| this note's for you ! | ||
|
30 april - 1 mei 2008
|
||
|
Praag was tijdens het mooie verlengde weekend van 1 mei 2008 voor mij de mooiste stad van Europa. Het is de mystieke, alchemistische stad van ongebreidelde fantasie, met fantastisch lekker eten op aangename terrasjes. Een stad om door te wandelen, zoniet een beetje slenteren. De Tsjechische schrijver Ivan Klíma heeft gelijk... Betoverende pleinen met mysterieuze speling van licht en schaduw en muziek op elke hoek, Praag is een charmante, aangename en prachtige bestemming!
Drie en een halve dag om de highlights én achterstraatjes van Praag te leren kennen. Nauwelijks voorbereiding: enkel het stadsplan een beetje gevisualiseerd om gemakkelijk de weg te vinden.
Volgens de legende koos prinses Libuše, heerseres over een Slavische stam, de eenvoudige boer Přemysl tot echtgenoot. Ze droeg hem op een dorpje op de oevers van de Moldau uit te zoeken en daar een stad te stichten, die ze een grote toekomst voorspelde. Přemysl en zijn volgelingen zouden hun oog op deze plaats hebben laten vallen en hier de Gouden Stad Praag hebben gesticht...
In het paleolithicum jaagden stammen op mammoeten en in de bronstijd vestigden keltische volkeren zich in de vruchtbare riviervalleien. Rond 400 v.C. bereikten de Bojers dit gebied en aan hen hebben we de naam Bohemen te danken. Driehonderd jaar later werden de kelten verdreven door de Marcomannen die op hun beurt vele jaren later de Romeinen uit dit gebied verdreven. In de zesde eeuw n.C. vielen Slavische stammen binnen. Aan het eind van deze eeuw hadden de Tsjechen, genoemd naar de legendarische voorvader Čech, de macht over de Bohemen en Moravië. De Avaren domineerden de Slaven en eisten belasting. Vyšehrad werd als eerste Tsjechische fort op de rechteroever van de Vlatava gebouwd. Karel de Grote verdreef de Avaren nadat hij enkele edellieden in de Bohemen tot het christendom bekeerde rond 900 n.C. Terzelfdertijd had Mojmír I in het oosten een rijk gesticht dat later bekend zou worden als het Groot-Moravische Rijk. Ondertussen maakte Bohemen met zijn wouden, weiden en milde klimaat een bloeiperiode door. Volgens de overlevering trouwde aan het begin van de 9e eeuw prinses Libuše van Bohemen een boerenjongen Přemysl. Hiermee begon de eerste Tsjechische dynastie die vier eeuwen duurde. Op de heuvel van de linkeroever werd de bouw van de Praagse Burcht begonnen en een eeuw later was Praag de zetel van het bisdom en de hoofdstad van de Přemysliden (973). Moravië en Bohemen werden in 1019 verenigd onder prins Bretislav I en Vratislav II werd in 1085 de eerste koning van Bohemen, met goedkeuring van Hendrik IV, keizer van het heilige Roomse Rijk waar Bohemen vanaf die tijd deel van uitmaakte. Otakar I moedigde Duitse kolonisten aan om steden in dit land te stichten en handel, mijnbouw, kunst en architectuur bloeiden onder beschermheerschap van rijke kooplieden. Er werd in de 12e eeuw veel opgebouwd rond het marktplein van de Oude Stad, waaronder de stadsmuur onder Wenceslas I (1231). Otakar II breidde het gebied uit maar sneuvelde in 1278. Václav II veroverde nog delen van Polen, maar in 1306 eindigde de dynastie van de Přemysliden toen Václav III vermoord werd bij zijn poging om de kroon van Polen te bemachtigen. Onder Karel IV werd de universiteit gesticht (1348) en alles wees op een uitzonderlijke urbanistische ontwikkeling. In de 14e eeuw bestond Praag uit 3 steden met elk een eigen bestuur. In 1402 neemt hervormer Johannes Hus het op tegen de verwereldlijking en corruptie van de kerk. In 1419 werden de Hussieten, die in het