| this note's for you ! | ||
|
Reisverslag: zomer 2007 |
||
|
Ik raad je aan om eerst deze pagina's te
bekijken, het vergemakkelijkt het lezen van onderstaand reisverslag.
Sinds begin januari ben ik begonnen mijn
verslag te vertalen.
|
||
|
DAG 1: 5 juli 2007 Vaak gehoord in de voorbereidingsmaanden, maar even vaak weerlegd: "Jouw reizen zijn toch een tsjolen?!"... Het enigste ambetante is op mijn bestemming geraken, dat vind ik soms een tsjolen, maar rondtrekken in een vreemd land is van het zaligste dat er is. Op donderdag 5 juli vertrek ik om 12u15 uit Oostrozebeke met de auto naar het treinstation van Tielt. Stipt om 12u46 gaat de rechtstreekse trein tot de vertrekhal van Zaventem in een uur en een kwartier. British Airways zet me op een vlucht vroeger naar Londen omdat ik zo vroeg aanwezig ben. Ik land om 17u30 te Londen en met een sandwich en leesvoer wacht ik op de nachtelijke vlucht naar Buenos Aires, die stipt om 21u45 vertrekt. Na het aperitiefje en een boerenomelet "met aangepaste wijnen" ben ik zo vermoeid van het voorbije werkjaar dat ik voor de tweede keer in mijn leven op een vlucht zowaar in slaap val en het muziek- en filmaanbod aan me laat voorbijvliegen...
|
|
DÍA UNO: 5 julio
2007
|
|
DAG 2: 6 juli 2007 Nu... onder slapen op een vliegtuig moet je verstaan: de ogen die dicht vallen, je bent enige tijd in dromenland, je komt heel even wakker, de ogen vallen weer dicht en je bent weer wakker zonder het te beseffen, en dat proces gaat zo de hele nacht door. Tot je beseft dat je al enige tijd op een landkaart aan het kijken bent, de buitentemperatuur -40° C is, de hoogte 12.000 km en de tijd naar bestemming steeds daalt... Twee uur voor we Sao Paolo bereiken, krijgen we een heerlijk all-in-breakfast en vier uur later opnieuw een lekker ontbijt. Rond 10 uur bereiken we Buenos Aires. Ik wissel geld, informeer naar de vlucht naar Tucumán (helaas: volzet) en ga met de bus toch naar de luchthaven voor binnenlandse vluchten die in het centrum van Buenos Aires ligt. Daar beslis ik om naar Salta te vliegen en mijn fietsvakantie daar te laten beginnen. Na een lachwekkende gate-wissel (waarbij we met uitbundige Zuidamerikaanse hilariteit zowaar 3 keer naar een andere gate worden gestuurd) vertrekt onze vlucht bij het vallen van de winteravond (zie foto) op tijd naar Salta waar we rond 20 uur landen. De fiets in de fietszak belandt op de achterbank en de 28 kg wegende reistassen in de koffer van de taxi en in hotel (Regidor) monteer ik nog de fiets voor ik me op de heerlijke matras neervlei voor een zachte nacht. Ik slaap als een steen. Deze verplaatsing is de zwaarste in mijn reiscarrière. Het duurde 39 uur van het moment dat ik mijn huis te Oostrozebeke verliet tot ik ga slapen te Salta... Ja, dát is een tsjolen, maar vanaf morgen is het genieten van een verdiende vakantie!
|
|
DÍA DOS: 6 julio
2007
|
|
DAG 3: 7 juli 2007 Na een eenvoudig ontbijt (2 boterkoeken en een koffie) bepak ik de fiets en beklim mijn aluminium ros voor het vertrek van mijn fietsavontuur door Noordwest-Argentinië. Mijn uitgerust lichaam is er klaar voor en de geest staat scherp. Na het inslaan van enige liters energiedrank en het tweemaal vragen naar de juiste weg (de eerste wou me namelijk naar de autopista sturen) rij ik via de Av. Bolivia de grote stad uit op de heerlijke R9 tweevaksbaan, langs een drietal dorpen. De muziek schalt uit de kleine lemen huisjes en vrij vlug beland ik in een prachtig subtropisch woud. La Cornisa wordt deze weg genoemd en het is de "oude" en zo goed als verkeersvrije route tussen Salta en Jujuy (een dikke 90 km). Het vee (zie foto) (paarden, koeien, zwijnen, geiten, kippen) staart ongestoord op de baan. Het tropische woud wordt een schitterende jungle waartussen de weg (nog amper een dikke eenvaksbaan ondertussen) slingert als de planten rond de bomen. Het zijn prachtige bomen (zie foto)! Ook de temperatuur stijgt van 12° in Salta tot 25° C op de middag en de zon zorgt voor een wolkenloze azuurblauwe hemel. Ik geniet met volle teugen en stijg langzaam van 1200 tot 1550 m. Op het hoogste punt spot ik enkele condors die hoog boven de jungle rondcirkelen. Dan gaat het gemakkelijk naar beneden en de jungle wordt weer woud en het woud wordt weer bomen. De weg wordt de laatste kilometers plat en saai (wel zijdelings een machtige Andes op de achtergrond) tot in de verte Jujuy in een dal ligt. De autopista letterlijk kruisend (wat een ervaring!) geraak ik makkelijk tot in het centrum van Jujuy dat uitnodigt voor een stadsbezoek. Vanuit een auto roept een groepje jongeren me toe: "a otro mano!". Ik had in Salta al gemerkt dat sommigen inderdaad links fietsen, maar koppig blijf ik rechts rijden tenzij ik links in moet slaan. Ik zoek en boek gemakkelijk Hotel Augustus voor een nacht. Na de douche wandel ik door de prachtige stad met als hoogtepunt de schitterende preekstoel en de mooie Cuscoschool-schilderijen aan de muur van de kathedraal. Een groepje meisjes fluit naar mij, maar ze zijn toch wat te jong en onvolwassen om er op in te gaan. Ik merk bij het wassen dat ik me al verbrand heb. Het is hier een gevaarlijke zon en met de winterse koude 's morgens heb ik geen zonnecrème gesmeerd. Dat moet ik morgen beslist wel doen...
|
|
DÍA TRES: 7
julio 2007
|
|
DAG 4: 8 juli 2007 De jongeman aan de balie van het hotel vertelt me hoe ik best uit Jujuy vertrek vooraleer de R9 te nemen en zo geraak ik aangenaam en gemakkelijk uit deze "stad van de eeuwige lente". Deze morgen is het echter mistig en grijs en in het geheel niet zo warm. Vrij vlug bereik ik Reyes en Yala waar ik mijn energiespijzen neem om de lange en loodzware beklimming door barslecht weer: het is slechts 6° C en de steeds dichter wordende mist belemmert het zicht tot slechts één meter!). Na Léon is het subtropisch woud verdwenen, maar door de mist zie ik niet wat er nu te zien is. De stevige klim duurt uren, maar ik hoef niet naar het kleinste blad te gaan. Eenmaal boven bij het gezellige indianendorp Volcán ruimt de zon de mist op. Tabak- en suikerrietvelden en een ijzermijn schitteren tegen de groenblauw-rood-gele bergen en de temperatuur klimt tot boven de 20° C. Ik zit nu boven de 2000 meter en fiets nu terug langzaam klimmend tot het volgende dorp. Het vredige Tumbaya openbaart zich als een fantastisch gelegen en zalig gezellig rustig plekje met een kleurrijk kerkhof tegen de machtige Andesbergen, een verbluffend koloniaal kerkje en kleine lemen huisjes die de stoffige straatjes in een zalige sfeer laten stralen (zie foto). Na een uitgebreid bezoek aan dit dorp klim ik verder naar Purmamarca. De Quebrada (kloof) waarin de weg langzaam stijgt heeft langs beide kanten prachtige zichten op de Andesbergen die hier tot boven de 4000 m hoog reiken. Ik word stil bij deze natuurpracht en stilletjes fiets ik naar Purmamarca. Ik check in bij het hotel en ga onmiddellijk het dorp met zijn gezellig marktje verkennen. Dit dorp ligt aan de Cerro de los Siete Colores en een fietstochtje langs een baantje "Los Colorados" brengt me tot deze magnifieke zevenkleurige bergen. Op het einde voor zonsondergang kom ik langs een veld waar ik nog even kan nagenieten van alle schoons van de dag bij een voetbalmatch ... Eerst een mistige beklimming en dan een schitterende namiddag met een een prachtig koloniaal kerkje, een uiterst gezellig indianendorpje en onderweg een magisch machtig Andesgebergte dat alle verbeelding overtreft. Hiervoor ga ik zo graag op reis. Het genot dat ik ervaar tijdens deze momenten is het plezantste van een gans jaar. Niets kan dit gevoel overtreffen, zelfs niet mijn mooiste dromen... (dit is een zinnetje dat misschien bekend klinkt, ik heb het een beetje aangepast uit een liedje van Raymond van het Groenewoud). Een heerlijk soepje en een zalig alpacasteak en Irish coffee zijn de perfecte afsluiters van deze wonderlijk mooie dag...
|
|
DÍA CUATRO: 8
julio 2007
Saboreando un vaso de Malbec y un bistec del alpaca, gozo plenamente del día pasado. ¡Por esa razón me gusta tanto viajar!
|
|
DAG
5: 9 juli 2007 El Manantial del Silencio is een luxueus hotel, met prachtige koloniale kamers, de geur van gerookt hout in de open haarden van het restaurant en de rustruimte, een grote tuin, zwembad en een prachtig zicht op de bergen achter het dorp Purmamarca. Een stukje hemel op aarde, maar vannacht ben ik zéér ziek geworden. Ik sta op met barstende koppijn, koorts, rillingen en een hartslag die de ganse nacht boven de 100 raasde. Ik heb geen honger, maar eet toch een beetje. Een mokka-honingthee is het enigste dat ik met volle teugen neem. In deze conditie kan ik onmogelijk fietsen en ik kruip de ganse dag mijn bed in om te recupereren... De beelden van de twee mooie koloniale kerkjes en de weg ertussen van gisteren (zie foto's hieronder) peppen me op om er na deze ziektedag terug met volle teugen te kunnen van genieten! De door de wind en prehistorische regens aangetaste bergen doen soms denken aan de canyons van Californië, maar de kleurschakeringen in de geologische lagen met minerale ertsen en vooral de grootsheid maken van de Andes een uniek majesteus gebergte. Het pept me op en 's avonds ga ik energie opdoen aan de heerlijke restaurantdis van het schitterende hotel en uiteindelijk ben ik heel blij dat ik met één dag rust (en drie pilletjes Panadol en een vitamine C pil) de ziekte (wellicht een combinatie van hoogteziekte, zonneslag, verkoudheid en kopvalling) in de kiem gesmoord heb.
|
|
DÍA CINCO: 9
julio 2007 Las imágines de las dos bellas iglesias coloniales y la imagen del camino del Andes me levantan la moral. ¡Deseo poder gozar plenamente después de ese día de enfermo! Ceno en el restaurante sublime del lujoso hotel. ¡Lo celebro! Estoy muy contento que sofoco el germen del mal con un día de descanso y tres píldoras de Panadol y una tableta de vitamina C. La enfermedad fue probablemente una combinación de mal de altura, insolación, resfriado y dolor de cabeza.
|
|
DAG 6: 10 juli 2007 Een mooie ochtend met koud winterweer. Ik voel me nog niet 100% maar het verlangen om de fiets te nemen stuwt me verder en heel langzaam klimmend (zowel de weg als ikzelf) wil ik vandaag toch 25 km verder reizen. Ik passeer langs geurige look- en uienvelden. Bij het aperitief langs de weg ter hoogte van het dorpje Maimará sta ik verwonderd te kijken naar La Paleta del Pintor. De rotsplaten gelijken op het "palet van de schilder" en de wanden hebben schakeringen van rood, okergeel en groengrijs. Met het kerkhof en de arme lemen huisjes op de voorgrond is het een schilderij om nooit te vergeten. De mensen leven hier in grote armoede, het zicht op de berg achter een prachtig koloniaal kerkje is hun gelukzaligheid... Op de middag bereik ik Tilcara. Het Museo Arqueológico is klein maar de moeite. Daarna fiets ik naar de schitterende pucará, een gerestaureerd precolumbiaans indianenfort op 2600 m hoogte. Het zicht op de Andes is van bovenop het fort adembenemend mooi. Ooit leefde hier een grote gemeenschap Omaguacas indianen vanaf de 10de eeuw na Chr. (ik vind de tijdsindicatie wel grappig: de bevolking heeft hier pas in de 16e eeuw onze "Christus" leren kennen...). Ze bouwden huizen, opslagplaatsen en een vermoedelijk ceremonieel gebouw waar wellicht ritueel geofferd werd. De heuvel waarop het fort staat, is bezaaid met cactusbomen en die bepalen mee het schitterende zicht op de majesteuze bergen. Ik blijf (met een extra laag zonnecrème) tot de vroege avond genieten van een stralend zonnetje dat me de nodige vitaminen geeft.
