Historiek


De wondere geschiedenis van Onze-Lieve-Vrouw van Lede

Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën van Lede

Volgens een oud handschrift van Frater Jan Gielemans werd het beeld van de Nood Gods geschonken door Mathias van Neste.

Deze was uitgeweken naar Keulen waar hij zich opwerkte tot een rijk zakenman. Als blijvende herinnering aan zijn geboortedorp, kocht hij een allermooist beeld van de glorierijke Maagd en Moeder Gods Maria, houdende op haar schoot het gemartelde lichaam van haar Zoon.

Dit beeld liet hij in een houten kist sluiten en voorafgegaan door een brief, overbrengen naar de parochie Lede. Zohaast dit de dorpelingen bekend was, spoedden zij zich het beeld tegemoet. Met vreugde ontvingen zij “ de Nood Gods” en voerden het beeld op een gespan met zich mede.

Maar buiten Brussel ontmoetten zij een krijgsman met zijn ruiterij. Eén van de paarden van het gespan werd weerbarstig en sloeg achteruit, waarbij het de knecht van de voornoemde krijgsman kwetste. Woedend wilde deze het beeld met zijn zwaard aan stukken slaan, maar … “zijn heiligschennende arm bleef onberoerd staan”. Heel de krijgsbende vergezelde hierop het beeld tot Lede, waar op voorspraak van Maria en door gezamenlijk bidden, hem het gebruik van zijn arm werd teruggeschonken.

Lede kwam in het bezit van zijn kostbare schat in het jaar dat het Concilie te Konstanz, dat een einde stelde aan de Westerse scheuring, was samengeroepen. Onze gewesten werden ten dien tijde bestuurd door hertog Jan van Nevers, bijgenaamd Jan zonder Vrees. Spoedig kende “De Zoete Nood Gods” een bloeiende verering, zowel onder de bevolking van Lede als in de wijde omgeving.

De roep der mirakelen was hieraan zeker niet vreemd.

Reeds op 26 april 1415 stelde Bisschop van Kamerijk, Jan van Gavere, alhier een broederschap in ter ere van de Nood Gods, waarbij toelating werd verleend op Drievuldigheidszondag een processie te houden naar een kluis of kapel. De parochie- geestelijkheid van de aanpalende gemeenten trok er samen met de parochianen processiegewijs naartoe.

Het jaar door evenwel begaven zich de bedevaarders naar het genadeoord om bij de “Nood Gods” hun miserie te klagen.

Velen vonden gehoor, troost en zelfs genezing. De grootste volkstoeloop noteerde men op de dagen van de ommegang.

Door de eeuwen heen werden tarlrijke eeuwfeesten en 50-jarige jubilea gevierd, dit alles evenwel in de schaduw gesteld door het eeuwfeest van 1914 : hoogtepunt van de viering vormde de pauselijke kroning van het mirakuleus beeld ! De laatste jubileumviering dateert van 1964.