stadhuis van Nové Mĕsto gevangen zaten, door Zelivský bevrijd en werden de katholieke wethouders uit het raam van het stadhuis geworpen (eerste Praagse Defenestratie). Dit leidde tot een langdurige periode van godsdienststrijden. Toen in 1526 de Habsburgse dynastie de troon bestijgt, begon een gestadig verval van Praag wat vooral duidelijk werd na de mislukte opstand tegen de Weense heersers (1547). Hierna werd de autonomie van Praag beperkt en werd ook het Hof naar Wenen verplaatst. Praag trekt echter kunstenaars en wetenschappers uit heel Europa aan. Ten tijde van Rudolf II bloeide de stad weer op en werd zij weer het centrum van het keizerrijk. Ook had een duidelijke verduitsing plaats. De Tsjechische opstand van 1618 die begon met de Tweede Praagse Defenestratie, luidde de dertigjarige oorlog in. Bohemen werd definitief verslagen en veel bewoners weken uit naar het buitenland. De emigratie van de bevolking nam in de eerste helft van de 17e eeuw bijbelse afmetingen aan. In 1680 traden Boheemse boeren in opstand tegen feodale regering. In 1757 bestookt het Pruisische leger Praag, maar keizerin Maria Theresia herstelt de stad. Enkele jaren later worden de onafhankelijke steden van Praag samengesmolten en in 1845 is Praag per spoor bereikbaar. De oproer van 1848 had ten doel de zelfstandigheid van de Tsjechen te vergroten en te protesteren tegen de centralisatiepolitiek van Jozef II. Een duidelijke inversie van deze tendens had plaats in 1861 toen de Slavische minderheid in de stadsverkiezingen op de voorgrond drong. Eind 19e eeuw werd de stad door haar economische en industriële ontwikkeling overstroomd met een groot aantal boeren en tegelijkertijd ontstond bij de adel een uitgesproken interesse voor de culturele en intellectuele ontwikkeling van Praag. In 1918 wordt Masaryk de eerste president van de nieuwe republiek Tjechoslowakije en wordt Praag de hoofdstad. In 1939 roept Slowakije haar onafhankelijkheid uit, terwijl de nazi's de stad bezetten. De bezetting duurde tot 1945 met de bevrijding door de Russische legers. In 1948 volgt een staatsgreep door communistenleider Klement Gottwald en werd het land een volksrepubliek en in 1960 een Socialistische republiek. In 1968 wordt een poging om een socialisme met menselijk gezicht door te voeren (Praagse Lente) neergeslagen door een invasie van pantserwagens van de Sovjetdictatuur. De studenten Palach en Zajíc pleegden publiekelijk zelfmoord om hun verontwaardiging uit te drukken. Twintig jaar later demonstreerde de bevolking hevig tegen de Sovjetbezetters en eiste zij vrijheid en mensenrechten met de Charta '77 beweging. Ondanks de repressailles van de politie was dit de vonk die werd ontstoken door de Fluwelen Revolutie en leidde tot de val van het communistische bewind in Tsjechoslowakije en tot het aftreden van Gustav Husák. Václav Havel namd eind 1989 de fakkel over. De vrije verkiezingen van 1990 werden gewonnen door de partij van Havel en Dubček. Op 1 januari 1993 ontstaan twee republieken (de Tsjechische met hoofdstad Praag en Slowaakse met hoofdstad Bratislava) en bloeien economisch op. In 1999 wordt Tsjechië lid van NAVO. Praag wordt in 2002 getroffen door zware overstromingen. In 2003 volgt Václav Klaus Havel op en een jaar later wordt Tsjechië lid van de Europese Unie. In 2008 land ik er met een supergoedkope vlucht van mijn lievelingsmaatschappij SN Brussels Airlines.
Praag is een gotische stad met een barok
gezicht. Het grootste deel van de kerken zijn gebouwd of herbouwd tijdens
de barok en vele gotische huizen kregen in de 17e eeuw een barokke gevel.
