We zijn een klein ‘kuddeke’ Christenen die tot doel houden het evangelie van onze Herder, Jezus Christus, zo goed mogelijk te verspreiden, zoals dat in Gods Woord ‘De Bijbel’ geschreven staat. We gebruiken daartoe alle moderne en klassieke media zoals: Internet, radio, TV, krant en alle mogelijke combinaties van deze evenals alle andere opportune middelen. 

We zoeken ook met Christenen samen te werken, zoals Jezus Christus dat verlangt en vluchtelingen in onze omgeving te helpen zodat ze Jezus zien.

Samenkomst op zondag om 10u30; adres:
Notelaarsstraat 16
 
8400 Oostende

De Kandelaar,op kaart klik hier

 



 

Lees even verder…


Waakt in de gebeden

Onderstaand schrijven is van een arbeider van de Heer die al lang bij de Heer is. De ernstige dingen en de vele gevaren waarop in deze brief gewezen wordt, en waarin de gelovigen en ook het werk van de Heer zich in die tijd bevonden, zijn in treffende overeenstemming met de toestand in onze dagen.

De gevaren zijn sinds die jaren niet minder geworden, integendeel, eerder ernstiger en groter. Was het ooit nodig tot God te roepen in de nood, dan moeten wij dat zeker doen in onze tijd. Kort en ernstig roept de Geest van God ons toe: ‘En het einde van alle dingen is nabij; weest dus nuchter en waakzaam tot gebed’ (1 Petr. 4:7). De brief luidt als volgt:

 

Geliefde broeder in de Heer,

Wat mij gedurende enige tijd zeer bezighoudt en diep heeft getroffen, in de toestand van de Gemeente van God, van het lichaam van Christus, is het welzijn van de geliefde lammeren en schapen van Zijn kudde, zowel van hen die onder verschillende benamingen en in verschillende gemeenschappen van de Christenheid verdeeld zijn, als van hen die belijden zich te vergaderen tot de kostbare Naam van de Heer Jezus. De zwakke openbaring die men overal onder Gods kinderen waarneemt, de geringe vrucht bij de verkondiging van het evangelie, de weinige geestelijke kracht die wij, als geheel maar ook persoonlijk, in het getuigenis voor Christus aan de dag leggen, daarbij de gedachte aan de ontzettende vooruitgang van het ongeloof, aan de toenemende invloed van het bijgeloof - al deze dingen doen mij diep voor Hem neerbuigen en brengen mij tot diepe verootmoediging.

Dienstknechten van de Heer die dit lezen, nodig ik uit er gehoor aan te geven, zich persoonlijk en gemeenschappelijk voor de Heer te verootmoedigen, eigen toestand te overwegen, met gebed, smeking en voorbidding. Over de tijd, de plaats of wijze, wanneer, waar en hoe dit moet gebeuren, wil ik niet spreken. Mijn bedoeling is alleen, voor zover het mij mogelijk is, de Gemeente van Christus tot een dieper bewustzijn te brengen van hetgeen zo zeer nodig is, Is dit doe! bereikt, dan zal de Heilige Geest ook verder leiden en ons duidelijk maken wat de beste en juiste manier is waarop deze verootmoediging en deze gemeenschappelijke gebeden gebeuren moeten. In het vaste vertrouwen op onze Heer, Die zo vol genade is, zou ik graag iedere lezer die Hem toebehoort, door deze woorden ernstig willen vragen toch tot God te roepen.

Voor alle leden van het ene lichaam van Christus wens ik dat de Heilige Geest in hun harten en geweten mag werken en hen echt mag opwekken om hun plaats in te nemen aan de tafel van de Heer en de dingen los te laten waardoor zij vastgehouden worden. Dat ze toch met een eenvoudig oog en een gewillig hart het Woord van God onderzoeken en dan alles prijsgeven en verlaten wat niet voor Hem kan bestaan, om hun ware plaats ‘binnen het voorhangsel’ maar ook ‘buiten de legerplaats’ te leren kennen en in te nemen, en zich te verblijden in de gezegende hoop op de komst van de Heer.

Voor alle plaatselijke vergaderingen van de Heer over de gehele aarde, wens ik dat zij van iedere hinderpaal en steen des aanstoots en van iedere wortel van bitterheid bevrijd mogen worden. Dat zij in wederzijds vertrouwen, in echte broederliefde en gemeenschap van de Geest, samen verbonden mogen zijn. Dat onze bijeenkomsten door eenvoud, frisheid en door geestelijke kracht gekenmerkt mogen zijn, en de dienst van het Woord met de zalving van de Geest uitgeoefend wordt en daardoor de Heer welbehaaglijk mag zijn. Dat alle eigenwillige werkzaamheid, elke openbaring van het vlees, elk spreken dat niet tot opbouwing van de gelovigen dient, mag verdwijnen.

In het bijzonder wens ik ook, dat allen een helder begrip en ernstig bewustzijn hebben of ontvangen van hetgeen ons eigenlijk samen heeft gebracht en ons aan elkaar verbindt. Moge het zo zijn dat op iedere dag van de Heer aan Zijn tafel de dingen toch steeds de plaats gegeven wordt die de Heer eraan gegeven heeft en allen zich herinneren dat wij samenkomen om ‘brood te breken’ om de dood van de Heer te verkondigen. Dat dus niets dit kostbare en belangrijk doel op de achtergrond mag dringen, noch de daarmee in verbinding staande aanbidding in geest en waarheid mag tegenhouden’.

