Bouwkampen - Werkkampen - Work Camps
   

reis

Start ] Up ] project ] verblijf ] foto's ] vrije tijd ] [ reis ] Petrovichi  (RU) ]   

  

 

Schema:

  • Brussel (B) – Keulen (D), Thalys

  • Keulen (D) - Warschau (P) - Brest (BY), nachttrein

 

  • Brest (BY) - Praag (CZ), nachttrein

Hoe doen ze het toch die Russen? Nauwelijks was de mededeling Warschau-Moskou op het scherm verschenen of het perron in Keulen was al getransformeerd in een stukje Rusland. Families met stapels koffers, valliezen, rood en blauw geruite plastic tassen en een hoop kleinere zakken met proviand voor een aantal dagen hadden het perron overgenomen. Deze kleurige massa begon zenuwachtig door elkaar te wriemelen toen de trein het station binnenreed. Toen even later de Russische wagons met de nationale kleuren voorbij gedenderd kwamen, sprongen de kinderen joelend enthousiast in het rond. Het thuisland was nabij. Hun enthousiasme werkte aanstekelijk want ik begon opnieuw zin te krijgen in de lange tocht naar Brest. De rit met een overvolle Thalys van Brussel naar Keulen met Franse en Britse toeristen, had ik me even tevoren de zin ontnomen.

De Russische treinbegeleiders in een onberispelijk keurig uniform en met hun karakteristieke grote kepi’s maanden me echter aan snel in te stappen. Vanzelfsprekend spraken ze enkel Russisch en aan mijn medepassagiers te zien, was ik de enige die daar wat problemen mee had. Plots kwam er echter een krachtig “njet” van onder de snor van de conducteur en ik werd doorverwezen naar een wat grauwe wagon achter de blinkende Russische wagons helemaal achteraan de trein. Bleek dat de Wit-Russische spoorwegen hun eigen rijtuig aan de Keulen-Moskou treinlijn hadden aangekoppeld: Wit-Rusland als kleurloos aanhangsel van Rusland!! Als dat maar geen voorteken was ...

In de trein kreeg ik een coupé toebedeeld met drie zetels en een wastafel. De pas gestofzuigde tapijten gaven me een vertrouwd gevoel en maakten de herinneringen aan mijn treinreizen in Rusland weer levend. In afwachting van de komst van mijn medepassagiers maakte ik wat noedels klaar, las in mijn Llosa en ik probeerde m’n kamertje een huiselijke sfeer te geven terwijl een miezerig grijs Duitsland aan mijn raampje voorbijschoof. Bij elke stop kwam meer volk op de trein: steeds uitgewuifd door de hele familie en steeds ook verwonderde ik me over de massale hoeveelheid bagage die aan boord werd gehesen. We waren Dortmund nog niet voorbij toen ik het aangename gevoel kreeg dat ik al aangekomen was: Printsessa Gitta thee die de treinbegeleidster schonk uit de samovar, opgewekt Russisch gekwetter op het gangpad en nog een pak andere elementen die ik enkel met Rusland associeer.

Toen ik ’s ochtends opstond, waren de rollen omgedraaid: de Wit-Russische wagon was de trotse voorhoede van de trein geworden. Ook het landschap was helemaal anders: kleine akkers met hier en daar een boerderij, koeien die gevaarlijk dicht bij de sporen aan het grazen waren, hier en daar een groep landarbeiders die kromgebogen op het veld werkten en Poolse Fiatjes aan de overwegen. Stuk voor stuk tafereeltjes die thuishoorden in documentaires of op oude schilderijen schoven voorbij aan m’n raampje. Terwijl ik koffie klaarmaakte en langzaamaan wakker werd, kwamen de voorsteden van Warschau al dichter bij. 