|
|
DÍA SEIS: 10
julio 2007 Al mediodía llego a Tilcara. El museo arqueológico es pequeño pero interesante. Después voy en bici a la magnífica pucará, una fortaleza restaurada de los indios precolombianos a dos mil seiscientos metros de altura. La vista al Andes en la cumbre de la fortaleza es impresionantemente bella. Una población grande de Omaguacas vivió desde el siglo diez. Los indios edificaban las casas, los depósitos y un edificio probablemente ceremonial, donde se asean sacrifices rituales. La montaña de la fortaleza está cubierta de árboles cacto que estipulan la vista magnífica de las montañas majestuosas. Sigo gozando hasta la puesta del sol que me da las vitaminas necesarias con una extra capa de crema solar.
|
|
DAG 7: 11 juli 2007 Voor en na de Steenbokskeerkring (waarvoor een gedrocht van een monument is opgericht - en dan nog op de verkeerde plaats zo lees ik in de boeken!) kijk ik voortdurend links en rechts. De veelkleurige Quebrada de Humuhuaca is een stukje natuur die enorm imponeert en tot de mooiste plekjes op deze aardbol moet behoren. De stompe horizonlijnen tegen de azuurblauwe lucht, de hellingen en kartelingen in de ooit door Moeder Natuur opgestuwde bergen, de schaduwen die zich aftekenen op dit monumentale Andesgesteente, al dan niet schaars begroeid door kort hard gras of een cactusplant... Ik verwonder me na ieder recht stuk van deze pracht en schoonheid. De weg blijft stijgen en ik ga vandaag de 3000 m grens overschrijden. Het fietsen gaat prima, ik ben gerecupereerd (thank Pachamama! - de Moeder Aarde van de precolumbiaanse culturen), maar ik forceer niet. Op een voor mijn doen traag tempo klim ik verder in deze vredige rustgevende omgeving. Er is ook nauwelijks autoverkeer. Als er toch een auto passeert dan toetert die om me te groeten. Een handzwaai of een bemoedigende duim en glimlach doen heel veel deugd voor een klimmende fietser! Zelfs auto's die in dezelfde richting rijden, toeteren van achter mijn rug en een arm of enkele armen verschijnen uit de autovensters. In de pickups zitten indianen die me toewuiven in hun kleurige kleding. Genieten? Ja, een hemels gevoel! Dit is wat ik bedoel met de Zuidamerikaanse sfeer, daarvoor zal ik in deze regionen mijn leven lang blijven terugkeren. In Schotland, Ierland en de Lake District heb je ook vriendelijke mensen die dicht bij de natuur staan. Maar hier op dit continent is het veel intenser, de zon en de veelkleurigheid maken het verschil, maar zeker ook de ziel van de mensen hier. Hier zijn de mensen arm, hun rijkdom zit in hun ziel. Hun ziel wordt niet bezoedeld door de schreeuwerige luxe van onze westerse samenleving. Ik geniet te Huacalera en Uquía van de indianengemeenschappen die zich hier gevestigd hebben. De Spanjaarden hebben in het koloniale verleden in deze vredige dorpjes kerkjes gebouwd. De schilders van de Cuscoschool waren dikwijls indianen met ergens een Spaanse familieband en zij bleven hun tradities en dagelijkse gewoonten trouw en integreerden dit in hun werken. Zo hebben ze te Uquía "musketier"engelen geschilderd met militaire kleding en uitrusting. Een prachtig barokaltaar siert er het eenvoudig witgekalkt kerkje. Met enorm grote teugen geniet ik van de tocht van bijna 50 km. En dat blijft zo op mijn dagbestemming op 3200 m hoogte in het toeristisch dorpje Humahuaca met Quechua indianen die voornamelijk op de straten langs hun adobe huisjes leven. Langs de plaza staan de voornaamste bezienswaardigheden: een werkelijk schitterend cabildo (gemeentehuis) en een mooie Iglesia de la Candelaria. Vanop de heuvel met een enorm lelijk onafhankelijkheidsmonument valt een onvergetelijke zonsondergang naar de avond. Voor de komende dagen sta ik voor een moeilijke keuze: ga ik met de fiets verder naar hogere regionen of verplaats ik me met een daguitstap over 4000 meter hoogte heen en terug naar Iruya? Ik beslis voor het laatste om te zien hoe de conditie van de onverharde wegen is, om te voelen hoe winterkoud het is op deze hoogtes en om na te gaan of dus verderreizen met de fiets en nachtelijk kamperen fysisch haalbaar zijn (mijn ziekte nog een beetje indachtig, hoewel ik buiten een kleine verkoudheid daar geen last meer van heb).
|
|
DÍA SIETE: 11
julio 2007 Gozo en los pueblos indios Huacalera y Uquía. Los conquisatadores españoles edificaban las iglesias de esos pueblos en el pasado colonial. Los pintores de la Escuela Cuzco eran los indios con algunos lazos de familia con los españoles. Seguían fiel a las hábitos y las costumbres de la patria y las integraban en sus pinturas. En Uquía pintaban ángeles con la ropa y el equipo militar. Un retablo barroco adorna la sencilla iglesia en piedra blanca caliza. Gozo plenamente del viaje de cerca de cincuenta kilómetros. Y continuo a gozar en el punto final del día sobre tres mil doscientos metros en el pueblo turístico Humahuaca. Aquí viven los indios Quechua que se han anidado. A lo largo de la plaza están los monumentos prominentes: un magnífico cabildo y la hermosa iglesia de la Candelaria. Desde el cerro con un monumento muy feo para la Independencia desaparece una inolvidable puesta de sol en el arrebol vespertino. Los días siguientes estoy confrontado con una elección difícil: ¿iré en bici a otras regiones más altas o cambiaré de sitio con el autobús a Iruya, que está situado después de una montaña de cuatro mil metros de altura? Me decido por lo último porque veo las condiciones de los caminos sin asfaltar y siento el frío del invierno en las regiones más altas y puedo decidir si continuar el viaje en bicicleta y la acampada son posible físicamente. Estoy un poco resfriado, pero el mal está curado.
|
|
DAG 8: 12 juli 2007 De busrit naar Iruya is er één om nooit te vergeten. Rond 10 uur vertrekken we uit Humahuaca en via het isolate dorp Iturbe (zie foto) slingeren we ons een weg door een prachtig stuk ruige Andesnatuur. We bevinden ons hier op de puna, een hoger gelegen deel van de Andes die begint op 3600 m hoogte. We volgen een stoffige onverharde weg die kronkelend langs de hellingen zich een weg naar boven zoekt. Het uitzicht is schitterend. De 4000 m hoge bergpas Abra del Condor biedt panoramische zichten. Op haar hoogste punt stappen we even uit en de ijle lucht is zo koud (het is nochtans middag) dat sommige passagiers vlug weer instappen. Maar dan missen zij de ruige schoonheid... Ook de bus zelf is fotogeniek... En zo ook onze bestemming: Iruya. We stoppen bij het kerkje dat de meesten onmiddellijk gaan bezoeken. Reden voor mij om door de straatjes met lemen huizen te slenteren en te genieten van de weidse stilte die hier heerst. Enkel het geluid van een vork of mes, ergens vanuit een huisje, op een houten tafel, of een pot of pan die van het vuur wordt genomen, of voetballende kinderen in het steegje, of een opvliegende duif maken geluid. Hemelse klanken zijn dat. We zitten op 75 km van nog maar een beetje beschaafde wereld en je vraagt je plotseling af: wie is nu eigenlijk beschaafd? Deze mensen in letterlijk een vergeten dal in het Andesgebergte lachen me toe. Ik voel me plots een toerist, een vervuilende indringer in dit rustig dorpje. Ik vlucht het kerkje binnen dat nu leeg is. Zo speciaal vind ik het nu ook weer niet, de toeristische boeken zouden beter beklemtonen dat je voor de sfeer van het dorpje moet gaan in plaats van voor dit bescheiden kerkje. Nu ja, ik ben al verwend geweest qua kerkjes op mijn reis hier... Ik nestel me op het verzamelpuntje voor de bus, dat ook het sociaal trefpunt is voor de lokale bevolking. Ik knoop mijn beste Spaans gesprekje aan met een gezinnetje dat hier leeft. Nu ja, om te leven moeten de man en vrouw dikwijls naar de "beschaving", maar eenmaal er weer geld in de beurs zit, komen ze terug naar hier. Ze zijn hier geboren en getogen en zullen het nooit verlaten. De man wil alles weten van mijn digitaal fototoestel. Oei, mijn Spaans begint op niets meer te trekken als hij vraagt naar geheugenhoeveelheid en andere technische vragen. Als hij plots naar de prijs vraagt, overvalt mij een grote schaamte. Wil ik hem wil zeggen hoeveel dit kost? Hoe lang zou hij niet met dat geld kunnen leven in zijn vredig dorpje waar hij niets nodig heeft? Hoeveel weken zou hij er kunnen mee op reis gaan, mocht hij dit willen? Ik negeer zijn vraag en in stilte kijken we terug naar de andere mensen op het plein. Er is een man die een groot publiek heeft, maar ik kan niet volgen wat hij precies vertelt, maar het blijkt een serieus, maar toch ook geanimeerd verhaal te zijn. De omstaanders hangen aan zijn lippen. Misschien is hij de "burgemeester" denk ik plots, hij ziet er beter uit dan zijn toehoorders en heeft zelf een klein beetje de "air" van een politicus. De bus komt eraan en wij weer naar de echte wereld? In stilte geniet ik van de prachtige natuur tot plots de bus een platte band heeft. Plots besef ik dat dit busritje ook tot doel had om te zien of ik met de fiets over deze onverharde wegen en op deze koude en ijle hoogte zou kunnen geraken... Mijn besluit om dáár dus niet aan te beginnen was makkelijk. Ergens wel spijtig: ik zal dus geen kerkjes te Yavi, Casabindo en Susques bezichtigen, geen flamingo's, vicuña's bij de Laguna de los Pozuelos zien. Maar ook wel geen kilometerslange onverharde wegen om 's morgens in de tent wakker te worden bij vriestemperaturen... niet wetende of ik met de 2 reservebinnenbanden en ene reservebuitenband zou kunnen overleven... en niet met 10 liter water als extra bagage sleurend omdat er voor drie dagen geen dorp of levende ziel zou te zien zijn... Reizen is kiezen... Bij aankomst in het hotel vertelt de receptionist dat er geen warm water is: de prijs daalt met 10 pesos en zal nu maar 20 pesos kosten (5 euro)...
|
|
DÍA OCHO: 12
julio 2007
Viajar es elegir… Al llegar al hotel, el recepcionista me dice que no hay agua caliente: el precio baja con diez pesos y cuesta ahora no más que veinte pesos (cinco euros)…
|
|
DAG 9: 13 juli 2007 Vandaag laat ik me neerbollen op de weg waarlangs ik in vier fietsdagen naar boven geklommen ben in de voorbije week. In één dag leg ik meer dan 140 km af in minder dan zes uur (tussenstops inbegrepen!). De weg in de andere richting is uiteraard even prachtig en het is zalig om deze schitterende natuur nog eens te zien. Het is nu ook mét de zon dat ik fiets. Aangezien we onder de evenaar zitten is de loop van de zon hier anders dan bij ons. Niet dat de zon opkomt in het westen, maar haar loop is dus tegen de klok in, terwijl ze in het noordelijk halfrond met de klok meegaat. Zo staat de zon hier op de middag in het noorden. Een vreemd fenomeen... te danken aan de aardrotatie van oost naar west en omdat de aarde een bol is (ja,ja, ik wil het gewoon even uitleggen, hé...) draaien we een halve slag om. Dan hebben we dus plots het oosten rechts en het westen links en beweegt de zon van rechts naar links. Voor een hoop 'noordelingen' is het een rare gedachte dat op het zuidelijk halfrond de zon langs de noordelijke hemel beweegt. Er is echter niets raars aan... Fietsend genietend van dit fenomeen en van het Andesgebergte baan ik mij een (snel)weg naar Jujuy. Vermoeid door de toch doorwegende rit en al dat polychroom schoons leg ik me daar tamelijk vroeg te bed, mede omdat ik de volgende nacht wil kamperen op de terugweg naar Salta. Dat is dus inderdaad langs La Cornisa waar ik de eerste dag mijn fietsavontuur begonnen ben. Het is dus goed dat ik hier nog eens goed slaap, want ik weet niet of de koude me 's nachts op een kleine 1500 m hoogte wakker zal houden...