Het centrum is een mengeling van stijlen, van gotiek tot avant-garde.
Precies deze interactie geeft de stad zijn uniek gezicht. Vooral vanaf de
tuinen van de Burcht en in de Koninklijke tuinen is het uitzicht
adembenemend mooi, zeker met het mooie lenteweer van het verlengde 1
mei-weekend.
Bezienswaardigheden Daarom maak ik (stuk per stuk) dit compleet overzicht van bezienswaardigheden (in plaats van een "reisverslag").
1. De Burcht 1.1. Reuzenpoort Strijdende giganten staan op voetstukken aan weerskanten van het toegangshek in Habsburgse stijl. Het is versierd met beelden van amorini, een adelaar, een leeuw en nog een aantal andere werken van Ignác Platzer en kwam in 1771 tot stand. Een collega en Praag-kenner vertelt me achteraf dat het eigenlijk geen giganten zijn... hoedanook, kollosaal zijn ze toch alleszins wel. 1.2. Eerste voorhof Oorspronkelijk was hier een diepe greppel met enkele bruggen. Hofarchitect Nicola Pacassi gooide deze dicht en legde dit grote plein aan en errond drie verfijnde bouwwerken in Weense stijl. Hiermee werd de vestingburcht een fraai keizerlijk lustslot. Hm, spreekt tot de verbeelding wat hier nu achter de gordijnen gebeurt. 1.3. Matthiaspoort Voor deze zandstenen poort staan twee 25 m hoge vlaggenmasten die uit het hout van één spar langs de Moldau stond. De poort werd in 1624 in opdracht van keizer Matthias II gebouwd als losstaande triomfboog in barokstijl, maar met duidelijke verwijzing naar de Rudolfstijl. Hier vindt nog steeds de toeristische wisseling van de wacht plaats. Nooit begrepen wat daar nu zo interessant aan is. 1.4. Tweede voorhof Een sierlijke barokke mythologische fontein werd in 1686 door Francesco Torre ontworpen en door Jeronym Kohl gedecoreerd. Het hof zelf dateert al van de 15e eeuw en is ook gebouwd op de dichtgegooide greppels. In de 18e eeuw werden de losstaande gebouwen vervangen door het huidige aaneengesloten complex. Ik wil eigenlijk die greppels zien... 1.5. Heilig Kruiskapel Een statige kapel uit 1758 die in de 19e eeuw omgebouwd werd tot keizerlijke privékapel. Binnenin staar je naar een overdadig interieur. Van een Heilig Kruiskapel verwacht je niet minder. 1.6. Derde voorhof De mooiste voorhof is deze van de kathedraal zelf. Het mooie granieten plaveisel van Plečnik werkte in de 20e eeuw de twee oorspronkelijke niveaus weg. Hier langs staan oud en nieuw harmonieus naast elkaar zoals de Oude Kanselarij en de granieten Zuil. Pas op de laatste dag van mijn citytrip loop ik langs deze kant en zie dat het inderdaad mooi is. Heel mooi zelfs. 1.7. Sint-Vitus kathedraal De geschiedenis van het ware spirituele hart van het land is lang en ingewikkeld. De heilige Wneceslaus bouwde in de 10e eeuw hier de Sint-Vitusrotonde, waarin hij later begraven zou worden. Dit kleine preromaanse gebouwtje waarnaast al snel de bisschoppelijke woning zou worden gebouwd werd in 1060 vervangen door een nieuwe drieschepige basiliek met twee koren. Pas in 1344 gaf Karel IV de Franse architect Mathieu d'Arras de opdracht voor de bouw van een nieuwe gotische kathedraal voor de snelgroeiende stad die sinds kort aartsbisdom was geworden. De kathedraal moest een waardige rustplaats zijn voor het lichaam van een grote vorst zoals de heilige Wenceslaus, beschermer van het land. De eerste steen werd gelegd op 21 november; de Franse kathedralen dienen als voorbeeld. Toen de architect