Beste medegelovigen, vorige zondag, met Pasen dus, luisterden we tijdens het ontbijt naar radio 1. 
Daar vertelde een mevrouw het volgende verhaal: "Ik was met de kinderen aan het fietsen op een smalle weg, 
en plots scheerde er een zware 4x4 voorbij aan hoge snelheid. Wat verder stond de auto te wachten en kwam ik er naast te staan. 
Ik vroeg aan de twee allochtonen in de wagen waarom ze zo snel reden. De chauffeur lachte en zei: 
mevrouwtje, als u in God gelooft moet je toch geen schrik hebben?" 
Daarop ging het programma verder met de voorstelling van haar nieuwe boek - een boek ter verdediging van het athe´sme. 
Ik heb toen de radio af gezet - waarom zou ik op Paasochtend naar zo een nonsens moeten luisteren? 
En waarom zend de radio dat precies op zo een ochtend uit? Toeval, daar geloven we al lang niet meer in. 
Wat later vorige week ging het over het voorstel om de euthanasie wet uit te breiden. 
Ook hier was de pers goed bezig om de kerk af te schilderen als diegenen die niet akkoord gingen. 
Wat een lef dat men in Kerk en Wereld iets negatief durfde te zeggen over de euthanasie van het idool Hugo Claus. 
En politiekers die dwarsliggen worden snel oude tjeven genoemd.
Twee voorbeelden van het denken in onze de huidige wereld, waar geloven in God ter discussie wordt gesteld, 
waar naar de mis gaan op zondag stilaan een uitzondering wordt. 
Ergens begint onze kerk meer en meer te gelijken op de vroege geloofsgemeenschappen: 
kleine groepen van mensen die wel geloven in God, te midden van mensen die dat niet belangrijk vinden. 
Doch we merken ook de verschillen op tussen die vroege geloofsgemeenschappen en wij hier aanwezig.
We hoorden: Allen die het geloof hadden aangenomen waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk. 
Ze genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. 
Als ik ons hier zo zie zitten dan lijkt er van die blijdschap en dat delen niet veel overgebleven. 
Misschien is het ook net daarom dat we niet meer bij het volk in de gunst staan. 
We lijken misschien meer op de allereerste geloofsgemeenschap, de apostelen, 
die na de dood van Christus bang en verstoken van de wereld samen zaten. 
Zij zijn veranderd doordat Jezus aan hen verscheen. 
Plots durfden ze wel buiten komen en het geloof enthousiast verkondigen.
Ja, moest Jezus hier plots verschijnen, dan zouden we allen ook wel luid roepend ons geloof verkondigen. 
De televisie en de journalisten zouden plots een heel ander verhaal laten horen. 
Het zou allemaal veel duidelijker worden en veel gemakkelijker zijn. 
In het evangelie van vandaag spreekt Thomas over de wonden van Jezus. 
Lijden en dood van Jezus toont ons dat het allemaal niet gemakkelijk kan gaan, 
toen niet, nu niet, nooit niet. Geloven vraagt een inspanning, 
leven volgens ons geloof vraagt een nog grotere inspanning. 
Daarom is dit verhaal ook zo belangrijk. 
Je kan, zoals Thomas, twijfelen of er een leven is na de dood. 
Twijfelen is immers de weg van het zoeken naar waarheid. 
Doch reken er niet op dat Jezus of gelijk wie anders even uit de dood naar je toe komt om je twijfel weg te nemen. 
Uiteindelijk is het je eigen keuze om resoluut "Mijn Heer en mijn God" te zeggen. 
Zalig worden enkel diegenen die niet gezien en toch geloofd hebben.