|
|
DÍA
NUEVE: 13 julio 2007
El camino en la otra dirección es igual de bonito. Es una gloria de ver esta magnífica naturaleza otra vez. Como estoy bajo del Ecuador, la circulación del sol es diferente que la ariba. El sol no sale en el oeste y no se pone en el este. Pero la circulación es contra la hora en el hemisferio sur. Un fenómeno extraño… achacable a la rotación del globo terrestre del este al oeste y porque la tierra es un globo, giramos un semicírculo. El este es aquí a la derecha y el oeste es a la izquierda. Para las personas del norte es una idea extraña que el sol se mueva por el lado del cielo del norte. Pero es no extraño. Continuo a ir en bici y gozo de ese fenomeno y del Andes. Bajo rápidamente a Jujuy. Me acuesto bastante temprano, cansado por los muchos kilómetros, también porque quiero acampar el noche próximo al lado de la Cornisa, el camino a Salta. Es bueno que duerma bien, porque no sé si el frío me tendría sin dormir…
|
|
DAG 10: 14 juli 2007 Het kruisen van de autostrade verloopt vlot omdat er nu minder verkeer is. Het zijdelings zicht op de besneeuwde Andesbergen met eens een grasvlakte ervoor... (zie foto) ach hoe mooi is dat niet na die dagen door het droge hoge noordwesten. Het is ook opnieuw een schitterende dag, echt lekker fietsweer. Ik rijd langzaam terug naar boven en de subtropische jungle met zijn gekrekel en gefluit van onzichtbare papegaaien... ha, daar zie ik er eindelijk eentje in zijn haastige vlucht: het is een groen exemplaar met een streepje blauw en geel. Wat verder komen de condors terug boven mijn hoofd maar op grote hoogte vliegen. Het ritselt zenuwachtig in het dichte struikgewas, alsof de onzichtbare, roffelende struikbeestjes zich van het hoog vliegend gevaar gewaar worden. De ezels komen weer op straat, de geiten ook, de koeien, het zwijn... Je hebt er geen idee van hoe gezellig het hier is op deze weg. Er is nog minder verkeer dan op mijn heenreis. Ik geniet ten volle. Zaalig. Heeeerlijk. Geluukkig. Na één van de vele bochten op mijn parcours zie ik dan plots een paradijsje om te kamperen. Er is een verhoging van de weg, waar er plaats is om mijn tent neer te poten. Ik had namelijk al opgemerkt dat het door de jungle wel moeilijk ging zijn om een plekje te vinden en misschien zou ik wel moeten doorrijden tot die tijdens mijn eerste doortocht opgemerkte kampeerruimte bij een meer. Dolgelukkig dat ik dit plekje temidden van de jungle kan gebruiken, zet ik de tent op en maak een gerechtje klaar. Bij A.S. Adventure verkochten ze van die zakjes waarin je kokend water acht minuutjes moet laten inwerken en dan heb je een volledige maaltijd. Bv. een boerenomelet met groentjes en bacon of een pasta met groentjes en wat vlees of een spaghetti bolognese of curryrijst met versneden kippenvlees. Dit laatste smaakte overheerlijk terwijl de weinige auto's die me passeerden, enthousiast wuifden en hun duim opstaken. "Bélgica?!", zei er me eentje, "er zouden meer Argentijnen zélf moeten doen wat jij doet" terwijl zijn kinderen een plaspauze hielden en dan terug vol enthousiasme in een aftandse Ford-camper stapten en hun reis vervolgden... ik zou hem de volgende dag langs het meer zien staan... Een echte zonsondergang kreeg ik hier niet. Plots was het donker en was de heerlijke namiddag voorbij. Met een T-shirt en de winterpyjama wacht ik de temperatuursdaling af. Daar moest ik niet lang op wachten! Van zodra de zon weg is, zakt de temperatuur van 20 naar 10° C. Toen ben ik toch in slaap gevallen en in de ochtend kom ik wakker met slechts 2° C. In de slaapzak is mijn lichaamswarmte onvoldoende om de temperatuur aangenaam te houden.
|
|
DÍA DIEZ: 14
julio 2007 Después una de mis muchas curvas de mi recorrido, veo de pronto un paraíso para acampar. Hay una elevación al lado del camino, donde hay un lugar para poner una tienda. Había observado que sería difícil encontrarme un lugar por la jungla. Pongo afortunadamente la tienda y hago la comida. En la tienda A.S. Adventure vendían las bolsitas en las que tienes que agregar agua hirviendo y en ocho minutos hay una comida completa. Por ejemplo una tortilla con verduras y bacon, o una pasta con verduras y carne o espaguetis bolognesas o arroz-curry con pollo. Esto último me gusta mucho mientras que pasan algunos coches. Los pasajeros agitan la mano y levantan el pulgar. "¿Bélgica?", me decía una persona, "Muchos más argentinos deberían hacer lo que tu haces", y luego partía después en un desvencijado Ford cámper con sus niños y familia. El próximo día lo vería de nuevo al lado del lago.
Una puesta toda de sol me falta aquí. De
pronto hace oscuro y la tarde está pasada. Con una camiseta y un pyjama
espero la baja de la temperatura. ¡No espero mucho tiempo! Tan pronto como
el sol desaparace, la temperatura baja de veinte à diez grados. Con todo
me acuesto y por la mañana me despierto con sólo dos grados… En el saco
(de dormir) mi temperatura corporal no es suficiente para poder gozar el
reposo. |
|
DAG 11: 15 juli 2007 Een kop sterke koffie en enkele peperkoeken doen soms wonderen. Met nieuwe energie begin ik na het ontbijt de tent op te ruimen en mijn weg verder te zetten. Naar Salta is het nu niet ver meer... Salta (met als bijnaam "la linda" = de schone) is de onbetwist mooiste koloniale parel van Noordwest-Argentinië. Er hangt een fantastisch rustige sfeer, niet alleen op de harmonieuze Plaza 9 de Julio, ook in de straten met hun magnifieke historische gebouwen. Ik overloop de foto's eens: Om te beginnen (rij 1, foto 1) de opvallende verschijning van de extravagante, neoklassieke Iglesia San Francisco. De bloedrode wandverf, de ivoorwitte pilaren en de mosterdkleurige decoratie tegen een diepblauwe hemel doet de kerk schitteren. Op de centrale Plaza 9 de Julio zie je een schitterend houten balkon van een koloniaal huis (rij 1, foto 2) dat naast een ander prachtig gebouw staat: de kathedraal (rij 2, foto 1). De foto ernaast is van het Cabildo (stadhuis). Op rij 3 zie je een deel van het blinkende interieur van de grote, in het roze geschilderde, kathedraal en een detail van het witgekalkte Cabildo. Rond de plaza liggen ook het schitterende koloniale Colonial (!) en Salta Hotel en verder ruime "recovas" (bogen) waaronder de café- en restauranttafeltjes een rendabele bezetting hebben. Het plein zelf is bezaaid met palm- en sinaasappelbomen, fonteinen, zitbankjes en dus met uitrustende werkende bevolking samen met toeristen van Argentijnse origine. Het is er heerlijk toeven. Op rij 4 zie je de prachtig bewerkte houten deur van het Convento San Bernardo. Het gebouw uit de 16e eeuw is wel stevig op slot, want het is het onderdak van de (niet te ziene) Karmelieten nonnetjes. Aan de in zware Rococo stijl bewerkte cederhouten deur kom je echter ogen te kort om tot in het kleinste detail te gaan observeren. Bij het oudste huisje van de stad staat een opgepoetst ouderwets autootje fotogeniek (laatste foto) voor de deur. Het was terug een prachtig zonnige dag vandaag en ik eindig dan ook de dag op het centrale plein en lees nog een beetje verder in Canto General van Pablo Neruda. Ik had dit boek ook in Peru mee, maar met mijn ervaringen nu in Argentinië, is het boek toegankelijker geworden. Ik zit nog wat te lezen in de hoofdstukken van de historiek van Latijns-Amerika. De bladzijden waarbij Neruda de kolonialisatie bekritiseert en de inheemse precolumbiaanse culturen verheerlijkt geven me een inzicht hoe de Zuid-Amerikaan tegenover zijn verleden kijkt. Als toerist heb ik de mooie kanten van het koloniale verleden gezien vandaag, de slechte kanten zit in het collectief geheugen van de Zuid-Amerikanen. Ik vind het reuze interessant om die reflectie te kunnen maken via Neruda's meesterwerk.
|
|
DÍA ONCE: 15 julio
2007 Salta ("la linda") es la perla colonial más bonita de Noroeste de Argentina. Hay una atmósfera pacífica, no sólo en la Plaza armoniosa Nueve de Julio, sino también en las calles con edificios históricos magníficos. Hablo de los fotos: Para comenzar (primera fila, primera foto) la aparición notable de la iglesia neoclásica San Francisco. La pintura escarlata, los pilares blancos de marfil, y la decoración en el color de mostaza, contra el cielo azul oscuro hace brillar la iglesia extravagante. En la Plaza Nueve de Julio veo un edificio colonial con un espléndido balcón en madera (primera fila, segunda foto) al lado de otro edificio magnífico: el catedral (secunda fila). En tercera fila veo una foto del cabildo. En cuarta fila veo una parte del interior brillante de la gran catedral, pintada de color de rosa, y un detalle del cabildo blanqueado. Alrededor de la plaza están también los hoteles Colonial y Salta y muchas "recovas", debajo de las cuales las mesitas de café y los restaurantes ofrecen una rendable ocupación. La plaza misma está cubierta de palmas, naranjos, fuentes, bancos, con turistas y argentinos. Es delicioso de permanecer aquí. En cinca fila veo la puerta magnífica del convento San Bernardo. El edificio del siglo dieciséis está cerrado con llave, porque está el hospedaje de las monjas Carmelitas. Antes de la casa más vieja hay un viejo coche bien pulido. Hacía otra vez un día soleado y termino el día en la plaza central leyendo el Canto General de Pablo Neruda. Tenía este libro también en Peru, pero hoy con mis experiencias en Argentina, el libro es más accessible. Leo los capítulos de la história de latinamerica. Las páginas en que Neruda critica la colonización y glorifica las culturas precolombianas indígenas, me dan una comprensión como el sudamericano mira su historia. Como un turista he visto los lados más bonitos de la historia colonial, pero los lados más feos están en la memoria colectiva de los sudamericanos. Considero muy interesante de poder hacer esta reflección de la obra maestra de Neruda.
|
|
DAG 12: 16 juli 2007 Salta ligt aan de voet van de Cerro San Bernardo en het zicht vanop deze heuvel is verbluffend. Hoewel het opnieuw een zonnige dag is, spreidt een nevel (van luchtvervuiling?) zich over het verste deel van de stad. Twee jaar geleden behoorden de steden van Argentinië nog tot de zuiverste van de Amerika's. Zou het herstel in de economie van de voorbije twee jaar hieraan te wijten zijn? Eigenaardig toeval of... is het eigenlijk wel luchtvervuiling? Ik twijfel, geen Argentijn in de buurt die mijn twijfel kan wegnemen, want de beklimming van de Cerro is een eenzame tocht. Aan de kabelbaan boven staan ze dan wel weer aan te schuiven... nochtans vrij duur (12 pesos voor een enkele rit). Ik trek het me niet aan en geniet van het panoramische uitzicht.
|
|
DÍA DOCE: 16 julio 2007
Salta está situado al pie del Cerro San Bernardo y la vista desde el cerro es sorprendente. Aunque hace otra vez bien tiempo, una niebla (¿de la contaminación del aire?) se extiende sobre la parte más lejos de la ciudad. Hace dos años las ciudades de Argentina pertenecían a las más puras de Sudamérica. ¿Sería achacable a la recuperación económica de los dos años pasados? ¿O… es esa niebla contaminación? Dudo, pero no hay ningun argentino cerca de aquí, que pueda quitar la duda, porque la subida del cerro es una escalera solitaria. Junto al teleférico empuja una masa (pero es doce pesos por la ida). Gozo de una vista panorámica. Salta tiene muchos museos, pero porque el lunes es el día de cierre, puedo visitar sólo tres. El primero es el Museo de Bellas Artes. El edificio colonial en que la colección brilla, es una perla con muchos detalles en el interior y una tranquila plaza, limpiamente plantada. La colección del arte tiene pinturas de la Escuela Cusqueña, pero también de los artistas del siglo veinte. Un poco más lejos está la bonita Casa Leguizamón, en la que está el museo de la ciudad, que sí desilusiona un poco. El moderno museo antropológico es una vez más un museo sublime. Hay una buena colección. Hay especialmente mucha cerámica (entre otras la de Tastil), hay antiguas máscaras, una réplica de pinturas rupestres y fotos de carnaval. El cuarto museo, el Museo Histórico del Norte, está en el cabildo, pero por desgracia, está cerrado. En la encantada plaza central respiro del paseo (del cerro) agudo y de la bonita herencia cultural.
