Ik keer terug naar de kustweg en vervolg de eentonige weg naar een mooie waterval en mijn eindbestemming Amed. Hier is het wel weer paradijselijk en ik boek een hotel voor 2 nachten. Hier ga ik krachten opdoen voor het volgende klimwerk langs de niet toeristische oostkust. De grote prawns in de look smaken me enorm.
DAG 18 - 28 juli 19 km - 16 km/u Vandaag kuis ik de fiets, ga zwemmen en snorkelen in zee en aan 't zwembad liggen. Twee ananassapjes, nasi goreng met verse vis, een bananenpannenkoekenrol en thee zijn het middagmaal. Een beetje losrijden bij een middagtemperatuur van 35°... veel te warm en veel te vochtig, maar wat een zaligheid om de vredige dorpjes om en achter Amed te doorkruisen op Balinees tempo. Mensen in het wit gekleed komen van een ceremonie en in kleine lorry's als sardientjes opgelaad en vervoerd. Een visser herstelt zijn netten, de runderen worden gewassen, kinderen roepen "hallo", jongvolwassenen rijden met hun brommers op en neer of spelen schaak langs de kant van de weg, op een overdekt platform. De warungs en cafés langs de waterkant ogen tropisch exotisch en onmogelijk voor de toeristen om niet even halt te houden voor middagmaal, dessert en/of koffie of thee. 's Avonds ga ik nog wat zwemmen. Een haan kraait, het zachte geluid van de golven, een vogel ijkt de noten, een krekel wordt wakker. Kip en hoentjes ritselen in de struiken, een hagedis beslist ook. Ik ben weer klaar gestoomd voor het betere klimwerk!
DAG 19 - 29 juli 50 km - 14,5 km/u Vanmorgen om 6 uur opgestaan, enerzijds voor de schitterende zonsopgang, anderzijds voor het "fris" fietsklimwerk. Adembenemende uitzichten over de oceaan en de zwarte zandstranden langs de weg tussen Amed en Ujung. Het is een moeizame route door droge heuvels, hoog boven de kust, langs afgelegen boerderijtjes, wijngaarden, vissersdorpjes. Een goede weg met onvergetelijke zichten op honderden bootjes. De tocht gaat op en neer met af en toe felle nepen van rond de 20%. Op één van zulke klims moet ik eraf want het zweet druipt van me. Ik drink twee cola's en enkele Balinese kinderen vergezellen me. De uitzichten en de kleine (arme) dorpjes op deze route zijn zeer aangenaam. Een man vertelt me dat hij iedere dag 6 km met zijn brommertje om drinkbaar water rijdt, en zijn vrouw en dochter dalen dan vanop de weg af naar hun lemen huisje. Elektriciteit? Neen, hoor! In het kleine vissersdorp Ujung valt het grote Europees ogend waterpaleis op, maar het domein zelf valt een beetje tegen. Naar Amlapura fietst een Balinees me voor op een mountainbike en hij brengt me naar de Puri Agung Palace (ook wel Puri Kanginin genoemd), dat echter een bezoek niet waard is. Ik daal af naar Candi Dasa waar ik een prachtig hotel vind met oceanviewroom, overflow swimming pool en een luxe halfopenbadkamer. Ik beslis er twee dagen te blijven. Het eten is hier heerlijk en zeer fijn. Niets nieuws onder Balinese zon...!
DAG 20 - 30 juli 8 km - 16 km/u Vanmorgen wakker geworden voor de zonsopgang, jammer, niet boven zee, maar vanachter de bergen. De toast, roerei, fruitsap en koffie smaken mij. Ik fiets langzaam naar Tenganan, het Bali Aga dorp waar toeristen thuis zijn. De Bali Aga (oudste bevolkingsgroep van Bali) hebben hun cultuur en levenswijze min of meer behouden omdat zij ervan overtuigd zijn dat zij afstammen van de goden. Ze hangen een geloof aan dat is gebaseerd op dogma's die dateren uit het koninkrijk Bedulu, gevestigd voor de hindoes arriveerden. Het dorp is een Bokrijk of levend museum waarin de mensen nog steeds leven en werken volgens een 17e eeuwse levensstijl en zich houden aan hun eigen architectuur, verwantschapssysteem, geloof, dans en muziek. Maar tekenen van deze tijden ontbreken ook wel niet: TV antennes op bamboe palen door de rieten daken, motoren en het blikkerig geluid van een cassetterecorder of radio. Het meest opvallende kenmerk is de indeling van het dorp met brede met steen geplaveide straten, die dienst doen als gemeenschapsgrond. De straten lopen in lagen omhoog zodat de regen naar beneden afloopt. De lagen zijn onderling met elkaar verbonden door steile met keien bedekte hellingen. Er zijn ook drie straten die van oost naar west lopen. De enige ingangen van dit vestingachtige dorp zijn de vier grote poorten op elk van de vier windrichtingen. Ik vind het maar niets vergeleken met de vele dorpjes die ik al passeerde met de fiets de voorbije weken. Het geven van een donatie om het dorp binnen te geraken wijst erop dat het hier de komende jaren veel zal veranderen. Nog meer en modernere TV's, radio's en brommertjes. Tegen 11 uur zit ik op mijn kamerterras met de golven van Candi Dasa. Dit is voor mij een waarachtiger Bali. Ik heb wat boodschappen gedaan en doe me te goed aan het zicht, de hapjes, de drinkjes, dit verslagje.