stierf werd het werk, nog steeds onder de persoonlijke controle van Karel IV, voortgezet door de Zwabische bouwmeester Petr Parlér, vader van de Europese gotiek, die hier tot zijn dood in 1399 aan werkte. Het werk werd overgenomen door zijn zonen Johannes en Venceslav totdat de bouw in de twintiger jaren van de 15e eeuw vanwege de hussietenoorlogen werd onderbroken. In die tijd bestond al een deel van de klokkentoren (de kooromgang en een eerste renaissancistische koepel werden in feite pas in de tweede helft van de 16e eeuw toegevoegd) en het koor werd afgesloten door een muur, een soort tijdelijke gevel, zodat de religieuze diensten konden plaats vinden terwijl het werk nog niet voor de helft gevorderd was. Zodoende bleef het bouwwerk onvoltooid en als het ware afgekapt met een nauwelijks herkenbaar schip en koorkappellen. Hierna hadden een aantal verwoestende gebeurtenissen plaats. De verschrikkelijke brand van 1541, de plundering van de calvanisten in 1620, de zware aanvallen van de Pruisen een eeuw later en in 1760 werd het bouwwerk zelf door de bliksem getroffen en door de brand werd de enige al bestaande toren verwoest. De bouw van de westelijke beuk werd pas in 1872 hervat. Joseph Mocker zette het werk geheel in overeenstemming met het bestaande monument. In 1899 werd het werk verder gezet door Kamil Hilbert en in 1929 was de kathedraal met haar sierlijk aanzicht en netwerk van typische gotische steunberen eindelijk klaar. De 20e eeuwse (westelijke) voorgevel heeft twee sierlijke tweelingtorens met oprijzende spitsen (82 m hoog). Zij is driedelig met talrijke spitsen, beelden en ornamentele neogotische elementen. De gevel heeft de traditionele waterspuwers en een groot roosvenster dat tussen 1925 en 1927 werd ontworpen door František Kysela. Drie verfijnde, bewerkte portalen met bas-reliëfs met scčnes uit het leven van de heiligen Wenceslaus (links) en Adalbertus (rechts) en van de bouw van de kerk (middenportaal) geven toegang tot de lichte schepen. De zuidfaçade was eeuwenlang de enige toegang tot de grote kathedraal en lijkt nu de hoofdingang daarvan. De schitterende Gouden Poort wordt bekroond met een mozaďek van het Laatste Oordeel dat dateert van 1370. De drie doorgangen van de poort leiden naar de beroemde fraai bewerkte natuurstenen voorhal. Aan de rechterkant voert een wenteltrap met een mooie stenen bescherming die op artistieke wijze is geciseleerd naar het buitenste trioforium. Links staat de indrukwekkende zuidtoren waaraan tot op een hoogte van 50 m gestalte werd gegeven door Petr Parlér maar die pas twee eeuwen later werd voltooid, met het sierlijke vergulde hekwerk, het uurwerk met twee wijzerplaten, de 16e/17e eeuwse klokken en een koepel die door Nicola Pacassi in barokvorm werd veranderd. De kathedraal is 124 m lang en circa 33 m hoog. Het breedste deel van het transept meet ongeveer 60 m. Het middenschip wordt geflankeerd door twee wat lagere zijbeuken. Het gehele interieur van de Sint-Vituskathedraal is buitengewoon sober, essentieel en harmonisch. Het licht valt door grote vensters naar binnen; onder de vensters loopt op ongeveer 14 m hoogte een sierlijke, originele zuilenomgang die intern triforium wordt genoemd en versierd is met een buitengewone beeldengalerij. Het onderste deel wordt gekenmerkt door een krans van gedeeltelijk oude kapellen die door Mathieu d'Arras en Petr