|
De
reis naar de kampplaats is meestal zowat het meest memorabele van het gehele
kamp. Onze reis naar Oekraïne bleek hierop geen uitzondering. We deden er een
heel weekend over om van Brussel naar L’vov te sporen en moesten maar liefst
vier maal overstappen.
|
Schema:
-
Brussel
(B) – Keulen (D), IC-trein
-
Keulen
(D) – Berlijn (D) , ICE-trein
-
Berlijn
(D) – Krakau (P), nachttrein
-
Krakau
(P) – Przemysl (P)
-
Przemysl
(P) – L’vov (UA)
|
 |
De
traditionele afspraakplaats van Bouworde is het ietwat oubollige Spoorwegmuseum
in een rustige uithoek van het Brusselse Noordstation. Even was er wat
verwarring omdat een andere Bouwordegroep hier ook stond te wachten met een heel
andere eindbestemming. Al vlug werd echter kennis gemaakt met de echte
groepsgenoten, de tickets werden uitgedeeld en we konden koerszetten naar het
perron voor de eerste etappe van de reis.
|
|
In
Keulen moesten we overstappen op de sneltrein naar Berlijn. We hadden
evenwel nog een uurtje over en konden in de schaduw van de beroemde Dom
nog even van het mooie weer genieten. In het Berlijnse station bij de
dierentuin hadden we echter maar een uurtje om over te stappen. Ik was
nog nooit in Berlijn geweest en vond het wat spijtig om die stad zomaar
links te laten liggen en in te checken op de nachttrein naar Polen. Het
werd een lange nacht met weinig slapen. Bouworde had ons immers geen
bedplaatsen geboekt en dus moesten we ons maar proberen te behelpen in
harde Poolse zetels. |
| Gelukkig
hadden we in Krakau ruimschoots de tijd om de benen te strekken. We
besloten om in twee shifts een deel van de stad te verkennen. Terwijl de
ene groep op de bagage bleef letten, geld ging wisselen en een lunch
ging inslaan, trok de tweede groep de stad in, net voldoende tijd om het
centrale marktplein te bekijken en een dure eed te zweren om ooit terug
te keren om de stad wat verder uit te pluizen. Bij de terugreis hadden
we wat meer tijd, maar die verdeden we in de McDonalds en in een Poolse
bierstube. |
|
Het
stuk van Krakau naar Przemysl deden we met een krakend oude trein. Blijkbaar was
het een museumstuk of een stuk industriële archeologie want we werden prompt
gevraagd een toeslag te betalen voor een rit in deze antiquiteit. Knarsetandend
legden we de som op tafel met een vaag gevoel dat we werden afgeperst, maar als
we op tijd in L’vov wouden aankomen zou discussiëren ons niet veel vooruit
geholpen hebben. Opnieuw werd een dure eed gezworen: de volgende keer zou dit
“gene waar” meer zijn met ons.
Przemysl
bleek een van God verlaten stadje te zijn vlakbij de Oekraïnse grens. Omdat er
niet echt iets te beleven viel en we onze laatste Zloty besteed hadden aan een
rit met dat stuk industriële archeologie, wouden we zo snel mogelijk plaats
nemen op de Oekraïnse trein. Het perron naar Oekraïne was omgeven met
metershoge hekkens, gedecoreerd met stemmig prikkeldraad. Erg uitnodigend zag
het er niet echt uit. Toen we ons naar het perron wouden begeven, werden we
echter getrakteerd op een heuse Poolse scheldtirade van een manwijf in
legeruniform. Wat er juist aan de hand was, hebben we nooit geweten, maar feit
is dat ze ons met lijf en leden de toegang naar het perron versperde en ons
dwong in een muf lokaaltje te wachten op de aankomst van een andere geüniformeerde
garde die onze papieren en tickets controleerde, alvorens ons op het zwaar
bewaakte Oekraïnse perron te laten komen.
De
Oekraïnse trein met eindbestemming Odessa aan de Zwarte Zee stond ons al op te
wachten. De trein van Sovjetmakelij zag er erg oud uit maar straalde een soort
van tijdloze charme uit die een robuustheid garandeerde om zonder meer duizenden
kilometers door het Oekraïnse laagland op zijn rekening te kunnen nemen.