Relaxing time, met prachtig uitzicht op de twee kleine eilanden. De zes kleine gegrilde prawns smaken me opnieuw fantastisch, terwijl de duisternis over de zee valt. Lichten van een naburig dorp glinsteren over het water waarvan de golven steeds hoger komen (wellicht tot 2 à 3 m). Met een limoensapje geniet ik met stilte en een vredig gemoed weldra van de ontelbare sterren en de zeer goed zichtbare melkweg. Het lijkt wel of je de sterren kunt plukken van de hemel als bloemen van een struik. Het lichaam en de geest kunnen een klimpartij terug aan.
DAG 21 - 31 juli 49 km - 14 km/u Ik fiets deze ochtend op het gevoel. Op de kaart heb ik vele wegen gekleurd die mooi zouden moeten zijn. De LP zegt me de grote banen te ontwijken en dus neem ik na 6 km een "zijweg". Meteen begint het klimwerk, en in Timbrah word ik aangenaam verrast door een 'echt' traditioneel Balinees dorp met een mooie gemeenschappelijke plaats en een gedecoreerde tempel. Een feest zou hier losbarsten, gezien de vele slingers en opsmuk aan de dorpstempel. Ik geraak de routeplanning wat kwijt, maar ik ben goed op weg naar Bebandem waar ik verder voor de kleinere wegen kies. Ik rij door een aangename streek via Longgasan en Krotok tot ik terug op de grote baan kom. In Ababi beslis ik het gezellig fietstochtje verder te zetten. In Abang kies ik om te proberen klimmen naar Pura Lempuyang, maar na 1 km geef ik dit op want de haarspeldbochten en de stijgingsgraden zijn te steil met bepakking. Het zicht op Ugung Agung is echter schitterend. De Balinezen beschouwen de 3 km hoge vulkaan als de 'navel van de wereld' en slapen altijd met hun hoofd naar de Agung. De mystieke Balinezen geloven dat deze berg is verheven door de goden als uitkijkpunt voor het menselijke leven beneden. Voor hen is dit een centraal hemels referentiepunt, het geografische en religieuze middelpunt van de wereld. Het blijft genieten tijdens het verdere fietstochtje langs de rijstvelden.
Voor ik het besef, ben ik in de voorbuurten van Amlapura. Kinderen hebben op de middag gedaan met school en zoals iedere dag begroeten ze me met een enthousiaste "hallo mister". Ik ga de weg op naar mijn eindbestemming: Tirtha Gangga. Ik blijf eerst door rijden voor de mooie uitzichten op de sawa's. Homestay Rijasa ligt vlak voor de ingang van het waterpaleis en daar boek ik om dan meteen een duik te nemen in het frisse, verkwikkende water van het koninklijk domein. In Tirta Ayu was er geen plaats meer (nu ja: wie wil er overnachten in een kamer van 1.100.000 als je even goed dat kan in één van 50.000?!). Het zwemmen is overheerlijk (eindelijk eens echt lengtes kunnen doen van rond de 40 m) en ik ben ook de enige die in de schaduw van de oude bomen in het puurste water wil zwemmen. Andere toeristen spelen in de kleinere, ondiepere, lager en dus in de zon gelegen, maar erg vervuilde poel.
DAG 22 - 1 augustus 25 km - 13 km/u Ik klim deze morgen naar Pura Lempuyang en daarvoor neem ik de alternatieve kleine wegen. De klim duurt bijna 3 km en ik stijg van 470 naar 770 m hoogte. De laatste 700 m was ik doodop, maar dan is het nog eens tot 1030 m hoogte wandelen over vele trappen. Geen 1700 trappen en geen uur stappen zoals in het reisboek vermeld. Dat komt natuurlijk door die alternatieve wegen. Het zicht vanop de berg is magnifiek: ik zie de rijstvelden (nu ja: het groen ervan) van Tirtha Gangga, de Gunung Agung en de zee.
Op de tempel komen mensen uit de richting van die 1700 trappen en die houden een ceremonie. Ik blijf hen even volgen maar na een uur stap ik terug. Ik zag een vrouw in hindoeïstische extase. Twee mannen moesten haar ondersteunen en al schuddend (letterlijk) terug met beide voeten op de grond brengen. Bij mijn terugkomst ga ik opnieuw heerlijk zwemmen in de frisse poel van Tirtha Gangga. Het is 26° in de schaduw en dus iets minder warm dan anders ... (hahaha). Ik ga wat vroeger eten en luister nog muziek. Morgen terug klimwerk naar de heiligste tempel van Bali (de moedertempel, de navel van de wereld). Opnieuw heerlijk gegeten (noodlesoep, gado-gado met tofu en tempe en tijdens de bananenpannenkoek koop ik een bamboefluit. Iedereen tevreden!
