Dominicaanse familie Vlaanderen

In de voetsporen van Dominicus


  Achteraf beschouwd

Dit is een beknopt verslag van de ervaringen en bedenkingen van een tiental deelnemers aan de reis.

Een reis met actualiteitswaarde

Allen waren het roerend eens: het was een uiterst leerzame en boeiende reis, vooral dankzij de deskundige begeleiding van professor Raf De Keyser. Die had op zijn beurt veel geleerd. Hij was immers verplicht geweest om de geschiedenis niet enkel vanuit het perspectief van de katharen, maar ook vanuit het standpunt van Dominicus te interpreteren. In de maatschappij waarin Dominicus leefde ontdekte hij zes spanningsvelden die ook in de huidige samenleving nog steeds aanwezig zijn.

Er was om te beginnen de spanning tussen het Jezusbeeld van Dominicus en dat van de katharen. Voelen ook wij ons niet ergens verwant met de katharen als we niet zomaar, gedachteloos de geloofsbelijdenis of het Jezusbeeld van het Concilie van Nicea willen aannemen? Een tweede spanningsveld was dat tussen ‘oorlog en vrede’. Dominicus was een consequente pacifist. We herkennen onze vragen in de vraag die hem kwelde: hoe kan ik mijn boodschap van verzoening en vergeving verkondigen in een context van toenemende polarisatie, uitsluiting en vervolging? Een derde spanningsveld, dat geen uitleg behoeft, heeft te maken met armoede en rijkdom, in Dominicus’ tijd meer bepaald met de rijkdom van de Kerk, de abdijen en de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Ook tussen kerkelijke en wereldlijke macht bestond er een spanningsveld. In Dominicus’ tijd waren die zodanig met elkaar verweven dat ze niet te scheiden en zelfs niet te onderscheiden waren. In onze tijd is het anders. Maar het blijft de vraag hoe je als Kerk een rijk kunt vestigen dat niet van deze wereld is, als je hoe dan ook moet samenwerken met de wereldlijke macht?

Nieuw in Dominicus’ tijd was de spanning tussen geloof en rede. Het monopolie van het christelijke geloof was aan het afbrokkelen ten voordele van de rede. Juist daarom hechtte Dominicus zo’n groot belang aan de studie. Zijn volgelingen moesten de mensen met behulp van redelijke argumenten doen inzien waarin de waarheid van het christelijke geloof bestaat.

‘Waarheid’ is de leuze in het wapenschild van de dominicanen. Maar er is de spanning tussen de ene en de andere waarheid. Zowel de katharen als Dominicus claimden de éne, echte waarheid te bezitten. Maar Dominicus was wel bereid om met respect te luisteren naar de ander en open te staan voor diens waarheid. Op dat vlak was hij niet zo fanatiek als een Bernardus van Clairvaux, voor wie

de geloofsinhoud onveranderlijk vast lag. Dominicus confronteerde de verschillende waarheden met elkaar in dialoog, discussie en debat. Daarmee blijft hij een model voor mensen van deze tijd.

Dominicus herontdekt

De dominicanen hebben veel te danken aan de katharen. Iemand zei het zeer gevat: ‘Waren er geen katharen geweest, dan was er ook geen Dominicus geweest’. ‘Juist’, reageerde een ander, ‘maar volgens mij waren er ook geen katharen geweest als er binnen de Kerk geen ontsporingen waren geweest. Al werden die fouten wel omgebogen tot genade als de Kerk bereid was daaruit te leren’.

Een deelnemer getuigde: ‘Na alles wat ik onderweg had geleerd, werd ik getroffen door het beeld van Dominicus in de jacobijnenkerk van Toulouse. In de trekken van zijn gezicht onderkende ik de gewetensproblemen die hem kwelden in verband met armoede, de waarde van het kathaarse geloof, vreedzame overreding en militair geweld. Dat beeld staat in mijn geheugen geprent’. Iemand anders sprong hem bij. In Toulouse zag ze geen heilige maar een menselijke Dominicus, een mens die onnoemelijk veel moet hebben geleden onder de spanningen van zijn tijd.
Een deelnemer die van zichzelf getuigde dat hij het klassieke beeld van Dominicus met de kloosterlijke moedermelk had ingelepeld gekre gen, beschreef hoe het mettertijd wat vervaagd was, maar nu een levende gestalte van vlees en bloed was geworden. Zijn geest en zijn spiritualiteit kwamen opnieuw naar boven.

Voor een van de dominicaanse deelnemers had de reis duidelijk gemaakt dat Dominicus lange tijd een ‘secondant’ is geweest, een helper van zijn Spaanse bisschop Diego en van bisschop Fulco van Toulouse. ‘Als er nu binnen de orde over Dominicus wordt gesproken krijg je altijd de indruk dat die man alles op zijn eentje gedaan heeft. Dat klopt dus niet. Je vraagt je dan af: hoe leefde Dominicus? Hoe krachtig was die man? Hoe is hij later, bij het uitbouwen van zijn orde, geëvolueerd? Jammer genoeg hebben we daar geen documenten van. We weten wel dat hij in een traditie van het kloosterleven stond die terug wilde naar een radicaler evangelisch leven. Als verklaring van wie Dominicus als mens was, is dat een interessant gegeven’.