|
|
DAG 13: 17 juli 2007 Een minibusje met een bontheid aan mensen: een Turkse jongevrouw die 6 maanden in Buenos Aires werkte en nu een weekje verlof neemt, een olijk Argentijns vriendinnentriootje, een ouder en vooral foto-liefhebbend Canadees koppel, een wellicht tamelijk (door inkomsten uit houtindustrie) rijk geworden Argentijns gezin met drie even tamelijk verwende tieners en nog een letterlijk en figuurlijk alleenstaande zwijgzame en ons ontwijkende jongevrouw. Dit is vandaag het transportmiddel met het gezelschap om mee naar Cachi te reizen. Op een vroeg uur (7 uur was de afspraak, 8 uur werd het reële tijdstip) vertrekken we uit de ochtenddonkerblauwe duisternis en laten achter ons de grote stad Salta in een kleurrijke zonsopgang. Het is een saaie baan door industrieel (hout) gebied, tot we rechts de RP 33 inslaan die zich kronkelend een weg baant door een dicht bos. We moeten even van de bus om een roestige brug met houten planken te voet over te steken. Het moet al redelijk erg gesteld zijn met de brug, denk ik bij mezelf, als een minibusje al zijn passagiers moet laten uitstappen en inderdaad de brug lijkt wel uit een Camel Trophywedstrijd te zijn. De bus rijdt met een slakkengangetje over de piepende en krakende planken... Hij haalt de overkant en wij ook. De slechte ongeharde weg klimt verder door het exotische landschap en kronkelt zich dan door de brede San Francisco de Escoipe vallei met rode en groene bergen. Het zijn de ertsen die de bergwanden kleur geven. De groene kleur komt van kopersulfaat, lees ik, maar ik ben ook wel benieuwd naar al die andere kleuren en hun overeenkomstige chemische grondstof. Dat verlangen verdwijnt snel als we even halt houden bij een prachtig uitzichtspunt. En wat volgde tijdens de rit was een opeenstapeling van magnifieke uitzichten op de veelkleurige bergen. Het adembenemendste zicht krijgen we op 3400 m hoogte met de Cuesta del Obispo. Een kronkelende krijtlijn daalt er af in een frisgroen Pelésgebergte. Het is de stoffige weg over en langs de vele heuvels van dit machtig stukje natuur. Puur natuur, er is geen huis in te bespeuren, de enigste menselijke activiteit zijn de minibusjes en auto's die op en neer rijden. Ik heb ze niet geteld, maar meer dan tien voertuigen zouden we deze dag niet tegenkomen! We hotsen over de weg in erbarmelijke staat (man, wat ben ik blij dat ik besloten heb dit niet met de fiets te doen) en rijden naar alweer een hoogtepunt. Figuurlijk zeker, letterlijk ook: op meer dan 4000 meter hoogte razen we met het stevige Mercedes minibusje over de puna hoogvlakte met vóór ons de besneeuwde toppen van meer dan 6 km hoog. Bij het afdalen komen we bij twee nieuwe hoogtepunten. De Recta Tin-Tin is een 14 km lang afdalend recht stuk dat door gezichtsbedrog een stijgende knik heeft (zie foto), maar in werkelijkheid dus gewoon verder afdaalt! En misschien goed opgemerkt: Tin-Tin = Kuifje in Argentinië! Maar néén: geen belediging voor het volk, want er is hier geen bevolking. Enkel cactussen en cardones. Niet te verwarren, vertelt onze jonge gids. Er is een verschil tussen een cactus en een cardon. Zijn Spaans is echter te vloeiend en zijn Engels juist niet, zodat ik de uitleg niet begrijp. Ik denk dat de cactus water nodig heeft en de cardon niet. En het is daardoor dan ook dat de cardon bij zijn afsterven in een houtbalk resulteert. De gids zei het net andersom, ik ben het dus niet zeker. Bij navraag bij de medepassagiers blijkt dat er geen enkele iets van begrepen heeft omdat hij twee keer een andere uitleg gaf. Jammer dat we dit niet weten. Zijn die mooie daken van de koloniale kerken nu van de cactus of van de cardon? En welk verschil zit er precies in de plant? Ach wat, eigenlijk, gewoon genieten in dit Nationale Park Los Cardones van deze bijzondere plant die tot 8 m hoog kan worden gedurende een gemiddeld mensenleven. Cachi is een rustig folkloristisch dorpje op "slechts" 2300 m hoogte in de groene vallei, slapend aan de voet van die reuzenhoge Nevado del Cachi (6380 m hoog). Er zijn slechts zeven dingen die je te Cachi kunt doen. 1) Een bezoek aan het archeologisch museum met stukken uit de precolumbiaanse Calchaqui cultuur. 2) De Iglesia San José met een prachtig dak in cactushout bezichtigen. 3) Een wandeling maken naar het op een heuvel gelegen kerkhof van waar je een ongeëvenaard kleurrijk zicht hebt op de hoge Andesbergtoppen. 4) Slenteren door de met kasseien aangelegde straatjes tussen de lemen huizen en het dagelijkse leven bewonderen. 5) De weefsels, toeristenkeramiek en andere prullaria bekijken op de centrale Mercado Artesanal. 6) Een overheerlijk lokaal gerecht proeven: een pikante locro. Dit is een stoofpotje met vlees en een mengelmoesje van bonen, uien, maïs, paprika's en aardappeltjes in een dikke brei gekruid met curry, peterselie en look. Dit ga ik te Oostrozebeke eens proberen... Dit eenvoudige en smakelijke eten gaat ook best gepaard met louter plat water. 7) Heb ik niet gedaan, maar zou ik wel aanraden: de volgende dag opnieuw de zes voormelde bezigheden herhalen! De terugweg met het minibusje is dezelfde, er zijn ook geen andere wegen hier... Maar van dat natuurlijk moois dat vanuit het busje voor mijn ogen schuift, méér moet dat echt niet zijn om deze heerlijke dag af te sluiten.
|
DÍA
TRECE: 17
julio 2007 Un autóbus con personas muy diferentes: una señora de Turquía que ha trabajado séis mesos en Buenos Aires y que toma ahora una semana; tres alegres amigas argentinas; una pareja más de edad de Canada que toma muchos fotos; una rica familia argentina con tres jóvenes mimados y una señora callada que nos elude. Este es el medio de transporte y la compañía a Cachi. A una hora muy temprana (a las siete era la cita; pero en realidad fueron las ocho) salimos desde la oscuridad de la mañana. Dejamos Salta con una salida de sol muy vistosa. Hay un camino soso por una zona industrial, hasta que tomamos la RP 33 que serpentea por una jungla. Tenemos que bajarnos del autóbus para atrevesar a pie un puente oxidado con tablas de madera. ¡Me parace un Camel Trophy! El autóbus alcanza el otro lado y nosotros también. El camino difícil sin asfaltar sube por la jungla y después serpentea por el Valle San Francisco de Escoipe con montañas rojas y verdes. Son los minerales que dan las montañas muy colorados. Leo que el verde viene de coloresulfato, pero estoy curioso por los otros colores y sus materias primas químicas. Esta curiosidad desaparace rápidamente si nos paramos para disfrutar una vista magnífica. Una de muchas espléndidas vistas en la ruta por las montañas multicolores. La vista más espectacular obtenemos a la altura de tres mil cuatrocientos metros con la Cuesta del Obispo. Una línea curva de tiza baja en una sierra verde Pelés. Es el camino polvoriento por las muchas montañas del estupendo Andes. Una naturaleza pura, no hay casas, la sola actividad del hombre son los coches que circulan a y de Cachi. No he contado, pero no eran más que diez. Damos sacudones. El camino está en estado deplorable. Estoy contento que me he decidido a no ir en bici por este camino. A la altura de más de cuatro kilómetros corremos con el Mercedes autóbus por la puna, con las cimas nevadas de más de séis kilómetros. La Recta Tin-tin es un camino de catorce kilómetros que tiene bajando. ¡Si, Tin-tin es "Kuifje" en Argentina! Aquí hay sólo cactos y cardones. Hay una diferencia entre cacto y cardón, nos dice el joven guía. El habla español con fluidez pero su inglès es mucho menos. Pienso que el cacto tiene necesidad de agua y el cardón no. Por esta razón, si el cardón se muere, convierte en madera. El guía lo dice de otra manera. Interrogo a otros pasajeros, pero nadie ha comprendido. ¿Son los techos bonitos de las iglesias coloniales de cacto o de cardón? ¿Cual es la diferencia exacta? Es una lástima que no sepamos, pero las vistas en el Parque Nacional los Cardones sobre estas plantas que pueden grecer hasta ocho metros en la vida de un hombre. Cachi es un tranquilo pueblo folclórico a la altura de sólo dos mil trescientos metros, en el verde valle, dormido al pie del Nevado del Cachi que tiene una altura de séis mil trescientos ochenta metros.Hay sólamente siete cosas que puedes hacer a Cachi. Primero, una visita al museo arqueológico con fragmentos de la cultura precolombiana de Calchaqui. Segundo, la Iglesia San José con un magnífico techo de cardón. Tercero, dar un paseo al cementario en una montaña, donde hay una vista multicolora a las cimas del Andes. Cuarto, dar un paseo por los caminos de piedra entre las casas de barro y admirar la vida cotidiana. Quinto, mirar o comprar tejidos, cerámica u otros cachivaches en el Mercado Artisonal central. Sexto, comer un delicioso plato local: un locro picante. Este es un estofado con carne, judías, cebollas, maíz, pimientos y patatas, condimentado con curry, perejil y ayo. Esta sencíllo plato va perfectamente con mucha agua mineral. ¡Séptimo, no lo he hecho, pero lo recomendaría: el día próximo, repetir las séis cosas antedichas! La vuelta en autóbus es lo mismo, no hay otros caminos aquí… Pero… terminar el sublime día con la bella naturaleza… más no pido. |
|
|
DAG 14: 18 juli 2007 In de reisboeken lees ik geen toeristische bezienswaardigheden over de tocht van vandaag, dus wil ik eens mij volledig geven in het fietsen: een 110 km over een vrij vlak parcours in nog geen vijf uur. Dat is snel met 28 kg bagage op de fiets in een Andesgebied! Langs de weg neem ik nota van de alledaagse kleinigheden: gaucho's die de koeien en paarden voederen vanop hun tractor... enkele condors op elektriciteitspalen... een familie waarvan jong en oud aan het werk zijn bij hun huis op 10 m²... een familie waarvan jong en oud helpt bij het machinaal malen van stenen, jawel!?... pastorale beelden vanop de weg op de velden met af en toe bezige boeren... spelende kinderen die een feesttaart afhalen bij de bakker... eenden in een zwermvlucht over een luxeranch te midden van groene velden met vele, vele koeien... er hangt op andere velden iets te drogen (paprika's?) en één familie is daar op het veld mee bezig... vele vogelsoorten: mooie felle witte, gele en rode "mussen", spreeuwen, merels, en nog vele andere die ik niet ken... Na Alemania ga ik al op zoek naar een kampeerplekje. Tot hier wou ik namelijk rijden, maar aangezien het nog maar twee uur is, beslis ik verder te rijden. Nog maar net uit het dorp, zie ik een grasbaantje dat naar beneden gaat. Ik twijfel niet en bemerk tot mijn grote verbazing dit fantastische kampeerplekje. Ook al is het dan nog vroeg in de namiddag, ik beslis meteen om hier te kamperen en er een "vrije namiddag" van te maken. Ik heb nog niets gegeten, dus bereid ik me een zakjesmaaltijd nadat ik me in het riviertje wat verfrist heb. Volledig gescheiden van de weg door planten en bomen geniet ik van het warme weer (het klimt vandaag tot 28° C) en ik leg me als strandtoerist in het zand te zonnen. Maar aangezien ik toch geen talent heb om stil te blijven liggen als zonneklopper, beslis ik om de fiets eens grondig te kuisen, want door het droge weer is er veel zand en stof op de vitale onderdelen belandt. Tegen de avond sprokkel ik wat hout en maak tussen de stenen een vuurtje voor de gezelligheid. Ik zie condors rondcirkelen op zoek naar een hapje. Het riviertje kabbelt tegen de geluiden van valavond. Krekels, vogels, en onzichtbaar gedierte ritselen in het struikgewas. Wat een zaligheid! Van zodra de zon weg is, wordt het opnieuw koud, zelfs dicht starend naar de vlammen van een vuurtje. De slaapzak wordt dan ook vlug opgezocht en de koude nacht houdt me wakker om naar de sterren te kijken. En wat een magische sterrenhemel! Er zijn wel héél véél méér dan in België. Deze kampeerstek is een geschenk uit de hemel... en het krijgt ook zoveel sterren... en zonder tellen val ik toch in slaap...
