Bouwkampen - Werkkampen - Work Camps
   

Uitstap naar Lori-regio

Start ] Up ] Vrije Tijd ] [ Uitstap naar Lori-regio ] Yerevan/Echmiadzin ] Garni/Geghard ] Links ]   

  

     

Een kamp met twintig is een bijzonder vermoeiende aangelegenheid: twintig westerlingen is synoniem voor evenveel meningen over hoe de zaken moeten aangepakt worden. Bovendien was de relatie met de Armeense vrijwilligers sterk vertroebeld sinds de Armeense kampleider ontslagen was wegens corruptie; de Armenen wilden haast niet meer samenwerken om uitstappen te plannen. Daarom beslisten we om er met een klein groepje op uit te trekken in het laatste weekend: mijn reisgezellen waren twee Franstalige Belgische meisjes en een Duitse. Via via hadden we een contactadres gekregen van een familie in Vanadzor, in de Sovjettijd bekend als Kirovakan: Vanadzor zou onze uitvalsbasis worden om het noorden van Armenië (Lori) en de grensstreek met Georgië te verkennen.

De eerste dag bestond uit de verplaatsing van Yerevan naar Vanadzor. We vertrokken in de vroege namiddag om in de vooravond aan te komen in Vanadzor. Aan het station werden we opgepikt door Michaïl (uiterst rechts) die ons tot bij Zoja (uiterst links) bracht. We zouden de nacht in haar huis doorbrengen en werden al dadelijk bij onze aankomst onthaald met heerlijke Armeense koffie en gebak. Het avondmaal werd een feestmaal en zowel vooraf als achteraf werd er geklonken met Armeense cognac. Hoewel de Fransen beweerden dat enkel Frankrijk goede cognac produceert, heeft Armenië terecht de reputatie de beste cognac van de voormalige Sovjet-Unie te produceren. Het was een mooie inleiding op één van die bijzondere rituelen uit de Kaukasus: toasten. We toastten verschillende keren voor het doel dat Michail ons aangaf. Blijkbaar was de toast uitspreken een voorrecht voor de oudste aan de tafel. Op het voorbije kamp in Perm in de Russische Oeral was het de gewoonte dat iedereen die wou een toast uitsprak en als buitenlander werd ik regelmatig gevraagd om een toast uit te spreken. Niet zo in Armenië, want toen ik een toast wou uitspreken, keek Michail me vermanend aan en hij wees me op de noodzaak om dit aan de tafeloudste over te laten. 

De voertaal bij Zoja en Michail was de hele tijd Russisch en ik had dus de onmogelijke opdracht om het gesprek naar behoren proberen te volgen en tegelijkertijd te vertalen voor mijn reisgezellen. Een vermoeiende taak maar gelukkig deden allen hun best om zo traag en duidelijk mogelijk te spreken. De meisjes kregen heel wat aandacht van Michail die in elk van hen een geschikte huwelijkskandidaat zag voor zijn zoon. Dat die momenteel in Sint-Petersburg woont en werkt, leek Michail helemaal geen probleem. Op het einde van de avond deed hij ons dan het genereuze bod om een auto te lenen van één van zijn vrienden en ons persoonlijk een rondleiding te geven in de streek.

De volgende ochtend liet Michaïl op zich wachten: we wandelden wat rond in de omgeving, werden uitgenodigd voor een koffie bij de buren en rond de middag kwam Michail eindelijk opdagen, duidelijk teleurgesteld. Hij was er niet in geslaagd een auto te vinden en we zouden de trip dus op eigen houtje met het openbaar vervoer moeten zien verder te zetten. De bus op dus, eerst naar Vanadzor en van daaruit met een marsjroutka naar Ahlverdi (Alaverdi). We reden pal noord en de bergen werden steeds hoger terwijl het landschap steeds groener werd. De herinneringen aan de dorre valleien rond Yerevan begon stilletjes aan te verdwijnen. De weg kronkelde door het dal dat uitgesleten was door de Debed-rivier. Aan de andere kant van de weg lag de spoorlijn Tbilisi-Yerevan. De nabijheid van Georgië bleek ook uit het groot aantal Georgische vrachtwagens die tussen de bergen heen laveerden richting Tbilisi. Ahlverdi bleek een aartslelijke stad te zijn vol appartementsgebouwen uit het Sovjettijdperk en iets buiten de stad werd het landschap ontsierd door een metaalfabriek die vieze rook uitbraakte. Onderweg in de marsjroutka deed een man zijn beklag tegen mij dat er sinds het uiteenvallen van de Sovjetunie geen werk meer was. "Vroeger was alles beter!" Ook in Vanadzor had Michail ons al verteld dat de meeste fabrieken leegstonden en dat de werkloosheid torenhoog was. De streek had dan ook kort na elkaar twee rampen moeten verwerken: een geweldige aardbeving in 1988 en het uiteenvallen van de USSR in 1991 betekenden de doodsteek voor de economie in het noorden van Armenië. Zoja had ons ook al verteld in wat voor een diepe recessie hun streekeconomie was beland; zelf was ze scheikundig ingenieur en werkte ze in één van de fabrieken van Vanadzor dat ooit een bloeiend centrum van de chemische nijverheid was. Maar sinds de verwoesting van de fabriek door de aardbeving van 1988 was ze werkloos en zat het hele gezin zonder vast inkomen.

