terug

Broeders en zusters,

Afgelopen woensdag is de veertigdagentijd weer begonnen – iets later dan gewoonlijk want Pasen is erg laat dit jaar.

Als je zo een aantal keren de vasten bewust ingezet hebt dan denk je al wel eens – weeral hetzelfde,  wat gaan we nu weer beloven waar toch niets van terecht komt. Bekering is een langzaam en moeizaam proces, zeker als je zoals wij midden de bekoringen leven. Voortdurend worden we bestookt met spotjes en advertenties die een beroep doen op onze egoďstische trekjes. Alles is erop gericht om voor jezelf te kiezen. Wat zitten we het meest over in? De dure benzineprijzen, de hoge belastingen, de diefstallen in onze wijk, de gevaarlijke ozonconcentraties in de zomer, het drukke verkeer, de studieresultaten van kinderen en kleinkinderen, de alcohol-, drug- of geldproblemen in de familie?  Of liggen we s’nachts wakker van de armoede in onze stad, de ellende in Mozambique, de meer dan 20 oorlogen in de wereld, het feit dat er 5 miljard mensen steeds armer worden terwijl het overige miljard steeds rijker wordt? ... Vanzelfsprekend houden we ons bezig met wat dicht bij ons bed gebeurd, en is alles wat ons eigen leven, familie en comfort bedreigt belangrijker dan de enorme ellende ver van hier.

Broederlijk delen ziet het echter niet zo. Het thema van deze campagne is werkelijk wereldomvattend: Ik citeer uit de campagnebrochure: De kloof tussen arm en rijk is nog nooit zo groot geweest. Basisvoorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg, voedsel en huisvesting zijn voor 1.5 miljard mensen onbereikbaar. De kloof is mensenwerk, een gevolg van de allesoverheersende economische principes. 1 miljard mensen moet overleven met minder dan 40 frank per dag. 1.5 miljard heeft geen drinkbaar water. We zeggen STOP tegen de oorzaken van de alsmaar groeiende kloof. We starten een tegenstroom met mensen die keuzes maken die tegendraads zijn, wars van elk economisch winstdenken. We moeten radicale keuzes maken: Hoe ga ik om met geld? Waar werk ik mee aan de tegenstroom? Einde citaat...

Jezus bracht veertig dagen door in de woestijn, terwijl hij door de satan op de proef werd gesteld. Voor de Israëlieten was de woestijn niet zomaar een dorre plaats. Uit ervaring – de tocht door de woestijn – wisten ze dat je in de woestijn kon overleven. Om te overleven in de woestijn moest je alles achter laten wat niet levensnoodzakelijk was, en spaarzaam omspringen met de levensbronnen. Grote profeten – zoals Mozes en Elia brachten een tijd door in de woestijn voordat ze aan hun werk begonnen. Want de woestijn is ook de plaats waar mensen tot zichzelf kunnen komen, waar mensen steeds dieper ontdekken waar het in hun leven om gaat. Dat kan een moeizaam proces zijn, door crises en dalen heen, in maanden of jaren die inderdaad dor en onvruchtbaar lijken. Maar mensen kunnen er gelouterd uitkomen, hun eigen levensbronnen ontdekt of herontdekt, meer overtuigd van hun eigen mogelijkheden, meer overtuigd van de weg die ze moeten gaan. In de woestijn van het leven kunnen mensen innerlijk sterk worden.

Binnen het kerkelijk jaar is de veertigdagentijd een soort woestijntijd, een tijd om zicht te krijgen op wat echt belangrijk is in het leven, en om los te laten wat daar niet bij hoort. Misschien is het ook ons gegeven om de komende veertig dagen dichter bij onszelf te komen, achter te laten wat eigenlijk niet nodig is, en meer en meer de stem volgen die God gelegd heeft in ons hart. Niet makkelijk, uiteindelijk wel vruchtbaar.

Ik wens ons allen een goede veertigdagentijd. Laten we ons ook meenemen in de tegenstroom, die van God uitgaat.