Binnenin was het erg comfortabel. Een gangpad met een vers gestofzuigd tapijt,
kitscherige gordijntjes aan de raampjes en coupés voor vier personen met
bedplaatsen. Even na vertrek kregen we bezoek van de treinbewaarster die ons om
geld kwam vragen. Onze eed indachtig weigerden we in alle talen (behalve
Russisch). De treinbewaarster droop af. We bleven glunderend achter, trots op
onze eerste overwinning. Vlaanderen-Oostblok: 1-2. Later zou blijken dat deze
dame ons voor een prijsje vers bedlinnen kwam aanbieden om ons verblijf nog
comfortabeler te maken. Nu moesten we het dus maar zien te stellen met de kale
banken. Jammer … Het werd tijd om ons Russisch wat te beteren …
|
|
Aan
de grens kregen we een snelle controle van de Poolse douane. Even later
kwam de treinbewaarster in het Oekraïens geformuleerde papieren in onze
handen proppen. We keken wat raar op, verstonden er niets van en
besloten maar wat af te wachten. Even later bleek ze ergens een Duitse
vertaling opgevist te hebben en ze stond ons bij bij het invullen van
ons douanedeclaratieformulier. Radioactief afval: nee, drugs: nee,
elektronische apparatuur: nee, hoeveelheid buitenlandse valuta, … Even
later werden de formulieren en paspoorten opgehaald. De douaniers
verdwenen ermee naar hun bureau in een donkere barak en nog wat later
kregen we het van stempels voorziene boeltje terug samen met een grauw,
vergeeld papiertje dat meldde dat we het territorium van de CCCP
binnentraden. De treinbewaarster drong ons op het hart dit vodje papier
zeker niet te verliezen. We snapten het niet goed, want buiten
historische waarde leek dit ons niet echt veel zin te hebben. |
Maar
goed, ik snapte ook wel dat ze maar liefst zo snel mogelijk door die oude
voorraad wouden geraken om nadien hun eigen Oekraïense vodjes te kunnen
drukken. Na de afhandeling van het papierwerk werden grote houten kisten en
gigantische jutten zakken de trein opgeduwd. Jo en Tom besloten dat het wel wat
sneller kon en stonden enkele soldaten bij bij het inladen van het hele boeltje.
Ach ja, in dit soort landen kan het nooit kwaad goede banden te onderhouden met
de autoriteiten …
| Eindelijk
zette de trein zich in beweging. Maar hoe verder we Oekraïne
binnenreden, hoe trager de trein begon te rijden. Toppunt was wel een
half uur durende pauze in het midden van eindeloze velden. Maar tegen de
avond aan bereikten we L’vov. Het was al donker toen een man ons kwam
begroeten en gebood plaats te nemen in zijn minibusje om het laatste
stuk naar Cervonograd af te leggen. Veel van het land kon ik door de
duisternis echter niet zien maar het viel me wel op dat de chauffeur er
bijzonder snel vandoor snelde op een weg vol putten en een voorkeur had
om in het midden van de baan te rijden. Ook liepen er erg veel
voetgangers langs de weg. Om ons te plezieren stopte de chauffeur een
Engelstalige cassette in de autoradio. De tekst van “Mr Dig” kon
echter slechts op matige bijval en heel wat wenkbrauwgefrons rekenen.
Maar goed, de toon was gezet en we waren veilig en wel aangekomen op
onze kampplaats. |
|
|
|
De
terugreis verliep ongeveer identiek. Bijzonder was wel dat Igor een
Poolse luxetrein voor ons had geboekt voor het traject L’vov-Krakau.
Hierdoor konden we het fenomeen meemaken dat bij de Poolse grens het
hele onderstel van de trein moet vervangen worden. De ex-Sovjetlanden
hanteren immers een systeem van rails die verder uit elkaar liggen dan
het West-Europese systeem. Door vertraging van de Poolse trein naar
Berlijn, konden we bovendien het stuk van Keulen naar Brussel met de
Thalys afleggen zodat we uiteindelijk nog voor het verwachte
aankomsttijdstip aankwamen. |

|