DAG 23 - 2 augustus 30 km - 15 km/u Het stijgen gaat geleidelijk en toch heb ik het er moeilijk mee. Na Sibetan gaat de hellingsgraad meer stijgen en vind ik het niet zo plezant. Gelukkig zijn er de vele "hallo's" die me oppeppen. Van zodra ik de weg ingeslaan ben naar Sideman wordt het uitzicht schitterend. De zon schijnt ook weer op z'n best en bezweet zoek ik het door LP aanbevolen hotel met zwembad op. Het ligt in Tabola, onder Sideman, via een weg in slechte staat, nauwelijks berijdbaar. Het zicht van de kamerterras die ik onderhandel voor twee nachten voor 550.000 (ipv 700.000 Rp) brengt me in hemelse sferen. Ik duik het zwembad met waterspuwende stenen kikkers in en ga dan verrukkelijk Thais eten. In de namiddag maak ik een werkelijk fantastische wandeling door de pittoreske rijstvelden, dramatisch gelegen in een groen dal met beboste heuvels en bergen. Ik zie er de rijst groeien, de Balinezen oogsten, paprika's, look en rozen plukken, vogels schieten, mussen verdrijven en de velden bewerken. De hitte kan me niet deren en ik geniet intens van dit leven te velde. Daarna ga ik terug zwemmen om dan de zonsondergang vanop het kamerterras mee te maken. En om deze perfecte namiddag na een niet zo plezante voormiddag af te sluiten, besluit ik mezelf te verwennen met een delicieus pompoensoepje met gember (en een knoflookbroodje), een overheerlijke vegetarische curry papaya met een lokale rode Hatten wijn en ik eindig met twee lichte (zalige) crepes van Dewa (met fruit erin gerold). Smullen en smaken, ik kan het niet laten (waarom zou ik ook?). Met nachtelijk zicht op de lichtjes in de verte die van Nusa Dua blijken (de overkant van Sanur) en opnieuw een fonkelende sterrenhemel geniet ik na met een drinkfles water. Dit is hier een aards paradijs en ik neem er alle teugen en geneugten van! Krekels, padden, kikkers en andere exotische dieren zorgen voor muzikaal entertainment.
DAG 24 - 3 augustus 46 km - 16 km/u In tegenstelling tot gisteren ben ik op de fiets 'en plein forme'! De omgeving zal daar beslist een belangrijke rol in spelen. Ik neem de alternatieve en dus steilere weg naar boven en hoewel de stijgingsgraad dikwijls boven de 20% moet zijn, fiets ik (zonder bagage weliswaar) zalig en in geen tijd ben ik verder geraakt dan gedacht. Ik drink en doe wat cola in de drinkfles voor het vervolg dat echter niet meer zo steil is. Bij het tempelcomplex Pura Besakih koop ik mij voor 20.000 Rp een sarong en ik ben bijna slachtoffer van dat waar de reisgids me voor gewaarschuwd had: neem geen gids, ook al dringen ze zich enorm op. Het is zo dat ze zelfs bij de officiële ticketoffice goed willen doen voor al die lokale pseudogidsen. Ik krijg de melding dat er vandaag een ceremonie is en dat ik daarom een gids moet nemen. Ik weiger en er vallen enkele blikken heen en weer van mij naar de balieman en van deze naar de lokale gidsen, die zich als een horde rondom mij hebben genesteld. Ik neem tenslotte mijn ticket vast en ga er voorbij (en waarschuw ondertussen nog andere toeristen dat ze zeker niet in deze val mogen lopen). Na dit en dat ambetant voorvalletje (want ook de aankoop van de sarong zou me aanvankelijk 100.000 Rp gekost hebben) bezoek ik het machtige, grote tempelcomplex, met een bewolkte hemel waardoor het zicht op het verste en hoogste punt belemmerd wordt, maar toch een idee geeft van dit immens prachtig stukje land dat tot aan de zee reikt. Ook het bos en het boswegeltje creëren een mystieke sfeer die perfect bij dit heiligdom past.
Ik keer via een andere route terug en deze is minder mooi dan deze van vanmorgen, maar ik verbreek mijn snelheidsrecord (zelfs zonder bagage!): 62 km/u. Onder deze weg ga ik echter wat later wel op de remmen voor een ceremoniële optocht naar Pura Besakih. Vaandeldragers, vrouwen met offerandes op het hoofd, drum- en clavecimbelspelers wandelen de berg op. De zon is vandaag dikwijls achter grijze en witte wolken, maar het wordt niet koeler dan 25°. De duik in het zwembad doet deugd en de occasionele zonnestralen ook. Voor de rest van mijn verblijf ga ik hier relaxen (oja, ik heb het met een nachtje verlengd omdat het hier te leuk is om weg te gaan). Ik ga mijn verslagen op punt zetten in een nieuw schriftje en lekker eten, wat had je gedacht... Een pad med gae (rijst, kip, uien, tomaat, cashew nootjes, en op mijn vraag extra strong chili) met een papaya juice. Opnieuw heerlijk klaar gemaakt door de koks, en met smakelijk genot door mij verorberd. Tijdens de nacht slaap ik minder goed. Is het door het constant geluid van krekels en kikkers? Was de extra strong chili dan toch te kruidig?
