|
|
Ecologisch werkkamp in de Kaukasus Een paar jaar geleden nam ik deel aan een ecologisch kamp in het Russische Oeralgebergte. Maar hoewel het kamp een succes was door de bijzonder goede groepssfeer en het aangename leven in een typisch Russisch dorpje, was ik toch wat teleurgesteld omdat de bergen in de omgeving van Perm niet meer waren dan een paar molshopen die verloren gingen in de oneindige Russische vlakte. Wat een contrast met de noordelijke Kaukasus! Je vindt er de hoogste bergen van Europa met o.a.Elbrus (5642m), Dombay-Yolgen (4046m), Dykhtau (5204m), ... Het kamp vond plaats in het Teberdinskiy Nationaal Park in Karatsjajevo-Tsjerkessië, een Russische deelrepubliek in de noordelijke Kaukasus. Het is een erg bergachtig gebied met een zacht klimaat. Je vindt er tal van turkooizen meertjes, machtige gletsjers, indrukwekkende watervallen en met bloemen gevulde alpenweiden doorsneden door liefelijke riviertjes. Het toerisme in Dombai zorgt er echter voor enorme milieuproblemen. Her en der wordt gebouwd en toeristen laten tonnen afval achter. Dit afval slingert rond in de directe omgeving van wandelpaden en bezienswaardigheden. Populaire picknickplaatsen lijken eerder op een stort vol lege bierblikjes of wodkaflessen, conservenblikken, papier, plasticverpakkingen, etensresten … Doel van dit ecologisch werkkamp was dan ook om afval te ruimen langs te populairste wandelpaden en om kleine herstelwerken uit te voeren aan het bezoekerscentrum van het reservaat. Na een vlucht van Brussel naar Mineralnie Vody[1] en een rit van 200km naar Teberda ontmoette ik de andere groepsleden op de kampplaats. Zij hadden er net een 40 uur durende treinrit opzitten van Moskou naar Tsjerkessk. We verbleven in een comfortabele houten chalet in het midden van de bossen. De groep was internationaal en erg divers qua achtergronden maar we konden goed opschieten en al gauw was er een opperbeste kampsfeer. In onze vrije tijd hadden we interessante discussies, goede gesprekken, we speelden schaak of andere spelen, … Bovendien hadden we op een avond de gelegenheid om de UAZ legerjeep van één van de parkrangers uit te testen op de modderige pistes van het reservaat. Een andere keer hielden we ons de hele dag bezig met een internetverbinding te vinden. Pas bij zonsondergang vonden we internet bij de redactie van de lokale krant van Tsjerkessk. Onze lange speurtocht bracht ons ondertussen bij een Karatjsaise nationalist, een Russische bokskampioen in de louche lobby van hotel Tsjerkessk en bij de uitbaatster van kinotheater ‘Rossija’, een mooi staaltje van Sovjetarchitectuur, helaas aangetast door betonrot. Een telefoontje naar huis had ondertussen voor wat ongerustheid gezorgd in de groep: in het Noord-Ossetische stadje Beslan, zowat 200km van Teberda, werd blijkbaar een schooltje gegijzeld. De omvang van deze actie was ons echter niet helemaal duidelijk. Ook het werk was zeer gevarieerd: de eerste dag maakten we voedsel klaar voor de bizons en everzwijnen van de locale dierentuin, andere dagen knapten we een aantal klussen op in het bezoekerscentrum van het natuurreservaat. Dit bezoekerscentrum was een megalomaan project. Jaren terug is er een gigantisch gebouw neergepoot met tal van tentoonstellingsruimten, een filmzaal, vergaderzalen, … Vandaag is er echter geen geld meer en staat het gebouw te verkommeren. Een paar honderd meter verder is een zoo waar de dieren in schrijnende omstandigheden behuisd zijn: een vos loopt constant zenuwachtig heen en weer, de trotse Russische bruine beer wordt in zijn donkere kooi belaagd door tientallen kinderen en volwassenen die hem bekogelen met brood en ander voedsel, de jakhalzen lopen elkaar voor de voeten in hun veel te kleine kooi, ... Enkel de bizons lijken meer