Parlér werden ontworpen, maar er zijn ook een aantal recentere kapellen. Het buitengewone netvormige gewelf was een ware nieuwigheid voor het 14e eeuwse Europa. Aan de westkant toont de chromatische kaleidoscoop van het glas-in-lood van het roosvenster met zijn meer dan 27.000 gekleurde glasstukjes scčnes uit het scheppingsverhaal. In het midden van het schip bevindt zich de begraafplaats van Sint Adalbertus voor wie tevens een kapel werd gebouwd aan de buitenkant van de tijdelijke westfaçade van de onvoltooide kathedraal. Deze kapel werd bij de hervatting van het werk afgebroken. Aan de oostkant kruist het transept het schip ongeveer op de plaats waar de werkzaamheden aan de kathedraal in de 15e eeuw werden onderbroken. De acht houten beelden van Boheemse patroonheiligen waken over deze majestueuze intersectie. De noordelijke arm van het transept eindigt in een statige renaissancistische tribune die oorspronkelijk diende als tijdelijke, monumentale afsluiting van het koor van de onvoltooide kathedraal (deze werd pas in 1924 aangebracht) en tegenwoordig zijn hoogtepunt bereikt in een 18e eeuws orgel. De zuidelijke arm wordt daarentegen verlicht door een schitterend neogotisch venster met scčnes van het laatste oordeel. De grote absis wordt verlicht door drie grote 20e eeuwse ramen. Hier bevindt zich het indrukwekkende koninklijk mausoleum dat eind 16e eeuw in opdracht van de Habsburgse vorsten werd gebouwd. Achter het beeld van de Verrezen Christus zijn de beelden te zien van Ferdinand I, zijn echtgenote Anna Jagiello en zijn zoon Maximiliaan II. Het grote marmeren monument dat tussen 1570 en 1589 door Alexander Collin werd uitgevoerd, vormt een waardige omlijsting voor de onderliggende koninklijke crypte waarin sinds eind 16e eeuw, beschermd door een sierlijk hek, de stoffelijke resten van verschillende leden van de keizerlijke familie rusten. De kathedraal heeft van het schip tot aan de absis en de zuidtoren liefst 19 zeer mooie kapellen. Enkele zijn bijzonder interessant: de Sigismondkapel, de Johannes-de-Doperkapel, oud maar in de 19e eeuw verbouwd, met de gotische graftomben van de prinsen Bořivoy II en Břetislav II en de 16e eeuwe tomben van de aartsbisschoppen Antonín Brusa van Mohelnice en Martin Medek, de Mariakapel die in opdracht van Karel IV gebouwd werd op de plaats waar de eerste steen voor de kathedraal was gelegd, de Heilige-Relikwieënkapel met het graf van Otakar I en Otakar II. Maar de meest beroemde en meest bezochte kapel is de Wenceslauskapel aan de oostkant van de zuidtoren ter hoogte van de absis van de oude romaanse rotonde. De kapel werd gebouwd door Petr Parlér in opdracht van Karel IV en in 1367 voltooid. De kapel heeft een vierkant grondplan en is groter en statiger dan de andere. De muren zijn bezet met bijna 1350 kostbare halfedelstenen en verlucht met een aan de Lijdensweg van Christus gewijde frescocyclus. Dit is tevens een meer sacrale kapel: de stoffelijke resten van de heilige Wenceslaus, schutspatroon van Bohemen, zijn hier bijgezet op dezelfde plaats war zij oorspronkelijk werden begraven. Een schitterende deur geeft toegang tot een trap die naar de Kroonkamer leidt. Wat hoger in de kapel bevindt zich een tweede frescocyclus, ditmaal 16e-17e eeuws, met scenes uit het leven van de heilige Wenceslaus. Verder zijn in deze kapel een zonderlinge reliekschrijn en een kostbaar veelkleurig stenen beeld van de heilige te zien, waarschijnlijk een werk van de kleinzoon van Petr Parlér. Een prachtige kathedraal, een van de mooiste die ik ooit zag. 1.8. Koninklijk paleis Zal ik bij een volgend bezoek zeker bezoeken! 