Wateren zonder grenzen

Over de discriminatie van de vrouwelijke plas

Prof. Dr. Koen Raes

De ene plas is de andere niet

Onrecht is het, flagrant en manifest onrecht. Tijdens de Gentse feesten bleken er alom in mijn stad gratis plasgelegenheden te zijn geïnstalleerd voor de mannen, terwijl vrouwen in meterslange files dienden te wachten om tegen betaling hun behoefte te doen. Meer urinoirs voor mannen dan voor vrouwen, en dan nog gratis op de koop toe, het lijkt wel of alle feministische golven aan Gent voorbij zijn gegaan. En dan zijn er toch nog mannen die schroomteloos tegen de gevel van de omringende huizen hun plas lozen, omdat de gratis pissijn net iets te ver af ligt, je zou je om minder voor je geslachtsgenoten schamen.

Wat kan nu de justificatie wezen voor deze manifeste ongelijke behandeling van mannen en vrouwen? Een eerste reden zou kunnen zijn dat vrouwen nu eenmaal meer infrastructuur behoeven dan mannen om hun plas te lozen. Tja, so what: dat los je gewoon op door een heel klein beetje aan herverdeling te doen, zodat mannen ook bijdragen tot die duurdere infrastructuur. Er wordt voorwaar in andere contexten aan veel ingrijpender vormen van herverdeling en solidariteit gedaan. Nee, een goede reden kan dit niet zijn. Vervolgens zou de reden kunnen zijn dat mannen, omdat ze nu eenmaal mannen zijn, gewoon niet bereid zijn om te betalen voor hun plas. Wanneer je hen geen gratis urinoirs aanbiedt, dan plassen ze gewoon alle gevels vol en dan komt de politie manschappen te kort om al dat onoorbaar gedrag te verbaliseren. Een ‘gedoogbeleid’, met andere woorden: de gratis urinoir als de koffieshop voor de plassende man, net zoals het hondentoilet dat is voor de stedelijke hond: de openbare ruimte is geen openbaar toilet. Een fraai beeld van mannen wordt hiermee niet opgehangen; ’s mans piemel laat zich niet makkelijk disciplineren en gezien mannen nu eenmaal hun lul achterna lopen geldt dit bij uitbreiding ook voor henzelf. Ja, met zijn auto is hij wel bereid om uren in de file te staan, maar met een volle blaas, geen sprake van. In een file moet je immers kunnen pronken, terwijl plasfiles je nu eenmaal aan je zwakke kant laten zien.

La police du pipi

Tenslotte bestaan urinoirs voor mannen al heel erg lang en maken zij deel uit van ieder 19e eeuws stadsgezicht. Sedert de 16e eeuw werd in de grote Europese steden een alomvattend stront- en plasbeleid ontwikkeld waarbij niet alleen een verplichte aansluiting van het huiselijke toilet aan de riool werd bevolen – in plaats van de brij gewoon in de straat te lozen – maar waar bovendien de steden publieke urinoirs installeerden en het plassen en kakken in publieke ruimten tot delict werd verheven. Het zou nog eeuwen duren alvorens stedelingen zich deze disciplinering – ‘la police de la merde’ - lieten welgevallen, maar stilletjes aan aanvaardde men toch dat men ‘zijn gevoeg’ niet zomaar overal en in eender welk gezelschap kon deponeren.  Henry Miller kon nog lyrisch schrijven over – het leven in de - de Parijse urinoirs, die niet alleen soms fraaie kunstwerkjes waren maar ook  als werkelijke  ontmoetingsplaatsen functioneerden. Maar waarom is er toch zo weinig aan vrouwen gedacht die bij mijn weten toch geen grotere blazen hebben dan mannen en die bij mijn weten toch minstens in even grote getale de stedelijke publieke ruimten betreden als mannen? Wellicht zuipen mannen veel meer dan vrouwen, maar is dat een reden om met die ‘expensive taste’ bijzondere rekening te houden? Nee, het is discriminatie zonder meer en zij kan symbool staan voor de vele andere kleine achteruitstellingen waar vrouwen nog dagelijks mee worden geconfronteerd.

The feminine mystique

Laten we misschien toch wat dieper ingaan op de fenomenologie van de plas (als Peter Sloterdijk het  over de aars, de scheet en het schijt mag hebben in zijn  Kritiek van de cynische rede en indien Dominique Laporte een Histoire de la merde kan publiceren, waarom dan niet even stilgestaan bij de plas en bij de verschillen in behandeling van de mannelijke en van de vrouwelijke plas).

Hoe zou het eigenlijk komen dat mannen in de publieke ruimte van de pissijn zien plassen niet als aanstootgevend wordt gezien – zie ze daar pronken met hun juwelen -, terwijl vrouwen zich daarbij horen af te zonderen, onafgezien of men hun respectievelijke plasorganen te zien krijgt of niet. Hebben plassende vrouwen iets sensuelers – en ‘dus’ verbodener – dan plassende mannen? Zou kunnen, want reeds de Markies De Sade geilde op – liefst in zijn gezicht - plassende vrouwen. Op het internet vindt men legio websites waarin ons een blik op plassende vrouwen wordt gegund – ‘Golden Streams’ heet er eentje heel poëtisch - en er blijken zelfs tijdschriften zich op dit specialisme toe te spitsen, maar plassende mannen, daar (b)lijkt niets erotisch aan.