Ook onze verblijfplaats in Ahlverdi was een reliek uit de Sovjetperiode. Hotel Debed was zo één van die Sovjethotels die je best mijdt maar in Armenië mag je al uiterst blij zijn als je een hotel vindt dat betaalbaar is of niet gesloten. Het interieur en het sanitair waren in een erbarmelijke toestand en de hoteldirectrice was een taaie matrone waar haast niet mee te onderhandelen viel. Uiteindelijk kregen we een "luxe"-kamer voor zo een 4 EUR en na wat onderhandelen kregen we er zelfs nog een ontbijt bij. Nu ja, ontbijt: oudbakken broodkorsten en een kopje Armeense koffie. In de namiddag bezochten we het kloostercomplex van Sanahin en gingen we ook nog even Ahlverdi bekijken, met als enige bezienswaardigheid een stokoude brug en de metaalfabriek.

's Ochtends mocht er alweer onderhandeld worden: dit maal over de prijs van een rit naar het klooster van Haghpat. Een paar minuutjes later zaten we met zijn allen in een gedateerde Russische legerjeep op de weg Ahlverdi-Tbilisi. Het landschap was weer prachtig en in de verte konden we Haghpat, hoog op een bergtop, al zien liggen. Deze site vond ik de mooiste van alles wat ik tot dan toe in Armenië gezien had en niet voor niets staat het kloostercomplex van Haghpat ook op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Van Haghpat ging het dan weer naar Ahlverdi en in Ahlverdi kregen we een lift naar Vanadzor in een relatief nieuwe Lada. De man praatte de hele tijd honderduit over zijn leven en over de meisjes op de achterbank. "Jammer dat ze geen Russisch spreken!" Zelf sprak hij een paar woorden Duits omdat hij nog met het Rode Leger gelegerd was geweest in Oost-Duitsland. Hij was één van de gelukkigen die hun baan hadden kunnen behouden in de metaalfabriek van Ahlverdi en het geld dat hij daarmee verdiende besteedde hij aan zijn grote passie: auto's.

In Vanadzor namen we de lijnbus naar Stepanavan waar we het tweede deel van onze verkenning van de Lori provincie zouden aanvatten. Onze aankomst viel echter letterlijk in het water: nog voor de bus aankwam in Stepanavan was het beginnen stortregen en even later sijpelde het water door de spleten van het verroeste dak. In een mum van tijd stonden de straten blank. In dit hondenweer moesten we ons hotel zien te zoeken. Michaïl wist enkel dat er een hotel was in Stepanavan en via mensen onderweg waren we te weten gekomen dat het hotel zich aan de rand van de stad moest bevinden. We namen dus maar een taxi en gaven de chauffeur de opdracht ons naar het hotel te brengen. Hij wist echter niet goed waar het hotel juist was, vroeg raad aan enkele voorbijgangers en uiteindelijk kwamen we aan op de plaats waar het hotel zou moeten zijn. Maar van het hotel was er geen spoor, er stonden enkel een paar barakken waar Georgische vluchtelingen woonden. Die vertelden ons dat het hotel was ingestort tijdens de aardbeving van 1988 en niemand had de nood gevoeld om het hotel herop te bouwen. Daar zaten we dan, schuilend voor de regen in een taxi, in een stad zonder hotel, in een stad waar we niemand kenden. Bovendien waren de wegen overstroomd en andere steden waren onbereikbaar geworden. De taxichauffeur zag onze radeloze gezichten en dat bracht zijn commerciële instincten op gang: we konden wel bij één van zijn kennissen overnachten en de volgende ochtend zou hij ons dan naar de ruïnes van Lori Berd brengen want dat konden we gezien het weer vandaag wel vergeten.

En zo geschiedde: we kregen een onderdak bij een vriendin van de taxichauffeur en de ochtend daarop reden we naar de ruïnes van Lori Berd: niet meteen indrukwekkende overblijfselen van een oude burcht, pittoresk gelegen aan een groene kloof. Na dit moois wachtte ons enkel nog de terugtocht naar Yerevan, met een kleine tussenstop in Vanadzor waar Michail ons nog op een stevige maaltijd trakteerde.

 
 

Start ] Up ]

 

© 2003-2004, Maarten Peeters, postmaster - at - bouwkampen.be , Geen gebruik van tekst of afbeeldingen zonder voorafgaande toestemming,  laatst bijgewerkt op 22.01.05 . All rights reserved.