|
DÍA CATORCE : 18
julio 2007 Leo en los libros turísticos que hoy no hay curiosidades, por eso me concentro totalmente en la bicicleta. Voy en menos de cinco horas ciento diez kilómetros en un camino bastante plano. Esto es rápidamente en bici con veintiocho kilos de equipaje en el Andes. Anoto algunas nimiedades a lo largo del camino: hay muchos gauchos que alimentan desde sus tractores las vacas y los caballos. Veo algunos cóndores a los pilotes de electricidad. Hay una familia que trabaja con séis personas, que muelen las piedras en una máquina. Son imágenes pastorales con campesinos, aldeanos y granjeros en las fincas o los campos. Niños jugando van a recoger una tarta de fiesta. Los patos revolotean sobre una lujuosa finca en medio de los grandos campos verdes con muchas, muchas vacas. Los pimientos se secan en los campos. Veo muchos pájaros: los bonitos sólo blancos, gorrillones, amarillos y rojos, estorninos, mirlos y muchos otros que no conozco. Después de la antigua ciudad Alemania busco un lugar para acampar. Me querria ir en bici hasta allí, pero son sólo las dos y decido continuar. Como dejo el pueblo, veo un camino en la hierba. No dudo y veo un lugar fantástico al lado del camino. No he comido nada, así que me preparo una comida en bolsa, después me refresco a orillas del río. La temperatura sube hasta veintiocho grados y me pongo en la arena para tomar el sol. Pero, no soy un rey del sol, una persona a quien le gusta quedarse tendido silenciosamente. Así que comienzo a limpiar la bicicleta, porque los componentes esenciales están polvorientos por el tiempo seco. Hasta la cena recojo leña madera y enciendo un fuego entre las piedras. Los cóndores circulan. El río murmura contra las ruidos de la noche. Los grillos, los pájaros y los bichos invisibles susurran en el matorral. ¡Qué buen tiempo! Desde que el sol disaparece, hace mucho frío. En el saco de dormir veo las estrallas. ¡El mágico cielo nocturno está sembrado de estrallas! Hay mucho mucho más aquí que en Bélgica! Este lugar para acampar es un regalo del cielo. |
|
|
DAG 15: 19 juli 2007 De koude ochtend klieft door merg en been. Ik gebruik mijn slaapzak als omkleedhoekje om mezelf nog een beetje warm te kunnen houden. De thermometer staat op 2° C. Ik stap uit de tent, zet meteen hete, sterke koffie en de overschot aan fruit- en energiekoeken smaakt me. De zon komt van achter de heuvel stijgen. Ik hoor een auto zachtjes het grasbaantje oprijden. Een koppel wou hier waarschijnlijk in alle stilte genieten van de zonsopgang. Van zodra ik hen toewuif met een peperkoek in de hand en een tas koffie in de andere, wordt er meteen in de achteruitversnelling geschakeld en even zachtjes verlaten ze het plekje, de vrouw minzaam lachend... Ik kan een glimlachje niet onderdrukken, dit hemels plekje blijft voor mij alleen. Vandaag gaat de tocht door de Quebrada de las Conchas. Eerst klim ik nog door bebost gebied. Een bus met vervuilende zwarte rook vergast me bijna (zie foto). Hoe hoger, hoe minder groen. Bomen worden struiken, struiken op het rode gesteente, met af en toe cactussen, worden ichú (harde grassoorten) en tenslotte rest er enkel steengruis die van de dramatisch gevormde bergen is gerold. Hoog boven de brede kloof kronkelt de stijgende weg langs verschillende bezienswaardigheden. Het begint met El Garganta del Diablo ("de keel van de duivel") en het mooie Anfiteatro, waarin de stemmen versterkt door echo's naar boven geslingerd worden. Het fietsen wordt zwaar door een hevige tegenwind. Het is vooral door de wind dat de fietstochten hier niet te onderschatten zijn. Ik had tijdens mijn voorbereiding gelezen dat de bergen niet zo steil zijn en daarom dacht ik dit het Andesgebergte gemakkelijker zou fietsen dan het jongere en dus steilere gebergte in Noorwegen. De wind is hier echter een grote spelbreker en maakt de fietstochten enorm lastig. Ik ervaarde het meestal zo: na 20 kilometer klimmen tegen berg en wind begin je het te voelen, na 40 kilometer stijgen ben je doodop, maar dan moet je dikwijls nog eens loodzware 20 kilometers bergop fietsen om een slaapplaats te vinden. En de windrichting is hier onvoorspelbaar! Bijna iedere voormiddag had ik met wind, bijna iedere namiddag tegen wind. En windstil is het nooit op de fiets... Het is dus alsof je iedere dag tegen een muur rijdt. De quebrada is 30 km (...lang als het tegen wind, wellicht kort als het met wind is). Het gesteente kleurt grijs, groen, oranje, rood, purper, okergeel, beige, kaki, vuilwit en dan vergeet ik nog al die kleuren die ik geen naam kan geven. Mochten er hier indianen geweest zijn, dan spraken zij wellicht in kleuren die wij niet kennen! Maar van bewoning is hier geen sprake. Ik passeer dan wel El Fraile en El Sapo (de monnik en de pad), maar dat zijn de geologische verschijnselen die zich miljoenen jaren geleden hebben gevormd. Zo ook La Yesera (de schaal) met zijn grijsgeel gesteente en Los Loros (de papegaaien), waarbij mijn Spaans maanden later wel verbeterd is zodat ik nu een vertaling kan geven... Halfweg passeer ik een man die met een lama een plekje langs de weg ingenomen heeft en er enkele truien, vazen en potjes tracht te verkopen. Er stopt een wagen om foto's te nemen van hun gezin met de lama tegen een prachtig landschap. Een ideale achtergrond om wat te eten en te kijken en deze foto (zie hiernaast) te nemen. Op het einde daal ik af met de machtige Sierras de Carahuasi. Steenformaties zijn hier geërodeerd en gevormd door prehistorische regenorkanen tot Los Castillos (de kastelen) en El Obelisco. De laatste 20 daal ik en stijg nog een beetje met vals plat door de Quebrada de Cafayate. Hier razen dikwijls zandstormen en worden er mooie zandduinen (Los Médanos) opgewaaid. Wind is er wel, maar ook veel zon. In de nog warme late namiddag bereik ik Cafayate, de "hoofstad der witte wijnen van Argentinië". Hier ga ik twee nachten blijven, want ik wil genieten van het mooie weer met een lekker wijnje... méér moet dat meestal niet zijn! Bij het hotel Asturias word ik herkend door een Argentijn. Vol enthousiasme en met zijn luide stem haalt hij er enkele andere toehoorders bij en vertelt dat hij me ook in het hotel te Jujuy had gezien met mijn fiets. Ik ben hier al dikwijls aangesproken met de fiets en opnieuw vertel ik even enthousiast over mijn reisweg. Ook dit maakt van reizen een onvergetelijke belevenis. En ook: zo oefen ik mijn Spaans. Ik erken dat ik bij het spreken nog heel wat te leren heb, maar als de Spaanstalige traag spreekt, dan begrijp ik hem perfect. Met een tevreden gevoel van gans de dag wandel ik nog naar het centrale plein van het stadje en overloop bij het vallen van de avond deze schitterende dag. Morgen ga ik wijn proeven en met dat idee val ik in een rustige en diepe slaap.
|
DÍA QUINCE: 19 julio 2007 La mañana fría me llega hasta la médula. Uso mi saco de dormir para cambiarme y mantenerme caliente. Hace sólo dos grados. Bajo de la tienda, hago café y el resto de las galletas de fruta y energía me gustan. El sol sale detrás de la montaña. Oigo un coche que disminuye la marcha. Una pareja quiso disfrutar la salida de sol. Como saludo con la mano, mientras que ellos salen del lugar, la mujer sonrie. Este sitio perfecto es para mi solo. Hoy, el viaje va por la Quebrada de las Conchas. Primero, subo por la jungla. Un autóbus contaminando con humo negro me intoxica. Cuanto más alto, cuanto menos verde. Árboles se convierten en matas, matas se convierten en ichú y después hay sólo piedras rojas con cactos. Alto sobre el valle ancho, el camino serpentea por las diferentes vistas. Comienzo al Garganta del Diablo y un bonito anfiteatro. Tengo el viento de frente. Es sobre todo por el viento que el viaje en bici no es a subestimar. Había leído durante la preparación que las montañas no son tan empinadas, pero el viento es un aguafiestas. Experimento normalmente de tal manera: después de veinte kilómetros subir en bici, comienzo a sentirlo; después de cuarenta kilómetros no puedo tenerme y todavía tengo que buscar un hotel pero antes tengo que andar veinte kilómetros más. Normalmente antes del mediodía no tengo el viento, pero después hace mucho viento de frente. Nunca hay un momento sin viento. Todos los días hay un combate contra el viento en lugar de contra el Andes. La quebrada es treinta kilómetros. La piedra colorea gris, verde, naranja, colorado, rojo, púrpura, ocre, amarillo, beige, caqui, blanco y sobre todo los colores entre ellos. ¡Sí vivieran aqui indios, hablarían en colores que no conocemos! Pero no hay ningún habitante aquí. Paso "el fraile" y "el sapo": son fenómenos geológicos que se formaron hace milliones de años. Así también "la yesera" y "los loros", pero mi español no es suficiente para traducir. En el medio del circuito paso a un hombre que ocupa un espacio a lo largo del camino con una llama. El trata de vender algunos puloveres, jarrones, botes, vasijas, tarros y floreros. Un coche se detiene para tomar una foto de la familia con la llama contra una vista. Para mi, es un fondo magnífico para comer y también tomar una foto. Al fin, bajo por las majestuosas Sierras de Carahuasi. Formaciones de piedra son afectadas por la erosión y formadas por huracanes y lluvias prehistóricos. Por ejemplo: "los castillos" y "el obelisco". Bajo por los veinte kilómetros finales en la Quebrada de Cafayate. Tempestades de arena pasan frecuentemente zumbando. Dunas de arena (los médanos) cambian a menudo de sitio. Hoy hace mucho viento, pero también mucho sol. Llego a Cafayete, "la capital de los vinos blancos", bastante tarde. Aquí me quedo dos noches, porque quiero disfrutar del bonito sol y de los deliciosos vinos…. (¡así es suficiente!). En el hotel Asturias soy reconocido por un argentino. Lleno de entusiasmo y en voz alta, recurre a algunas personas y nos dice que me ha observado en el hotel en Jujuy con mi bici. A menudo se dirigen a mi mientras que ando y cada vez cuento entusiasmado de mi viaje. Es bueno para compartir mis experiencias. Y también: de todos modos me ejercito el español. Hablar español es dificíl, pero si el español habla lentamente, lo entiendo perfectamente. Con una sensación de contento de todo el día, me doy un paseo en la plaza central de Cafayate y me recapito el sublime día. Mañana voy a catar los vinos y con esta idéa me duermo.