DAG 25 - 4 augustus 0 km - 0 km/u Gisteren een Amerikaans ontbijt (ei), vandaag een Indonesisch en dat heb ik het liefst. Een portie rijst met fijngesneden groentjes en kippevlees, thee en een papayafruitsap. De tuinmannen zijn alweer aan het werk van zonsopgang (6u30) om de exotische planten en perkjes te onderhouden. De koks komen van de markt met de verse waren in grote plastiekzakken. Benieuwd of daar tonijn bij zit, want gisteren vroeg ik ernaar omdat ik dit graag eet. Vannacht heeft het geregend en in de vroege morgen druipt het nog een beetje. De velden liggen melancholisch onder een grijs wolkendek, maar de zon ruimt rap het grijs op en rond half tien is er een frisblauwe hemel met een pak witte wolken. Tijdens het ontbijt zag ik de eenden paraderen op het veld naar een waterplekje, waar ze zich de ganse dag in wentelen. Het zou ook goed voor de rijstplanten zijn: ze eten nl. kleine diertjes op en zorgen voor natuurlijke bemesting. De mannen en vrouwen zijn ook actief op de velden van zodra de zon verschenen is. Ze verjagen vogels met geroep en blikgerammel. Ze plukken bloemen voor de offergaven, die ze met een klein ritueel voor enkele heiligdommen brengen. Ze plukken chili's van de struiken, oogsten de look, snijden gele rijstplanten met hun sikkelmessen, dragen het weg op hun hoofd. Vredige taferelen voor mijn platte-rust-dag. Geen auto, geen brommer te horen (en dat is zeldzaam op Bali!). Ideale omgeving m episch-lyrische inkt te laten vloeien. Het Thaise heerlijke voedsel voedt de benen voor de laatste reisloodjes. En ik blijf genieten van het uitzicht op de sawa's vanuit het schitterend gelegen hotel in deze groen rustgevende oase. Van al mijn reizen is deze onvoorwaardelijk de meest paradijselijke!
DAG 26 - 5 augustus 52 km - 20 km/u Vanmorgen vertrokken door prachtige rijstvelden. Ik zie onderweg ook de constructie voor een crematieceremonie (die morgen zou plaats vinden). Ik rij verder naar Klungklung en het mooie Kerta Gosa gebouw. Vervolgens rij ik door verschillende dorpen langs een tamelijk drukke baan. Onderweg valt het me op dat in Bali wel heel veel handenwerk verricht wordt (van automatisatie / mechanisatie geen sprake hier!): grachten worden kilometerslang met de handen van vele arbeiders uitgegraven, vrouwen zeven kiezelstenen en in de kunstdorpen is ieder voorwerp handmatig bewerkt. Steen, hout, stoffen, schilderijen, muziekinstrumenten. Alles met de hand. Het gaat licht naar beneden en dus bereik ik tegen de middag al Sanur. Ik check in, ga naar het strand, bekijk de schilderijen van de Belgische Le Majeur, die met de Balinese danseres en schoonheid Ni Polok, hier een huis en atelier liet bouwen. Ik wandel het geplaveide strandpad af. Sanur vind ik wel een beetje pseudo na al wat ik zag. Kunstmatig aangelegd, netjes afgelijnd, het zand gerakeld, rijke en schijnrijke toeristen slenteren langs luxehotels. Tot mijn verrassing (we zitten tenslotte toch aan zee?) eet ik er minder vers dan anders: de tonijn kon er nog net door en 's avonds waren niet alle prawns even vers, maar gelukkig wel lekker met de look. Hier is geen spectaculaire zonsondergang, maar het dansfeest dat ik op straat voor een tempel zag, was fantastisch.
Op voorhand had ik niet gepland dit te moeten zien, maar nu ik hier sta, vergaap ik me urenlang aan de magische dansen van kinderen. Het was werkelijk verbluffend om te zien hoe goed ze op elkaar afgestemd zijn, ook al is de dans onvoorstelbaar moeilijk. Alleen de muziek gaat op den duur vervelen. Het heeft wel een bezwerende invloed, maar tevens is het streng ritmische getokkel op den duur dus vervelend en vooral te luid.