geluk te hebben: ze hebben een grote weide. Andere dagen maakten we lange trektochten en verzamelden afval langs wandelpaden en picknickplaatsen. Ondanks al het afval was het gebied vrij wild en ongerept. De landschappen waren indrukwekkend: pure rivieren, turkooizen bergmeertjes en ijsblauwe gletsjers die de valleien domineerden. ’s Nachts hoorden we het geblaf van jakhalzen en het gehuil van wolven in de buurt van onze blokhut en in het toilet hadden we het gezelschap van een soort eekhoorn. Tijdens onze tochten zagen we tal van roofvogels, wandelden we door alpenweiden vol bloemen en naar het schijnt herbergt het reservaat een aantal Europese bizons en tal van bruine beren. Tijdens onze wandelingen kwamen we dicht bij de grens met Abchazië en ontmoetten we Russische grenswachters die onze papieren en een speciale toegangspas controleerden. De jonge dienstplichtigen waren best sympathieke kerels: één keer nodigden ze ons zelfs uit voor thee en demonstreerden ze ons hun kalashnikovs en telescopen. Ondanks de toestand in het nabijgelegen Tsjetsjenië neemt het toerisme echter toe. Overal in de bossen worden op een schijnbaar lukrake manier hotels en restaurants neergepoot. Aangezien (Russische) toeristen erg nonchalant omspringen met de natuur, kunnen we in de toekomst nog veel meer afval verwachten. Jaar na jaar nieuwe werkkampen organiseren lijkt dan ook slechts een druppel op een hete plaat. Er is meer nodig om tot een duurzame oplossing te komen: het plaatsen van vuilnisbakken zou al een begin kunnen zijn maar vooral milieueducatie lijkt me erg nuttig. In nationale parken in de Verenigde Staten en Zuid-Afrika zag ik hoe via grote informatiepanelen, brochures, … aan het publiek wordt duidelijk gemaakt wat de impact is van hun handelen op het milieu. Misschien zou hier in de toekomst eens een groot project moeten opgezet worden om aan deze aspecten te werken? In de nasleep van het werkkamp bezocht ik Kislovodsk en Pjatigorsk. Voor de gelegenheid had ik het boek van Lermontow “een held van onze tijd” meegebracht uit de bibliotheek. Het contrast tussen fictie en realiteit kon helaas niet groter zijn: Lermontow beschrijft levendige aristocratische kuuroorden maar vandaag zijn deze steden helaas in staat van verval. Vooral in Pjatigorsk zie je veel vergane glorie. Bovendien hebben ze in de Sovjettijd nog een moderne stad boven het oude centrum gebouwd. Toch verrieden een aantal gebouwen nog de vroegere charme en kon ik me een beeld vormen van hoe deze stad ooit moet geweest zijn in de tijden van de tsaar. Op de terugweg van Pjatigorsk naar de luchthaven van Min Vody had ik de pech om maar liefst vier keer tegengehouden te worden door de politie. Ik moest de bus verlaten en meegaan naar hun duistere kantoortje. Steeds opnieuw vonden ze een nieuwe reden waarom mijn papieren niet in orde zouden zijn. Ze dreigden met reusachtige boetes van 1.000 RUR (omgerekend 30,- EUR maar de bediende in een internetcafé vertelde me dat hij slechts 5.000 RUR per maand verdiende). Ik kon slechts ontsnappen uit hun hebzuchtige handen door geduldig te blijven en steeds opnieuw uit te leggen dat mijn papieren wel degelijk in orde waren en door het verhaal te doen van mijn vrijwillige arbeid in het natuurreservaat. In de luchthaven was de politie echter bitter hard. Pure intimidatie! Ze lieten me een eeuwigheid wachten, vertelden dat zowat alles fout was met mijn papieren en bovendien was ik nog een buitenlander ook! Ondertussen tikte de klok voort zodat ik bijna mijn vlucht miste. De agent legde ondertussen een codex van de Russische wet voor mijn onbegrijpende ogen om toch maar aan te tonen dat mijn papieren helemaal niet deugden. Dreigementen om de ambassade te bellen en een vraag naar de identificatie van