|
|
|
DAG 16: 20 juli 2007 Vanmorgen een lekker ontbijt met nog maar eens naast de traditionele "media lunes" (halve maantjes = croissants), ook kaas, hesp, yoghurt, fruitsalade, cornflakes, cake, verse confituur en vele broodsoorten. Het is heerlijk in dit land dat je voor een 25 euro in een driesterrenhotel lekker kunt slapen en zalig ontbijten. Bij ons betaal je hier minstens 2 tot 4 maal zoveel voor. Na het copieuze ontbijt neem ik de fiets en rij voor het eerst in Argentinië de befaamde Ruta 40 op. Deze meer dan 5000 km lange "weg" loopt van het uiterste noorden (grens met Bolivië) tot in het uiterste zuiden (Patagonië). Hij doorkruist het immense land en dikwijls passeert hij door de mooiste natuurgebieden. Soms is hij niet meer dan een onverharde "ripio" (gravé) weg. Hier ligt hij nog in redelijke asfalt, maar de zijkanten liggen er soms brokkelig bij. Langs de weg liggen hectaren tot de horizon met het machtig Andesgebergte dat ervoor zorgt dat dit gebied nauwelijks regen krijgt. Hier schijnt de zon 360 dagen per jaar! Ik wil vandaag Bodega Etchart bezoeken. Ik ben niet meteen de grootste fan om wijnhuizen te gaan bezoeken (anders zou ik al véél meer naar de streek van Reims geweest zijn), maar ik ben benieuwd naar het verschil tussen Frankrijk en Argentinië. Ik ontdek slechts één wezenlijk verschil: de bodega's in Argentinië kunnen enorm groot zijn. Ik koos het prestigieuze Etchart omdat ik wist dat deze wijn geëxporteerd wordt naar o.a. Mexico, Spanje, Griekenland, Italië. Niet zonder reden: want hij kan daar gerust naast de toppers van eigen land liggen omwille van zijn hele goede prijs/kwaliteitverhouding. Bovendien heeft Etchart een jarenlange traditie (sinds 1850) en heeft hij geleerd de wensen van de mensen in zijn wijnen meesterlijk te integreren. Wijn wordt hier gemaakt door traditionele meesterschap en chemische wetenschap. Een gezellige dame loodst ons door het domein en vertelt in sappig Spaans het verhaal van hoe een klein familiaal wijnhuis uitgegroeid is tot een internationale wereldspeler. Ja, dit huis is mega geworden. Het domein strekt zich uit over vele duizenden (!) hectaren. Michel Torino en Norton hebben ook een grote naam, maar Etchart moet niet veel onderdoen. Onze groep mag gaan proeven, maar de lieve gids neemt me mee naar nog een andere ruimte en geeft me nog bijkomende en vooral veel technische informatie waarnaar ik eigenlijk ook niet meer luister, maar ik blijf natuurlijk vriendelijk want ik wil toch ook de wijn hier proeven. De proeverij begint braafjes met de klassieke, eenvoudige maar lekkere witte wijnen met de torrontés-druif, wellicht van Gallicië afkomstig. Malbec is de rode typerende druifsoort voor Argentinië omdat hij op grote hoogte zeer goed rijpt (we zitten hier op 1700 m). Ik krijg een combinatie malbec en cabernet sauvignon ingeschonken. Op een bepaald moment vraagt ze me welke ik nog wil proeven. Ik merk op dat het we nog steeds met de voorbije vier proevers bij het "beginnersvat" stonden. Ze lacht helaas niet. Ik stap naar het tweede vat toe en neem enkele flessen ter hand. Ik wil vooral eens die zuivere Malbec drinken. Ze geeft helaas geen kick en wordt weggeroepen door een collega van haar. Die begint met me te spreken en kuist ondertussen de glazen van onze groep. Ze gaat achter de bar staan, roffelt in de onderste kasten en schenkt me een dieprode wijn in. De lieve dame die me rondgeleid had, neemt het van haar collega weer over en begint enthousiast verder te vertellen over de wijnen. Het is een supersympathieke, uiterst rustige vrouw met Boliviaanse roots en we babbelen terwijl ik dus onbewust die 100% Malbec aan het drinken ben (inderdaad, niet meer proeven). Dat merkt ze op en ze haalt in dezelfde kast onderaan nog drie van hun betere flessen te voorschijn. Ik vertel dat dat van het goede te veel zou zijn, dus vraag ik heel beleefd om enkel proevertjes in te schenken. Ze lacht nu wel en we verleggen het verhaal van de wijn naar de dingen des levens. Ze vertelt me dat het vandaag Dia del Amigo is en ze heeft duidelijk een "vriend" voor haar staan. We praten (zij vaak in het Engels en ik meestal in het Spaans) gezellig verder en zien drie opeenvolgende groepen proeven aan het "beginnersvat". Ik weet niet meer precies welke die laatste drie wijnen waren, maar ze smaakten me ten zeerste. Eén van die voortreffelijke wijnen had de Tanat, Malbec én Sauvignondruif in zich en deze was excellent. Ik bedank haar voor haar tijd die ze voor mij vrij gemaakt heeft en zij bedankt mij voor de aangename babbel. Eenmaal buiten merk ik dat de glazen mij toch naar het hoofd gestegen zijn en dat het al na de middag is. Ik heb echter maar één plan meer deze namiddag: onder een palmboom op de plaza in Canto General van Pablo Neruda verder lezen. Ik ga eerst eten in El Rancho, op de hoek van het centrale plein. Een muzikant begint er net gitaar te spelen en zingt enkele ingetogen nummers. Héél mooi. Het restaurant is gespecialiseerd in lokale bereidingen en dus neem ik een heerlijk bereid slaatje en mijn geliefde locro, echt wel een heerlijk voedzaam gerecht en - wat had je gedacht - laat ik dit door een witte Cafayatewijn vergezellen. Ik had gisterenavond aan een reisbureautje gevraagd of ze met een minibusje naar Cachi reisden. Ik was nog maar de tweede geïnteresseerde en vanaf 5 zou deze daguitstap geregeld worden. Bij navraag blijkt dat er vandaag nog niemand geïnteresseerd was, dus hoef ik geen extra dag langer te boeken in mijn hotel. Jammer dat ik de ongeasfalteerde weg langs de Río Calchaquí met prachtige bergzichten en de Quebrada de las Flechas aan mij voorbij zal laten gaan. Heel eventjes overweeg ik met de fiets de 360 km heen en terug... neen, da's zes dagen fietsen met de kans op zes binnen- of buitenbandbreuken per dag... De gedichten van Pablo Neruda lezen is een leuker alternatief.
|
DÍA DIECISÉIS: 20 julio
2007 En la mañana como otra vez muchas medias lunas, pero también queso, jamón nacional y jamón serrano, salami, yogur, ensalada de fruta, copos de maíz, bizcochos, queques, panes de huevos, magdalenas, jalea, zumo de fruta, … Es extraordinario que en este país pueda dormir y comer en un hotel de tres estrallas por sólo veinticinco euros. En nuestro continente, pago dos a cuatro más. Después este copioso desayuno voy en bici por la famosa Ruta Cuaranta. Este camino, más de cinco mil kilómetros, corre del norte (de la frontera con Bolivia) al sur extremo (Patagonia). La ruta cruca este país colosal y frecuentemente también los más bonitos parques nacionales. Muchas veces la ruta es de ripio. En este trabo de la ruta está asfaltada, pero los lados son fragmentarios. Al lado del camino hay hectáreas de viñas hasta el horizonte. El majestoso Andes cuida que en esta región ha apenas lluvia. Aquí el sol brilla trescientos sesenta días por año. Hoy quiero visitar la bodega Etchart. No soy el más grande admirador para visitar bodegas (de otro modo visitaría mucho más Reims), pero estoy curioso de conocer la diferencia entre Francia y Argentina. Descubro sólo una diferencia esencial: las bodegas de Argentina pueden ser enormemente grandes. Escogo la prestigiosa bodega Etchart porque sé que su vino se exporta a Mexico, España, Grecia e Italia. ¡No sin razón! Los vinos de Etchart están al lado de los vinos interiores porque su muy buena proporción precio-calidad. Por otra parte, Etchart tiene una tradición de muchos años (desde 1850) y ha sabido integrar los deseos de los bebedores en sus vinos de manera maestra. El vino está hecho por conocimiento tradicional y la más alta de tecnoloquia. Una señora sociable pilota nuestro grupito por la bodega y cuenta la historia de como una pequeña bodega familiar ha crecido hasta convertirse en un actor internacional. ¡Sí, esta bodega es mega! El dominio se extiende por una superficie de miles (!) de hectáreas. Michel Torino y Norton tienen una muy grande reputación, pero Etchart es también grande. Nuestro grupito puede catar, pero la guía me jeva en un otro espacio y me da informaciones adicionales, especialmente muchas informaciones técnicas. No escucho, pero me quedo amable, porque también quiero catar. Comenzamos a catar los vinos blancos clásicos con la rica uva Torrentés. Esta uva es probablemente originaria de Galicia. Malbec es la típica uva negra de Argentina, porque madura bien en las grandes alturas (mil sietecientos metros). Mi guía me sirve una combinación de Malbec y Cabernet Sauvignon. Me pide que vino quiero catar. Hago notar que los vinos precedentes son principiantes… No le hizo ninguna gracia … Voy al segundo granel y tomo algunas botellas. Quiero catar el Malbec puro. No se ree y es llamada por su colega, que seca las copas. Revuelve en el bar y me sirve un vino profundamente tinto. Mi guía regresa con una risa y continua a contar sobre los vinos. Es una mujer simpática y tranquilla con origen bolivian. Charlamos un poco mientras que bebo inconscientemente el Malbec puro (¡en efecto beber, no más catar!). Nota que me gusta el vino y pone tres otras botellas más en la mesa. Le digo que es suficiente y pido para servir sólo un poco. Se ríe mucho ahora y desplazamos nuestra conversación del vino a la vida cotidiana. Me dice que hoy es el día del amigo, y como amigos tenemos mucha charla (ella en inglés, yo en español) y veo que yá han entrado tres grupitos para catar. No sé exactamente cuales son los tres vinos últimos, pero me gustan mucho. Especialmente el excelente vino formado por Tanat, Malbec y Cabernet Sauvignon. Doy las gracias por el tiempo agradable. Los vinos suben un poco a la cabeza… Es yá mediodía, pero tengo sólo una intención este día: leer el Canto General de Pablo Neruda, debajo una palma en la plaza central. Primero, como en El Rancho, en la esquina de la plaza. Un músico comienza a tocar la guitarra y canta algunas canciones. ¡Muy bonitas! El restaurante está especializado en comidas locales. Tomo una deliciosa ensalada mixta y un delicioso locro. Naturalmente, tomo un vino de Cafayate. Ayer en la tarde, pregunté en una agencia de viaje sí había un autóbus a Cachi. Yo era el segundo y a partir de cinco personas ponen un autóbus. Hoy tampoco nadie más ha preguntado, por lo tanto, no es necesario reservar una extra noche en el hotel. Qué lástima que no pueda tomar el camino sin asfaltar al lado del Río Calchaquí con magníficas vistas a las montañas y a la Quebrada de las Flechas. Por un momento pienso en ir en bici los trescientos sesenta kilómetros, pero no: seis días en bici con seis averías por cada día… leer los poemas de Pablo Neruda es una alternativa muy interesante.