DAG 27 - 6 augustus 22 km - 20 km/u Vroeg opgestaan, lekker ontbeten en dan de drukke weg op naar Denpasar, de metropool van 700.000 bewoners. Verstedelijkt Bali, dat is vooral verstikkend voor de fietser... Het lawaaierig verkeer vind ik deze keer niet zo storend en ik neem het heft in eigen handen als ik ergens wil inslaan door mij breed op het stuur, zelfverzekerd en met uitgestoken hand, de richting kies. De moeilijkste momenten zijn als je rechtsop moet, het blijft een manoeuver dat ik niet zo graag doe. Veilig en wel geraak ik gemakkelijk tot het Bali Museum (want uitstekend aangeduid). Het is dan ook pal in het centrum en zowat het enigste echt interessante aan de Balinese hoofdstad. Het is een schitterend museum waar ik de tijd neem om de grootste collectie Balinese voorwerpen te bekijken. De candi bentar (gespleten poort), binnenplaatsen en de bale kulkul doen denken aan een tempel, terwijl exposities te zien zijn in de paleisachtige gebouwen. De weg naar Jimbaran is nog drukker, en ik begin het zelf leuk te vinden mij een weg te banen door het drukke verkeer. De chauffeurs van kleine vrachtwagens vinden het zichtbaar ook leuk en passeren mij met de duim omhoog. Ik neem goedberekende risico's, want de meeste auto's en brommers gaan met een glimlach op hun rem staan voor een bepakte fietser (zonder bagage zou het een ander verhaal zijn, zeker weten!). Vanmorgen was het al 27°, dus schat ik dat het nu rond de snikhete 34° moet zijn. Zweet parelt van mij en weerspiegelt zich in de zwartgetinte ruiten van de voertuigen. Ik check echter in een leuk hotel in met een lang zwembad en een luxueuze kamer. Dit wordt de uitvalsbasis voor de laatste reisdagen. Na een verfrissend duik, ga ik een aspergesoepje met krab en een visfilet met frietjes eten. Beide een beetje te gezouten, maar met al dat verloren lichaamszout is het wellicht eens goed voor de body. Tot rond 17 uur breng ik mijn verslagen op punt en ga dan naar het strand. Na 26 dagen Bali kan ik nog steeds verwonderd worden! Dit wit strand ligt waarlijk schitterend in een ongeveer halfronde baai. Aan de ene (rechter)kant ligt de vlieghaven, aan de andere kant een hoteldorp op een heuvel. Ik wandel de kust af met de voeten in het water. Het is magisch om zien dat duizenden stoelen en honderden tafels op het strand staan, soms tot letterlijk op de scheidingslijn met de rustige zee. In het middenste gedeelte komen de surfersgolven het strand op, maar surfers zijn er niet. Dit stukje paradijs is overdag niet zo druk bezocht. Bij mijn terugtocht, nadat ik van een schitterende zonsondergang genoten heb, hebben een massa toeristen (vanwaar kwamen die ineens?) de tafeltjes bezet en eten er overheerlijk zeevoedsel. De serveuze van het hotelrestaurant had mij aanbevolen om naar Fortuin Café te gaan (hoor: For-Tu-In) omdat haar ouders deze plek runnen. Ik volg haar advies op en nestel me op de tweede rij aan zee op het strand. Voor mij zitten twee Oostenrijkse schoonheden. Ik krijg een welkomstdrink en als ik wil bestellen, roept de ober me mee naar de "keuken" waar hij enkel boxen opent met verse vis vanmorgen uit zee gehaald. De prijs van de vis is per 100 gram. Ik kies een red snapper die blinkt in zijn roodroze vel. Een jonge koksman komt bij me staan en vraagt hoe ik de vis gebakken wil hebben. Ik vraag gegrild en met een strong chili gemarineerd sausje. De vis weegt 1,2 kg en zou me dus 150.000 Rp kosten. Ik ding na een plezante discussie af naar 100.000. Zoals steeds als ik iets van de prijs afschil, neem ik er aan de andere kant iets bij: een lekkere witte Hatten wijn. Ik krijg een soepje terwijl ik wacht op de red snapper. En dan komt daar die schotel op twee plateaus: twee zijden mega grote vis, een mandje rijst, enkele frietjes en wat cruditeiten. Daarnaast vier sausjes om de rijst op smaak te brengen. Ik grap met de ober of het kwaad kan dat ik hier tot morgenochtend blijf om dit op te krijgen. Geen probleem, repliceert hij, rond 4-5-6-7 uur komen ze hier nieuwe vis aanleveren (en hij wijst naar de zee). "Ze" zijn de lichtjes op het water: vissersboten in de verte. Met dit prachtig zicht, begin ik aan mijn 'dish', deze keeer wel letterlijk als 'tafel' te verstaan. Ik heb nog nooit in mijn leven zulke lekkere vis gegeten (met uitzondering van zalm)! Het dikke visvlees smaakt zo vol en intens dat ik wel een uurtje moet getafeld hebben omdat ik van iedere beet enorm genoot. De groentjes waren niet zo vers, maar de vis is hier de ster op tafel, die alle sterren aan de lichtbewolkte hemel op een hoopje veegt. Ik bestel nog een thee om dit alles te verteren en krijg er nog een fruitsalade bij. Een groepje muzikanten komt voor de Oostenrijkse schonen twee liedjes spelen. Ik doe navraag voor een Neil Young of Jimi Hendrix cover. Heart of Gold wordt instrumentaal begonnen en de zanger kijkt naar mij om te zingen. Ik zet hem op weg en dan maken ze er een verkorte versie van. Ik word nog getrakteerd op With or Without You van U2. Mooi. De "twee meisjes op het strand" voor mij genieten ook en leggen nog een extra loonbriefje in de pet. Wie had gedacht dat ik op mijn 27ste dag in dit paradijselijk Bali, waar ik al zovele mooie momenten beleefd heb, deze dag perfect afgesloten heb? Ik alvast niet, ik was al aan het uitblazen van deze toch vermoeiende fietsreis en ik zou hier te Jimbaran niet veel meer doen. Maar in Bali staat 'niet veel meer doen' niet garant voor "niets moois meer te beleven". Er is een zeester voor mij gebracht, met een rode jurk... (a hot red chili snapper)... Ik duik van plezier het nachtelijke water in want ook en misschien vooral deze dag schrijft een zalig stukje geschiedenis...
