|
Elke dag waren twee mensen verantwoordelijk
voor de was en de plas op het kamp: droge twijgjes zoeken om het vuur aan te
maken, hout hakken, water koken, eten klaarmaken en de wacht houden terwijl de
anderen aan het werk waren. Water om ons te wassen en voor de afwas konden we uit de
rivier halen maar voor drinkbaar water moesten we dagelijks een kwartiertje
wandelen naar Petrovichi waar een vriendelijke dame haar waterput voor ons ter
beschikking stelde. Om te koken hadden we niet zo veel keuze: havermoutpap,
macaroni of rijst met corned beef, zwart brood met kolbasa, dikke maaltijdsoepen
met groenten en aardappelen en dagelijks een slaatje met augurken, tomaten en
kool. Vers vlees was een luxe en reserveerden we dan ook voor speciale
gelegenheden: geroosterde kip op de eerste dag en shashlik op de laatste dag. |

|