|
|
|
DAG 17: 21 juli 2007 Een platte band op de RN 40... waar anders zou ik lek rijden... De fiets op zijn kop en na een halfuurtje ligt er nieuw binnenbandje op het achterwiel. De tocht gaat verder en ik kom een bepakt fietserskoppel tegen dat twijfelt om te stoppen, maar ik zit in een goed tempo en ik rij dus verder met enkel een handzwaai. Ik ken dat van in Noorwegen: vanwaar kom je en hoeveel kilometer en hoe rap rij jij... in zulke gesprekken heb ik geen zin. Ik sta eerder stil bij een paar kinderen en een volwassene die aan het voetballen zijn. Of een herder met zijn schapen langs de stoffige zijkant van de weg. Het is ergens wel vreemd: ikzelf ben toerist in dit land, maar als ik toeristen zie, merk ik dat ik niet één van hen ben of wil zijn. Ik wil dichter bij de bevolking zijn en als ik stop om een foto te nemen van een armzalig huis, dan vind ik dat het minste wat ik kan doen, toch even de tijd nemen om met hen te praten. Met toeristen praten, zoals vanmorgen nog met een Canadees koppel, dat boeit me niet. Ze vroegen me of ik mijn bagagedrager vooraan zelf gemonteerd had en dan vroegen ze zich af of dit zou passen op hun vouwfietsen. En heeft de fiets 21 of 24 versnellingen? 't Zijn toch 28" banden, zou een 26" niet beter zijn... Hallo! Mag ik even gewoon mijn fietszakken ophaken en zo snel mogelijk van jullie gezaag wegrijden?! Quilmes. Nationaal bier van Argentinië (je kunt niet naast hun reclameborden kijken). Dat is het eerste antwoord van de Argentijn. Het tweede antwoord is de belangrijkste precolumbiaanse archeologisch openluchtmuseum op een kleine 50 kilometer van Cafayate. De Diaguita indianen bouwden hier wellicht nog voor de 9e eeuw na Chr. deze site. Een 5 km lange en lastige stoffige zijweg van de RN 40 brengt je naar deze schitterend gelegen plek. Onderweg stopt een auto uit de andere richting. Een oudere man uit Mendoza draait zijn raampje open. Hij is op vakantie en het is zowaar de vierde keer dat hij me ziet! Hij zag me langs de wegen fietsen ter hoogte van Humahuaca, Tilcara en Salta en nu hier. Zijn vrouw biedt me wat te drinken aan. Hij feliciteert me met de prestatie en tegen hem is het - ook al is het dan toeristische praat - wél gezellig babbelen. De Argentijnen zijn een heel vriendelijk volk, benieuwd naar het hoe en waarom een Belg in dit land wil komen fietsen en reizen. In één zin samengevat: de cultuur, de natuur en de mensen maken deel uit van een typische Zuid-Amerikaanse sfeer die me enorm boeit. Zo vind ik het plots ook geen toeval meer dat ik de buitenlandse toeristen ontwijk. Zij horen niet thuis in dit plaatje. De archeologische site begint aan de voet van de Sierra de Quilmes en loopt verder haar flanken op, zodat het voor schitterende beelden zorgt. Er zijn sporen van bewoning teruggevonden tot 3.000 v. Chr., maar het complex zelf werd in de 9e eeuw door een 5.000 indianen gebouwd ter verdediging van rivaliserende clans. In het kleine begeleidende museum vindt je o.a. gesofisticeerde wapens zoals een boleadores om stenen mee te slingeren. De huizen werden deels in de grond gegraven en afgebakend met een stenen muurtje. Er werden vruchten, bonen, aardappelen, maïs en pompoenen gecultiveerd. Er heerste een sociale hierarchie: hoe hoger je woonde, hoe meer status, dus hoe dichter bij de goden. De inca's hebben ze lange tijd weerstaan, maar in de late 15e eeuw pasten ze zich toch aan. Zoals steeds integreerden de inca's hun eigen geloofsbelijdenis met de lokale rituelen. De aanvallen van de Spanjaarden hebben ze lange tijd kunnen weerstaan, maar in 1668 werden ze dan toch overwonnen. Ze stapten van hier tot in Buenos Aires en daar is nog steeds een wijk naar hen genoemd: Quilmes. De laatste afstammeling van de Diaguita stierf daar in 1812. Ik wandel door de gerestaureerde site en geniet van een stralende zon en het zicht op de site en de wijde omgeving. Je kunt hier ook overnachten in een mooi klein (en laag) hotel, dat trouwens een gebouw is van Héctor Cruz, de bekende Argentijnse beeldhouwer en kunstenaar. Het is nog maar 15 uur en ik beslis om verder te fietsen. In het begin is het een heel rustige platte weg waar tientallen condors boven mijn hoofd cirkelen. In de verte zie ik iets heel eigenaardigs: het lijkt op mist of een laaghangende wolk of misschien is het de luchtvervuiling. Het komt ook steeds dichter, het wordt donkerder en het gaat harder waaien. Plots bevind ik me in een kleine zandstorm. Storm is een groot woord. Het is meer een zand-wolk die zijdelings over mij heen waait. Het waait wel vlug over, maar het blijft wel waaien daarna. De weg gaat weer stilletjes naar boven, maar de wind is opnieuw de hindernis die overwonnen moet worden. Ik bereik Amaichá del Valle waar Hector Cruz een prachtig gebouwencomplex gezet heeft waarin een prachtig museum ligt. Het is al tegen 17 uur, maar ik heb nog tijd om het te bezoeken. Ik zie er prachtige dingen en gans het concept van het museum is schitterend. Zo heeft Cruz in het voorlaatste van vier gebouwen zijn eigen creaties gemaakt, gebaseerd op archeologische vondsten, maar dus artistiek gemaakt in de 20ste eeuw. Dat maakt dat deze replica's blinken en schitteren zoals de originele vondsten honderden jaren geleden al gedaan hebben. Cruz maakte ook wandtapijten met taferelen uit het dagelijkse leven en schilderde mooie doeken die in het laatste gebouw hangen. Zéér mooi. Ondertussen is het na 18 uur geworden. Ik rij verder met de fiets, wetende dat er geen dorp meer op de kaart ligt voor de volgende 50 kilometer. Mijn ogen zoeken zonder resultaat tussen de met stenen bedekte velden naar een kampeerplekje. Gelukkig kom ik weinige tijd later in Ampimpa terecht, een dorp van nauwelijks 20 huizen, en toch ook een (helaas) gesloten winkeltje. Ik klop aan (een bel hebben ze hier niet) bij de buren. Ik vraag aan de oude vrouw of ik hier voor haar huisje mijn tent mag zetten. Geen enkel probleem. Ze wandelt naar een paar huizen beneden en even later komt een jonge vrouw het winkeltje open doen. Jawel, voor mij en mij alleen! Ik koop er een yoghurt, wat fruit en een fles water en fanta voor de tocht van morgen. Zij is in haar nopjes omdat ik heel wat koop. Er komt nog een jongen binnen sluipen en die mag nog een snoepje kopen. Het winkeltje gaat dan weer dicht en de duisternis zal weldra vallen. Ik bereid me een gerechtje op het gasvuurtje. Enkele mensen van het dorp komen me gade slaan en hebben op afstand zichtbaar genot. Ik vermoed dat ze dit nog niet meegemaakt hebben hier... Ik overloop nog eens een paar foto's van de dag en ga dan slapen in een nacht die bijzonder zacht zou worden.
|
||
|
DAG 18: 22 juli 2007 Een heerlijke nacht met zachte temperaturen en een tent die niet wak was in de ochtend. Met blij gemoed smaken mij de koffie en de koeken meer dan anders. De omgeving is ook schitterend. Een automatisch geregeld irrigatiekanaal ligt op 20 meter van mijn kampeerplek en ik hoor er om klokvast negen uur de poorten open gaan en kletterend water stroomt met grote snelheid door de kanalen om de woningen en velden van water te voorzien. De tocht gaat nu stevig klimmen en gelukkig staat er een wind die voor een keer in de rug blaast. Ik neem vele foto's want de uitzichten op de bergen rondom de Valle de Amaichá zijn schitterend. Deze ochtend is het een steilere klim dan anders en ik overbrug 1000 m hoogteverschil tot op 3 km. De bergpas blijft magnifieke zichten geven op de Cumbres de Mala Mala en de Cumbres Calchaquiés. Ik laat hier de foto's voor zich spreken: Op het hoogste punt sta ik bij El Infiernillo (kleine hel). Zo kun je de beklimming ook noemen. Er staan hier zowaar nog huizen te midden van de ruige natuur. De bewoners hoeden er hun lama's en schapen. Dat is wellicht het enige wat ze hier kunnen doen! De afdaling naar Tafí del Valle is ijzig koud en door de snelheid lijkt het alsof mijn vrieskoude vingers ieder moment van mijn handen kunnen vallen. In het stadje boek ik een hotel uitgebaat door een aangename wat oudere man die zelf eigenhandig de verwarming komt herstellen in de kamer. De fiets krijgt zelf ook een kamer! Ik wandel door het stadje dat eigenlijk niet meer is dan een drietal hoofdstraten die vol staan met marktkraampjes en restaurants. Gaucho's te paard rijden er de stad buiten naar hun casa, finca of estancia. Enorm lekkere kazen zijn hier de lokale specialiteit en ik laat me graag daarvan met de nodige proefstukjes overtuigen door een gezellige vrouw in een klein kaasstalletje. Ik zie enige tijd later in een jeugdcafé dat iedereeen voor de televisiebuis zit omdat hun nationaal elftal een match speelt. Bij de rust is het echter nog steeds 0-0 en dus laat ik het voor wat het is en wandel terug naar het hotel waar ik nog een zakgerechtje klaar maak. Kamperen in de buitenlucht zal ik de volgende dagen niet meer doen. Morgen daal ik af naar Tucumán en dat is het eindpunt van mijn fietsreis door Noordwest-Argentinië. Het is trouwens ook heel wat makkelijker de afwas te kunnen doen in een hotelkamer. Met de gedichten van Neruda val ik in slaap. Ze beginnen inderdaad ook wel wat te vervelen. Het is een kanjer van een boek en met de vele politiek-historische teksten heb ik geen doen. Zo lang Neruda over de algemene geschiedenis schrijft (de eerste vijf hoofdstukken vooral) blijft het boek boeiend en aangename lectuur. Neruda's schrijfstijl kan ik ten zeerste appreciëren. Maar in de latere hoofstukken ken ik dikwijls de voorgedragen figuren en vooral hun context niet. Het ligt dus niet aan het boek, maar aan de lezer...
|
||
|
DAG 19: 23 juli 2007 Een afdaling van 2100 tot 420 m hoogte als afsluiter van mijn fietsavontuur door Noordwest-Argentinië. Na een dikke 10 km door de brede vallei van de Tafí klim ik eerst nog eens langs een zijweg van de RN 307 naar het Parque de los Menhires waar men 129 gegraveerde monolieten (zie foto) aangetroffen in de omliggende velden en bossen heeft verzameld op één locatie. De stenen lijken wel uit keltisch Ierland of Baskenland te zijn overgebracht, maar ze zijn het werk van een hoogstaande Tafícultuur van rond het begin van onze jaartelling. Het zicht op het meer, het stadje en de stenen in de frisse ochtendzon zorgt voor rillingen. Het is vooral door de koude, want het is niet warmer dan 8° C. In de zomer is dit gebied omwille van de verkoelende hoogte een geliefde vakantiebestemming, maar in de winter zou het ook aangenaam zijn omwille van zijn mild klimaat. Wat ik vandaag (en gisterennamiddag) ervaar, is echter toch maar héél koud. ('s Avonds zie ik op televisie dat er een koudefront over het ganse land trekt). Het is echter wel héél mooi weer met een stralende zon die de temperatuur toch nog een flink stuk hoger duwt. Ik keer terug naar de hoofdweg waar de weg zich slingerend naar beneden werpt door een fantastisch mooi bebost landschap. Aanvankelijk is het nog lage begroeiing maar het wordt een dicht bebost tropisch woud op de flanken van de Sierra de Aconguija. Er staan kleine lemen huisjes van waaruit opnieuw muziek te horen is en waarbij de gezinnen huishoudelijke taken uitvoeren (de was uithangen, het eten klaarmaken, een auto of fiets herstellen) en speelse kinderen op de stoffige wegjes langs de hoodweg. Na een bocht lig ik bijna plat van het lachen. Temidden van al dat natuurschoons en die enkele huizen staat dit verkeersbord (zie foto)! De weg volgt de loop van het beekje dat al vrij snel een snelstromende rivier wordt die voor idyllische beelden zorgt. Ik hoef nauwelijks te trappen en het fietswerk beperkt zich tot het remmen op deze bochtige hellingen. Het hoge droge steppelandschap tovert zich om in een schitterend bebost Selva Tucumana waarin ik naar beneden snel. In geen tijd fiets ik door deze jungle naar een picknickplaats (El Indio) waar een massa volk zich op deze mooie dag ophoudt. Ik rij dan maar meteen door en geniet van de schitterend natuur. Door het zien van al dat moois, twijfel ik even om nog eens te kamperen, maar door het gemak en de snelheid van de afdaling ben ik in geen tijd door het gebied en kom ik in een lager gelegen en minder interessant gebied. Eerst is het nog heel mooi doordat suikerrietvelden en fruitplantages tegen de verre achtergrond van de hoge Andes een machtig mooi gegeven is. De zon straalt ook volop en de koude begintemperaturen zijn nu gestegen tot een stuk boven de 20° C. In koerstruitje fiets ik het vals plat (naar beneden) richting Acheral, waar ik de drukke RN 38 oprij richting eindbestemming. Langs de 50 kilometer lange, steeds drukker wordende, rechte en dus saaie baan is het gevaarlijk koersen, want ik drijf de snelheid wat op en voel me in een supervorm. Er liggen tot de horizon reikende suikerrietvelden. Daartussen liggen 3 industriële woon- en werkgebieden die op regendagen wellicht tot depressie zouden leiden. Gelukkig voor de inwoners regent het hier zelden... Het vele en wonderlijkschone moois van de voorbije weken is definitief voorbij. San Miguel de Tucumán is in de verte nog niet te zien. Op 15 kilometer wordt de weg opnieuw geasfalteerd en het laat er geen twijfel over bestaan dat ik na een kleine 1420 km (waarvan een dikke 1000 km met de fiets) een eindhalte bereik op mijn fietsvakantie door Noordwest-Argentinië en ik zet een "eindsprintje" in met een gemiddelde snelheid van vermoedelijk boven de 25 km/uur. Tucumán is duidelijk een van de grotere steden van het land en na tweemaal de weg vragen vind ik toch nog vrij gemakkelijk het centrum waar ik een goed hotel boek en even later nog de stad in wandel voor een eerste en bemoedigende verkenning.