de agenten konden hun gelukkig overhalen om me toch maar te laten gaan. Ik kreeg zelfs een politie-escorte naar de transitzone omdat de check-in al gesloten was. Vriendelijke kerels bij de politie in Min Vody! Kortom, mijn privé-trip naar de kuuroorden rond Min Vody was niet echt een succes. Bovendien moest ik in Moskou wel anderhalf uur op mijn bagage wachten. Die werd immers driedubbel gecheckt met het oog op aanslagen. Ik moest even denken dat ze in Min Vody zich beter daarmee zouden bezighouden in plaats van onschuldige toeristen te willen uitschudden en pluimen. Terug in Moskou ontmoette ik een aantal van de andere vrijwilligers die er ook een privé-tripje op hadden zitten: de Fransen waren met de trein gekomen, anderen waren nog even van het strand in Sotchi gaan genieten en nog anderen hadden een trip naar Kazan gemaakt. We hadden een reünie-diner in een –hoe kan het ook anders- Kaukasisch restaurant in de Arbatstraat en vertelden over onze avonturen. Vreemd deze reünie; hoewel we nauwelijks twee dagen geleden afscheid hadden genomen van elkaar, had iedereen toch zo een uiteenlopende avonturen beleefd. Alles leek terug het oude zoals op de kampplaats in Teberda. Alleen hadden we van decor gewisseld: de bergen en gletsjers waren vervangen door het feeërieke decor van het Rode Plein bij nacht. In Moskou bezocht ik VDNKh en het Rode Plein en ik bracht hulde aan Lenin in zijn mausoleum. Ik maakte ook nog een dagtocht naar Sergiev Posad, de dichtstbijzijnde stad van de Gouden Ring steden rond Moskou. Een mooi slot voor dit fantastische werkkamp. Bij mijn thuiskomst had ik eindelijk de kans om de actualiteit van de afgelopen weken door te nemen. De omvang van de gijzelingsactie in Beslan was ons inderdaad niet helemaal duidelijk geweest. We hadden natuurlijk wel een minuut stilte in acht genomen en de speech van Poetin gehoord maar pas in België werd me de tragedie duidelijk die zich had afgespeeld in het stadje Beslan. Op het ogenblik van de gijzeling verbleven we in de Russische deelrepubliek Karatsjajevo-Tsjerkessië, eveneens in de noordelijke Kaukasus. We maakten er op een erg aangename manier kennis met de verschillende culturen van de Kaukasische bevolkingsgroepen. We waren echter ook getuige van diepgeworteld wantrouwen tegenover de centrale regering, schrijnende armoede, gebrek aan kansen en ongekende corruptie. Laten we hopen dat het doel van de terroristen, namelijk het exporteren van het Tsjetsjeense conflict naar naburige republieken om de hele noordelijke Kaukasus destabiliseren, niet lukt en dat president Poetin de crisis aangrijpt om de corruptie te bestrijden, de mensen een stabiele economische basis te bieden en regeerders aanstelt die het vertrouwen en legitimiteit van de plaatselijke bevolking genieten. De signalen die we momenteel vanuit Moskou krijgen zijn echter niet erg bemoedigend. De taak voor ons in West-Europa is dan ook om deze ontwikkelingen op de voet te volgen en ook een oogje in het zeil te houden op het Belgisch en Europees Rusland beleid.
[1] Is het geen contradictie om deel te nemen aan een ecologisch werkkamp op een bestemming die –als je geen dagen onderweg wilt zijn- enkel met het vliegtuig bereikbaar is (5886km, 75 uur trein)? Op de website CoolFlying.nl kan je de hoeveelheid bomen laten berekenen die nodig zijn om de uitgestoten broeikasgassen van je vliegreis te compenseren. Vervolgens kan je een bedrag overmaken aan de organisatie waarmee zij CO2 credits aankopen en extra bomen aangeplant worden. In het geval van de vlucht Brussel-Min Vody zijn er maar liefst 78 bomen nodig om de uitstoot van broeikasgassen te compenseren of een bedrag van 26,- EUR voor CO2 credits. Vraag is natuurlijk hoeveel mensen effectief deze laatste stap zetten. |
|