In verband met de katharen zei iemand: ‘Mocht ik in die tijd geleefd hebben, dan was ik zeker kathaar geworden. Het beeld dat ik van hen gekregen heb, kan ik met één woord omschrijven: authenticiteit. Misschien zou het katharisme ook vandaag nog een reden van bestaan hebben. Het zou actuele vragen aan de orde stellen. Waarin geloof je eigenlijk als puntje bij paaltje komt, en hoe krijgt je geloof gestalte in je doen en laten? Heb je de Kerk daarvoor nodig? Ketterij, zo is ons geleerd, staat gelijk met dwaling. Mijn vraag is echter: waren het de katharen die dwaalden, was het (ook) niet de katholieke Kerk? Een actuele vraag, me dunkt’.

Topmomenten

Gevraagd naar topmomenten in hun reiservaring, antwoordden velen: ‘Montségur’. ‘Afschuwelijk hoe christelijke mannen en vrouwen, broeders en zusters in hetzelfde geloof in de vreedzame man Jezus, als ze geen verraad wilden plegen aan hun diepste overtuiging, geen andere keuze hadden dan de brandstapel,’. Het christelijke geloof, zei iemand, heeft hier vreselijk gebloed. Als je zoveel eeuwen later in Montségur staat, in dat vredige landschap, op een plaats waar christenen elkaar uitgemoord hebben, dan grijpt je dat aan. Je denkt of je hoopt dat je gelovig bent, maar dan word je geconfronteerd met het verschrikkelijke gedrag van mensen in naam van hun geloof.

Aangrijpend waren de bezinning en het gebed bij de gedenksteen op de plaats waar ooit de brandstapel stond. Iemand wees in dit verband op een gemiste kans: ‘We hebben gebeden om vergeving voor al het onrecht dat de katharen acht eeuwen geleden is aangedaan. Terecht, maar geen woord van vergeving aan de uitgerangeerde, platgeslagen, moegetergde mensen en bewegingen in het christendom vandaag, slachtoffers van verdoken brandstapels. Met alle respect, maar we hebben van onze reis in de voetsporen van Dominicus enkel het historische deel ingevuld. De vraag is echter: hoe treden wij vandààg in de voetsporen van Dominicus?’

Deugddoend zijn voor de meesten de ‘spirituele’ momenten geweest: het dagelijkse morgengebed, de bezinningen en gebeden op bijzondere plaatsen. De reisleider stelde met vreugde vast hoe de teksten die hij voor een bepaalde plaats gekozen had, tot leven kwamen als zij op die plaats ook werden gelezen. Een dominicanes: ‘Ik heb de map met gebeden voor mezelf afgedrukt en beleef er nu nog elke dag vreugde aan.’ Een dominicaan: ‘Een heel sterk moment was toen we ‘s morgens vanuit ons hotel in de Périgord vertrokken en de mist in de vallei, onder het voorlezen van een ode aan het licht, langzaam optrok’.

Het ‘groepsgebeuren’ heeft op iedereen een onvergetelijke indruk gemaakt. Een paar citaten: ‘De topmomenten van religieuze, spirituele, artistieke aard; van verzoening en vergeving... , kregen allemaal een meerwaarde door wat de groep vanaf de eerste dag geworden is en wat iedereen er van het begin tot het einde op zijn of haar manier toe bijgedragen heeft. Dat heb ik nog nooit meegemaakt.’ – ‘Het was mijn eerste groepsreis. Ik heb het geweldig getroffen. Ik moet voor mijn werk omgaan met veel mensen, ik moet luisteren en empathisch zijn. Als ik dan met vakantie ga, wil ik dat samen met mijn vrouw en kinderen doen, zonder dat ik me hoef aan te passen aan andere mensen. Deze reis sprak alle vooroordelen die ik over groepsreizen had tegen. Het was een enorme ervaring met zo’n groep te kunnen en te mogen reizen: gesprekken, dingen delen met elkaar, elkaar ondersteunen op moeilijke momenten... Een klein mirakel, misschien?’

En nu verder...

De laatste richtvraag voor het groepsgesprek luidde: ‘Wat draagt u nu van het verhaal van Dominicus mee voor uw concrete leven?’
Bijna iedereen antwoordde, soms zeer persoonlijk, wat het voor hem of haar betekent het voetspoor van Dominicus hier en nu te volgen. De hobbelige weg van het leven volgen, bij voorbeeld, en je daarbij in te leven in de mensen die je onderweg ontmoet. Daarbij ook nieuwe ideeën opdoen en uitwerken, ook al vraagt dat durf. Een dominicanes: ‘Gehoor geven aan de gewone mensen. Bij hen leeft immers zeer veel, terwijl wij daar niet naar luisteren’. – ‘Niet op je kamer blijven zitten totdat de mensen naar jou toe komen’, zei iemand die zichzelf een ‘gehuwde dominicaan’ noemt, ‘maar, gesteund door gebed, studie en meditatie, de straat op gaan, naar de mensen toe en proberen er voor hen te zijn’. Iemand hoopte dat er in de Kerk ook plaats zou zijn voor kritisch ingestelde mensen. Voor een van de paters betekende de confrontatie en de dialoog met de moderniteit de grootste uitdaging voor de dominicanen vandaag. ‘De Kerk durven bevragen’, zei een deelneemster, de waarheid waar wij van uitgaan durven bevragen, niet enkel met je verstand, maar ook vanuit je hart. Vrij durven denken, zoeken naar een nieuwe taal en liturgie’. Een dominicaan merkte tenslotte op dat, ondanks de zorgwekkende toestand van de orde in onze streken, de Dominicaanse familie in Vlaanderen en Nederland groeiende is. Nog leeft de geest van Dominicus onder ons.

Jos Smeets o.p.

 

Terug