DAG 28 - 7 augustus 44 km - 18 km/u Na een heerlijk zachte nacht kom ik vroeg wakker, trek de lopersschoenen aan en ga voor zonsopgang de kustlijn aflopen, van begin tot eind, 8 km. Het is heerlijk koel (25°, eheum) en het lopen gaat vlot. Ik kom het mooie meisje tegen dat gisterenavond rond 17 uur ook aan het lopen was. Tegelijkertijd groeten onze glimlach en mijn "good morning" en haar verlegen handzwaai elkaar. De lucht klaart op en ik zie bootjes op en aan varen. Op het noordelijke punt liggen er heel wat voor de kust aan anker en met de eerste zonnegloed daarop blinken ze in hun felle kleuren. Ik kom het meisje opnieuw tegen en nu het klaar is, zie ik pas nu goed hoe mooi en lief ze oogt... Terwijl ik denk aan een zinssnede uit Lookin' for a Love van Neil Young (there's a beach that I walk along sometimes, maybe there I meet her and we start to say hello and never think of any other time) zien echter haar stralende glimlach en mijn "hello again" niet om. You just haven't earned it yet, baby van The Smiths schieten de droomgedachten aan flarden... Ik geniet al lopend tussen de vissers en vissersboten en vissersvrouwen met manden vol verse vis langs het water en spring bezweet in het zwembad van het hotel. Ik eet aan het ontbijtbuffet niet zo veel (voor mijn doen): een cake, een croissant met aardbei, honingcornflakes met fruitstukjes en een kleine nasi goreng met kip, ui, champignons, wortels en prei zonder het gebruikelijke gebakken ei. Het is nog maar 8 uur en ik heb al een prachtig programma achter de kiezen. Ik fiets op mijn gemak uit de straten van Jimbaran, meteen een forse klim om uit het stadje te geraken en ook daarna nog eens goed klimmen. De Nederlanders noemden dit Bukitschiereiland 'De Tafelhoek', maar bukit betekent heuvel en dat is toch een juistere benaming. Dit uiterst droog en dramatisch geschapen stukje land was ooit belangrijk omwille van de culturele-religieuze zeetempels. Een daarvan is Pura Ulu Watu en die bereik ik voor de toeristen toestromen en dat levert alle tijd voor prachtige foto's. Aangezien je toch niet in de tempel zelf mag gaan, is enkel die spectaculaire ligging boven op een klip met de woeste zee die er tegen druist een must-see. Ik wandel tot het verste punt en fiets dan naar Dreamland, dromenland voor mooie (en minder mooie) rijkelui en surfliefhebbers. Na de inspanningen van het ochtendlijke lopen en de fietsklims van in het begin, heb ik het moeilijk. Het is ook veel te warm en ik drink liters vocht. Op mijn weg naar Dreamland stop ik even bij Padang Padang, een klein strandje met mooie surfgolven, idyllisch gelegen tussen twee klippen en toegankelijk via een tempel en een trap uitgehouwen uit een enorme rots, waarop de tempel gebouwd is. Er liggen schoonheden te zonnebaden, er zijn Hollanders die lawaai maken (...) en surfers op zee wachten liggend op hun plank op de perfecte golf. Hier geniet ik, maar bij Dreamland ben ik zo onthutst van het toeristisch vertier, dat ik al snel terugfiets naar het hotel, een heerlijke duik in het frisse water en een uitgebreide douche neem. Ik hou een korte strandwandeling, zet me aan een tafeltje dicht bij zee en kies mijn vis uit de ijsbox. Deze keer een King Fish (de ober herkende me van gisteren) die ik laat roosteren en marineren met look, lemoensap en chili. Ook deze vis smaakt me enorm voor kop 100.000 Rp. Naast mij is een managersfeest aan de gang en covert een goed elektrisch versterk bandje songs in de aard van Always, I Will Survive, November Rain. Een heel ander kader dan gisteren, en ook nu geniet ik van het lekkere eten en de ambiance. Opnieuw een schitterende zonsondergang.