‘Voor het werk van de Heer en Zijn arbeiders in ons land en daarbuiten, dat het Woord van de Heer verspreid mag worden en verheerlijkt wordt, vóórdat de deur van de genade gesloten wordt. Dat het evangelie in al zijn kostbaarheid en voortreffelijkheid verkondigd wordt en de dienstknechten van de Heer door de gedachte bemoedigd en versterkt worden, dat hoewel de Gemeente in haar geheel als getuige voor God op aarde gefaald heeft, zij toch het evangelie aan iedere arme verloren zondaar bekend maakt, wat God is voor iedereen die in het geloof tot Hem de toevlucht neemt.

Dat de dienst in woord en geschrift helder, gezond en duidelijk mag zijn en dat allen die de Heer op welke wijze dan ook dienen, slechts door één ding geleid mogen worden, namelijk door het innerlijk verlangen de Heer Jezus te verheerlijken in de opbouwing en bemoediging van de Zijnen. Dat zij daarom zorgvuldig alle nutteloze vragen, eigen gedachten, haarkloverijen en woordenstrijd vermijden en afwijzen.

Te bidden voor alle gelovige gezinnen, dat zij toch zó bestuurd worden dat zij ‘de leer van God, onze Heiland, in alles versieren’ (Titus 2:10). Dat gelovige ouders zich van hun grote verantwoordelijkheid bewust zijn om hun kinderen van hun prilste jeugd af aan stipte en gewillige gehoorzaamheid te gewennen. Dat in onze gezinnen liefde en vrede wonen, tedere bezorgdheid voor elkaar, terwijl ieder lid het goede van allen zoekt, zodat de onbekeerden tot de Heer worden aangetrokken, de afgedwaalde terechtgewezen en zij die struikelen of wankelen, weer opgericht en versterkt worden.

Te bidden voor ons en alle gelovigen, dat de Heer het werk van Zijn genade in onze harten. mag verlevendigen, zodat wij voortaan in nauwere gemeenschap met God wandelen, de Heer Jezus meer mogen leren kennen en genieten voor ons hart, Hem met meerdere overgave van het hart als Zijn ware discipelen navolgen en met verlangen uitzien naar Zijn wederkomst. Laat ons, geliefde broeder, dag en nacht wat deze dingen betreft tot God roepen en ook anderen opwekken hetzelfde te doen.

Na hartelijke groeten, verblijf ik u in de Heer verbonden, C.H. Mackintosch’, Hoe ernstig zijn deze woorden, jaren geleden uitgesproken, voor ons. Hoe zijn ze ook in onze dagen de overdenking waard. Ja, hoe weinig denken wij aan de vele noden die er zijn. Hoe vaak gaan wij in een zekere onverschilligheid en gemakzucht onze weg en voelen de druk en de moeite niet die anderen ondervinden, noch de behoefte die zij hebben aan onze voorbede! Als we meer de werkelijkheid van de geestelijke nood om ons zouden opmerken, dan zou er ook zeker meer gebed zijn. Ernstiger en meer volhardend zouden wij allen, persoonlijk en gemeenschappelijk, tot de Heer moeten smeken en tot Hem onze stem verheffen.

De apostel Petrus zegt: Weest thuis nuchter en waakzaam tot gebed’ (1 Petr. 4:7). Om in de gebeden te kunnen waken, moeten we nuchter zijn. Maar omdat de Geest van God, Die een Geest ‘van kracht, van liefde en van bezonnenheid’ is (2 Tim. 1:7), in zoveel harten bedroefd en in het midden van zoveel gelovigen belemmerd wordt door wereldsgezindheid en ontrouw, kan Hij ons vaak niet, zoals Hij dat wil, de ernst van de tijden en de toestand van deze dingen en de macht van de vij and in het licht van God laten zien, ook niet ons de noodzaak laten voelen van het vurig gebed voor onszelf, voor anderen, en voor het gehele werk van de Heer.

Ms wij echt meer acht gaven op de openbaring van de geesten, die zich in onze dagen zo duidelijk scheiden en zich in hun ware karakter laten zien van vóór of tegen Christus, als wij meer dachten aan Gods eis van beslistheid, als wij zagen hoe Gods hand door de grote en ernstige gebeurtenissen in de geschiedenis van de voiken ingrijpt, als wij meer dachten aan het verschrikkelijke feit dat duizenden mensen worden weggerukt in de bloei van hun leven en ook dat velen nog meer verminkt of tot weduwen en wezen worden, dan zouden wij allen veel ernstiger en waakzamer in de gebeden zijn, zowel in de binnenkamer, in het gezin, als ook in de vergadering van gelovigen.

Laten we toch meer tot God roepen, dat vrucht, meer vrucht te voorschijn komt uit het zaad van de tranen, dat Hij in genade Zijn werk verhaasten mag, opdat spoedig de laatste mensen gered, de afgedwaalden teruggebracht, en de Zijnen verenigd en gered kunnen worden uit a! de verschrikkingen en gevaren van deze tijd en van deze wereld, en uit al de verzoekingen van het steeds in omvang toenemende kwaad! Ja, Heer Jezus, kom, kom haastig!

O bruid des Lams, ontwaak, ontwaakt

O bruid, houd u bereid;

want Christus komt, uw Bruidegom,

de Hoop der heerlijkheid.

G.L. 44:1