1.9. Sint-Joris klooster en basiliek Zal ik bij een volgend bezoek ook zeker bezoeken! 1.10. Het gouden straatje Omschreven als een schilderachtig, romantisch straatje achter het Sint-Joris-klooster, dat ook het "steegje van de alchemisten" wordt genoemd. Volgens de legende zouden de alchemisten van Rudolf II hier in donkere, rokerige minilaboratoria de droom van de "steen der wijzen" en van het fabriceren van goud hebben nagejaagd. Volgens mijn ervaring loopt het er altijd vol fototoestellen waar mensen aan plakken, waardoor je er moeilijk doorgang vindt. Franz Kafka zou op nummer 22 enkele verhalen geschreven hebben (dat zal wel). Het zicht op Praag als je net buiten (of op) de stadsmuur staat, is hier werkelijk schitterend, op ieder moment van de dag! 1.11. Lobkowicz paleis 1.12. Zwarte toren 1.13. De tuinen De tuinen van de Burcht werden in 1534 aangelegd, toen de defensieve rol van het fort werd opgedoekt en plaats maakte voor plezieriger doeleinden. De 20e eeuwse architect Josip Plečnik heeft een ingrijpende reconstructie aangevat en dat resulteert in een waar genot om hier door te wandelen, slenteren en weg te dromen bij het zicht op de stad Praag met haar monumenten. Aan de zuidkant ligt een lieftallig sierlijk groen paradijs. Aan de andere zijde liggen de prachtige koninklijke tuinen die eeuwenlang bekend waren om de tropische planten en het exotisch fruit en de vruchtbare moestuinen. En Hollanders: er werden ook de eerste tulpenbollen uit Istanbul verbouwd die later door Nederland werden geďmporteerd! Het zomerpaleisje van koningin Anna is een prachtig belvedere met een sierlijk aanzicht, maar tussen de 18e en de 19e eeuw werd dit zelfde gebouw gebruikt als kazerne en legerwerkplaats. Dat is toch niet te schatten!
2. Hradčany 2.1. Plein van Hradčany Het mooie plein met vele barokke constructies en de 18e eeuwse Pestzuil was al vanouds de toegang tot het kasteel. De statige, indrukwekkende gebouwen rondom het plein zijn het resultaat van een reconstructie die na de brand van 1541 werd uitgevoerd. 2.2. Martinitzpaleis In de eerste helft van de 17e eeuw kocht Jaroslav Bořita di Martinitz de renaissancistische constructie en liet het vergroten en verfraaien. Een minder fraai lot onderging hijzelf: hij werd nl. tijdens de tweede Praagse Defenstratie uit het raam geworpen. Renaissancistische graffito-versieringen verbeelden episodes uit het leven van Hercules. De schitterende 16e eeuwse voorgevel werd rond 1970 in haar oude luister hersteld. 2.3. Toscanepaleis Eind 17e eeuw werd dit monumentale bouwwerk in vroege barokstijl gebouwd en in 1718 verkocht aan de groothertogen van Toscane wiens wapenschilden de gevel sieren. De beelden op het dak stellen de zeven vrije kunsten voor. 2.4. Aartsbisschoppelijk paleis De sierlijke architectonische lijnen van dit paleis zijn het resultaat van een ingrijpende verbouwing in barokstijl in de 17e eeuw. Een eeuw later volgde een tweede verbouwing in rococo. Het werd in 1562 als residentie aan de eerste aartsbisschop van Praag geschonken en dat ik het nog steeds. 