|
||
|
DAG 20: 24 juli 2007 Ik ga me informeren bij de busterminal welke bussen er vandaag rijden om me te verplaatsen. Cordoba, Mendoza en Buenos Aires zijn mijn mogelijk volgende bestemmingen. Ik reken uit dat ik naast een "transportdag" nog 10 volledige dagen kan reizen. Ik reis eigenlijk niet zo graag met de bus, zeker niet voor lange tijd, vandaar dus mijn keuze voor een luxecar die zo snel mogelijk naar een einddoel rijdt en waarin ik in het leder zetelend een filmpje kan bekijken. Het is inderdaad een vreemd en onverklaarbaar trekje van mij dat ik met de trein en het vliegtuig daar geen probleem van maak. Ik lees dat het treinnetwerk hier zo goed als niet meer functioneert en dat de treinen ook nog eens wel onnoemelijk traag zijn. Het vliegtuig vind ik op dit moment dan weer wat te snel, gezien ik nog zo veel reisdagen heb (en ik ook stilaan het budget in het oog moet gaan houden). Een supervriendelijke dame die veel tijd voor mij vrijmaakt, overloopt de opties. De bussen naar Cordoba en Mendoza vertrekken op het heel onpraktische middernachtuur. De bus naar Buenos Aires vertrekt rond 15 uur en duurt 20 uur. Ik reken zelf uit dat het dan 11 uur is van de volgende dag dat ik aankom. Dat lijkt me fantastisch. Want ik vermoed dat ik op de bus geen oog dicht zal doen, zodat ik in Buenos Aires onmiddellijk in een hotel kan inchecken om te gaan uitrusten en dan de dag erop met volle energie een stadsbezoek kan aanvatten. Ik betaal meteen ook voor de fiets want de extra kost daarvoor is een lachertje (slechts 3 pesos of dus € 0,75). Het is nu 10u30 en ik haast me terug naar het centrum voor een vluchtig stadsbezoek van een kleine vier uur. San Miguel de Tucumán is best aardig! De Plaza Indepencia is een schitterend centraal plein als startpunt. De toeristische dienst heeft er ook moeite gedaan om een historische route uit te stippelen. Een mooie kathedraal staat wat verdrongen op de hoek van het gezellige plein met oude lantaarns. Maar de Casa de Gobierno overheerst dan weer met een schitterende façade. Het kleine maar schitterende Casa Padilla, een van de vele typische chorizo-huizen (worstenhuizen) waarin een deftig museum ligt is echter gesloten. Worstenhuizen zijn niet breed aan de voorkant, maar een heel aantal kamers liggen erachter verborgen. Het folkloristisch museum sla ik over want het is mooi weer en ik wil eerder door de stad wandelen en genieten van de mooie gebouwen. Zo is bv. het postgebouw een schitterend staaltje van de 20e eeuw (1930) en staan verder glorieus het Teatro San Martin, het Casino, de Legislatura en vele andere gebouwen waarin meestal nu een bank is gevestigd. Ik eindig met één museum in het Casa Histórica de la Independencia waar we normaalgezien geen foto's mogen nemen (iets wat ik geniepelijk toch doe). Het is vooreerst een prachtig adobe gebouw uit het einde van de 18e eeuw. Het was in dit huis dat Argentinië haar onafhankelijkheid van Spanje verklaarde en haar eerste congres hield. Jazeker, het is niet in Buenos Aires, maar in deze stad dat de roots van politiek Argentinië liggen. Ook voor de Spanjaarden was Tucumán vanaf het prille begin van de kolonisatie een van de belangrijkste steden. Op het einde van de 19e en de volle 20e eeuw ging het bergaf met deze stad en het is pas sinds een twee of drietal jaar dat met alle mogelijke middelen het imago van de hoofdstad van weleer weer opgekrikt wordt. En terecht! Het is een aangename stad om een volle dag (of zelfs twee) te blijven, maar de bus staat voor mij straks aan de terminal, dus haast ik me daarheen. Een politievrouw vraagt streng of dit wel mijn fiets is, terwijl ik het slot rond de fiets en de bagagezakken wegneem. Uiteraard, zeg ik, terwijl ik mijn sleuteltje toon en met de juiste cijfercombinatie de andere sloten open krijg. Haar peso valt meteen en tegelijkertijd verschijnt ook een glimlach en zegt dat ze er over gewaakt heeft tijdens mijn stadsbezoek. Ik dank haar hiervoor en geïnteresseerd vraagt naar mijn reiservaringen in dit land. Ik moet er voor jullie lezers geen tekening meer bij maken hé... De bus vertrekt stipt en ik krijg een prachtig plekje op de eerste rij op de bovenste verdieping van de dubbeldekker. Ik kan er nog prachtige foto's nemen van de pampa met zijn suikerrietvelden en zijn verkeersgewoonten. Zo snellen paard en kar ook over dezelfde weg als de bus met een snelheid van zeker 100 km/uur. De wegen zijn slechts tweevaksbanen, maar de goede chauffeur steekt vrij regelmatig een kar, tractor, oude Ford pickup, vrachtwagen en tientonner over (zie foto's bij dag 21). We krijgen een avondmaal aangeboden in een wegrestaurant maar de opgelegde schnitzel smaakt enkel met een serieuze portie ketchup... Er zijn twee films die ik niet ken in het aanbod. Af en toe kijk ik ernaar (het is een komedie en een film over de oorlog in een Afrikaans land) en verder lees ik de reisgids met het eerste hoodstuk over mijn volgende bestemming...
|
||
|
DAG 21: 25 juli 2007 Dag t in Buenos Aires: de aankomst met de bus in Buenos Aires is veel sneller dan verwacht en het uitladen van de bagagezakken en fiets gebeurt vluchtig. Voor ik het goed en wel besef is de bus vertrokken voor zijn volgend traject. Ik kijk even om me heen. Ik sta op een immens groot platform waar honderden mensen me aanstaren in deze enorm grote busterminal. Het zal ook wel een speciaal zicht geweest zijn: een Belg met een fietskader in zijn ene hand en in zijn ander een wiel eraan monterend. Naast mij staan en liggen de 5 fietszakken en die haak ik op mijn gemak aan de fiets. Vervolgens stap ik met de fiets, rondkijkend waar de uitgang nu precies is. Ik besluit een menigte mensen te volgen en kom bij het treinstation terecht. Een sanitaire stop is een enorme ontlading... Ik stap de fiets op en fiets langs een ... tja... acht-, negen-, of tienvaksbaan langs mijn kant, aan de andere kant zullen er ook wel evenveel zijn, zekerst?! Ik ben in het geheel niet wakker en na vier keer op de kaart te hebben gekeken, bemerk ik dat ik toch wel de verkeerde kant aan het oprijden ben. Maar hoe steek je met de fiets een twintigvaksbaan over? Niet dus, want gelukkig is er in de verte een voetgangersbrug waarop enkele ochtendjoggers me nogal vreemd aankijken: een bepakte fietser, in een wereldstad als Buenos Aires, op dit tijdstip, is wellicht niet iets wat ze dit jaar al hebben gezien. Ik glimlach even en meteen krijg ik een stereofonisch "bwendia" terug. Ha, ze zijn hier gelukkig ook wel vriendelijk... Enige tijd later fiets ik in de juiste richting en op een laan met veel hotels. Ik klop aan bij de viersterrenhotels (minder vind ik niet), maar die vragen 200 $ en meer en ik ben er van overtuigd dat er goedkopere opties zijn. De Rough Guide loodst me naar enkele betere adressen, maar deze liggen op de bekendste laan in het centrum van de stad en zijn bij navraag allemaal volboekt. Dan zie ik plots een straatnaam die ik ook in mijn reisgids zag staan: aha: Concept Hotel. Het geeft me hoop omdat je met een voertuig in deze zijstraat met éénrichtingsverkeer zit die de bekende laan oprijdt. Een blokje om dus en dan vertelt een jongegast aan de receptie me dat hij voor de eerste nacht een bed heeft in een suite voor 160 $ en voor de volgende 10 dagen een kamer vrij is voor 120 $. Ik mag de fiets zelfs meenemen op de kamer. Ik twijfel geen seconde en hoef de kamers zelfs niet te zien. Ik ben doodop en het druppelt op de straten van Buenos Aires. Ik beland in een suite met (helaas niet werkend) bubbelbad en een zalig halfzacht bed waarin ik na het warme bad geen tien minuten nodig heb om in slaap te vallen... In de hele late namiddag (het is bijna donker) kom ik wakker en stel een plan op voor de komende 10 dagen. Het is een perfect plan voor de eerste 6 dagen waarbij ik het stadsbezoek per barrio oftewel stadswijk zal afleggen. De dagen daarna zie ik nog wel wat het concreet wordt op basis van mijn ervaringen en mogelijkheden... de nacht valt iets na 18 uur al als een steen, vreemd genoeg meer dan een halfuur vroeger dan dat ik in het noordwesten van Argentinië ervaarde. Echt goed slapen wordt meestal vergeleken met een roosje. Het bed van deze suite is inderdaad wel zacht als een blad van een roos, zo ook het donsdeken dat me opnieuw na slechts enkele minuten naar onbewust dromenland brengt...
|
||
|
DAG 22: 26 juli 2007 Dag u in Buenos Aires: "centro": pl. de mayo / la city / av. de mayo / pl. del congreso / florida / av. corrientes / pl. lavalle / teatro colón |
||
|
DAG 23: 27 juli 2007 Dag v in Buenos Aires: "san telmo": gevels / "boca": bonbonera, la boca / museo etnográfico juan bautista ambrosetti |
||
|
DAG 24: 28 juli 2007 Dag w in Buenos Aires: "recoleta & retiro" |
||
|
DAG 25: 29 juli 2007 Dag x in Buenos Aires: "palermo" |
||
|
DAG 26: 30 juli 2007 Dag y in Buenos Aires: "belgrano" |
||
|
DAG 27: 31 juli 2007 Dag z in Buenos Aires: "costenera sur" |
||
|
DAG 28: 1 augustus 2007 Dag { in Buenos Aires: "lopen en 2 beste musea" |
||
|
DAG 29: 2 augustus 2007 Dag | in Buenos Aires: "2 gemiste musea" |
||
|
DAG 30: 3 augustus 2007 Dag } in Buenos Aires: "een regendag in Buenos Aires" |
||
|
DAG 31: 4 augustus 2007 Dag ~ in Buenos Aires: "afscheidswandeling door Buenos Aires" |
||
|
DAG 32: 5 augustus 2007 Vertrekdag uit Buenos Aires: op de terugreis met British Airways worden we verwend met eten en drinken plus muziek en film. Een filet mignon smaakt overheerlijk met een Franse bordeaux. Na de heel lekkere maaltijd begin ik mijn filmmarathon, want ik voel dat ik niet zal kunnen slapen. Gelukkig zijn er 3 filmklassiekers die ik nu kan terugzien: ik start met het intellectuele plot en de knappe hoofdrol gespeeld door Kevin Spacey in The Usual Suspects. Dan volgt Walk the Line over het leven en met de schitterende muziek van Johny Cash en ik geniet tenslotte bij zonsopgang van de heerlijke filmmuziek en de briljante Holly Hunter en Harvey Keitel in The Piano uit 1993. Ondertussen kwamen de stewardessen geregeld rond met appelsap of British Airways. Gelukkig maar want de twee vrouwen naast mij hebben de ganse tijd kunnen slapen en aangezien ik aan het raampje zat....
|
||
|
DAG 33: 6 augustus 2007 We naderen Londen en een English breakfast wordt ons aangeboden. Roerei met bacon, een worstje, boontjes, groentjes, aardappelen... eindelijk eens iets anders dan de media lunes oftewel croissants die gewoonlijk in Argentinië werden geserveerd. De controle in Londen Heathrow is scherp. Gelukkig maar, geef die terroristen geen kans! Op de vlucht naar Brussel krijg ik een klopje. De ogen gaan geregeld dicht na een ontbijtsandwich. Mijn bagagezak is één van de eerste die van de band rolt en ik moet slechts 20 minuten wachten op de rechtstreekse trein naar Tielt, waar mijn auto mijn vermoeide lichaam opwacht en dit in 10 minuten naar mijn huisje brengt. Ik kan toch niet nalaten om al naast mijn brievenpost en de krant van vandaag, ook de ontvangen emails te lezen, maar dan voel ik de ogen toch te geregeld dicht vallen en kruip ik rond 19u30 in mijn vertrouwde bed voor een nachtrust van 12 uur. Het verlof zit erop, morgen begint een nieuwe werkdag op Syntra West. De reis zit er op. Het is een even heerlijk gevoel om terug thuis te komen als om op reis te vertrekken...
|
||
reizen:
neil young:
muziek: