Broeders en zusters, 
Heer, leer ons bidden, vragen de leerlingen aan Jezus in het evangelie van vandaag.
Ze zagen Jezus bidden, en blijkbaar leek dat Hem goed te doen, ze wilden dit ook kunnen.
Nu hadden de joden reeds hun eeuwenoude gebeden, dus die vraag lijkt een beetje gek.
Weten ze niet meer hoe ze moeten bidden, of bid Jezus anders dan wat ze gewoon zijn?
Uit het antwoord van Jezus leren we dat bidden heel iets anders is dan het aframmelen van teksten. 
Bidden is iets heel persoonlijks, alsof je God zelf ontmoet. 
In het begin van het gebed wordt de machtige God aangesproken als "Vader".  
Spijtig genoeg is onze taal niet fijn genoeg om precies uit te drukken wat Jezus bedoelde. 
Hij gebruikte het woord "Abba". 
Zo noemde een kind zijn pappa, als de persoon die je kan vertrouwen, de sterke goede vader, 
een woord dat zowel tederheid als respect uitdrukt. 
We mogen trouwens jaloers zijn op de manier waarop Abraham in de lezing met God spreekt.
Hij praat met God als met een goede vriend, als met een welwillende Vader.
Daarna bidt Jezus verder om God eer te betuigen - uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome.
Een gelovige weet dat we soms bidden om God eer te betuigen, en in het dankgebed danken voor wat we gekregen hebben.
Doch het grootste gedeelte van het evangelie gaat over het smeekgebed:
Het smeken om steun, brood, vergiffenis, een goede gezondheid, geluk in het leven.
Wielrenners en andere sporters maken soms een kruisteken net voor de wedstrijd. Zo vragen ze steun, geluk en sterkte.
Ja, daar kennen we wat van. 
Men zegt wel eens dat als het moeilijk wordt men plots terug begint te bidden. 
Zodra we ons bedreigd voelen door ziekte, door oorlog, door rampen, vinden we snel de weg naar het gebed terug. 
Jezus belooft veel: vraagt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en er wordt opengedaan. 
De goede Vader luistert naar zijn kinderen.
Zowel in de lezing als in het evangelie wordt de nadruk gelegd op veelvuldig bidden.
Aandringen bij God, steeds opnieuw vragen, tot vervelens toe.
Veelvuldig bidden, wie doet dat nu nog, wie maakt daar nog tijd voor?
Misschien vinden we het niet meer zinvol: we hebben al zoveel, waarom nog meer vragen?
Daarenboven, klopt het wel dat je altijd krijgt wat je vraagt, als je het maar blijft vragen?
Ik heb al zoveel keren gebeden om iets en het niet verkregen.
Anderen bidden nooit, en lijken toch ook alles of zelfs meer te hebben.
Natuurlijk kan je niet vragen wat je wil en je zal het krijgen.
In de lezing hoorden we Abraham smeken om anderen te sparen.
In het Onze Vader bidden we "geef ons", "vergeef ons", en niet geef mij, vergeef mij.
Als we bidden denken we vaak in de eerste plaats aan onszelf.
Maar bidden voor anderen is belangrijker.
Voor een gelovige Christen staat de naaste steeds op de eerste plaats.
We moeten het smeekgebed dus niet zien als het afdreunen van een wenslijstje voor onszelf.
Bidden is eer om hulp vragen voor hen die het nodig hebben.
Als we dan toch iets voor onszelf vragen dan moet dit passen in wat we vragen voor ons allen.
In het Rijk van God is er geen plaats voor ego´sten.
Heer, leer ons bidden - is ook in onze tijd een belangrijke vraag.
Laten we regelmatig voor anderen bidden.
Zo komen we er misschien achter wat dit voor ons kan betekenen.