Het was ook hoogtijd om kennis te maken met mijn medepassagiers. ’s Avonds laat in de buurt van Hannover had ik gezelschap gekregen van een Duits koppel. Ze bleken onderweg naar een Wit-Russisch kuuroord. Oorspronkelijk waren ze echter afkomstig uit Kirgizië waar ze in een Duitse evangelische gemeenschap van zo een 7000 man groot hadden gewoond tot ze na de omwentelingen van de jaren ’80 noodgedwongen verhuisden naar de Bondsrepubliek. Spijtig detail is dat ’s nachts mijn reservebril verwisseld raakte met de bril van die dame. Ik kwam er pas een week later achter maar van die dame had ik natuurlijk geen enkel aanknopingspunt meer …

Na Warschau veranderde het landschap opnieuw: het werd steeds bosrijker. De lange stroken met dennen en berken werden nu slechts afgewisseld met open ruimten van moerassen en rietkragen. Bij het naderen van de grens verhoogde ook de zenuwachtigheid in de Wit-Russische wagon. Al snel vormde zich een wachtrij voor het toilet dat gedurende drie uur zou afgesloten worden. De douaneformulieren werden bovengehaald en hoewel ik het zo stilaan zou moeten gewoon zijn, had ik nog steeds moeilijkheden bij het invullen doordat de Duitse vertaling al een tijd uitgeput was. Even later in Terespol klom de Poolse douane aan boord en werd de hele trein uitgekamd, zelfs tot de ruimtes onder de zetels en wastafel toe. Toen de trein zich opnieuw in beweging zette, werd het pas echt serieus: rijen prikkeldraad omzoomden de moerassen, zowat elke honderd meter stonden met machinegeweren bewapende soldaten maar uiteindelijk geraakten we over de brug die Wit-Rusland van Polen scheidt. Toen iets later de Wit-Russische grenswacht aan boord klom, was de trein al aangekomen in de voorsteden van Brest. In het station stond het ontvangstcomité van “Novaya Grupa” me al op te wachten …

Veel tijd om op adem te komen was me echter niet gegund: kampleider Valik hielp me met m’n bagage en toen gingen we met flinke pas naar de wagen om naar het dorpje Petrovichi te rijden. In de wagen maakte ik kennis met Lada, de bazin van “Novaya Grupa” en Lukasz, een Poolse kampgenoot. Er was geen twijfel dat ik in de voormalige Sovjet-Unie was aangekomen; het station leek op de stations in Moskou: een toren met bovenaan de Sovjetster met graanhalmen en iets lager stond Brest in oud cyrillisch schrift. Brest zelf leek me trouwens een typische Sovjetstad te zijn met brede lanen en boulevards omzoomd met bomen, statige oude huizen uit een roemrijk verleden, straten met namen als ulitsa Lenina, Karla Marksa, Sovjetskaja, Komsomolskaja, Engelsa, Kirova, Kosmonavtov en zo voort en hoge appartementsblokken in de buitenwijken. Eén boulevard maakte erg veel indruk: in het midden van de weg stonden grote borden met de namen van alle Sovjet heldensteden uit de Grote Patriottische Oorlog waar Brest zo onder te liоden had gehad. Ook de GAI mocht niet op het appèl ontbreken: net voor we op de grote weg kwamen werden we onder vuur genomen door de alom gevreesde speedguns en moesten harde dollars door het raampje geschoven worden vooraleer we weer verder konden. Na een halfuurtje de grote snelweg Warschau-Minsk-Moskou gevolgd te hebben, sloegen we plots een klein weggetje tussen de bomen in en even later stopte de wagen aan de kampplaats.

De terugreis verliep ongeveer hetzelfde. Ik moest echter heel wat moeite doen om aan mijn ticket te geraken maar uiteindelijk kon ik een plaatsje bemachtigen in de trein van Moskou naar Praag.  Mijn reisgezellen waren deze keer beide Witrussen: een man die directeur was van het geologisch instituut van Minsk en een jonge vrouw die de hele tijd op haar bed bleef liggen en slechts opstond om een sigaret te gaan roken. De grensformaliteiten verliepen relatief vlot en 's ochtends om 6 uur stond ik in het centraal station van Praag, klaar voor een volgend bouwkamp.

 
 

Start ] Up ]

 

© 2003-2004, Maarten Peeters, postmaster - at - bouwkampen.be , Geen gebruik van tekst of afbeeldingen zonder voorafgaande toestemming,  laatst bijgewerkt op 22.01.05 . All rights reserved.