Hoewel…er is toch Manneke Pis? Maar dat lijkt toch veeleer een ondeugend, dan een sensueel symbool te zijn, een symbool van schalks libertinisme eerder dan van erotisme (al kan ik me hierin natuurlijk vergissen). Plassende Eva’s daarentegen wekken ’s mans lusten op, en om dat te verhinderen doen ze het best niet op de openbare weg. Kwestie van mannen niet op gedachten te brengen (rare gedachten, die mannelijke, vind ik).

Maar afgezonderde ruimtes zijn niet voldoende. Zij moeten ook nog bewaakt worden. Want onbewaakte ruimten waarin men zich afzonderen kan, dat is uitnodigen tot allerlei vormen van bandeloos gedrag. De plasgelegenheid voor vrouwen heeft niet alleen nood aan een WC-dame of -meneer om op de hygiëne te letten, nee, die zijn er ook nodig om een oogje in het zeil te houden, want anders zou er nogal wat worden afgevreeën in al die goedkope WC-kabinnes. Onbewaakte, openbare maar afgesloten ruimtes kunnen bovendien de veiligheid van vrouwen niet garanderen, en daaraan is wel degelijk nood.

Vrouwen behoeven bescherming? Vrouwen zijn kwetsbaar? Ik vrees dat dit waar is. De statistieken liegen er althans niet om: vijftig jaar vrouwenemancipatie hebben het fysiek en seksueel geweld op vrouwen in onze samenlevingen niet weten af te remmen. Mannen zijn nog lang niet getemd.

Een gelijke behandeling van mannen en vrouwen inzake de toegang tot openbare plasgelegenheden wordt dus niet gerealiseerd door ook aan vrouwen onbewaakte, maar afgeschermde toiletten aan te bieden. Zij is slechts gerealiseerd indien vrouwen én mannen enkel nog bewaakte plasgelegenheden mogen betreden. Dat zal overigens ook de hygiène ten goede komen, want onbewaakte plasgelegenheden degenereren binnen de kortste keren tot stortplaatsen voor alles en nog wat. 

Plasrecht, grondrecht

Gelijke plasrechten? Is dat nu geen spijkers in laag water zoeken? Hoe kan men zich nu om zulke wisjiewasjies druk maken? Er zijn heus wel fundamentelere zaken! Ik hoor het menigeen al opmerken. En nochtans: het gaat hier wel degelijk om een zeer primaire behoefte, ,ja, een nood, die niet minder belangrijk is dan het recht op voedsel en drank. Men kan mensen heel erg diep kwetsen en vernederen door met die behoefte geen rekening te houden en wie ooit eens heel erg lang, door omstandigheden, zijn plas of kak heeft moeten ‘ophouden’ zal erkennen dat het hier allerminst om een frivoliteit gaat en het zelfs onze gezondheid raakt. De manier waarop Simone de Beauvoir in La valse des adieux Jean Paul Sartre’s incontinentie-problemen ruim uitsmeert doet vermoeden dat ze er een zeker pervers genoegen in schiep de filosoof in al zijn kleinheid te vernederen en krijgsgevangenen kunnen vertellen hoe men erin slaagde hun menselijkheid onderuit te halen door op de tijd om hun behoefte te doen te beknibbelen. De plas niet kunnen ophouden, het vervult ons met schaamte. Ook hier kan er letterlijk sprake zijn van ‘aanranding van de eerbaarheid’ van een persoon. Nee, het gaat wel degelijk om een nood die in aanmerking komt om als recht erkend te worden, als grondrecht. En voor grondrechten, daarvoor geldt het gelijkheidsbeginsel, zoveel is zeker.

Bij deze worden daarom ook alle stedelijke overheden – met inbegrip van de Gentse Feesten burgemeester - vriendelijk doch dringend verzocht om voor mannen én vrouwen een gelijk plasrecht te realiseren. Het is vaak door kleine dingen dat aangetoond wordt dat het U ernst is met Uw ‘gelijke kansen beleid’. Zolang men, zoals ik als Gents gemeenteraadslid moest ervaren toen Agalev-raadslid Filip Watteeuw het onderwerp enkele maanden terug aansneedt, over dit onderwerp niet sereen kan debateren zonder de risee te worden van wie de (mannelijke) lachers op zijn hand weet te krijgen, is er niet alleen iets mis met het sérieux dat een gelijke kansen beleid verdient, maar ook met de manier waarop men tegenover onze lichaamsbehoeften aankijkt. Er is geen enkele goede reden te vinden waarom voedings- en drankbehoeften wél, maar lozingsbehoeften niet in ons mens- en maatschappijbeeld zouden worden opgenomen. Alleen de last van een eeuwenoude schaamtecultuur verhindert ons hierover in alle ernst te praten. Laten we die vervreemding eindelijk eens van ons afwerpen. Het zal ons – vrouwen én mannen – deugd doen.