DAG 29 - 8 augustus 24 km - 20 km/u Opnieuw gaan lopen op het strand, voor dag en dauw, en dus de zonsopgang aanschouwd op de golven van dit aangenaam vissersstadje. Tijdens het ontbijtbuffet smaken een aardbeienfruitsap, roerei met paprika, ajuin en tomaat me, naast al die andere lekkere dingen. Ik fiets in de vroege hitte naar Nusa Dua, op slechts 12 km aan de oostkant van Bukit. Na het passeren van de toegangspoort valt alle drukte van de snelle weg. Hier heerst rust, kalmte en sereniteit. Eerst op de brede, bochtige lanen, daarna op het zonneblinkend strand. Het zweet loopt van me af en ik slenter nochtans op het geplaveide kustpad. Hier doet men vooral aan watersport: in de lucht aan een ballon achter een boot, op een "worst" achter een boot voortgetrokken worden (heel actief kun je het niet noemen). Hoewel het rustig is, is het niet authentiek op dit kunstmatig aangelegd strand met brede hotels die tot aan zee reiken, waar men 100 of 200 dollar per nacht betaalt en waar men voor 150.000 Rp een voorgerechtje krijgt... Toch vind ik een goedkoper plekje waar ik aanvankelijk enkel een Caesar Salad vraag, maar uiteindelijk pas een dik uur later uit vertrek omdat ik het hier lekker vond, er een rustige sfeer was en omdat het groot zeevoedselbord er te aantrekkelijk uitzag om het links te laten liggen. Met het bananen- en ananassapje erbij slechts 175.000 Rp. Op de eerste plaats waar ik op de menukaart keek was dit de prijs voor een aperitiefhapje! Ik wandel terug en de wandeling zuidwaarts blijkt mooier te zijn dan noordwaarts. Ik fiets met bezweet lichaam terug naar het hotel, waar ik in een nieuwe kamer intrek (verdieping hoger, beter zicht op het zwembad). Ik neem een duik in het water en dan tegen de avond trek ik terug naar zee voor mijn strandwandeling. Daar ben ik getuige van een ceremonie bij valavond. Een groep mensen komt offergaves in zee werpen (rijst, bloemen, planten). Ze zijn nauwelijks hun rug gedraaid of een paar honden zijn de goden voor. Volgens de hindoeïsten zijn de goden echter vanop het moment dat er geofferd wordt, voldaan. Zo rap gaat het bij mij niet en ik zoek een mooi plekje voor een verse portie zeevoedsel. Deze keer niet bij Fortuin, maar in de zuidelijke warungs bij Mama Donny (naast Roma) waar ik frontaal voor de zee zit, met schitterend zicht dus. De prawnscocktail is een startertje dat twijfelend begint (omwille van de cocktailsaus), maar de mahi-mahi vis die ik probeer, smaakt voortreffelijk! Met de groentjes, de rijst, de sambal en wat fijngesneden pikante kruiden en uitjes, smaakt het geheel buitengewoon fantastisch! Ik geniet van mijn laatste Indonesisch avondmaal, van de zonsondergang en de nachtelijke terugtocht langs de kust op blote voeten in het water. Er is ook nauwelijks een ziel in de buurt en onder de benevelde sterrenhemel (of lag het aan de Hatten rosé) voel ik me verschrikkelijk klein. Maar hoe groots het genot dat ik hier en in gans Bali mocht ervaren!
