PULLE EN ZIJN FATIMA-BIDPLAATSMariabeeld

Het is allemaal begonnen met een droom van Remike Van Beirendonck rond de jaren dertig.
Deze vrome, geestige en ludieke Pullenaar was namelijk een vurige Maria-vereerder en Remi kwam met het idee voor de pinnen : "Als we nu eens in Pulle een bedevaartsoord gingen oprichten ter ere van Onze Lieve Vrouw van Fatima ? " Remi was winkelier en tegelijkertijd een graag geziene figuur in het dorp. En terwijl hij de mensen van Pulle allerlei ellegoed en grapjes verkocht, wist hij de goede dorpsmensen aan de toog voor zijn plannen te winnen. Als alles al in kannen en kruiken was, sprak hij er ook over met Pastoor Dom, een brave dorpsherder, met de zusterkes en met Gust Van Loock en met nog zoveel anderen. Pastoorke Dom schreef naar 't bisdom maar er kwam een nogal negatieve brief terug met veel voorwaarden en zware restricties! Toelating of geen toelating, Remi en Gust deden verder.

In 1933 werd het eerste plantsoen aangelegd in de toenmalige straat 'het Vroegeinde', nu de 'Fatimalaan'. Bij de bloemen en bij de platen werden voorlopig vier houten kapelletjes gezet ; daar kon toch niemand wat tegen hebben en in de kapelletjes stond telkens een heilige, die een kindje droeg : Sint Jozef, Sint Antonius van Padua, Gerardus Majella en Trezeke van Lisieux. Na lange aarzelingen en na vele overpeinzingen nam Remike Van Beirendonck in 't geniep contact op met enkele Portugese priesterstudenten uit Leuven... en hij bestelde, op eigen houtje, een groot Lieve Vrouwbeeld, afkomstig van Fatima.

En zonder dat iemand er van op de hoogte was, belandde het beeld op een gegeven moment rechtstreeks uit Fatima, op het terrein te Pulle. Mensen als Marcel en Fons Obbels hadden ter plaatse reeds een sokkel en metselwerk gemaakt en er zat Pastoorke Dom niets anders op dan het beeld in te zegenen. Dit gebeurde dan ook op 1 september 1935. Mensen als Treeske van Peer Smolders, die in de onmiddellijke omgeving woonden, namen het op zich om de bloemekens en de platen te verzorgen, als waren het hun eigen kinderen. En vele mensen kwamen toen ter tijd dagelijks na hun dagtaak wat hakken en wat rijven op 'hun' eigen bidplaats. Van alle kanten kwam er begankenis, deels uit nieuwsgierigheid, deels uit vroomheid. Remike had het pleit gewonnen : ' Het Maria-oord was er! '

En naarmate de bloemen en de planten groeiden, groeide er bij vele Pullenaren ook de gedachte dat Onze Lieve Vrouw van Smarten er ook wat moest te zeggen hebben. Toen werden de zeven verschillende staties van Onze LieveVrouw van zeven Weeën gemetseld door mensen ' die er iets van kenden '. Het werd een smaakvol en fraai Mariapark. 's Zondagsnamiddags kwamen de moeders met hun kinderen naar Fatima gewandeld en het was er na enkele jaren zo mooi en rustig dat de bezoekers in de stilte van het Maria-oord enkel nog gestoord werden door het ruisen van de wind en het fluiten van de vogels. Remikes droom was verwezenlijkt : hij stierf op 10 november 1948.

KruiswegToen pastoor Diels in 1949 pastoor van Pulle benoemd werd, pikte hij vanaf zijn aanstelling in op een vurig verlangen van zijn parochianen : Fatima moest nog groter worden, uitgestrekter en er moest een kruisweg bijkomen. De families Obbels, Smolders en Vermeiren werkten er met man en macht aan om de sokkels voor de kruisweg te metsen. Na enkele maanden stonden de 14 staties van de kruisweg, op hun plaats, echt gezet met enorm veel goede wil en met veel geestdrift vanwege de Pulse bevolking. En de devotie deed haar werk : in de maand juni kwamen vele mensen het rozenhoedje bidden in het halleke. En met Halfoogst kwam elk jaar de processie naar Fatima.

Maar zoals altijd : op alles komt sleet, ook op het plaasteren beeld van Onze Lieve Vrouw van Fatima. Het begon af te schilferen en te weten van de regen, de wind en de vorst. Er moest hoogdringend iets gebeuren. Op 23 augustus 1959 werd een nieuw beeld geplaatst, gebeeldhouwd door Albert Poels, betaald door Mw Leysen en plechtig ingezegend door Monseigneur Van den Bosch. Het was een mooi beeld, een Vlaamse maagd - en voor de mensen van Pulle een klein beetje van een te moderne stijl. Heel het decanaat Zandhoven was op de inwijding vertegenwoordigd : een hoogtepunt in de annalen van Fatima. Maar eens het hoogtepunt voorbij zakte de devotie stilaan naar een dieptepunt. Was de tijdsgeest of het concilie de oorzaak van de neergang ? Alleen Peer en Treeske Smolders hielden stand, samen met Polle Cools, Melanieke en Marieke Van Laer.

En toen Pastoor Hermans, in 1966 pastoor werd te Pulle viel er eigenlijk te kiezen of te delen : ofweGrafkelderl zou Fatima een wildernis worden ofwel moest het dringend onder handen genomen worden. Op dat ogenblik trad Jan Vervekken op het voorplan : Jan werkte er dat de stukken eraf vlogen. En om Onze Lieve Vrouw en Jan plezier te doen, organiseerde Pastoor Hermans een kaarskensprocessie met kruisweg op de laatste avond van de meimaand in het jaar 1967. En 't was voor Jan en heel de parochie een schone avond.

Sindsdien wordt er ook elk jaar met Halfoogst een plechtige mis opgedragen in open lucht want Jan wilde niet meer verder werken als er geen plechtigheden waren. Jan's wil was wet Maar Jan werd ouder en ouder en toen het echt niet meer ging namen Louis Verwerft en zijn vrouw Kerlin het roer over. Louis Verwerft ging op Fatima te werk als een duivel in een wijwatervat : de banen werden verbreed, de doornen, de distels en het struikgewas moesten eraan geloven, de kruisweg werd gepoetst, geschrobd en geschilderd. Er werd opnieuw geknipt, geplant en gegoten : het werd een nieuw Fatima, dank zij Louis Verwerft en zijn hele familie.

En er gaat op dit ogenblik geen dag voorbij of Louike zit in zijn park, in ons Mariapark. Louis heeft wel eens last van de 'koa joeng' die met hun fiets door zijn gewas rijden... maar hij houdt vol... want er komt nog altijd veel volk naar de bidplaats, elke dag, mensen van heinde en verre. Het is nu bijna 70 jaar geleden dat Remike en Gust er mee begonnen zijn maar de vraag is : zullen er in Pulle nog altijd mensen zijn die zorgen voor hun Maria-park... zoals Remike, Gust, Jan, Peer, Treeske, Polle, Louike en Kerlin ? 't Is te hopen !