|
Maskers en doeken moesten verhinderen dat we een stoflong kregen van het kalkstof maar iedere dag weer keerden we lijkbleek van de kalk terug van ons werk. Bij onze terugkeer in ons huisje in het sanatorium was er vaak geen water en moesten we uren wachten vooraleer we een douche konden nemen. Bovendien hadden we maar één WC en douche voor 12 man wat lange wachtrijen veroorzaakte. Af en toe konden we illegaal in een leegstaand huisje terecht om daar van de badkamer gebruik te maken, maar erg comfortabel was dat niet omdat je met de voortdurende angst zat dat een kwade Oekraïnse oma je zou komen verjagen.
Het sanatorium was een reliek uit de communistische periode toen de huisjes bevolkt werden door arbeiderskinderen die met hun jeugdgroep de vakantie kwamen doorbrengen in de uitlopers van de Karpaten. Het sanatorium bestaat uit tientallen kleine vakantiehuisjes, verspreid in het bos, waar naast de obligate bomen en struiken ook luidsprekers van "Radio Propaganda" groeiden. In de aanloop van de nationale feestdag werd er non-stop nationalistische muziek gespeeld, enkel onderbroken door uitgebreide redevoeringen. Er was geen plek in het centrum die buiten het bereik viel van de "Radio Propaganda"-luidsprekers. Na enkele dagen ontdekten we iets buiten het sanatorium een waterplas waar we in afwachting van een douche toch enige verfrissing konden vinden. In de week hadden we deze plek voor ons alleen maar in het weekend werd het hier overbevolkt door de inwoners van Cervonograd die zich hier kwamen ontspannen.
Onze werkleider, Micha, was best een sympathieke kerel, een kruising van Bolle Gijs en Kermit. Hij was zelfs perfect tweetalig, helaas Oekraïens - Russisch, waardoor enkel Inge er in slaagde om min of meer te communiceren. En zelfs dan waren er nog regelmatige misverstanden. De directeur van de hele boel, Igor, sprak gelukkig wel Engels maar was van een heel ander kaliber dan de goedmoedige Micha: westers gekleed in dure kledij, kort keurig getrimd haar, ijzige ogen, koele glimlach en bloedstollende schaterlach wanneer wij hem iets durfden te vragen. Hij was de trotse eigenaar van een blinkende 4x4, een Lada Niva, die hij dagelijks door twee Caritasslaafjes liet wassen en waarmee hij aan 100 km/h door de bossen en straten scheurde, oude vrouwtjes en vrouwen met kinderen de stuipen op het lijf jagend. Daarnaast was Igor ook nog de trotse eigenaar van een discotheek en een radiostation in Cervonograd.
Af en toe kregen we van "Snorrie" een lift naar Cervonograd in een afgedankte Franse ambulance. Anders stond ons een fikse wandeltocht te wachten om bier en voedsel in te slaan in Cervonograd. Het alternatief was de kantine van het sanatorium, alwaar ik een uitgebreide introductie kreeg in de slechtste kanten van de Oekraïense keuken. Drie maal per dag kregen we hier iets wat zelfs de locals ternauwernood eten noemden: geplette graankorrels met gehakt, rijst met worst, kolensoep met patatten, bietensoep en allerlei variaties hierop. Als drinken kregen we een plakkerig zoet drankje dat tal van eigenschappen schijnt te hebben maar allesbehalve dorstlessend was.
|
|