DAG 30 - 9 augustus Vertrekdag... Om 6 uur opnieuw gaan lopen op het strand. Dat is werkelijk zalig: voor zonsopgang, bijna niemand op het strand, iedereen groet iedereen, het geluid van aangerolde golven... (ja, dat zijn precies de redenen waarom ik ooit aan zee wil gaan wonen). De zonsopgang zie je hier niet boven zee, maar de wolken met de eerste zonnekleuren boven zee ogen schitterend. Meestal heb ik geen probleem met vertrekken. Na zovele verlofdagen met een overvloed aan mooie momenten zijn de batterijen opgeladen om in eigen land aan het gejaagde ritme te leven. Want dat is me na alle reizen wel duidelijk: we rijden veel te snel door onze werkdagen... ongelukken op het nippertje voorkomen of er dan toch in verzeild geraken. Zelfs in onze vrije tijd zijn we net opgejaagde wilden. Opgejaagd door tijd. Want tijd is geld. En het leven kost zoveel en we verdienen te weinig. Allemaal wel waar. "Change your mind" van Neil Young is een goede afkicksong voor de stress. Want het is enkel een gedachte die we nodig hebben. Een gedachte om ons lichaam en onze geest los te maken van de tijd. Tijd maken betekent tijd kiezen. Niet jammeren dat we keuzes moeten maken. Plezier maken, plezier opzoeken in onze keuzes. Elk zijn keuze, elk zijn plezier, elk zijn tijd. Kiezen is waarlijk gaan leven... Oké, naast deze filosofische mijmering, heb ik heerlijk ontbeten aan het buffet en daarna mijn zakken gepakt. Goede service in dit hotel: ze kunnen me een weegschaal bezorgen (om straks geen extra kost aan mijn been te hebben op de luchthaven) én een sleutel om mijn pedalen van de fiets te monteren. Daarna een verkwikkende douche en na wat rust en outchecken ga ik gegrilde scampi's eten. Ik vraag en krijg "very spicy": de chili's branden op mijn tong en tegen mijn gehemelte, maar dat vind ik zalig. Blussen met water en dan dit verslag schrijven. Het is nu wachten op (gratis) vervoer naar de luchthaven om 16 uur. Neen, ook deze keer geen "departure blues": ik heb een fantastische reis achter de rug in dit - als ik het met één woord moet zeggen - PARADIJS. Op de luchthaven met bagage van exact 25 kg (die weegschaal werkte dus nog heel precies ook!) (en dus geen surplus te betalen) laat ik me nog eens gaan met een Griekse salade en een pepersteak (kwestie van het Europese voedsel weer gewoon te worden). Het slaatje smaakt overheerlijk na een maand zonder feta en olijven (o hindoeïstische goden, jullie weten niet wat jullie missen!). Zoals steeds hier zijn de komkommer, tomaat en ui superfris. Het steak is zo zacht als de boter en de pepersaus zou ik, moest ik thuis zijn, met een boterhammetje uit het bord likken. Ben ik aan het overdrijven? Nu ik mijn verslag herlees, blijkt dat ik dikwijls van alles overweldigd wordt. Dát is inderdaad de hoofdtoon van dit reisverhaal. Bali is een overweldigend paradijs, om het nu eens met twee woorden te zeggen. En het is beslist - overtuig u zelf er ooit van - geen overdrijving! Op de vlucht van Denpasar naar Singapore kijk ik zonder te luisteren naar een film met Al Pacino (88 Minutes) en dan valt nog beter op dat dit een sterartiest is. De film duurt bijna even lang als de vlucht en ik kan in Singapore in dezelfde terminal met de shuttle van gate A1 naar A15 (anders 9 minuten wandelen...). De veiligheidsmaatregelen zijn hier strenger en vooral onze wachtrij voor de handbagagecontrole duurt lang, maar dan hoeven we natuurlijk minder lang te wachten in de zaal. Ik zetel in het vliegtuig naast een leraar Engels en Wiskunde in tal van verschillende landen. Nu ging hij in zijn vakantie vrijwilligerswerk doen om een schooltje te helpen opbouwen. We hebben een leuk gesprek van instappen tot taxi (en dat duurt door vertraging een kleine driekwartier). Ik heb zich op Singapore City by midnight, dat is fantastisch. Dan kies ik dertig songs die ik wil beluisteren terwijl ik mijn verslagen aanvul met wat extra info, want slapen op een vliegtuig, 't is niets voor mij. Goede maaltijd en dan vooral muziek beluisterd, naast de vrije goede film The Bank Job en de interessante documentaire 7 Ages of Rock Music met in de hoofdrol Pink Floyd, Roxy Music, Genesis. Ik blijf wakker en het water wordt dikwijls in bekertjes aangereikt, alsook twee belegde sandwiches. De vermoeidheid slaat toe, maar slapen zit er niet in.
DAG 31 - 10 augustus 's Morgens bij het ontbijt wordt de derde man wakker en we babbelen bij het ontbijt over een wel heel serieus probleem: Georgië maakt amok en zet het leger om een gebied te heroveren! Blijkt dat de derde man een VN-gezant is die halsoverkop naar Georgië mocht vertrekken om de dialoog aan te gaan. Jawadde, kwestie van reality check up, kan dit wel tellen. In de luchthaven van Frankfurt ga ik in de rekken een paar koppen van kranten lezen en op de vlucht naar Brussel kan ik de zaterdageditie van De Morgen beginnen lezen. Naast mij komt een Westvlaams koppel zitten dat 30 dagen in Egypte heeft rondgetoerd. Hoewel het gebrek aan slaap mij parten speelt, luister ik geboeid naar hun verhaal en deel ik hen mijn reiservaring mee. In Zaventem neem ik vlot de trein naar Gent en vandaar naar Waregem, maar de vermoeidheid maakt dat ik de ogen sluit. Tegen 14 uur ben ik thuis geland en gestrand en tegen 16 uur lig ik in mijn bed. Ik val in een diepe slaap en pas rond 3 uur word ik wakker, drink iets en val nog eens in slaap tot 7 uur. De eerste werkdag van het nieuwe cursusjaar dringt zich op...
|
|
|
|
Laatste wijziging: 2 september 2008 |
||