2.5. Schwarzenbergpaleis In dit renaissancistische gebouw zitten duidelijk elementen van Florentijnse stijl. Het valt op door de graffito-versiering. Het werd ontworpen door de Italiaanse architect A. Galli die het tegen 1576 voltooide in opdracht van de familie Lobkowitz. 2.6. Sternbergpaleis Hierin is de afdeling Europese Kunst van de oudheid tot het einde van de baroktijd van de Nationale Galerie van Praag gevestigd. Bij een volgend bezoek zeker bezoeken! 2.7. Czernínpaleis In dit kolossale paleis is het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevestigd. Het is uitgerust met bossagewerk. en enorme zuilen aan de monumentale gevel. In de eerste helft van de 18e eeuw werd de aangrenzende tuin met de schitterende trapopgang aangelegd, waar een fresco van de Val van de Titanen (V.V. Reiner) te bewonderen is. 2.8. Loreta
2.9. Nieuwe Wereld
2.10. Sint-Johannes-Van-Nepomuk kerk
2.11. Strahov klooster
3. Malá strana 3.1. Nerudova
3.2. Plein van de kleine wijk
3.3. Kolowratpaleis
3.4. Waldsteinpaleis
3.5. Paleistuinen onder de Burcht
3.6. Sint-Nicolaas kerk
3.7. Vrtba paleis
3.8. Maria-De-Victoria kerk
3.9. Sint-Thomas kerk
3.10. Petřin toren
3.11. Spiegellabyrinth
3.12. Sterrenwacht
3.13. Sint-Laurentiuskerk
4. Letenske sady 5. Smichov 5.1. Villa Bertramka 5.2. Mozartmuseum 6. Staré mĕsto 6.1. Kruisheren plein 6.2. Sint-Franciscus-Seraficus kerk 6.3. Sint-Salvator kerk 6.4. Clementinum 6.5. Smetana museum 6.6. Karelsweg 6.7. Clam-Gallas paleis 6.8. Oude Stadsplein 6.9. Stadhuis 6.10. Astronomisch uurwerk 6.11. Tyn- of Maria kerk 6.12. Huis in de gouden eenhoorn 6.13. Huize Storch 6.14. Goltz-Kinský paleis 6.15. Huis met de stenen klok 6.16. Sint-Nicolaaskerk 6.17. Celetná 6.18. Kruittoren 6.19. Theater van de staten generaal 6.20. Sint-Jacobs kerk 6.21. Gemeentehuis 6.22. Agnes klooster 6.23. Rudolfinum 7. Josefov 7.1. Joods Museum 7.2. Oude Joodse begraafplaats 7.3. Oudnieuw Synagoge 7.4. Hoge synagoge 7.5. Klaus synagoge 7.6. Maisl synagoge 7.7. Pinkas synagoge 7.8. Spaanse synagoge 8. Nové mĕsto 8.1. Na prikopĕ 8.2. Wenceslaus plein 8.3. Maria-in-de-sneeuw kerk 8.4. Jindřišská toren 8.5. Jubileum synagoge 8.6. Nationaal museum 8.7. Biermuseum 8.8. Dvořák museum 9. Vyšehrad 10. Žižkov 10.1. Toren 10.2. Heilig-Hartkerk 11. Holešovice 11.1. Beurspaleis 12. Troja
|
Vliegtuig: woensdag 30 april 2008 heenvlucht SN-2811 (BRU) naar Praag vertrek: 14:40 - aankomst: 16:15 dinsdag 4 mei 2008 terugvlucht SN-2810 vertrek: 12:05 - aankomst: 13:35 Brussels Airlines: b.light: € 59,61 Taxi: 500 CZK (afgedongen van 650)
Hotels:
Jep Apart Hotel en
Hotel Septimus (eerste
hotel is een ware aanrader! / tweede is een ander verhaal...)
Tweepersoonskamer eerste 2 nachten:
€ 130
(€ 32,50 pnpp)
Zoals steeds neem ik de Capitoolgids mee, een onmisbare toeristengids. Ook uitstekend is de Insight Cityguide, (zelfs met meer achtergrondinfo, maar minder goede plattegrondkaarten). In de luchthaven van Praag vond ik zowaar een prachtige (nederlandstalige!) gids over kerken, monumenten en andere bezienswaardigheden voor 400 CZK.
|
|
|
Laatste wijziging: 14 mei 2008 |
||
|
reizen: [De hyperlinkbalkfunctie is niet beschikbaar in dit web] neil young: [De hyperlinkbalkfunctie is niet beschikbaar in dit web] muziek: [De hyperlinkbalkfunctie is niet beschikbaar in dit web] chronologisch: 2007 [De hyperlinkbalkfunctie is niet beschikbaar in dit web] 2008 [De hyperlinkbalkfunctie is niet beschikbaar in dit web] |
||